De Ruggenprik

De Ruggenprik

De ruggenprik
Wat is een ruggenprik?

Binnenkort kom je naar het ziekenhuis voor een ruggenprik. Dat is een behandeling waarbij je een prik krijgt in je onderrug en je medicijnen krijgt toegediend. Een ander woord voor ruggenprik is lumbaalpunctie. Voor het gemak spreken we in deze folder vaak over ruggenprik. Lumbaal betekent het gebied van je onderrug. Punctie is een ander woord voor prik.

Met een ruggenprik kan de dokter:

  • onderzoeken hoe het met je gaat
  • medicijnen geven

In je hoofd en in je wervelkolom zit hersenvocht. Dit hersenvocht willen we onderzoeken. Daarom krijg je een prik in je onderrug, tussen je ruggenwervels. Er druppelt dan wat hersenvocht uit de naald. De dokter vangt dit vocht op in een buisje. Dit hersenvocht onderzoeken we in een laboratorium.

Daarna dient de dokter via dezelfde holle naald het medicijn nusinersen toe aan het hersenvocht. De ruggenprik zelf duurt minimaal 10 minuten. Hoe lang het precies duurt is bij iedereen anders. Dat hangt af van hoe snel het vocht uit je rug druppelt. Na de behandeling blijf je 2 uur plat op bed liggen.

Een ruggenprik kan pijnlijk zijn, daarom wordt dit onderzoek uitgevoerd door je bewustzijn te verlagen (sedatie) of  door je onder narcose te brengen.

Vóór de ruggenprik

De POS-poli

Een tijdje vóór de Ruggenprik, heb je een afspraak op de POS-poli. POS-poli is de afkorting van: Pre Operatief Spreekuur. Dat betekent: het spreekuur vóór een onderzoek, behandeling of operatie onder narcose. Narcose wil zeggen dat je gaat “slapen” met behulp van medicijnen. Je voelt dan niks van de ingreep. We noemen dit wel slapen maar het is geen gewone slaap. Als je onder narcose bent, kun je niet uit jezelf wakker worden. De anesthesioloog is de dokter die jou de slaapmedicijnen geeft. Hij zorgt voor jou als je onder narcose bent en hij zorgt ervoor dat je weer wakker wordt als de ingreep klaar is. We noemen hem ook wel de slaapdokter.

Je kunt ook in aanmerking komen voor sedatie. Sedatie betekent letterlijk het verlagen van het bewustzijn. Je bewustzijn wordt zoveel verlaagd via slaapmedicatie, dat je niets van de ingreep meekrijgt. Omdat het om een oppervlakkige slaap gaat, is bewaking door een anesthesist niet noodzakelijk. Wel wordt de ademhaling gecontroleerd met een knijpertje aan de vinger (saturatiemeter). Hiermee wordt het zuurstofgehalte in het bloed gemeten. Sedatie is niet altijd mogelijk. 

De POS-poli bevindt zich in het WKZ op de 1e verdieping bij receptie 8. 

Op de POS-poli heb je, samen met je ouders, een gesprek met de POS-verpleegkundige of met de slaapdokter.

Wat gebeurt er op de POS-poli?

Ze willen van alles weten over je gezondheid, bijvoorbeeld:

  • welke ziektes je hebt gehad;
  • of je koorts hebt;
  • of je verkouden bent.

Soms meten ze je gewicht, je lengte, je bloeddruk of je hartslag. Dit doet geen pijn.

Ze bespreken met jou en je ouders:

  • hoe het gaat als je onder narcose gaat;
  • wat jou kan helpen als je pijn hebt of bang bent;
  • hoe jij het beste de narcose kunt krijgen:
    • met een prik
    • of met een kapje.

Als je tegen de narcose op ziet, zeg het dan tegen de POS-verpleegkundige of de slaapdokter!

Op de POS-poli krijg je een folder over de narcose. Dan kun je nog eens nalezen wat er is verteld.

Voor ouders

Is uw kind allergisch, bijvoorbeeld voor pleisters of bepaalde medicijnen? Meld dit dan altijd.

Kort voor de narcose mag uw kind geen vaccinatie krijgen. We houden de volgende periode aan:

  • twee dagen voor de narcose geen DKTP- en meningokokken-vaccinatie,
  • twee weken voor de narcose geen BMR-vaccinatie

In de folder “Narcose” lees je hoe het gaat als je onder narcose gaat. Je leest daar ook hoe het gaat op de dag dat de ingreep plaats vindt. Voor alle duidelijkheid vertellen we het hier nog een keer in het kort:

Je zenuwstelsel

Het zenuwstelsel speelt een belangrijke rol in je lichaam, bij alles wat je doet en wat je voelt.

Je zenuwstelsel kan je vergelijken met een netwerk van autowegen. Auto’s rijden van het ene naar het andere punt. Je zenuwen geven op dezelfde manier berichtjes door: signalen. Die signalen ‘reizen’ heen en weer tussen je hersenen en je spieren. Daardoor kun je bijvoorbeeld bewegen, voelen, zien en proeven. 

Je zenuwstelsel bestaat uit: je hersenen, je hersenstam en je ruggenmerg

Je hersenen

Je hersenen zitten in je hoofd, onder je schedel. Ze werken heel ingewikkeld. Je hersenen zorgen ervoor dat er van alles in je lichaam gebeurt. Bijvoorbeeld dat je kunt zien, horen, ruiken, proeven en voelen. Ze regelen ook dat je kunt bewegen en dat je temperatuur goed blijft. Dankzij je hersenen kun je nadenken, dingen onthouden, raadsels oplossen en grapjes maken. Je hersenen zorgen er ook voor dat je blij, boos of verdrietig bent. 

Je hersenstam

Je hersenstam is het onderste gedeelte van je hersenen. Het is de automatische piloot van je lichaam. De hersenstam regelt de dingen die je lichaam doet zonder dat je er over na hoeft te denken. Bijvoorbeeld ademhalen en je bloeddruk regelen. Je hersenstam zorgt er ook voor dat je lichaam eten en drinken goed verwerkt.

Je ruggenmerg

Je ruggenmerg zijn de zenuwen die door je wervelkolom (ruggengraat) heen naar beneden toelopen. Van je nek tot je stuitje. Die zenuwen zijn de hoofdverbinding tussen je hersenen en de rest van je lichaam. Zenuwen zorgen ervoor dat alle signalen uit je lichaam naar je hersenen gaan. Je hersenen zetten deze signalen om in een actie in je lichaam. Bijvoorbeeld: Je stoot je grote teen. Via de zenuwen gaat er een signaal vanuit je grote teen, via het ruggenmerg naar je hersenen. Je hersenen geven dan weer een signaal terug naar verschillende delen van je lichaam. Jij trekt je voet terug, grijpt hem vast met je hand en de tranen springen in je ogen. Dat gaat allemaal vanzelf. Om je hersenen en ruggenmerg zit een waterige vloeistof, het hersenvocht. Daarom heen zitten beschermende vliezen. Dit hersenvocht doet twee dingen: het beschermt je hersenen en je ruggenmerg en het vervoert voedingsstoffen en afvalstoffen.

De ruggenprik
Wat is een ruggenprik?

Binnenkort kom je naar het ziekenhuis voor een ruggenprik. Dat is een behandeling waarbij je een prik krijgt in je onderrug en je medicijnen krijgt toegediend. Een ander woord voor ruggenprik is lumbaalpunctie. Voor het gemak spreken we in deze folder vaak over ruggenprik. Lumbaal betekent het gebied van je onderrug. Punctie is een ander woord voor prik.

Met een ruggenprik kan de dokter:

  • onderzoeken hoe het met je gaat
  • medicijnen geven

In je hoofd en in je wervelkolom zit hersenvocht. Dit hersenvocht willen we onderzoeken. Daarom krijg je een prik in je onderrug, tussen je ruggenwervels. Er druppelt dan wat hersenvocht uit de naald. De dokter vangt dit vocht op in een buisje. Dit hersenvocht onderzoeken we in een laboratorium.

Daarna dient de dokter via dezelfde holle naald het medicijn nusinersen toe aan het hersenvocht. De ruggenprik zelf duurt minimaal 10 minuten. Hoe lang het precies duurt is bij iedereen anders. Dat hangt af van hoe snel het vocht uit je rug druppelt. Na de behandeling blijf je 2 uur plat op bed liggen.

Een ruggenprik kan pijnlijk zijn, daarom wordt dit onderzoek uitgevoerd door je bewustzijn te verlagen (sedatie) of  door je onder narcose te brengen.

Vóór de ruggenprik

De POS-poli

Een tijdje vóór de Ruggenprik, heb je een afspraak op de POS-poli. POS-poli is de afkorting van: Pre Operatief Spreekuur. Dat betekent: het spreekuur vóór een onderzoek, behandeling of operatie onder narcose. Narcose wil zeggen dat je gaat “slapen” met behulp van medicijnen. Je voelt dan niks van de ingreep. We noemen dit wel slapen maar het is geen gewone slaap. Als je onder narcose bent, kun je niet uit jezelf wakker worden. De anesthesioloog is de dokter die jou de slaapmedicijnen geeft. Hij zorgt voor jou als je onder narcose bent en hij zorgt ervoor dat je weer wakker wordt als de ingreep klaar is. We noemen hem ook wel de slaapdokter.

Je kunt ook in aanmerking komen voor sedatie. Sedatie betekent letterlijk het verlagen van het bewustzijn. Je bewustzijn wordt zoveel verlaagd via slaapmedicatie, dat je niets van de ingreep meekrijgt. Omdat het om een oppervlakkige slaap gaat, is bewaking door een anesthesist niet noodzakelijk. Wel wordt de ademhaling gecontroleerd met een knijpertje aan de vinger (saturatiemeter). Hiermee wordt het zuurstofgehalte in het bloed gemeten. Sedatie is niet altijd mogelijk. 

De POS-poli bevindt zich in het WKZ op de 1e verdieping bij receptie 8. 

Op de POS-poli heb je, samen met je ouders, een gesprek met de POS-verpleegkundige of met de slaapdokter.

Wat gebeurt er op de POS-poli?

Ze willen van alles weten over je gezondheid, bijvoorbeeld:

  • welke ziektes je hebt gehad;
  • of je koorts hebt;
  • of je verkouden bent.

Soms meten ze je gewicht, je lengte, je bloeddruk of je hartslag. Dit doet geen pijn.

Ze bespreken met jou en je ouders:

  • hoe het gaat als je onder narcose gaat;
  • wat jou kan helpen als je pijn hebt of bang bent;
  • hoe jij het beste de narcose kunt krijgen:
    • met een prik
    • of met een kapje.

Als je tegen de narcose op ziet, zeg het dan tegen de POS-verpleegkundige of de slaapdokter!

Op de POS-poli krijg je een folder over de narcose. Dan kun je nog eens nalezen wat er is verteld.

Voor ouders

Is uw kind allergisch, bijvoorbeeld voor pleisters of bepaalde medicijnen? Meld dit dan altijd.

Kort voor de narcose mag uw kind geen vaccinatie krijgen. We houden de volgende periode aan:

  • twee dagen voor de narcose geen DKTP- en meningokokken-vaccinatie,
  • twee weken voor de narcose geen BMR-vaccinatie

In de folder “Narcose” lees je hoe het gaat als je onder narcose gaat. Je leest daar ook hoe het gaat op de dag dat de ingreep plaats vindt. Voor alle duidelijkheid vertellen we het hier nog een keer in het kort:

Je zenuwstelsel

Het zenuwstelsel speelt een belangrijke rol in je lichaam, bij alles wat je doet en wat je voelt.

Je zenuwstelsel kan je vergelijken met een netwerk van autowegen. Auto’s rijden van het ene naar het andere punt. Je zenuwen geven op dezelfde manier berichtjes door: signalen. Die signalen ‘reizen’ heen en weer tussen je hersenen en je spieren. Daardoor kun je bijvoorbeeld bewegen, voelen, zien en proeven. 

Je zenuwstelsel bestaat uit: je hersenen, je hersenstam en je ruggenmerg

Je hersenen

Je hersenen zitten in je hoofd, onder je schedel. Ze werken heel ingewikkeld. Je hersenen zorgen ervoor dat er van alles in je lichaam gebeurt. Bijvoorbeeld dat je kunt zien, horen, ruiken, proeven en voelen. Ze regelen ook dat je kunt bewegen en dat je temperatuur goed blijft. Dankzij je hersenen kun je nadenken, dingen onthouden, raadsels oplossen en grapjes maken. Je hersenen zorgen er ook voor dat je blij, boos of verdrietig bent. 

Je hersenstam

Je hersenstam is het onderste gedeelte van je hersenen. Het is de automatische piloot van je lichaam. De hersenstam regelt de dingen die je lichaam doet zonder dat je er over na hoeft te denken. Bijvoorbeeld ademhalen en je bloeddruk regelen. Je hersenstam zorgt er ook voor dat je lichaam eten en drinken goed verwerkt.

Je ruggenmerg

Je ruggenmerg zijn de zenuwen die door je wervelkolom (ruggengraat) heen naar beneden toelopen. Van je nek tot je stuitje. Die zenuwen zijn de hoofdverbinding tussen je hersenen en de rest van je lichaam. Zenuwen zorgen ervoor dat alle signalen uit je lichaam naar je hersenen gaan. Je hersenen zetten deze signalen om in een actie in je lichaam. Bijvoorbeeld: Je stoot je grote teen. Via de zenuwen gaat er een signaal vanuit je grote teen, via het ruggenmerg naar je hersenen. Je hersenen geven dan weer een signaal terug naar verschillende delen van je lichaam. Jij trekt je voet terug, grijpt hem vast met je hand en de tranen springen in je ogen. Dat gaat allemaal vanzelf. Om je hersenen en ruggenmerg zit een waterige vloeistof, het hersenvocht. Daarom heen zitten beschermende vliezen. Dit hersenvocht doet twee dingen: het beschermt je hersenen en je ruggenmerg en het vervoert voedingsstoffen en afvalstoffen.