Zwanger en diabetes

Wat is diabetes

Diabetes of suikerziekte is een stofwisselingsziekte waarbij de bloedsuikerspiegel niet op peil blijft. Bij mensen met diabetes lukt het de insuline in het lichaam niet om de bloedsuiker (bloedglucose) stabiel te houden. De officiële naam van de ziekte is diabetes mellitus.

Soorten diabetes of suikerziekte  

Er zijn meerdere soorten diabetes. De meest voorkomende zijn diabetes type 1 en type 2.

  •  Diabetes type 1: het lichaam maakt zelf geen insuline meer aan.
  • Diabetes type 2: de alvleesklier maakt te weinig insuline aan of de insuline werkt niet goed meer.  Type 2 komt met name voor bij ouderen en bij mensen met overgewicht. Helaas komt dit type ook steeds vaker voor bij jonge mensen.
  • Zwangerschapsdiabetes: sommige vrouwen zonder diabetes ontwikkelen tijdens de zwangerschap diabetes.

Wat is insuline?  

Onze lichaamscellen hebben glucose (bloedsuiker) nodig. Het hormoon insuline zorgt ervoor dat de glucose uit onze voeding via het bloed in de cellen terechtkomt. Maakt het lichaam zelf geen of onvoldoende insuline aan? Dan krijgen de cellen geen glucose en functioneert het lichaam niet. Mensen die zelf geen of onvoldoende insuline aanmaken moeten zichzelf vaak meerdere keren per dag insuline toedienen.

Hoe herken ik diabetes?  

Diabetes is niet altijd makkelijk te herkennen, maar de volgende symptomen kunnen duiden op diabetes. Ga altijd naar de huisarts wanneer u last hebt van een of meerdere van onderstaande klachten:

  • Veel dorst hebben
  • Vaak moeten plassen
  • Een droge mond hebben
  • Heel moe voelen
  • Last hebben van oogontsteking of wazig zien

Diagnose diabetes  

De diagnose diabetes is eenvoudig te stellen. Uw eigen huisarts kan dit doen door een druppel bloed uit uw vinger te nemen. Met een bloedglucosemeter ziet hij hoe hoog uw glucosespiegel is.

Complicaties diabetes   
Bij alle typen diabetes kan iemand een hypo (lage bloedglucosewaarde) en hyper (hoge bloedglucosewaarde) krijgen. Als een hypo ernstig is of een hyper lang duurt, bestaat het risico op een coma of zelfs overlijden.

Op de lange termijn kan diabetes complicaties tot gevolg hebben:

  • Problemen met de voeten (voetwonden of ulcera)
  • Verminderde functie van de nieren (nefropathie)
  • Beschadigde zenuwen (neuropathie)
  • Problemen met de ogen (retinopathie)
  • Beperkte beweeglijkheid van gewrichten (cheiroarthropathie)
  • Gebitsproblemen
  • Problemen op het gebied van seksualiteit

Leefstijl  

Een goede behandeling van diabetes bestaat uit twee onderdelen:

  1. Medicijnen
  2. Een gezonde leefstijl

Door uw leefstijl heeft u veel invloed op de hoeveelheid glucose in uw bloed. Regelmatig bewegen en niet te veel koolhydraten in uw voedsel maken veel verschil. Zeker als u diabetes type 2 heeft. Een gezonde leefstijl heeft net als medicatie zeer veel effect. U ervaart bijna onmiddellijk de voordelen: uw bloedglucosewaarden dalen en u bent fitter.

Gezonde leefstijl als preventie   
Ook mensen met diabetes type 1 hebben baat bij een gezonde leefstijl. Het is namelijk de beste manier om klachten en latere complicaties zoveel mogelijk te voorkomen. Door diabetes kunnen bloedvaten en zenuwen extra schade oplopen. Een verstandige leefstijl is dan extra belangrijk. Een paar tips:

  • Gezond gewicht door voldoende bewegen (minimaal 30 minuten per dag)
  • Gezonde voeding
  • Niet roken
  • Matig met alcohol

Voeding   
Heeft u diabetes, dan weet u dat voeding een belangrijke rol speelt om zo gezond mogelijk te blijven. Niemand hoeft u dat nog te vertellen. Maar wat is gezonde voeding? En moet u vanwege uw diabetes nog speciaal ergens rekening mee houden? Dat zet de Voedingsrichtlijn van de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF) op een rijtje.

Zorgverleners gebruiken de Voedingsrichtlijn (2015) als basis voor hun adviezen. Diabetesvereniging Nederland nam deel aan de werkgroep, die de voedingsrichtlijn heeft voorzien van nieuwe wetenschappelijke inzichten en ontwikkelingen.

Zwanger en diabetes
Verschillende vormen van diabetes

Er bestaan verschillende typen diabetes.  Iedere soort heeft zijn eigen oorzaken. Naar die oorzaken wordt veel  onderzoek gedaan, want er is nog veel onbekend.

Diabetes type 1  
Bij diabetes type 1 maakt de alvleesklier geen  insuline meer aan. De oorzaak van diabetes type 1 is nog niet bekend.  Mogelijk spelen virussen, milieufactoren en voeding een rol. Ook lijkt  er een beperkte rol te zijn voor erfelijkheid.

Diabetes type 2  
Bij diabetes type 2 maakt de alvleesklier te  weinig insuline aan of de alvleesklier maakt wel voldoende insuline aan,  maar deze kan zijn werk niet goed doen. In veel gevallen is overgewicht  de oorzaak. Voeding en beweging spelen daarbij een rol. Ook is er  waarschijnlijk een erfelijke component. 

MODY/LADA  
Bij MODY is sprake van een verminderde  insulineproductie door de alvleesklier. De oorzaak daarvan is een  erfelijke afwijking, waardoor de bètacel in de alvleesklier onvoldoende  functioneert. LADA is een latente vorm van diabetes bij volwassenen als  gevolg van een stoornis in de afweer. LADA onderscheidt zich van type 1  doordat het zich trager ontwikkelt.

 

Zwangerschapsdiabetes    
2 tot 5 procent van de zwangere vrouwen  ontwikkelt in de tweede helft van de zwangerschap zwangerschapsdiabetes.  Tijdens de zwangerschap treden er dan wijzigingen op in de  stofwisseling van koolhydraten. Dit gebeurt onder invloed van de  hormonen die worden aangemaakt door de placenta. Deze hormonen remmen de  werking van insuline af.

De meeste mensen met diabetes type 1 injecteren meerdere keren per dag. Bijvoorbeeld één keer langwerkende  insuline en voor elke maaltijd (ultra)kortwerkende. Bij diabetes type 2  en zwangerschapsdiabetes is één keer per dag injecteren soms al  voldoende. De internist en diabetesverpleegkundige bepalen welk schema  het beste bij u past.

Insuline en je baby  
Veel vrouwen zijn bang dat insuline niet goed is voor hun ongeboren baby.
Gelukkig heeft insuline geen nadelen voor uw  baby. Insuline passeert de placenta niet en het komt niet bij uw baby.  Het is veel gevaarlijker voor uw baby als u géén of te weinig insuline  gebruikt. Dan blijft er namelijk te veel glucose in uw  bloed. Glucose passeert de placenta wel. Uw baby krijgt dan teveel  glucose binnen met alle risico’s van dien.

Injecteren in je buik 
Misschien vind u het eng om insuline in uw  buik te injecteren nu u zwanger bent. Gelukkig kunt u met een  insulinepennaaldje of pompnaaldje onmogelijk de baarmoeder raken.
Voor de baby kan het toedienen van insuline in  de buik geen kwaad. Wel kan het pijnlijk worden om in je buik te  prikken, zeker in de laatste weken van de zwangerschap als uw buik strak  gespannen is. Bespreek dan met uw internist of diabetesverpleegkundige  of u op een andere plek kunt prikken. Bijvoorbeeld in de bil of  bovenbeen.

Hyper en Hypo's   

Hyper  
Uw bloedglucosewaarden kunnen te hoog of te  laag worden. Een bloedglucosewaarde hoger dan 7,8 mmol/l heet  hyperglykemie of hyper. Er moeten zoveel mogelijk hypers voorkomen  worden. Te hoge bloedglucosewaarden zijn niet goed voor uw baby. Als u  toch een hyper hebt, moet u ervoor zorgen dat je bloedglucosewaarde  daalt. Met de diabetesverpleegkundige spreekt u af hoe u dat doet.

Hypo
Een hypoglykemie of hypo is het  tegenovergestelde van een hyperglykemie. Een waarde onder 3.9 mmol/l  wordt hypo genoemd. Van een hypo kunt u veel last hebben, onder andere:  trillen, hartkloppingen, zweten, misselijkheid, hoofdpijn, honger,  moeheid, snelle hartslag en een sterk veranderende stemming en gedrag.  Als de bloedglucosewaarde erg laag is, kunt u in de war raken, duizelig  worden, onduidelijk gaan praten, troebel zien en uiteindelijk zelfs  bewusteloos raken. Gelukkig zijn er geen aanwijzingen dat een hypo nadelig is voor uw baby.

Een hypo kan verschillende oorzaken hebben: u  heeft te veel insuline gespoten, u heeft minder gegeten dan u verwachtte  of u heeft meer bewogen dan u van plan was. Als u een hypo heeft, moet  er snel meer glucose in u bloed komen. Dat kan door iets te eten of  drinken waar suikers inzitten die snel door het lichaam worden  opgenomen. Ranja, frisdrank (geen light) of druivensuiker bijvoorbeeld.

Hypo’s en zwangerschap  
Als u  zwangerschapsdiabetes heeft en alleen  een dieet volgt, krijgt u geen hypo’s. Alleen als u insuline gebruikt,  kunt u hypo’s krijgen. Tijdens de zwangerschap wordt naar lagere  glucosewaarden gestreefd, dan normaal. De kans op het ontstaan van te  lage waardes, hypo’s, is daardoor veel groter.

Hypo-unawareness   
Als u vaak hypo’s heeft, kunt  u  ‘hypo-unaware’ worden. U voelt hypo’s dan minder goed aankomen en grijpt  daardoor niet op tijd in. U kunt dus sneller bewusteloos raken. Als u  door een hypo buiten bewustzijn bent, moet u weer worden bijgebracht.  Iemand anders kan dan een gel met glucose in u mond doen waardoor uw  bloedglucosewaarde stijgt. Er is ook een medicijn waarmee de  bloedglucosewaarde snel omhoog gaat: glucagon. Dit wordt altijd door een  ander geïnjecteerd. De diabetesverpleegkundige en apotheker leggen uit  hoe de gel en glucagon worden gebruikt.

Meten van bloedglucosewaarden  
Als u diabetes heeft en zwanger bent, moet u  regelmatig uw bloedglucosewaarden meten. Door die metingen kunt u zien  hoe het met uw diabetes gaat en dat is belangrijk voor de gezondheid van  uw baby. Met een glucosemeter kunt u meten wat uw bloedglucosewaarde  is. Dat doet u door een prikje in uw vinger. Vaak zult u verschillende  keren op een dag de bloedglucosewaarde meten. Dit heet een dagcurve.

Streefwaarden  
De hoeveelheid glucose in het bloed wordt gemeten in millimol per liter, afgekort als mmol/l.
Tijdens de zwangerschap gelden de volgende streefwaarden:

  • Nuchter (minstens 8 uur niet gegeten of gedronken): lager dan 5,3 mmol/l.
  • Eén uur na de maaltijd: lager dan 7,9 mmol/l.
  • Twee uur na de maaltijd: lager dan 6,8 mmol/l.

Let op: dit zijn lagere streefwaarden dan wanneer je niet zwanger bent.

Zwanger en diabetes type 1 en 2

Diabetes type 1 en 2  
De behandeling van diabetes type 1 en 2 in de  zwangerschap begint al voordat u zwanger bent. Uw glucoseregulatie moet  tijdens de zwangerschap heel goed zijn, omdat te hoge  bloedglucosewaarden schadelijk zijn voor uw baby. Hoge  bloedglucosewaarden zijn vooral in de eerste weken van de zwangerschap  gevaarlijk, dus ook in de weken dat u nog niet weet dat u zwanger bent.  In die periode worden de organen van de baby aangelegd. Als u dan niet  goed bent ingesteld, is de kans groter dat uw baby aangeboren  afwijkingen ontwikkelt zoals een open ruggetje of hartafwijkingen.
Als u weet dat u zwanger wilt worden, overleg  dat met uw arts. Bij vrouwen met diabetes type 1 is dit de internist of  de gynaecoloog. Als je diabetes type 2 hebt, verwijst de huisarts u naar  de internist. Samen worden de risico’s bekeken en spreekt u af hoe u  zich voorbereidt, bijvoorbeeld welke medicijnen u veilig kunt nemen en  of en hoe u insuline gaat gebruiken.

Foliumzuur  
Net als andere vrouwen die zwanger willen  worden, begint u voor de zwangerschap met het slikken van extra  foliumzuur (400- 500 microgram per dag). De kans dat uw baby  neuralebuisdefecten ontwikkelt zoals een open ruggetje, wordt hierdoor  kleiner. U slikt foliumzuurtabletten zodra u stopt met  voorbehoedsmiddelen en gaat hiermee door tot u tien weken zwanger bent.

HbA1c  
Uw HbA1c moet voor en tijdens de zwangerschap  het liefst zo dicht mogelijk bij de normale grenzen liggen. Dit betekent  tussen 31 en 43 mmol/ mol (oud: 5  6.1 procent). Dit is vaak niet  mogelijk omdat u dan veel hypo’s krijgt. Daarom wordt een waarde van  maximaal 53 mmol/l (oud: 7 procent) aangehouden als veilige grens. Maar  een goed HbA1c is niet genoeg. Ook uw dagcurves moeten goed zijn. U kunt  namelijk een goed HbA1c hebben en toch regelmatig hoge pieken hebben.  Die hoge pieken kunnen schadelijk zijn voor de baby.

Insuline bij type 2 
Als u diabetes type 2 hebt en tabletten  gebruikt, zult u meestal al voor de zwangerschap overstappen op  insuline. Uw internist of diabetesverpleegkundige legt u uit hoe u  insuline injecteert en hoe vaak en hoeveel u injecteert. Ook vertellen  zij hoe u uw bloedglucosewaarden meet als u dat nog niet eerder hebt  gedaan.

Totdat u zwanger bent, kunt u eventueel weer  in de huisartsenpraktijk begeleid worden voor uw diabetes. Vanaf het  moment dat u zwanger bent, word u voor uw diabetes behandeld door de  internist.

 Medicijnen 
Veel medicijnen kunt u tijdens uw zwangerschap  niet veilig gebruiken. Bijvoorbeeld bepaalde medicijnen tegen hoge  bloeddruk. Gebruikt u naast uw diabetesmedicatie ook andere medicijnen,  bespreek dat dan met uw arts of apotheker. U kunt vaak overstappen op  een ander middel dat wel veilig is.

Controles vooraf
Door een zwangerschap kunt u last krijgen van  nierproblemen en problemen in uw ogen. Daarom moeten al voor de  zwangerschap uw ogen en nieren worden gecontroleerd. Dan kan er op tijd  worden ingegrepen.
Ook tijdens de zwangerschap en na de bevalling worden  uw ogen gecontroleerd.
Als u diabetes type 1 hebt, moet ook worden  gekeken of de schildklier goed werkt. Schildklierproblemen komen  namelijk vaker voor bij diabetes type 1. Deze problemen moeten tijdens  de zwangerschap goed worden behandeld, anders kan uw kind er schade door  ondervinden. Ook na de bevalling is het belangrijk dat wordt  gecontroleerd of uw schildklier goed werkt.

Vitamine D  
Vitamine D is nodig om calcium goed op te nemen uit de voeding.
Calcium zorgt voor de opbouw en instandhouding van een stevig skelet.

 Het is voor uw gezondheid en voor die van uw  baby belangrijk dat de diabetes tijdens uw zwangerschap zo goed mogelijk  wordt behandeld. Diabetes in de zwangerschap brengt namelijk risico’s  met zich mee, voor u en voor uw baby. Deze risico’s zijn groter als u   bloedglucosewaarden te hoog zijn.

Risico’s van diabetes bij zwangerschap   

Hieronder vindt u een overzicht van de risico’s van diabetes bij zwangerschap.

Misschien schrikt u hiervan, het is niet niks.  Juist vanwege deze risico’s houden de zorgverleners u en uw baby goed  in de gaten. Ze kunnen dan op tijd ingrijpen als dat nodig is. Gelukkig  verlopen de meeste zwangerschappen van vrouwen met diabetes goed en hun  baby’s worden gezond geboren.

Voor alle vormen van diabetes:  

  •  De kans dat uw baby zwaar is bij de  geboorte, is groter. Dat gebeurt vooral als u te hoge  bloedglucosewaarden heeft tijdens de zwangerschap, de baby krijgt dan te  veel glucose binnen. Een zware baby kan de bevalling moeilijker maken.  Bij vrouwen met diabetes wordt daarom vaker gekozen voor een inleiding  of kunstverlossing.
  • Als uw baby zwaar is bij de geboorte, heeft ze op latere leeftijd meer kans op overgewicht en op diabetes type 2.
  • De kans op vroeggeboorte is groter, vooral bij vrouwen die al diabetes hebben voordat zij zwanger worden.
  • Uw baby kan na de geboorte last krijgen van te lage bloedglucosewaarden (hypo’s). Dat wordt goed gecontroleerd.
  • De kans dat een baby van een moeder met  diabetes tijdens de zwangerschap overlijdt, is groter, vooral in de  laatste weken van de zwangerschap. Gelukkig komt dit zelden voor.

 Als u al diabetes heeft voordat u zwanger wordt:  

  • Het is erg belangrijk dat u goed bent  ingesteld op het moment dat u zwanger wordt. Een goede instelling  verkleint de kans op een miskraam en op aangeboren afwijkingen.
  • Als u niet goed bent ingesteld, is de kans  groter dat uw baby aangeboren afwijkingen heeft, bijvoorbeeld een open  ruggetje of een hartafwijking. Hoge bloedglucosewaarden tijdens de eerste  drie maanden van de zwangerschap zijn hiervan de belangrijkste oorzaak.  In deze periode worden namelijk het ruggenmerg, het hart en de hersenen  aangelegd.
  • De kans op te hoge bloeddruk en  zwangerschapsvergiftiging is groter, vooral als u diabetes type 1 heeft.  Als u vaatcomplicaties heeft, is de kans hierop ook groter.
  • U kunt tijdens de zwangerschap oogproblemen  krijgen (retinopathie). Dat gebeurt vooral bij vrouwen die hier voor de  zwangerschap ook al last van hadden. De afwijking is goed te behandelen  als deze tijdig ontdekt wordt. Daarom is extra controle belangrijk.

 Er zijn verschillende manieren om diabetes te behandelen. Hoe dat gebeurt, hangt af van de soort diabetes. Het doel van de behandeling is wel altijd hetzelfde: zorgen voor goede bloedglucosewaarden.

Erfelijkheid  
Als u diabetes heeft en zwanger bent, zult u  zich waarschijnlijk afvragen of uw kind meer kans heeft om ook diabetes  te krijgen. Erfelijkheid speelt een rol bij diabetes. Bij diabetes type 2  is die rol groter dan bij diabetes type 1. 

Zwangerschapsdiabetes

Ongeveer vijf procent van de zwangere vrouwen krijgt zwangerschapsdiabetes.
Bij iedere zwangere vrouw wordt in de eerste drie maanden van de zwangerschap gecontroleerd of ze zwangerschapsdiabetes heeft.

De kans dat u  zwangerschapsdiabetes krijgt, is groter als:  

  • U al eerder zwangerschapsdiabetes hebt gehad.
  • U overgewicht heeft (BMI 30 of hoger).
  • U eerder een zwaar kind hebt gekregen (meer dan 4500 gram).
  • Uw vader, moeder, broer of zus diabetes type 2 heeft.
  • U van Afrikaanse, Zuid-Aziatische of Midden  Oosterse afkomst bent (bijvoorbeeld uit Turkije, Marokko, Pakistan,  Suriname, Ghana of de Antillen).
  • U in een eerdere zwangerschap om onverklaarbare reden uw baby hebt verloren.
  • U Polycysteus-ovariumsyndroom hebt (PCOS).

Extra onderzoek   
Als u een grotere kans heeft om  zwangerschapsdiabetes te krijgen, krijgt u tussen de 24e en 28e week van  de zwangerschap een OGTT, orale glucosetolerantietest (suikertest).
U moet daarvoor nuchter naar het laboratorium  komen. Daar drinkt u een heel zoet drankje, vaak meerdere bekers. Voor  en na het drinken worden uw bloedglucosewaarde gemeten om te kijken of u  zwangerschapsdiabetes hebt.

Zwangerschapsdiabetes en dan?  
Voor uw zwangerschapsdiabetes komt u onder  behandeling van een diabetesteam in het ziekenhuis. Hoofd van dit team  is de internist.  

Behandeling zwangerschapsdiabetes 
Zwangerschapsdiabetes wordt meestal eerst één  of twee weken behandeld met een dieet en meer beweging. In deze periode  controleert u minstens twee dagen per week verschillende keren per dag  hoe hoog uw bloedglucosewaarden zijn. De diëtist en de  diabetesverpleegkundige vertellen u hoe u dat doet.

Helpt het dieet niet voldoende, dan stapt u  over op insuline. De internist, diabetesverpleegkundige en diëtist  begeleiden u daarbij. Ook als u insuline gebruikt, controleert u  regelmatig uw bloedglucosewaarden om te voorkomen dat ze te hoog of te  laag worden.  
Heeft u (nog) geen insuline nodig, dan blijf u het dieet volgen en controleert u regelmatig uw bloedglucose.

Er zijn verschillende manieren om diabetes te  behandelen. Hoe dat gebeurt, hangt af van het soort diabetes. Het doel  van de behandeling is wel altijd hetzelfde: zorgen voor goede  bloedglucosewaarden.

Verloskundige of gynaecoloog  
Bijna alle vrouwen met zwangerschapsdiabetes  worden door de verloskundige overgedragen aan de gynaecoloog. Iedereen  met zwangerschapsdiabetes krijgt vaker een echo om de groei van de baby  goed in de gaten te houden.

Het is voor uw gezondheid en voor die van u  baby belangrijk dat de diabetes tijdens de zwangerschap zo goed mogelijk  wordt behandeld. Diabetes in de zwangerschap brengt namelijk risico’s  met zich mee, voor u en voor uw baby. Deze risico’s zijn groter als uw bloedglucosewaarden te hoog zijn.

Bevallen met Diabetes en
zwangerschaps diabetes

De bevalling 
Alle vrouwen met diabetes type 1, type 2 of zwangerschapsdiabetes bevallen in het ziekenhuis onder toezicht van een gynaecoloog.
In veel ziekenhuizen wordt ervoor gekozen om de bevalling in te leiden vanaf week 38 van de zwangerschap. Het kan nodig zijn om de bevalling nog eerder op te wekken, bijvoorbeeld omdat het niet goed gaat met uw baby of omdat u zwangerschapsvergiftiging heeft. Bij vrouwen met diabetes wordt vaker dan gemiddeld een keizersnede uitgevoerd.
Tijdens de bevalling worden uw  bloedglucosewaarden goed gecontroleerd. U krijgt een infuus om insuline  of glucose toe te kunnen dienen als dat nodig is.

Neem uw eigen bloedsuikerapparaat en bijbehorende strips mee.

Na de bevalling  
Na de geboorte kan uw kind last krijgen van te  lage bloedglucosewaarden. Die lage bloedglucosewaarden ontstaan doordat  uw baby in de baarmoeder gewend was aan veel glucose. Na de bevalling  stopt de toevoer van glucose opeens en dan kan de hoeveelheid  bloedglucose te laag worden. Daarom wordt uw baby de dag na de geboorte  een paar keer gecontroleerd door de verpleegkundige met een prikje in de  hiel. Als er te weinig glucose in het bloed is, krijgt uw baby voeding  zodat de bloedglucosewaarden weer stijgen. Soms is een infuus met  glucose nodig.  

Uw bloedglucosewaarden  bij diabetes type 1 en 2 na de bevalling 
Meestal heeft u na de bevalling minder  insuline nodig dan tijdens de zwangerschap. Als u borstvoeding geeft,  heeft u vaak nog minder insuline nodig. Als u voor de zwangerschap  tabletten gebruikte, dan blijft u insuline gebruiken zolang u  borstvoeding geeft. U kunt tabletten gebruiken als u geen borstvoeding  (meer) geeft. De kans dat u na de bevalling een hypo krijgt, is groter.  Dat komt omdat u opeens veel minder insuline nodig heeft. Dat gebeurt  vooral als u een keizersnede heeft gehad of als u een langere tijd niets  heeft gegeten door de bevalling. Daarom is het belangrijk om uw  bloedglucosewaarden regelmatig te controleren en de hoeveelheid insuline  hierop aan te passen.

De eerste weken tot maanden na de bevalling  hoeft u niet zo scherp te zijn ingesteld. U moet namelijk voorkomen dat u  een hypo krijgt wanneer u uw kindje verzorgt. 

Uw bloedglucosewaarden bij zwangerschapsdiabetes na de bevalling 
Meestal verdwijnt de diabetes  bij  zwangerschapsdiabetes na de bevalling. Als u insuline gebruikte in de  zwangerschap, kunt u daar na de bevalling mee stoppen. U moet nog wel  een paar keer uw bloedglucosewaarden meten om er zeker van te zijn dat  ze weer normaal zijn. De diabetesverpleegkundige vertelt u wanneer u dat  moet doen en hoe hoog de waarden mogen zijn. Soms gaat de diabetes niet  weg en blijkt dat u vermoedelijk al diabetes had voordat u zwanger  werd. Dan heeft u waarschijnlijk ook na de zwangerschap medicatie nodig.

Borstvoeding  
Vrouwen met alle vormen van diabetes kunnen gewoon borstvoeding geven. Borstvoeding geven heeft invloed op uw bloedglucosewaarden, het kost veel energie. Daarom is het belangrijk om uw bloedglucosewaarden regelmatig te controleren en de hoeveelheid insuline hierop aan te passen. Uw apotheker kan u aangeven welke medicijnen u veilig kunt gebruiken tijdens de borstvoedingsperiode.

Anticonceptie  
U kunt in principe alle anticonceptie gebruiken.

Nieuwe zwangerschap 
Als u zwangerschapsdiabetes heeft gehad, is de kans groter dat u het in een volgende zwangerschap weer krijgt. Neem daarom contact op met uw huisarts als u weer zwanger wilt worden. U kunt dan bespreken hoe u zich het beste kunt voorbereiden.

Meer kans op diabetes 
Als u zwangerschapsdiabetes heeft gehad, heeft  u een grotere kans om diabetes type 2 te krijgen. De kans dat u binnen  vijf tot tien jaar diabetes type 2 krijgt, is 50% (kans van 1 op 2).  Laat daarom de komende jaren elk jaar bij uw huisarts de  bloedglucosewaarden, bloeddruk en gewicht controleren. Met uw huisarts  kunt u ook bespreken of u iets kunt doen om de kans op diabetes type 2  te verkleinen, bijvoorbeeld uw eetpatroon aanpassen, afvallen of meer  bewegen.

Deze informatie is overgenomen vanuit de website DeGynaecoloog met aanpassingen die gelden voor het geboortecentrum van het Wilhelmina Kinderziekenhuis.

Deze website met patiënteninformatie is een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Obstretrie en Gynaecologie (NVOG)

Wat is insuline en wat zijn hypo's
en hyper

Wat is insuline  
Veel vrouwen met diabetes gebruiken insuline  in de zwangerschap. Vrouwen met diabetes type 1 gebruiken altijd  insuline. De meeste vrouwen met diabetes type 2 stappen al voor de  zwangerschap over op insuline. En als u zwangerschapsdiabetes hebt en  een dieet helpt niet voldoende, dan wordt er ook insuline voorgeschreven  om de bloedglucosewaarden omlaag te brengen.

Behoefte aan insuline
Tijdens de zwangerschap is er niet altijd  evenveel insuline nodig. Meestal is in de eerste drie maanden de  insulinebehoefte lager. Dat komt door hormonale veranderingen. Bij een  gevorderde zwangerschap, is de behoefte aan insuline juist weer groter.  Het lichaam wordt namelijk ongevoeliger voor insuline. Het is normaal  dat er aan het einde van de zwangerschap twee tot drie keer zoveel  insuline gebruikt wordt als voor de zwangerschap. Omdat de behoefte aan  insuline tijdens de zwangerschap verandert, moet er vaker dan anders de  bloedglucosewaarden gemeten worden, zowel voor als na de maaltijden.  Soms wordt er wel tien keer per etmaal gemeten. Er worden dus meer  teststrips gebruikt dan anders. De zorgverzekering wordt  gevraagd om  extra teststrips te leveren via een machtiging door de zorgverlener.

Continue glucosemeter  
De glucosewaarden kunnen erg schommelen tijdens de zwangerschap.
Het kan daarom handig zijn om een continuglucosemeter te gebruiken.
Zo’n glucosemeter meet 24 uur per dag uw  glucosewaarden. Er kan dan sneller gereageerd worden. Vrouwen met  diabetes die insuline gebruiken (type 1 en type 2), komen in aanmerking  voor vergoeding van een continuglucosemeter door de zorgverzekeraar  tijdens de zwangerschap.  Er wordt een vergoeding gegeven vanaf het  moment dat u zwanger wilt worden. De internist kan de vergoeding  aanvragen bij uw zorgverzekeraar.

Pen of pomp  
Insuline kunt u op verschillende manieren toedienen: met een insulinepen of met een insulinepomp. Een insulinepen is een soort pen met een dun  naaldje. Met die pen injecteer u de insuline in bijvoorbeeld uw been,  bil of buik. U kunt insuline in uw buik injecteren, dat kan geen kwaad  voor de baby. 

Een insulinepomp is een klein apparaat dat aan  uw lichaam bevestigd zit met een naaldje. De meeste pompen hebben een  dun slangetje waardoor de insuline wordt afgegeven. De nieuwere pompjes  zitten op de huid geplakt, geven direct insuline af en hebben een  afstandsbediening. De pomp geeft u de hele dag insuline. U programmeert  de pomp zodat hij de hele dag een basishoeveelheid geeft. Als u gaat  eten, dient u zelf met de pomp extra insuline toe. Dat heet ‘bolussen’.  Een insulinepomp wordt vooral gebruikt door mensen met diabetes type 1.

Soorten insuline 


Werkingsduur

2 - 5 uur

6 tot 8 uur

maximaal 24 uur

Werking

binnen 10-20 minuten

na 30 minuten

na 1 - 4 uur

Soort

Ultrakortwerkend

Kortwerkend

Langwerkend

Zwanger en
diabetes
Wat is diabetes
 

Diabetes of suikerziekte is een stofwisselingsziekte waarbij de bloedsuikerspiegel niet op peil blijft. Bij mensen met diabetes lukt het de insuline in het lichaam niet om de bloedsuiker (bloedglucose) stabiel te houden. De officiële naam van de ziekte is diabetes mellitus.

Soorten diabetes of suikerziekte  

Er zijn meerdere soorten diabetes. De meest voorkomende zijn diabetes type 1 en type 2.

  •  Diabetes type 1: het lichaam maakt zelf geen insuline meer aan.
  • Diabetes type 2: de alvleesklier maakt te weinig insuline aan of de insuline werkt niet goed meer.  Type 2 komt met name voor bij ouderen en bij mensen met overgewicht. Helaas komt dit type ook steeds vaker voor bij jonge mensen.
  • Zwangerschapsdiabetes: sommige vrouwen zonder diabetes ontwikkelen tijdens de zwangerschap diabetes.

Wat is insuline?  

Onze lichaamscellen hebben glucose (bloedsuiker) nodig. Het hormoon insuline zorgt ervoor dat de glucose uit onze voeding via het bloed in de cellen terechtkomt. Maakt het lichaam zelf geen of onvoldoende insuline aan? Dan krijgen de cellen geen glucose en functioneert het lichaam niet. Mensen die zelf geen of onvoldoende insuline aanmaken moeten zichzelf vaak meerdere keren per dag insuline toedienen.

Hoe herken ik diabetes?  

Diabetes is niet altijd makkelijk te herkennen, maar de volgende symptomen kunnen duiden op diabetes. Ga altijd naar de huisarts wanneer u last hebt van een of meerdere van onderstaande klachten:

  • Veel dorst hebben
  • Vaak moeten plassen
  • Een droge mond hebben
  • Heel moe voelen
  • Last hebben van oogontsteking of wazig zien

Diagnose diabetes  

De diagnose diabetes is eenvoudig te stellen. Uw eigen huisarts kan dit doen door een druppel bloed uit uw vinger te nemen. Met een bloedglucosemeter ziet hij hoe hoog uw glucosespiegel is.

Complicaties diabetes   
Bij alle typen diabetes kan iemand een hypo (lage bloedglucosewaarde) en hyper (hoge bloedglucosewaarde) krijgen. Als een hypo ernstig is of een hyper lang duurt, bestaat het risico op een coma of zelfs overlijden.

Op de lange termijn kan diabetes complicaties tot gevolg hebben:

  • Problemen met de voeten (voetwonden of ulcera)
  • Verminderde functie van de nieren (nefropathie)
  • Beschadigde zenuwen (neuropathie)
  • Problemen met de ogen (retinopathie)
  • Beperkte beweeglijkheid van gewrichten (cheiroarthropathie)
  • Gebitsproblemen
  • Problemen op het gebied van seksualiteit

Leefstijl  

Een goede behandeling van diabetes bestaat uit twee onderdelen:

  1. Medicijnen
  2. Een gezonde leefstijl

Door uw leefstijl heeft u veel invloed op de hoeveelheid glucose in uw bloed. Regelmatig bewegen en niet te veel koolhydraten in uw voedsel maken veel verschil. Zeker als u diabetes type 2 heeft. Een gezonde leefstijl heeft net als medicatie zeer veel effect. U ervaart bijna onmiddellijk de voordelen: uw bloedglucosewaarden dalen en u bent fitter.

Gezonde leefstijl als preventie   
Ook mensen met diabetes type 1 hebben baat bij een gezonde leefstijl. Het is namelijk de beste manier om klachten en latere complicaties zoveel mogelijk te voorkomen. Door diabetes kunnen bloedvaten en zenuwen extra schade oplopen. Een verstandige leefstijl is dan extra belangrijk. Een paar tips:

  • Gezond gewicht door voldoende bewegen (minimaal 30 minuten per dag)
  • Gezonde voeding
  • Niet roken
  • Matig met alcohol

Voeding   
Heeft u diabetes, dan weet u dat voeding een belangrijke rol speelt om zo gezond mogelijk te blijven. Niemand hoeft u dat nog te vertellen. Maar wat is gezonde voeding? En moet u vanwege uw diabetes nog speciaal ergens rekening mee houden? Dat zet de Voedingsrichtlijn van de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF) op een rijtje.

Zorgverleners gebruiken de Voedingsrichtlijn (2015) als basis voor hun adviezen. Diabetesvereniging Nederland nam deel aan de werkgroep, die de voedingsrichtlijn heeft voorzien van nieuwe wetenschappelijke inzichten en ontwikkelingen.

Verschillende vormen van diabetes

Er bestaan verschillende typen diabetes.  Iedere soort heeft zijn eigen oorzaken. Naar die oorzaken wordt veel  onderzoek gedaan, want er is nog veel onbekend.

Diabetes type 1  
Bij diabetes type 1 maakt de alvleesklier geen  insuline meer aan. De oorzaak van diabetes type 1 is nog niet bekend.  Mogelijk spelen virussen, milieufactoren en voeding een rol. Ook lijkt  er een beperkte rol te zijn voor erfelijkheid.

Diabetes type 2  
Bij diabetes type 2 maakt de alvleesklier te  weinig insuline aan of de alvleesklier maakt wel voldoende insuline aan,  maar deze kan zijn werk niet goed doen. In veel gevallen is overgewicht  de oorzaak. Voeding en beweging spelen daarbij een rol. Ook is er  waarschijnlijk een erfelijke component. 

MODY/LADA  
Bij MODY is sprake van een verminderde  insulineproductie door de alvleesklier. De oorzaak daarvan is een  erfelijke afwijking, waardoor de bètacel in de alvleesklier onvoldoende  functioneert. LADA is een latente vorm van diabetes bij volwassenen als  gevolg van een stoornis in de afweer. LADA onderscheidt zich van type 1  doordat het zich trager ontwikkelt.

 

Zwangerschapsdiabetes    
2 tot 5 procent van de zwangere vrouwen  ontwikkelt in de tweede helft van de zwangerschap zwangerschapsdiabetes.  Tijdens de zwangerschap treden er dan wijzigingen op in de  stofwisseling van koolhydraten. Dit gebeurt onder invloed van de  hormonen die worden aangemaakt door de placenta. Deze hormonen remmen de  werking van insuline af.

Zwanger en diabetes type 1 en 2

Diabetes type 1 en 2  
De behandeling van diabetes type 1 en 2 in de  zwangerschap begint al voordat u zwanger bent. Uw glucoseregulatie moet  tijdens de zwangerschap heel goed zijn, omdat te hoge  bloedglucosewaarden schadelijk zijn voor uw baby. Hoge  bloedglucosewaarden zijn vooral in de eerste weken van de zwangerschap  gevaarlijk, dus ook in de weken dat u nog niet weet dat u zwanger bent.  In die periode worden de organen van de baby aangelegd. Als u dan niet  goed bent ingesteld, is de kans groter dat uw baby aangeboren  afwijkingen ontwikkelt zoals een open ruggetje of hartafwijkingen.
Als u weet dat u zwanger wilt worden, overleg  dat met uw arts. Bij vrouwen met diabetes type 1 is dit de internist of  de gynaecoloog. Als je diabetes type 2 hebt, verwijst de huisarts u naar  de internist. Samen worden de risico’s bekeken en spreekt u af hoe u  zich voorbereidt, bijvoorbeeld welke medicijnen u veilig kunt nemen en  of en hoe u insuline gaat gebruiken.

Foliumzuur  
Net als andere vrouwen die zwanger willen  worden, begint u voor de zwangerschap met het slikken van extra  foliumzuur (400- 500 microgram per dag). De kans dat uw baby  neuralebuisdefecten ontwikkelt zoals een open ruggetje, wordt hierdoor  kleiner. U slikt foliumzuurtabletten zodra u stopt met  voorbehoedsmiddelen en gaat hiermee door tot u tien weken zwanger bent.

HbA1c  
Uw HbA1c moet voor en tijdens de zwangerschap  het liefst zo dicht mogelijk bij de normale grenzen liggen. Dit betekent  tussen 31 en 43 mmol/ mol (oud: 5  6.1 procent). Dit is vaak niet  mogelijk omdat u dan veel hypo’s krijgt. Daarom wordt een waarde van  maximaal 53 mmol/l (oud: 7 procent) aangehouden als veilige grens. Maar  een goed HbA1c is niet genoeg. Ook uw dagcurves moeten goed zijn. U kunt  namelijk een goed HbA1c hebben en toch regelmatig hoge pieken hebben.  Die hoge pieken kunnen schadelijk zijn voor de baby.

Insuline bij type 2 
Als u diabetes type 2 hebt en tabletten  gebruikt, zult u meestal al voor de zwangerschap overstappen op  insuline. Uw internist of diabetesverpleegkundige legt u uit hoe u  insuline injecteert en hoe vaak en hoeveel u injecteert. Ook vertellen  zij hoe u uw bloedglucosewaarden meet als u dat nog niet eerder hebt  gedaan.

Totdat u zwanger bent, kunt u eventueel weer  in de huisartsenpraktijk begeleid worden voor uw diabetes. Vanaf het  moment dat u zwanger bent, word u voor uw diabetes behandeld door de  internist.

 Medicijnen 
Veel medicijnen kunt u tijdens uw zwangerschap  niet veilig gebruiken. Bijvoorbeeld bepaalde medicijnen tegen hoge  bloeddruk. Gebruikt u naast uw diabetesmedicatie ook andere medicijnen,  bespreek dat dan met uw arts of apotheker. U kunt vaak overstappen op  een ander middel dat wel veilig is.

Controles vooraf
Door een zwangerschap kunt u last krijgen van  nierproblemen en problemen in uw ogen. Daarom moeten al voor de  zwangerschap uw ogen en nieren worden gecontroleerd. Dan kan er op tijd  worden ingegrepen.
Ook tijdens de zwangerschap en na de bevalling worden  uw ogen gecontroleerd.
Als u diabetes type 1 hebt, moet ook worden  gekeken of de schildklier goed werkt. Schildklierproblemen komen  namelijk vaker voor bij diabetes type 1. Deze problemen moeten tijdens  de zwangerschap goed worden behandeld, anders kan uw kind er schade door  ondervinden. Ook na de bevalling is het belangrijk dat wordt  gecontroleerd of uw schildklier goed werkt.

Vitamine D  
Vitamine D is nodig om calcium goed op te nemen uit de voeding.
Calcium zorgt voor de opbouw en instandhouding van een stevig skelet.

 Het is voor uw gezondheid en voor die van uw  baby belangrijk dat de diabetes tijdens uw zwangerschap zo goed mogelijk  wordt behandeld. Diabetes in de zwangerschap brengt namelijk risico’s  met zich mee, voor u en voor uw baby. Deze risico’s zijn groter als u   bloedglucosewaarden te hoog zijn.

Risico’s van diabetes bij zwangerschap   

Hieronder vindt u een overzicht van de risico’s van diabetes bij zwangerschap.

Misschien schrikt u hiervan, het is niet niks.  Juist vanwege deze risico’s houden de zorgverleners u en uw baby goed  in de gaten. Ze kunnen dan op tijd ingrijpen als dat nodig is. Gelukkig  verlopen de meeste zwangerschappen van vrouwen met diabetes goed en hun  baby’s worden gezond geboren.

Voor alle vormen van diabetes:  

  •  De kans dat uw baby zwaar is bij de  geboorte, is groter. Dat gebeurt vooral als u te hoge  bloedglucosewaarden heeft tijdens de zwangerschap, de baby krijgt dan te  veel glucose binnen. Een zware baby kan de bevalling moeilijker maken.  Bij vrouwen met diabetes wordt daarom vaker gekozen voor een inleiding  of kunstverlossing.
  • Als uw baby zwaar is bij de geboorte, heeft ze op latere leeftijd meer kans op overgewicht en op diabetes type 2.
  • De kans op vroeggeboorte is groter, vooral bij vrouwen die al diabetes hebben voordat zij zwanger worden.
  • Uw baby kan na de geboorte last krijgen van te lage bloedglucosewaarden (hypo’s). Dat wordt goed gecontroleerd.
  • De kans dat een baby van een moeder met  diabetes tijdens de zwangerschap overlijdt, is groter, vooral in de  laatste weken van de zwangerschap. Gelukkig komt dit zelden voor.

 Als u al diabetes heeft voordat u zwanger wordt:  

  • Het is erg belangrijk dat u goed bent  ingesteld op het moment dat u zwanger wordt. Een goede instelling  verkleint de kans op een miskraam en op aangeboren afwijkingen.
  • Als u niet goed bent ingesteld, is de kans  groter dat uw baby aangeboren afwijkingen heeft, bijvoorbeeld een open  ruggetje of een hartafwijking. Hoge bloedglucosewaarden tijdens de eerste  drie maanden van de zwangerschap zijn hiervan de belangrijkste oorzaak.  In deze periode worden namelijk het ruggenmerg, het hart en de hersenen  aangelegd.
  • De kans op te hoge bloeddruk en  zwangerschapsvergiftiging is groter, vooral als u diabetes type 1 heeft.  Als u vaatcomplicaties heeft, is de kans hierop ook groter.
  • U kunt tijdens de zwangerschap oogproblemen  krijgen (retinopathie). Dat gebeurt vooral bij vrouwen die hier voor de  zwangerschap ook al last van hadden. De afwijking is goed te behandelen  als deze tijdig ontdekt wordt. Daarom is extra controle belangrijk.

 Er zijn verschillende manieren om diabetes te behandelen. Hoe dat gebeurt, hangt af van de soort diabetes. Het doel van de behandeling is wel altijd hetzelfde: zorgen voor goede bloedglucosewaarden.

Erfelijkheid  
Als u diabetes heeft en zwanger bent, zult u  zich waarschijnlijk afvragen of uw kind meer kans heeft om ook diabetes  te krijgen. Erfelijkheid speelt een rol bij diabetes. Bij diabetes type 2  is die rol groter dan bij diabetes type 1. 

Bevallen met Diabetes en
zwangerschaps diabetes

De bevalling 
Alle vrouwen met diabetes type 1, type 2 of zwangerschapsdiabetes bevallen in het ziekenhuis onder toezicht van een gynaecoloog.
In veel ziekenhuizen wordt ervoor gekozen om de bevalling in te leiden vanaf week 38 van de zwangerschap. Het kan nodig zijn om de bevalling nog eerder op te wekken, bijvoorbeeld omdat het niet goed gaat met uw baby of omdat u zwangerschapsvergiftiging heeft. Bij vrouwen met diabetes wordt vaker dan gemiddeld een keizersnede uitgevoerd.
Tijdens de bevalling worden uw  bloedglucosewaarden goed gecontroleerd. U krijgt een infuus om insuline  of glucose toe te kunnen dienen als dat nodig is.

Neem uw eigen bloedsuikerapparaat en bijbehorende strips mee.

Na de bevalling  
Na de geboorte kan uw kind last krijgen van te  lage bloedglucosewaarden. Die lage bloedglucosewaarden ontstaan doordat  uw baby in de baarmoeder gewend was aan veel glucose. Na de bevalling  stopt de toevoer van glucose opeens en dan kan de hoeveelheid  bloedglucose te laag worden. Daarom wordt uw baby de dag na de geboorte  een paar keer gecontroleerd door de verpleegkundige met een prikje in de  hiel. Als er te weinig glucose in het bloed is, krijgt uw baby voeding  zodat de bloedglucosewaarden weer stijgen. Soms is een infuus met  glucose nodig.  

Uw bloedglucosewaarden  bij diabetes type 1 en 2 na de bevalling 
Meestal heeft u na de bevalling minder  insuline nodig dan tijdens de zwangerschap. Als u borstvoeding geeft,  heeft u vaak nog minder insuline nodig. Als u voor de zwangerschap  tabletten gebruikte, dan blijft u insuline gebruiken zolang u  borstvoeding geeft. U kunt tabletten gebruiken als u geen borstvoeding  (meer) geeft. De kans dat u na de bevalling een hypo krijgt, is groter.  Dat komt omdat u opeens veel minder insuline nodig heeft. Dat gebeurt  vooral als u een keizersnede heeft gehad of als u een langere tijd niets  heeft gegeten door de bevalling. Daarom is het belangrijk om uw  bloedglucosewaarden regelmatig te controleren en de hoeveelheid insuline  hierop aan te passen.

De eerste weken tot maanden na de bevalling  hoeft u niet zo scherp te zijn ingesteld. U moet namelijk voorkomen dat u  een hypo krijgt wanneer u uw kindje verzorgt. 

Uw bloedglucosewaarden bij zwangerschapsdiabetes na de bevalling 
Meestal verdwijnt de diabetes  bij  zwangerschapsdiabetes na de bevalling. Als u insuline gebruikte in de  zwangerschap, kunt u daar na de bevalling mee stoppen. U moet nog wel  een paar keer uw bloedglucosewaarden meten om er zeker van te zijn dat  ze weer normaal zijn. De diabetesverpleegkundige vertelt u wanneer u dat  moet doen en hoe hoog de waarden mogen zijn. Soms gaat de diabetes niet  weg en blijkt dat u vermoedelijk al diabetes had voordat u zwanger  werd. Dan heeft u waarschijnlijk ook na de zwangerschap medicatie nodig.

Borstvoeding  
Vrouwen met alle vormen van diabetes kunnen gewoon borstvoeding geven. Borstvoeding geven heeft invloed op uw bloedglucosewaarden, het kost veel energie. Daarom is het belangrijk om uw bloedglucosewaarden regelmatig te controleren en de hoeveelheid insuline hierop aan te passen. Uw apotheker kan u aangeven welke medicijnen u veilig kunt gebruiken tijdens de borstvoedingsperiode.

Anticonceptie  
U kunt in principe alle anticonceptie gebruiken.

Nieuwe zwangerschap 
Als u zwangerschapsdiabetes heeft gehad, is de kans groter dat u het in een volgende zwangerschap weer krijgt. Neem daarom contact op met uw huisarts als u weer zwanger wilt worden. U kunt dan bespreken hoe u zich het beste kunt voorbereiden.

Meer kans op diabetes 
Als u zwangerschapsdiabetes heeft gehad, heeft  u een grotere kans om diabetes type 2 te krijgen. De kans dat u binnen  vijf tot tien jaar diabetes type 2 krijgt, is 50% (kans van 1 op 2).  Laat daarom de komende jaren elk jaar bij uw huisarts de  bloedglucosewaarden, bloeddruk en gewicht controleren. Met uw huisarts  kunt u ook bespreken of u iets kunt doen om de kans op diabetes type 2  te verkleinen, bijvoorbeeld uw eetpatroon aanpassen, afvallen of meer  bewegen.

Deze informatie is overgenomen vanuit de website DeGynaecoloog met aanpassingen die gelden voor het geboortecentrum van het Wilhelmina Kinderziekenhuis.

Deze website met patiënteninformatie is een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Obstretrie en Gynaecologie (NVOG)

De meeste mensen met diabetes type 1 injecteren meerdere keren per dag. Bijvoorbeeld één keer langwerkende  insuline en voor elke maaltijd (ultra)kortwerkende. Bij diabetes type 2  en zwangerschapsdiabetes is één keer per dag injecteren soms al  voldoende. De internist en diabetesverpleegkundige bepalen welk schema  het beste bij u past.

Insuline en je baby  
Veel vrouwen zijn bang dat insuline niet goed is voor hun ongeboren baby.
Gelukkig heeft insuline geen nadelen voor uw  baby. Insuline passeert de placenta niet en het komt niet bij uw baby.  Het is veel gevaarlijker voor uw baby als u géén of te weinig insuline  gebruikt. Dan blijft er namelijk te veel glucose in uw  bloed. Glucose passeert de placenta wel. Uw baby krijgt dan teveel  glucose binnen met alle risico’s van dien.

Injecteren in je buik 
Misschien vind u het eng om insuline in uw  buik te injecteren nu u zwanger bent. Gelukkig kunt u met een  insulinepennaaldje of pompnaaldje onmogelijk de baarmoeder raken.
Voor de baby kan het toedienen van insuline in  de buik geen kwaad. Wel kan het pijnlijk worden om in je buik te  prikken, zeker in de laatste weken van de zwangerschap als uw buik strak  gespannen is. Bespreek dan met uw internist of diabetesverpleegkundige  of u op een andere plek kunt prikken. Bijvoorbeeld in de bil of  bovenbeen.

Hyper en Hypo's   

Hyper  
Uw bloedglucosewaarden kunnen te hoog of te  laag worden. Een bloedglucosewaarde hoger dan 7,8 mmol/l heet  hyperglykemie of hyper. Er moeten zoveel mogelijk hypers voorkomen  worden. Te hoge bloedglucosewaarden zijn niet goed voor uw baby. Als u  toch een hyper hebt, moet u ervoor zorgen dat je bloedglucosewaarde  daalt. Met de diabetesverpleegkundige spreekt u af hoe u dat doet.

Hypo
Een hypoglykemie of hypo is het  tegenovergestelde van een hyperglykemie. Een waarde onder 3.9 mmol/l  wordt hypo genoemd. Van een hypo kunt u veel last hebben, onder andere:  trillen, hartkloppingen, zweten, misselijkheid, hoofdpijn, honger,  moeheid, snelle hartslag en een sterk veranderende stemming en gedrag.  Als de bloedglucosewaarde erg laag is, kunt u in de war raken, duizelig  worden, onduidelijk gaan praten, troebel zien en uiteindelijk zelfs  bewusteloos raken. Gelukkig zijn er geen aanwijzingen dat een hypo nadelig is voor uw baby.

Een hypo kan verschillende oorzaken hebben: u  heeft te veel insuline gespoten, u heeft minder gegeten dan u verwachtte  of u heeft meer bewogen dan u van plan was. Als u een hypo heeft, moet  er snel meer glucose in u bloed komen. Dat kan door iets te eten of  drinken waar suikers inzitten die snel door het lichaam worden  opgenomen. Ranja, frisdrank (geen light) of druivensuiker bijvoorbeeld.

Hypo’s en zwangerschap  
Als u  zwangerschapsdiabetes heeft en alleen  een dieet volgt, krijgt u geen hypo’s. Alleen als u insuline gebruikt,  kunt u hypo’s krijgen. Tijdens de zwangerschap wordt naar lagere  glucosewaarden gestreefd, dan normaal. De kans op het ontstaan van te  lage waardes, hypo’s, is daardoor veel groter.

Hypo-unawareness   
Als u vaak hypo’s heeft, kunt  u  ‘hypo-unaware’ worden. U voelt hypo’s dan minder goed aankomen en grijpt  daardoor niet op tijd in. U kunt dus sneller bewusteloos raken. Als u  door een hypo buiten bewustzijn bent, moet u weer worden bijgebracht.  Iemand anders kan dan een gel met glucose in u mond doen waardoor uw  bloedglucosewaarde stijgt. Er is ook een medicijn waarmee de  bloedglucosewaarde snel omhoog gaat: glucagon. Dit wordt altijd door een  ander geïnjecteerd. De diabetesverpleegkundige en apotheker leggen uit  hoe de gel en glucagon worden gebruikt.

Meten van bloedglucosewaarden  
Als u diabetes heeft en zwanger bent, moet u  regelmatig uw bloedglucosewaarden meten. Door die metingen kunt u zien  hoe het met uw diabetes gaat en dat is belangrijk voor de gezondheid van  uw baby. Met een glucosemeter kunt u meten wat uw bloedglucosewaarde  is. Dat doet u door een prikje in uw vinger. Vaak zult u verschillende  keren op een dag de bloedglucosewaarde meten. Dit heet een dagcurve.

Streefwaarden  
De hoeveelheid glucose in het bloed wordt gemeten in millimol per liter, afgekort als mmol/l.
Tijdens de zwangerschap gelden de volgende streefwaarden:

  • Nuchter (minstens 8 uur niet gegeten of gedronken): lager dan 5,3 mmol/l.
  • Eén uur na de maaltijd: lager dan 7,9 mmol/l.
  • Twee uur na de maaltijd: lager dan 6,8 mmol/l.

Let op: dit zijn lagere streefwaarden dan wanneer je niet zwanger bent.

Zwangerschaps-
diabetes

Ongeveer vijf procent van de zwangere vrouwen krijgt zwangerschapsdiabetes.
Bij iedere zwangere vrouw wordt in de eerste drie maanden van de zwangerschap gecontroleerd of ze zwangerschapsdiabetes heeft.

De kans dat u  zwangerschapsdiabetes krijgt, is groter als:  

  • U al eerder zwangerschapsdiabetes hebt gehad.
  • U overgewicht heeft (BMI 30 of hoger).
  • U eerder een zwaar kind hebt gekregen (meer dan 4500 gram).
  • Uw vader, moeder, broer of zus diabetes type 2 heeft.
  • U van Afrikaanse, Zuid-Aziatische of Midden  Oosterse afkomst bent (bijvoorbeeld uit Turkije, Marokko, Pakistan,  Suriname, Ghana of de Antillen).
  • U in een eerdere zwangerschap om onverklaarbare reden uw baby hebt verloren.
  • U Polycysteus-ovariumsyndroom hebt (PCOS).

Extra onderzoek   
Als u een grotere kans heeft om  zwangerschapsdiabetes te krijgen, krijgt u tussen de 24e en 28e week van  de zwangerschap een OGTT, orale glucosetolerantietest (suikertest).
U moet daarvoor nuchter naar het laboratorium  komen. Daar drinkt u een heel zoet drankje, vaak meerdere bekers. Voor  en na het drinken worden uw bloedglucosewaarde gemeten om te kijken of u  zwangerschapsdiabetes hebt.

Zwangerschapsdiabetes en dan?  
Voor uw zwangerschapsdiabetes komt u onder  behandeling van een diabetesteam in het ziekenhuis. Hoofd van dit team  is de internist.  

Behandeling zwangerschapsdiabetes 
Zwangerschapsdiabetes wordt meestal eerst één  of twee weken behandeld met een dieet en meer beweging. In deze periode  controleert u minstens twee dagen per week verschillende keren per dag  hoe hoog uw bloedglucosewaarden zijn. De diëtist en de  diabetesverpleegkundige vertellen u hoe u dat doet.

Helpt het dieet niet voldoende, dan stapt u  over op insuline. De internist, diabetesverpleegkundige en diëtist  begeleiden u daarbij. Ook als u insuline gebruikt, controleert u  regelmatig uw bloedglucosewaarden om te voorkomen dat ze te hoog of te  laag worden.  
Heeft u (nog) geen insuline nodig, dan blijf u het dieet volgen en controleert u regelmatig uw bloedglucose.

Er zijn verschillende manieren om diabetes te  behandelen. Hoe dat gebeurt, hangt af van het soort diabetes. Het doel  van de behandeling is wel altijd hetzelfde: zorgen voor goede  bloedglucosewaarden.

Verloskundige of gynaecoloog  
Bijna alle vrouwen met zwangerschapsdiabetes  worden door de verloskundige overgedragen aan de gynaecoloog. Iedereen  met zwangerschapsdiabetes krijgt vaker een echo om de groei van de baby  goed in de gaten te houden.

Het is voor uw gezondheid en voor die van u  baby belangrijk dat de diabetes tijdens de zwangerschap zo goed mogelijk  wordt behandeld. Diabetes in de zwangerschap brengt namelijk risico’s  met zich mee, voor u en voor uw baby. Deze risico’s zijn groter als uw bloedglucosewaarden te hoog zijn.

Soort
Ultrakort
werkend
Kort
werkend
Lang
werkend

Werking
binnen
10-20 minuten
na
30 minuten
na
1 - 4 uur

Werkingsduur
2 - 5 uur

6 tot 8 uur

maximaal
24 uur

Wat is insuline en wat zijn hypo's
en hyper

Wat is insuline  
Veel vrouwen met diabetes gebruiken insuline  in de zwangerschap. Vrouwen met diabetes type 1 gebruiken altijd  insuline. De meeste vrouwen met diabetes type 2 stappen al voor de  zwangerschap over op insuline. En als u zwangerschapsdiabetes hebt en  een dieet helpt niet voldoende, dan wordt er ook insuline voorgeschreven  om de bloedglucosewaarden omlaag te brengen.

Behoefte aan insuline
Tijdens de zwangerschap is er niet altijd  evenveel insuline nodig. Meestal is in de eerste drie maanden de  insulinebehoefte lager. Dat komt door hormonale veranderingen. Bij een  gevorderde zwangerschap, is de behoefte aan insuline juist weer groter.  Het lichaam wordt namelijk ongevoeliger voor insuline. Het is normaal  dat er aan het einde van de zwangerschap twee tot drie keer zoveel  insuline gebruikt wordt als voor de zwangerschap. Omdat de behoefte aan  insuline tijdens de zwangerschap verandert, moet er vaker dan anders de  bloedglucosewaarden gemeten worden, zowel voor als na de maaltijden.  Soms wordt er wel tien keer per etmaal gemeten. Er worden dus meer  teststrips gebruikt dan anders. De zorgverzekering wordt  gevraagd om  extra teststrips te leveren via een machtiging door de zorgverlener.

Continue glucosemeter  
De glucosewaarden kunnen erg schommelen tijdens de zwangerschap.
Het kan daarom handig zijn om een continuglucosemeter te gebruiken.
Zo’n glucosemeter meet 24 uur per dag uw  glucosewaarden. Er kan dan sneller gereageerd worden. Vrouwen met  diabetes die insuline gebruiken (type 1 en type 2), komen in aanmerking  voor vergoeding van een continuglucosemeter door de zorgverzekeraar  tijdens de zwangerschap.  Er wordt een vergoeding gegeven vanaf het  moment dat u zwanger wilt worden. De internist kan de vergoeding  aanvragen bij uw zorgverzekeraar.

Pen of pomp  
Insuline kunt u op verschillende manieren toedienen: met een insulinepen of met een insulinepomp. Een insulinepen is een soort pen met een dun  naaldje. Met die pen injecteer u de insuline in bijvoorbeeld uw been,  bil of buik. U kunt insuline in uw buik injecteren, dat kan geen kwaad  voor de baby. 

Een insulinepomp is een klein apparaat dat aan  uw lichaam bevestigd zit met een naaldje. De meeste pompen hebben een  dun slangetje waardoor de insuline wordt afgegeven. De nieuwere pompjes  zitten op de huid geplakt, geven direct insuline af en hebben een  afstandsbediening. De pomp geeft u de hele dag insuline. U programmeert  de pomp zodat hij de hele dag een basishoeveelheid geeft. Als u gaat  eten, dient u zelf met de pomp extra insuline toe. Dat heet ‘bolussen’.  Een insulinepomp wordt vooral gebruikt door mensen met diabetes type 1.

Soorten insuline 


Over ons

'De beste zorg voor nu en in de toekomst'



Omdat ieder mens de beste zorg verdient, legt het UMC Utrecht de lat voortdurend hoog. Het resultaat: vernieuwende, toonaangevende behandelingen die beantwoorden aan de zorgbehoeften van nu en de toekomst. De bijzondere kennis die hiervoor nodig is, ontwikkelen we samen met patiënten(organisaties) en diverse partners. In teamverband werken we aan oplossingen voor grote, medische vraagstukken. Per individuele patiënt wordt gekeken welke behandeling bij hem of haar past. Alles wat wij doen, is erop gericht om mensen gezond te maken en te houden. En waar mogelijk ziekte te voorkomen.

Contact

U kunt algemene informatie opvragen over
het UMC Utrecht via:

E-mail info@umcutrecht.nl of via
Telefoonnummer 088 75 555 55
Website www.umcutrecht.nl

of vul het contactformulier hieronder in:
Vul je naam in
Vul een correct e-mailadres in
Vul een opmerking in
Bedankt, je bericht is verzonden.
Er ging iets mis met het verzenden van het formulier. Probeer het opnieuw.

Zoeken

Zoek via een zoekterm naar een pagina binnen deze publicatie.
Vul minimaal 3 karakters in.

UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Over Epilepsiechirurgie
Slaapproblemen
Het UMC Utrecht in 2019
Overview Infection & Immunity 2019
FAG_PAG
Jaaroverzicht Genetica 2019
Zwanger van een (te) kleine baby
Voeding voor uw baby
Telebaby
Borstvoeding
Open ductus Botalli
Neonatale convulsies
Necrotiserende enterocolitis (NEC)
Idiopathic respiratory distress syndrome
Bronchopulmonale dysplasie
Fototherapie
Vaginale kunstverlossing
Zwangerschap & Bevalling
Sterilisatie
SSRI medicatie tijdens en na de zwangerschap
Opname op afdeling verloskunde
Keizersnede
Inleiding van de bevalling
Tweeling-zwangerschap en andere meerlingen
Serotien, zwangerschap van meer dan 40 weken
Flesvoeding
Hoge bloeddruk, pre-eclampsie en HELLP syndroom tijdens en na de zwangerschap
Totaalruptuur
Gebroken vliezen tijdens de zwangerschap
Voeding voor de zwangere
Pijnbestrijding tijdens de bevalling
Wanneer contact opnemen en wat neem je mee voor de bevalling
Testen op HIV
Groep-B streptokok in de zwangerschap
Zwangerschapscholestase
Rechten in de zorg
Het maatschappelijk werk van het WKZ geboortecentrum
Premature weeën en premature geboorte
Stuitligging en versie
Zwanger en diabetes
Schildklierafwijkingen in de zwangerschap
Anesthesie bij een keizersnede
Bloedverlies tijdens een gevorderde zwangerschap
De baby voelen bewegen tijdens de zwangerschap
Bekkenpijn en bekkeninstabiliteit tijdens de zwangerschap
Beleidsplan Psychiatrie 2020
Weer thuis na de bevalling
Myomen (tijdens de zwangerschap)
Bloedgroep, rhesusfactor en irregulaire antistoffen
Kliniek A2 jeugd
Rigiditeit
Kliniek A3: Diagnostiek en psychose
Ruggenprik en toediening medicijnen
Perfectionisme
Duurzaamheid ervaringsverhalen
Jaarbeeld Urologie 2018
Diagnosedag in het Spieren voor Spieren kindercentrum
Samenwerkingen, juli 2019
Zorglijn A2 Acuut en Intensief Volwassenen
Het UMC Utrecht in 2018
Hersenbloeding bij een pasgeborene
Jaarbeeld 2018, Julius Centrum
Zwanger en een hoge body-mass index (BMI)
Research Code
Verpleegkundige kwaliteitsindicatoren
Over epilepsiechirurgie
Autisme
Beleidsplan Psychiatrie 2019
ODD en CD bij kinderen
Zorg en revalidatie na een Hersenbloeding
Vaktherapie
ADHD en Autisme Spectrum Stoornis in het onderwijs
Klinische behandeling bij ontwikkelingsstoornissen
Zorg bij traumatisch hoofd- en of hersenletsel
Medicatie bij ADHD
ADHD
Een hersentumor: onderzoek, opname, operatie en uitslag
Stemmen horen
Zorg en herstel bij een operatie aan de wervelkolom
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan de onderrug
Verpleegafdeling Affectieve en psychotische stoornissen
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan nek
Zorg en revalidatie na een herseninfarct
Polikliniek afdeling Psychiatrie
Dagdiagnostiek polikliniek Neuromusculaire Ziekten
Stemmen horen Jeugd
Elektroconvulsietherapie
Richtlijn Suïcide-preventie
Kwaliteitsstatuut afdeling Psychiatrie
Polikliniek Ontwikkelingsstoornissen
Zorgprogramma Prikkelverwerking
Meedoen aan onderzoek op de afdeling psychiatrie
Eendagsdiagnostiek
Banquetinggids 2020
Jaarbeeld Genetica 2018
Jaarbeeld OR 2017
Jaarbeeld Urologie 2017
Jaarbeeld Hart & Longen 2017
Jaarbeeld Vrouw & Baby 2015-2017
Het UMC Utrecht in 2017
Jaarbeeld Julius Centrum 2017
IT Board 2017
Jaarbeeld Genetica 2017
Jaarbeeld Urologie 2016
Jaarbeeld Cancer Center 2017
Innovatie in uitvoering
2016 in beeld, UMC Utrecht