Totaalruptuur

Totaalruptuur   •  

Totaalruptuur
Wat is een totaalruptuur?

Een zwangerschap van meer dan één kind is voor de aanstaande ouders meestal een verrassing, maar brengt naast blijdschap ook extra vragen en soms zorgen met zich mee. Voor een grotere meerlingzwangerschap als een drie- of vierling geldt dit nog sterker. Deze folder geeft informatie over soorten meerlingen, het verloop van de zwangerschap, de bevalling en de periode daarna.

Voor de andere vrucht(en) zijn er voor zover bekend geen gevaren. De kans op zwangerschapscomplicaties is door zo’n ‘verdwijnende’ vrucht niet groter geworden.

Wanneer treedt een totaalruptuur op

Op het moment dat het hoofd van een kind wordt  geboren, moet de vagina flink uitrekken. Als de doorgang te smal is, scheurt de vagina in. De scheur loopt soms tot aan de kringspier en de  darm. De kans op inscheuring is verhoogd bij: 

  • een groot kind; 
  • een kunstverlossing, zoals een vacuüm- of tangverlossing; 
  • een kind dat met het hoofd in een afwijkende ligging wordt geboren. 

Tijdens de bevalling zal de verloskundige of  de gynaecoloog het hoofd van uw kind zo voorzichtig mogelijk door de  vagina-uitgang leiden om het risico zo klein mogelijk te houden. Daarbij  beoordeelt hij/zij of het verstandig is om de huid van de vagina zelf  ‘in te knippen’ (episiotomie). Het inknippen kan een totaalruptuur  voorkomen, maar soms scheurt de huid toch verder door. 


Behandeling van een totaalruptuur

Een totaalruptuur moet altijd worden gehecht.  Dit gebeurt meestal op de operatiekamer onder algehele verdoving of met  een ruggenprik. Wanneer u voor de bevalling al een ruggenprik heeft  gehad, kan men soms meteen op de verloskamer hechten. In de praktijk  blijven veel vrouwen met een totaalruptuur een nacht in het ziekenhuis. 

Nazorg na het ontstaan
van een totaalruptuur

Een totaalruptuur kan pijnlijk zijn in de eerste dagen na het hechten. Meestal is de pijn goed te bestrijden met paracetamol. Als u andere pijnstillende middelen wilt gebruiken, moet u wel rekening houden met eventuele borstvoeding. Uw (huis)arts kan u hierover advies geven.
Het is van belang dat de ontlasting zacht blijft om spanning op de wond te voorkomen. Daarom moet u enkele weken laxeermiddelen gebruiken.

Verder is het goed om al snel te starten met oefeningen die de bekkenbodemspieren weer in conditie brengen. U kunt hiermee beginnen zodra de wond niet of nauwelijks meer pijnlijk is (ongeveer na twee weken). Zo nodig krijgt u begeleiding van een bekkenfysiotherapeut. Een bekkenfysiotherapeut in uw regio kunt u vinden via www.defysiotherapeut.nl. Uw huisarts kan hierover meer informatie geven.

Er zijn geen strikte regels wanneer u weer gemeenschap kunt hebben na een totaalruptuur. Over het algemeen is de wond na 4-6 weken goed genezen en is de pijn dan ook over. In principe kunt u dan weer gemeenschap hebben. Hetzelfde geldt voor sporten, waarbij het uiteraard verstandig is om voorzichtig te beginnen.

De gevolgen van een totaalruptuur
 

Het overgrote deel van de vrouwen herstelt volledig van een totaalruptuur.
U hoeft zich geen zorgen te maken als u de eerste weken na de bevalling nog klachten heeft. Het herstel kost tijd.

Een klein deel van de vrouwen die een totaalruptuur hebben meegemaakt, blijft moeite houden met het ophouden van winden en heel zelden met het ophouden van de ontlasting (meestal alleen bij dunne ontlasting). Waarschijnlijk helpen bekkenbodemoefeningen om de kans hierop te verminderen. Het duurt soms meer dan een half jaar tot de optimale situatie is bereikt.

Blijft u last houden van hinderlijke klachten? Dan is het verstandig om contact op te nemen met uw huisarts, gynaecoloog of verloskundige. U kunt met hem of haar bespreken of er nog mogelijkheden zijn om de situatie te verbeteren.

De volgende zwangerschap
 

In principe kunt u na een totaalruptuur weer  gewoon vaginaal bevallen. In uitzonderlijke situaties wordt een  keizersnede aanbevolen.  

Het is mogelijk dat u opnieuw een  totaalruptuur krijgt. De kans hierop wordt geschat op 4-8% en is dus  hoger dan bij de eerste bevalling. Bij een kleine groep vrouwen die na  een totaalruptuur klachten houdt, verergeren die klachten na de volgende  zwangerschap, ook al is er dan geen totaalruptuur ontstaan. Het is niet  duidelijk of hun toename van klachten komt door de zwangerschap of door  de bevalling.  

Bij een volgende zwangerschap is het  verstandig om met uw verloskundige of gynaecoloog te overleggen waar de  bevalling kan plaatsvinden: thuis of in het ziekenhuis. 

Deze informatie is overgenomen vanuit de website DeGynaecoloog met aanpassingen die gelden voor het geboortecentrum van het Wilhelmina Kinderziekenhuis.

Deze website met patiënteninformatie is een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Obstretrie en Gynaecologie (NVOG)

Totaalruptuur
Wanneer treedt een totaalruptuur op

Op het moment dat het hoofd van een kind wordt  geboren, moet de vagina flink uitrekken. Als de doorgang te smal is, scheurt de vagina in. De scheur loopt soms tot aan de kringspier en de  darm. De kans op inscheuring is verhoogd bij: 

  • een groot kind; 
  • een kunstverlossing, zoals een vacuüm- of tangverlossing; 
  • een kind dat met het hoofd in een afwijkende ligging wordt geboren. 

Tijdens de bevalling zal de verloskundige of  de gynaecoloog het hoofd van uw kind zo voorzichtig mogelijk door de  vagina-uitgang leiden om het risico zo klein mogelijk te houden. Daarbij  beoordeelt hij/zij of het verstandig is om de huid van de vagina zelf  ‘in te knippen’ (episiotomie). Het inknippen kan een totaalruptuur  voorkomen, maar soms scheurt de huid toch verder door. 


Behandeling van een totaalruptuur

Een totaalruptuur moet altijd worden gehecht.  Dit gebeurt meestal op de operatiekamer onder algehele verdoving of met  een ruggenprik. Wanneer u voor de bevalling al een ruggenprik heeft  gehad, kan men soms meteen op de verloskamer hechten. In de praktijk  blijven veel vrouwen met een totaalruptuur een nacht in het ziekenhuis. 

Complicaties bij een
meerling-
zwangerschap

Een totaalruptuur kan pijnlijk zijn in de eerste dagen na het hechten. Meestal is de pijn goed te bestrijden met paracetamol. Als u andere pijnstillende middelen wilt gebruiken, moet u wel rekening houden met eventuele borstvoeding. Uw (huis)arts kan u hierover advies geven.
Het is van belang dat de ontlasting zacht blijft om spanning op de wond te voorkomen. Daarom moet u enkele weken laxeermiddelen gebruiken.

Verder is het goed om al snel te starten met oefeningen die de bekkenbodemspieren weer in conditie brengen. U kunt hiermee beginnen zodra de wond niet of nauwelijks meer pijnlijk is (ongeveer na twee weken). Zo nodig krijgt u begeleiding van een bekkenfysiotherapeut. Een bekkenfysiotherapeut in uw regio kunt u vinden via www.defysiotherapeut.nl. Uw huisarts kan hierover meer informatie geven.

Er zijn geen strikte regels wanneer u weer gemeenschap kunt hebben na een totaalruptuur. Over het algemeen is de wond na 4-6 weken goed genezen en is de pijn dan ook over. In principe kunt u dan weer gemeenschap hebben. Hetzelfde geldt voor sporten, waarbij het uiteraard verstandig is om voorzichtig te beginnen.

De gevolgen van een totaalruptuur
 

Het overgrote deel van de vrouwen herstelt volledig van een totaalruptuur.
U hoeft zich geen zorgen te maken als u de eerste weken na de bevalling nog klachten heeft. Het herstel kost tijd.

Een klein deel van de vrouwen die een totaalruptuur hebben meegemaakt, blijft moeite houden met het ophouden van winden en heel zelden met het ophouden van de ontlasting (meestal alleen bij dunne ontlasting). Waarschijnlijk helpen bekkenbodemoefeningen om de kans hierop te verminderen. Het duurt soms meer dan een half jaar tot de optimale situatie is bereikt.

Blijft u last houden van hinderlijke klachten? Dan is het verstandig om contact op te nemen met uw huisarts, gynaecoloog of verloskundige. U kunt met hem of haar bespreken of er nog mogelijkheden zijn om de situatie te verbeteren.

De volgende zwangerschap
 

In principe kunt u na een totaalruptuur weer  gewoon vaginaal bevallen. In uitzonderlijke situaties wordt een  keizersnede aanbevolen.  

Het is mogelijk dat u opnieuw een  totaalruptuur krijgt. De kans hierop wordt geschat op 4-8% en is dus  hoger dan bij de eerste bevalling. Bij een kleine groep vrouwen die na  een totaalruptuur klachten houdt, verergeren die klachten na de volgende  zwangerschap, ook al is er dan geen totaalruptuur ontstaan. Het is niet  duidelijk of hun toename van klachten komt door de zwangerschap of door  de bevalling.  

Bij een volgende zwangerschap is het  verstandig om met uw verloskundige of gynaecoloog te overleggen waar de  bevalling kan plaatsvinden: thuis of in het ziekenhuis. 

Deze informatie is overgenomen vanuit de website DeGynaecoloog met aanpassingen die gelden voor het geboortecentrum van het Wilhelmina Kinderziekenhuis.

Deze website met patiënteninformatie is een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Obstretrie en Gynaecologie (NVOG)

Hoe ontstaan
een tweeling
zwangerschap

Een zwangerschap van meer dan één kind is voor de aanstaande ouders meestal een verrassing, maar brengt naast blijdschap ook extra vragen en soms zorgen met zich mee. Voor een grotere meerlingzwangerschap als een drie- of vierling geldt dit nog sterker. Deze folder geeft informatie over soorten meerlingen, het verloop van de zwangerschap, de bevalling en de periode daarna.

Voor de andere vrucht(en) zijn er voor zover bekend geen gevaren. De kans op zwangerschapscomplicaties is door zo’n ‘verdwijnende’ vrucht niet groter geworden.

Over ons

'De beste zorg voor nu en in de toekomst'



Omdat ieder mens de beste zorg verdient, legt het UMC Utrecht de lat voortdurend hoog. Het resultaat: vernieuwende, toonaangevende behandelingen die beantwoorden aan de zorgbehoeften van nu en de toekomst. De bijzondere kennis die hiervoor nodig is, ontwikkelen we samen met patiënten(organisaties) en diverse partners. In teamverband werken we aan oplossingen voor grote, medische vraagstukken. Per individuele patiënt wordt gekeken welke behandeling bij hem of haar past. Alles wat wij doen, is erop gericht om mensen gezond te maken en te houden. En waar mogelijk ziekte te voorkomen.

Contact

U kunt algemene informatie opvragen over
het UMC Utrecht via:

E-mail info@umcutrecht.nl of via
Telefoonnummer 088 75 555 55
Website www.umcutrecht.nl

of vul het contactformulier hieronder in:
Vul je naam in
Vul een correct e-mailadres in
Vul een opmerking in
Bedankt, je bericht is verzonden.
Er ging iets mis met het verzenden van het formulier. Probeer het opnieuw.

Zoeken

Zoek via een zoekterm naar een pagina binnen deze publicatie.
Vul minimaal 3 karakters in.

UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Over Epilepsiechirurgie
Slaapproblemen
Het UMC Utrecht in 2019
Overview Infection & Immunity 2019
FAG_PAG
Jaaroverzicht Genetica 2019
Zwanger van een (te) kleine baby
Voeding voor uw baby
Telebaby
Borstvoeding
Open ductus Botalli
Neonatale convulsies
Necrotiserende enterocolitis (NEC)
Idiopathic respiratory distress syndrome
Bronchopulmonale dysplasie
Fototherapie
Vaginale kunstverlossing
Zwangerschap & Bevalling
Sterilisatie
SSRI medicatie tijdens en na de zwangerschap
Opname op afdeling verloskunde
Keizersnede
Inleiding van de bevalling
Tweeling-zwangerschap en andere meerlingen
Serotien, zwangerschap van meer dan 40 weken
Flesvoeding
Hoge bloeddruk, pre-eclampsie en HELLP syndroom tijdens en na de zwangerschap
Totaalruptuur
Gebroken vliezen tijdens de zwangerschap
Voeding voor de zwangere
Pijnbestrijding tijdens de bevalling
Wanneer contact opnemen en wat neem je mee voor de bevalling
Testen op HIV
Groep-B streptokok in de zwangerschap
Zwangerschapscholestase
Rechten in de zorg
Het maatschappelijk werk van het WKZ geboortecentrum
Premature weeën en premature geboorte
Stuitligging en versie
Zwanger en diabetes
Schildklierafwijkingen in de zwangerschap
Anesthesie bij een keizersnede
Bloedverlies tijdens een gevorderde zwangerschap
De baby voelen bewegen tijdens de zwangerschap
Bekkenpijn en bekkeninstabiliteit tijdens de zwangerschap
Beleidsplan Psychiatrie 2020
Weer thuis na de bevalling
Myomen (tijdens de zwangerschap)
Bloedgroep, rhesusfactor en irregulaire antistoffen
Kliniek A2 jeugd
Rigiditeit
Kliniek A3: Diagnostiek en psychose
Ruggenprik en toediening medicijnen
Perfectionisme
Duurzaamheid ervaringsverhalen
Jaarbeeld Urologie 2018
Diagnosedag in het Spieren voor Spieren kindercentrum
Samenwerkingen, juli 2019
Zorglijn A2 Acuut en Intensief Volwassenen
Het UMC Utrecht in 2018
Hersenbloeding bij een pasgeborene
Jaarbeeld 2018, Julius Centrum
Zwanger en een hoge body-mass index (BMI)
Research Code
Verpleegkundige kwaliteitsindicatoren
Over epilepsiechirurgie
Autisme
Beleidsplan Psychiatrie 2019
ODD en CD bij kinderen
Zorg en revalidatie na een Hersenbloeding
Vaktherapie
ADHD en Autisme Spectrum Stoornis in het onderwijs
Klinische behandeling bij ontwikkelingsstoornissen
Zorg bij traumatisch hoofd- en of hersenletsel
Medicatie bij ADHD
ADHD
Een hersentumor: onderzoek, opname, operatie en uitslag
Stemmen horen
Zorg en herstel bij een operatie aan de wervelkolom
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan de onderrug
Verpleegafdeling Affectieve en psychotische stoornissen
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan nek
Zorg en revalidatie na een herseninfarct
Polikliniek afdeling Psychiatrie
Dagdiagnostiek polikliniek Neuromusculaire Ziekten
Stemmen horen Jeugd
Elektroconvulsietherapie
Richtlijn Suïcide-preventie
Kwaliteitsstatuut afdeling Psychiatrie
Polikliniek Ontwikkelingsstoornissen
Zorgprogramma Prikkelverwerking
Meedoen aan onderzoek op de afdeling psychiatrie
Eendagsdiagnostiek
Banquetinggids 2020
Jaarbeeld Genetica 2018
Jaarbeeld OR 2017
Jaarbeeld Urologie 2017
Jaarbeeld Hart & Longen 2017
Jaarbeeld Vrouw & Baby 2015-2017
Het UMC Utrecht in 2017
Jaarbeeld Julius Centrum 2017
IT Board 2017
Jaarbeeld Genetica 2017
Jaarbeeld Urologie 2016
Jaarbeeld Cancer Center 2017
Innovatie in uitvoering
2016 in beeld, UMC Utrecht