Eerst meer onderzoek

Eerst meer onderzoek
De fases van het epilepsiechirurgie
traject

We gaan niet meteen opereren. Je moet voor de operatie vaak eerst nog verschillende onderzoeken ondergaan, zodat de chirurg zo veilig mogelijk kan opereren en de succeskans zo hoog mogelijk is. De werkgroep bepaalt welke onderzoeken er moeten plaatsvinden. We gaan op zoek naar de exacte locatie van de epilepsiebron. Waar komen de aanvallen vandaan? Ook onderzoeken we hoe de risico's van de operatie zo klein mogelijk kunnen blijven. Kan daar veilig geopereerd worden? Hoe groot is de kans op beschadiging en verlies van hersenfuncties? Hersenfuncties zijn bijvoorbeeld dat je kunt bewegen, praten, weten waar je bent, dat je iets kunt onthouden en leren en nog veel meer.

Deze verschillende vooronderzoeken kunnen een paar weken, enkele maanden tot soms wel een jaar tot twee jaar duren. Dit wachten is vervelend, maar hiermee worden wel de kansen op een goed resultaat verhoogd. De verpleegkundig specialist epilepsiechirurgie kan je ondersteunen wanneer je het wachten moeilijk vindt.

Lees het verhaal: Luna's leven met epilepsie

Het epilepsiechirurgie traject ziet er als volgt uit: 

  • Fase 1: Langdurige EEG-video-registratie, MRI-scan, neuropsychologisch onderzoek (NPO), maatschappelijk werk. Daarna kan bij een groot deel van de kinderen al besloten worden: verder gaan of stoppen.
  • Fase 2: Eventuele aanvullende onderzoeken, zoals: PET-scan, MEG, 7 Tesla MRI, fTCD, fMRI, EEG-fMRI, WADA-test, ictale SPECT-scan. Daarna wordt besloten: verder gaan of stoppen.
  • Fase 3: Eventuele invasieve EEG registratie (electroden in het hoofd; grid- of stereo-EEG). Daarna wordt besloten: verder gaan of stoppen.
  • Fase 4: Operatie
  • Fase 5: Nazorg
Toelichting onderzoeken in Fase 1

Aanvalsregistratie (EEG en video)

Bij een EEG (Elektro-Encefalogram) of hersenfilmpje kijken we naar de elektrische activiteit van de hersenen. Hierbij worden elektroden op je hoofd en bij je hart geplakt. Een EEG kan kort duren (anderhalf uur) of lang (dagen tot weken). Met lange registraties proberen we tijdens het EEG een of meerdere aanvallen te vangen, zodat we nog preciezer kunnen vaststellen  wáár de epilepsie in de hersenen ontstaat. De wachttijd voor een aanvalsregistratie met langdurig video-EEG is soms wel enkele maanden. Deze aanvalsregistraties in fase 1 vinden meestal plaats bij SEIN,  soms wordt er een registratie gedaan in de Jack Rabbit kamer van het WKZ.

MRI-scan

Een MRI-scan (Magnetic Resonance Imaging) is een scan die een serie doorsneden van het hoofd en de hersenen laat zien. Bij epilepsie maken we MRI-scans volgens een speciaal epilepsieprotocol. Daarom maken we bij patiënten die komen vanuit een algemeen ziekenhuis, vaak een nieuwe MRI, soms op een wat sterkere scanner (3 Tesla magneet). Op een MRI zien we bij veel van de kinderen met epilepsie die geopereerd kunnen worden een afwijking op de plek van de aanvalsbron. Een MRI is niet schadelijk voor je, omdat er geen röntgenstralen nodig zijn. Het onderzoek duurt meestal 25 minuten.

Neuropsychologisch onderzoek (NPO)

Met het neuropsychologisch onderzoek kijken we naar de cognitieve functies van je hersenen – zoals intelligentie, taal en geheugen. We proberen in te schatten hoe deze door de epilepsie zijn beïnvloed, en welk effect een eventuele operatie zou kunnen hebben op het functioneren van je hersenen. Ook kijken we of de plaats waar de epilepsiehaard zich bevindt past bij functies waar je juist problemen bij ervaart. Bij dit onderzoek vragen we je een aantal opdrachten uit te voeren en testjes te doen, om je geheugen, denk- en taalvermogen te beoordelen. Dit onderzoek vindt plaats in het epilepsiecentrum of in het WKZ. Vaak is dan al wat meer bekend over of een operatie mogelijk is of niet. Het onderzoek duurt een paar uur.

Toelichting onderzoeken in Fase 2

Dit zijn onderzoeken waarmee het gebied in de hersenen aangegeven kan worden, dat zorgt voor de epilepsie. Het gaat om de volgende onderzoeken:

PET scan

Een PET (Positron Emissie Tomografie) is een scan waarbij je via een infuus een licht radioactieve stof krijgt ingespoten. Meestal is dat radioactief glucose (suiker). Deze radioactieve stof nemen je hersenen op. Het gebied in de hersenen dat de epilepsie veroorzaakt, verbruikt minder suiker en wordt dus minder radioactief. De radioactiviteit van een PET-scan is niet groot. Het onderzoek doet geen pijn en is veilig.

MEG

Een MEG (Magneto-Encefalografie) is een soort EEG, alleen bij een MEG worden magnetische in plaats van elektrische velden gemeten. Hersenstroompjes stralen magnetische velden uit. Ze zijn heel moeilijk te meten, omdat ze zo klein zijn. Daarom is kostbare apparatuur nodig. Het prettige van een MEG is dat er geen elektroden geplakt hoeven worden. Je moet je hoofd wel stil houden, in een soort droogkap, waarin de kleine magneetspoeltjes zitten. Het onderzoek duurt ongeveer een uur en doet geen pijn. Het vindt plaats in het VUmc.

7 Tesla MRI 

Een 7 Tesla MRI is een bijzonder sterke magneet waarmee een MRI scan kan worden gemaakt die heel nauwkeurig is. Deze scan wordt gemaakt bij kinderen die goed stil kunnen liggen, ouder zijn dan 6 jaar en bij wie we vermoeden dat de epilepsie wordt veroorzaakt door een structurele hersenafwijking. Deze hersenafwijking is bij eerdere onderzoeken niet of onvoldoende gezien. Een 7 Tesla MRI heeft een langere, smallere tunnel dan de gewone MRI en het onderzoek duurt een klein uur. Omdat deze scan niet onder narcose kan plaatsvinden is het belangrijk dat je lang genoeg goed stil kunt liggen.

Slaapdeprivatie EEG

Als een gewoon EEG geen duidelijke diagnose oplevert, spreken we soms een tweede EEG af. Deze vindt plaats na slaaponthouding (slaapdeprivatie). Je blijft voor het onderzoek dan een deel van, of de hele nacht wakker. Het is de bedoeling dat je uit vermoeidheid tijdens het onderzoek in slaap valt. Zo’n EEG duurt een uur. Hierna word je gewekt en kun je naar huis. Soms zijn epileptische afwijkingen in de hersenen alleen zichtbaar tijdens je slaap.

SPECT onderzoek

Hierbij wordt aan het begin van een epileptische aanval een radioactieve stof ingespoten. De gebruikte radioactieve stof bij SPECT blijft langer radioactief dan die bij een PET-scan*. Kinderen worden de avond van te voren opgenomen voor het prikken van een infuus en plakken van het EEG. Vaak wordt medicatie afgebouwd en moet je ’s nachts deels wakker blijven. De volgende dag moet er een aanval komen tussen 8.00 en 13.30 uur. Later op de middag krijg je vervolgens de scan. Als het gelukt is, dan krijg je op een andere dag nog een scan, maar dan zonder aanval.  De scans worden vervolgens uitgewerkt en er wordt een 3D reconstructie van gemaakt. De uitslagen worden daarna eerst besproken in het USWEC overleg, en daarna krijg jij de uitslag.

Onderzoeken waarmee de functie van een bepaald gebied in de hersenen kan worden weergegeven, zijn:

Functionele MRI (fMRI)

Met behulp van dit onderzoek kan ook de functie van de hersenen (zoals beweging en taalfunctie) in beeld worden gebracht. Tijdens het scannen in de MRI vragen we jou om een aantal opdrachten te doen (bijv. je hand bewegen of in gedachten werkwoorden maken bij plaatjes). Het is mogelijk om je vooraf voor te bereiden hoe de fMRI gaat, door te oefenen met een proef fMRI.

EEG-fMRI

Bij een EEG-fMRI wordt een EEG gecombineerd met een functioneel MRI-onderzoek. Het meet de verandering in bloeddoorstroming op het moment van een epileptisch signaal in het EEG. Dat epileptische signaal merk je meestal niet. Het gaat dus om momenten in het EEG die optreden bij kinderen met epilepsie, zonder dat er een aanval is.

fTCD

Het doel van een fTCD onderzoek is om door middel van Doppler-sonografie (echo) te kijken in welke hersenhelft het taalcentrum zit. Hierbij heb je een koptelefoon op en een electrode, en kijk je via een computer naar filmpjes / plaatjes en moet je dingen benoemen. Bij dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven. Het onderzoek doet geen pijn en duurt ongeveer 1 uur.

Wada-test

Met de Wada-test leggen wij voor zeer korte tijd de activiteiten van één hersenhelft stil. Dit doen we met behulp van een kortwerkend slaapmiddel. Daarvoor moet door een katheterisatie in de lies een slangetje in je slagader worden ingebracht, die door de radioloog naar je halsvaten kan worden opgevoerd. Door het slaapmiddel in één van de halsvaten te spuiten, valt één hersenhelft tijdelijk in slaap. Met de test bepalen we twee belangrijke zaken die nodig zijn om veilig te kunnen opereren:

  • Welke hersenhelft is dominant voor taal (oftewel: in welke hersenhelft zit je taalfunctie)?
  • Wat is het risico op geheugenproblemen door de operatie?

Bij kinderen kunnen we vooraf een proef  Wada-test doen. Dit doen we om in te schatten of je tijdens het echte onderzoek in staat bent om de testjes uit te voeren. Bij een proef Wada-test ga je samen met je ouder / voogd naar de angiokamer. De neuroradioloog en de neuropsycholoog onderzoeken dan of je mee kan werken aan de echte test.

Voor de echte Wada-test word je twee dagen (één nacht) bij ons opgenomen. Bij jonge kinderen wordt het inbrengen van het slangetje onder narcose gedaan, bij oudere kinderen onder plaatselijke verdoving. Het onderzoek vindt plaats op de angiokamer van de afdeling Radiologie.

Toelichting onderzoek in Fase 3

Invasieve EEG registratie 

Wanneer het langdurige EEG-onderzoek en de beeldvormende onderzoeken niet voldoende informatie opleveren, kan EEG met geïmplanteerde elektroden (electroden in het hoofd, dat wil zeggen op of in de hersenen) nodig zijn. Dit kan bestaan uit:

Een elektrodenmatje (grid) of strip, welke onder de schedel en op de hersenen wordt geïmplanteerd om de epilepsiehaard en soms hersenfuncties in kaart te brengen gedurende 4 tot maximaal 7 – 10 dagen. Er wordt een soort landkaart van het hersenoppervlak gemaakt, zodat we precies kunnen zien waar de bron zit, waar belangrijke hersenfuncties zitten, en waar de MRI scan afwijking zich bevindt. Wanneer tijdens deze week wordt besloten dat epilepsiechirurgie mogelijk is, worden bij de tweede ingreep zowel de electroden verwijderd en wordt de epilepsiebron weggehaald.

Een diepte electrode implantatie of stereo-EEG, ook wel diepteonderzoek genoemd. Hierbij worden er tijdens narcose meerdere dunne electrode-draadjes via kleine boorgaatjes in de schedel heel gericht in het hersenweefsel gebracht. Daarna volgt een aanvalsregistratie van ongeveer 1 tot 3 weken. Er kan precies worden vastgesteld waar de aanvallen beginnen, voor als de bron diep in de hersenen is gelegen, of als nog onvoldoende duidelijk is vanuit welke hersendelen de aanvallen precies komen. Hierna worden de elektroden weer verwijderd. Na ruim 8 weken krijg je de uitslag of je geopereerd kunt worden of niet. Wanneer dit mogelijk is, word je pas na enkele maanden geopereerd.

Eerst meer onderzoek
De fases van het epilepsiechirurgie
traject

We gaan niet meteen opereren. Je moet voor de operatie vaak eerst nog verschillende onderzoeken ondergaan, zodat de chirurg zo veilig mogelijk kan opereren en de succeskans zo hoog mogelijk is. De werkgroep bepaalt welke onderzoeken er moeten plaatsvinden. We gaan op zoek naar de exacte locatie van de epilepsiebron. Waar komen de aanvallen vandaan? Ook onderzoeken we hoe de risico's van de operatie zo klein mogelijk kunnen blijven. Kan daar veilig geopereerd worden? Hoe groot is de kans op beschadiging en verlies van hersenfuncties? Hersenfuncties zijn bijvoorbeeld dat je kunt bewegen, praten, weten waar je bent, dat je iets kunt onthouden en leren en nog veel meer.

Deze verschillende vooronderzoeken kunnen een paar weken, enkele maanden tot soms wel een jaar tot twee jaar duren. Dit wachten is vervelend, maar hiermee worden wel de kansen op een goed resultaat verhoogd. De verpleegkundig specialist epilepsiechirurgie kan je ondersteunen wanneer je het wachten moeilijk vindt.

Lees het verhaal: Luna's leven met epilepsie

Het epilepsiechirurgie traject ziet er als volgt uit: 

  • Fase 1: Langdurige EEG-video-registratie, MRI-scan, neuropsychologisch onderzoek (NPO), maatschappelijk werk. Daarna kan bij een groot deel van de kinderen al besloten worden: verder gaan of stoppen.
  • Fase 2: Eventuele aanvullende onderzoeken, zoals: PET-scan, MEG, 7 Tesla MRI, fTCD, fMRI, EEG-fMRI, WADA-test, ictale SPECT-scan. Daarna wordt besloten: verder gaan of stoppen.
  • Fase 3: Eventuele invasieve EEG registratie (electroden in het hoofd; grid- of stereo-EEG). Daarna wordt besloten: verder gaan of stoppen.
  • Fase 4: Operatie
  • Fase 5: Nazorg
Toelichting onderzoeken in Fase 1

Aanvalsregistratie (EEG en video)

Bij een EEG (Elektro-Encefalogram) of hersenfilmpje kijken we naar de elektrische activiteit van de hersenen. Hierbij worden elektroden op je hoofd en bij je hart geplakt. Een EEG kan kort duren (anderhalf uur) of lang (dagen tot weken). Met lange registraties proberen we tijdens het EEG een of meerdere aanvallen te vangen, zodat we nog preciezer kunnen vaststellen  wáár de epilepsie in de hersenen ontstaat. De wachttijd voor een aanvalsregistratie met langdurig video-EEG is soms wel enkele maanden. Deze aanvalsregistraties in fase 1 vinden meestal plaats bij SEIN,  soms wordt er een registratie gedaan in de Jack Rabbit kamer van het WKZ.

MRI-scan

Een MRI-scan (Magnetic Resonance Imaging) is een scan die een serie doorsneden van het hoofd en de hersenen laat zien. Bij epilepsie maken we MRI-scans volgens een speciaal epilepsieprotocol. Daarom maken we bij patiënten die komen vanuit een algemeen ziekenhuis, vaak een nieuwe MRI, soms op een wat sterkere scanner (3 Tesla magneet). Op een MRI zien we bij veel van de kinderen met epilepsie die geopereerd kunnen worden een afwijking op de plek van de aanvalsbron. Een MRI is niet schadelijk voor je, omdat er geen röntgenstralen nodig zijn. Het onderzoek duurt meestal 25 minuten.

Neuropsychologisch onderzoek (NPO)

Met het neuropsychologisch onderzoek kijken we naar de cognitieve functies van je hersenen – zoals intelligentie, taal en geheugen. We proberen in te schatten hoe deze door de epilepsie zijn beïnvloed, en welk effect een eventuele operatie zou kunnen hebben op het functioneren van je hersenen. Ook kijken we of de plaats waar de epilepsiehaard zich bevindt past bij functies waar je juist problemen bij ervaart. Bij dit onderzoek vragen we je een aantal opdrachten uit te voeren en testjes te doen, om je geheugen, denk- en taalvermogen te beoordelen. Dit onderzoek vindt plaats in het epilepsiecentrum of in het WKZ. Vaak is dan al wat meer bekend over of een operatie mogelijk is of niet. Het onderzoek duurt een paar uur.

Toelichting onderzoeken in Fase 2

Dit zijn onderzoeken waarmee het gebied in de hersenen aangegeven kan worden, dat zorgt voor de epilepsie. Het gaat om de volgende onderzoeken:

PET scan

Een PET (Positron Emissie Tomografie) is een scan waarbij je via een infuus een licht radioactieve stof krijgt ingespoten. Meestal is dat radioactief glucose (suiker). Deze radioactieve stof nemen je hersenen op. Het gebied in de hersenen dat de epilepsie veroorzaakt, verbruikt minder suiker en wordt dus minder radioactief. De radioactiviteit van een PET-scan is niet groot. Het onderzoek doet geen pijn en is veilig.

MEG

Een MEG (Magneto-Encefalografie) is een soort EEG, alleen bij een MEG worden magnetische in plaats van elektrische velden gemeten. Hersenstroompjes stralen magnetische velden uit. Ze zijn heel moeilijk te meten, omdat ze zo klein zijn. Daarom is kostbare apparatuur nodig. Het prettige van een MEG is dat er geen elektroden geplakt hoeven worden. Je moet je hoofd wel stil houden, in een soort droogkap, waarin de kleine magneetspoeltjes zitten. Het onderzoek duurt ongeveer een uur en doet geen pijn. Het vindt plaats in het VUmc.

7 Tesla MRI 

Een 7 Tesla MRI is een bijzonder sterke magneet waarmee een MRI scan kan worden gemaakt die heel nauwkeurig is. Deze scan wordt gemaakt bij kinderen die goed stil kunnen liggen, ouder zijn dan 6 jaar en bij wie we vermoeden dat de epilepsie wordt veroorzaakt door een structurele hersenafwijking. Deze hersenafwijking is bij eerdere onderzoeken niet of onvoldoende gezien. Een 7 Tesla MRI heeft een langere, smallere tunnel dan de gewone MRI en het onderzoek duurt een klein uur. Omdat deze scan niet onder narcose kan plaatsvinden is het belangrijk dat je lang genoeg goed stil kunt liggen.

Slaapdeprivatie EEG

Als een gewoon EEG geen duidelijke diagnose oplevert, spreken we soms een tweede EEG af. Deze vindt plaats na slaaponthouding (slaapdeprivatie). Je blijft voor het onderzoek dan een deel van, of de hele nacht wakker. Het is de bedoeling dat je uit vermoeidheid tijdens het onderzoek in slaap valt. Zo’n EEG duurt een uur. Hierna word je gewekt en kun je naar huis. Soms zijn epileptische afwijkingen in de hersenen alleen zichtbaar tijdens je slaap.

SPECT onderzoek

Hierbij wordt aan het begin van een epileptische aanval een radioactieve stof ingespoten. De gebruikte radioactieve stof bij SPECT blijft langer radioactief dan die bij een PET-scan*. Kinderen worden de avond van te voren opgenomen voor het prikken van een infuus en plakken van het EEG. Vaak wordt medicatie afgebouwd en moet je ’s nachts deels wakker blijven. De volgende dag moet er een aanval komen tussen 8.00 en 13.30 uur. Later op de middag krijg je vervolgens de scan. Als het gelukt is, dan krijg je op een andere dag nog een scan, maar dan zonder aanval.  De scans worden vervolgens uitgewerkt en er wordt een 3D reconstructie van gemaakt. De uitslagen worden daarna eerst besproken in het USWEC overleg, en daarna krijg jij de uitslag.

Onderzoeken waarmee de functie van een bepaald gebied in de hersenen kan worden weergegeven, zijn:

Functionele MRI (fMRI)

Met behulp van dit onderzoek kan ook de functie van de hersenen (zoals beweging en taalfunctie) in beeld worden gebracht. Tijdens het scannen in de MRI vragen we jou om een aantal opdrachten te doen (bijv. je hand bewegen of in gedachten werkwoorden maken bij plaatjes). Het is mogelijk om je vooraf voor te bereiden hoe de fMRI gaat, door te oefenen met een proef fMRI.

EEG-fMRI

Bij een EEG-fMRI wordt een EEG gecombineerd met een functioneel MRI-onderzoek. Het meet de verandering in bloeddoorstroming op het moment van een epileptisch signaal in het EEG. Dat epileptische signaal merk je meestal niet. Het gaat dus om momenten in het EEG die optreden bij kinderen met epilepsie, zonder dat er een aanval is.

fTCD

Het doel van een fTCD onderzoek is om door middel van Doppler-sonografie (echo) te kijken in welke hersenhelft het taalcentrum zit. Hierbij heb je een koptelefoon op en een electrode, en kijk je via een computer naar filmpjes / plaatjes en moet je dingen benoemen. Bij dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven. Het onderzoek doet geen pijn en duurt ongeveer 1 uur.

Wada-test

Met de Wada-test leggen wij voor zeer korte tijd de activiteiten van één hersenhelft stil. Dit doen we met behulp van een kortwerkend slaapmiddel. Daarvoor moet door een katheterisatie in de lies een slangetje in je slagader worden ingebracht, die door de radioloog naar je halsvaten kan worden opgevoerd. Door het slaapmiddel in één van de halsvaten te spuiten, valt één hersenhelft tijdelijk in slaap. Met de test bepalen we twee belangrijke zaken die nodig zijn om veilig te kunnen opereren:

  • Welke hersenhelft is dominant voor taal (oftewel: in welke hersenhelft zit je taalfunctie)?
  • Wat is het risico op geheugenproblemen door de operatie?

Bij kinderen kunnen we vooraf een proef  Wada-test doen. Dit doen we om in te schatten of je tijdens het echte onderzoek in staat bent om de testjes uit te voeren. Bij een proef Wada-test ga je samen met je ouder / voogd naar de angiokamer. De neuroradioloog en de neuropsycholoog onderzoeken dan of je mee kan werken aan de echte test.

Voor de echte Wada-test word je twee dagen (één nacht) bij ons opgenomen. Bij jonge kinderen wordt het inbrengen van het slangetje onder narcose gedaan, bij oudere kinderen onder plaatselijke verdoving. Het onderzoek vindt plaats op de angiokamer van de afdeling Radiologie.

Toelichting onderzoek in Fase 3

Invasieve EEG registratie 

Wanneer het langdurige EEG-onderzoek en de beeldvormende onderzoeken niet voldoende informatie opleveren, kan EEG met geïmplanteerde elektroden (electroden in het hoofd, dat wil zeggen op of in de hersenen) nodig zijn. Dit kan bestaan uit:

Een elektrodenmatje (grid) of strip, welke onder de schedel en op de hersenen wordt geïmplanteerd om de epilepsiehaard en soms hersenfuncties in kaart te brengen gedurende 4 tot maximaal 7 – 10 dagen. Er wordt een soort landkaart van het hersenoppervlak gemaakt, zodat we precies kunnen zien waar de bron zit, waar belangrijke hersenfuncties zitten, en waar de MRI scan afwijking zich bevindt. Wanneer tijdens deze week wordt besloten dat epilepsiechirurgie mogelijk is, worden bij de tweede ingreep zowel de electroden verwijderd en wordt de epilepsiebron weggehaald.

Een diepte electrode implantatie of stereo-EEG, ook wel diepteonderzoek genoemd. Hierbij worden er tijdens narcose meerdere dunne electrode-draadjes via kleine boorgaatjes in de schedel heel gericht in het hersenweefsel gebracht. Daarna volgt een aanvalsregistratie van ongeveer 1 tot 3 weken. Er kan precies worden vastgesteld waar de aanvallen beginnen, voor als de bron diep in de hersenen is gelegen, of als nog onvoldoende duidelijk is vanuit welke hersendelen de aanvallen precies komen. Hierna worden de elektroden weer verwijderd. Na ruim 8 weken krijg je de uitslag of je geopereerd kunt worden of niet. Wanneer dit mogelijk is, word je pas na enkele maanden geopereerd.

Over ons

'De beste zorg voor nu en in de toekomst'



Omdat ieder mens de beste zorg verdient, legt het UMC Utrecht de lat voortdurend hoog. Het resultaat: vernieuwende, toonaangevende behandelingen die beantwoorden aan de zorgbehoeften van nu en de toekomst. De bijzondere kennis die hiervoor nodig is, ontwikkelen we samen met patiënten(organisaties) en diverse partners. In teamverband werken we aan oplossingen voor grote, medische vraagstukken. Per individuele patiënt wordt gekeken welke behandeling bij hem of haar past. Alles wat wij doen, is erop gericht om mensen gezond te maken en te houden. En waar mogelijk ziekte te voorkomen.

Contact

U kunt algemene informatie opvragen over
het UMC Utrecht via:

E-mail info@umcutrecht.nl of via
Telefoonnummer 088 75 555 55
Website www.umcutrecht.nl

of vul het contactformulier hieronder in:
Vul je naam in
Vul een correct e-mailadres in
Vul een opmerking in
Bedankt, je bericht is verzonden.
Er ging iets mis met het verzenden van het formulier. Probeer het opnieuw.

Zoeken

Zoek via een zoekterm naar een pagina binnen deze publicatie.
Vul minimaal 3 karakters in.

UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Over Epilepsiechirurgie
Slaapproblemen
Het UMC Utrecht in 2019
Overview Infection & Immunity 2019
FAG_PAG
Jaaroverzicht Genetica 2019
Zwanger van een (te) kleine baby
Voeding voor uw baby
Telebaby
Borstvoeding
Open ductus Botalli
Neonatale convulsies
Necrotiserende enterocolitis (NEC)
Idiopathic respiratory distress syndrome
Bronchopulmonale dysplasie
Fototherapie
Vaginale kunstverlossing
Zwangerschap & Bevalling
Sterilisatie
SSRI medicatie tijdens en na de zwangerschap
Opname op afdeling verloskunde
Keizersnede
Inleiding van de bevalling
Tweeling-zwangerschap en andere meerlingen
Serotien, zwangerschap van meer dan 40 weken
Flesvoeding
Hoge bloeddruk, pre-eclampsie en HELLP syndroom tijdens en na de zwangerschap
Totaalruptuur
Gebroken vliezen tijdens de zwangerschap
Voeding voor de zwangere
Pijnbestrijding tijdens de bevalling
Wanneer contact opnemen en wat neem je mee voor de bevalling
Testen op HIV
Groep-B streptokok in de zwangerschap
Zwangerschapscholestase
Rechten in de zorg
Het maatschappelijk werk van het WKZ geboortecentrum
Premature weeën en premature geboorte
Stuitligging en versie
Zwanger en diabetes
Schildklierafwijkingen in de zwangerschap
Anesthesie bij een keizersnede
Bloedverlies tijdens een gevorderde zwangerschap
De baby voelen bewegen tijdens de zwangerschap
Bekkenpijn en bekkeninstabiliteit tijdens de zwangerschap
Beleidsplan Psychiatrie 2020
Weer thuis na de bevalling
Myomen (tijdens de zwangerschap)
Bloedgroep, rhesusfactor en irregulaire antistoffen
Kliniek A2 jeugd
Rigiditeit
Kliniek A3: Diagnostiek en psychose
Ruggenprik en toediening medicijnen
Perfectionisme
Duurzaamheid ervaringsverhalen
Jaarbeeld Urologie 2018
Diagnosedag in het Spieren voor Spieren kindercentrum
Samenwerkingen, juli 2019
Zorglijn A2 Acuut en Intensief Volwassenen
Het UMC Utrecht in 2018
Hersenbloeding bij een pasgeborene
Jaarbeeld 2018, Julius Centrum
Zwanger en een hoge body-mass index (BMI)
Research Code
Verpleegkundige kwaliteitsindicatoren
Over epilepsiechirurgie
Autisme
Beleidsplan Psychiatrie 2019
ODD en CD bij kinderen
Zorg en revalidatie na een Hersenbloeding
Vaktherapie
ADHD en Autisme Spectrum Stoornis in het onderwijs
Klinische behandeling bij ontwikkelingsstoornissen
Zorg bij traumatisch hoofd- en of hersenletsel
Medicatie bij ADHD
ADHD
Een hersentumor: onderzoek, opname, operatie en uitslag
Stemmen horen
Zorg en herstel bij een operatie aan de wervelkolom
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan de onderrug
Verpleegafdeling Affectieve en psychotische stoornissen
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan nek
Zorg en revalidatie na een herseninfarct
Polikliniek afdeling Psychiatrie
Dagdiagnostiek polikliniek Neuromusculaire Ziekten
Stemmen horen Jeugd
Elektroconvulsietherapie
Richtlijn Suïcide-preventie
Kwaliteitsstatuut afdeling Psychiatrie
Polikliniek Ontwikkelingsstoornissen
Zorgprogramma Prikkelverwerking
Meedoen aan onderzoek op de afdeling psychiatrie
Eendagsdiagnostiek
Banquetinggids 2020
Jaarbeeld Genetica 2018
Jaarbeeld OR 2017
Jaarbeeld Urologie 2017
Jaarbeeld Hart & Longen 2017
Jaarbeeld Vrouw & Baby 2015-2017
Het UMC Utrecht in 2017
Jaarbeeld Julius Centrum 2017
IT Board 2017
Jaarbeeld Genetica 2017
Jaarbeeld Urologie 2016
Jaarbeeld Cancer Center 2017
Innovatie in uitvoering
2016 in beeld, UMC Utrecht