De diagnosedag

Diagnosedag   •

De diagnosedag

Je komt naar het ziekenhuis voor een “diagnosedag” in het Spieren voor Spieren Kindercentrum.

Het Spieren voor Spieren Kindercentrum

In één dag helemaal binnenstebuiten

Iedereen voelt zich wel eens niet zo lekker. Meestal weet je ook waardoor je je niet lekker voelt. Soms heb je een griepje en een andere keer ben je hard gevallen. Om weer beter te worden, moet je soms een poosje in bed blijven. Het kan ook zijn dat het niet zo goed met je gaat, terwijl niemand weet hoe dat eigenlijk precies komt. Je merkt het bijvoorbeeld in de klas of bij het buitenspelen, omdat je bepaalde dingen niet kunt die je vriendjes wel gemakkelijk kunnen. Om erachter te komen waardoor jij je niet zo lekker voelt of waarom je jezelf niet zo goed kunt bewegen, kom je binnenkort een dag naar het ziekenhuis. Daar gaan dokters uitzoeken wat er precies met je aan de hand is. In het ziekenhuis word je heel goed onderzocht. Daar zijn allemaal aparte onderzoeken en apparaten voor. Daarmee kan de dokter je heel precies nakijken. Omdat we je zo snel mogelijk in het ziekenhuis willen houden, worden alle onderzoeken op één dag gedaan. Voor jou is dat een hele drukke en best spannende dag.

In deze folder leggen we uit welke onderzoeken er zijn en waar ze voor dienen. We hebben geprobeerd om alles zo duidelijk mogelijk op te schrijven, maar het kan natuurlijk best zo zijn dat je na het lezen toch nog vragen hebt. Bespreek deze vragen met je ouders. Als zij ook geen antwoord weten, mag je bellen of mailen naar de verpleegkundig specialist van het Spieren voor Spieren Kindercentrum.

In het ziekenhuis kom je veel verschillende mensen tegen. Tijdens de onderzoeksdag zal je vooral met dokters en verpleegkundigen te maken hebben. Het is soms moeilijk te zien of iemand een dokter of een verpleegkundige is. Als je het niet zeker weet, vraag je het gewoon! Je kunt ook op de poster in de gang kijken, daar staan ze allemaal op.

Tijdens je bezoek aan het Spieren voor Spieren Kindercentrum proberen we zoveel mogelijk jou en je ouders centraal te stellen. In plaats van dat jullie naar de specialist toegaan, komen de verschillende specialisten naar jou en je ouders toe in een eigen kamer.

Hoe ziet je lichaam er van binnen uit?

Om de binnenkant van je lichaam te onderzoeken zijn er apparaten waarmee we door je huid heen kunnen kijken. Ook kunnen we heel veel over je binnenkant leren, bijvoorbeeld door goed te kijken hoe je je beweegt, hoe je loopt en hoe je de dingen doet. Om te kunnen begrijpen wat de dokters allemaal onderzoeken is het goed als je zelf ook een beetje weet hoe je lichaam eruit ziet aan de binnenkant.

Botten

De stevigheid van je lichaam komt door je botten. Al je botten samen maken je skelet. Je kunt je botten goed voelen als je in jezelf knijpt. Het zijn een soort harde stokken, bijvoorbeeld binnen in je armen, je benen en je vingers.

Spieren

Spieren zitten overal in je lichaam. Sommige kun je aan de buitenkant zien bijvoorbeeld als je spierballen maakt. Andere zitten binnen in je lichaam bijvoorbeeld in je maag. In het totaal heb je meer dan 600 spieren. Bij alles wat je doet gebruik je meerdere spieren. Je hersenen en je spieren werken 24 uur per dag samen. Er gaan signaaltjes tussen je hersenen en spieren heen en weer om te zorgen dat je lichaam goed werkt. Er zijn twee soorten spieren: willekeurige spieren en onwillekeurige spieren.

Toen jij klein was en leerde fietsen moest je tegelijkertijd trappen, sturen en je evenwicht bewaren, dat was een heel karwei. Nu kun je fietsen zonder er steeds bij na te denken. Maar als jij sneller wilt fietsen, kun je bewust je beenspieren aanspannen om harder te trappen. Een willekeurige spier bestaat uit spiervezels. Vezels lijken net draadjes. Bij een gebraden kippenpootje of runderlapje kun je dat goed zien. Je kunt het vlees (de spier) uit elkaar trekken tot vezels. Een heleboel spiervezels bij elkaar vormen een spierbundel. Daar zit een dun weefsel omheen om de vezels bij elkaar te houden. Dit heet bindweefsel. Veel spierbundels samen zijn de eigenlijke spier. Een spier heeft ook weer een omhulsel van bindweefsel. Dat heet de spierschede. Tussen die spierbundels en spiervezels lopen bloedvaatjes en zenuwen. Door de bloedvaatjes krijgt de spier zijn voeding. Via de zenuwen krijgt hij een signaaltje om samen te trekken. Spieren zitten door middel van pezen vast aan je botten. Als je de spiervezels onder de microscoop bekijkt, zie je een dwarsgestreept patroon. Daarom noemen we deze spieren ook wel dwarsgestreepte spieren.

Willekeurige spieren

Jouw lijf bestaat uit een heleboel botten en botjes, het skelet. Spieren verbinden al deze botten met elkaar en zorgen voor beweging. Als je geen spieren zou hebben, zou je skelet als een kaartenhuis in elkaar storten. Er zijn spieren waarvan je kunt denken: ‘die wil ik gaan bewegen’ bijvoorbeeld als je een knipoog geeft of een grote sprong maakt. Die noemen we willekeurige spieren. Soms moet je goed nadenken over welke spieren nodig zijn.

Onwillekeurige spieren

Dat zijn spieren die werken zonder dat jij het merkt. Het gaat eigenlijk automatisch, je kunt niet denken: ‘ik wil nu mijn maag harder laten werken’. Onwillekeurige spieren komen onder andere voor in de wanden van bloedvaten, in je longen, in je maag en darmen. Met een langzame golfachtige beweging zorgen ze voor het transport van bloed, lucht en voedsel. De onwillekeurige spieren zijn ook anders opgebouwd dan de willekeurige. We noemen ze daarom ook wel gladde spieren. Dan heb je ook nog de hartspier. Die heeft een eigen soort spierweefsel. Doordat je hartspier samenknijpt, pompt hij je bloed door je lichaam. De hartspier lijkt in zijn opbouw meer op de dwarsgestreepte spier dan op de gladde spier. Maar ook de hartspier kun jij niet bewust aanspannen of ontspannen. De hartspier werkt dag en nacht en wordt nooit moe.

Zenuwen

Om te zorgen dat al je spieren samenwerken zoals jij dat wilt, ‘praten’ ze met elkaar via een soort telefoonlijnen: de zenuwen. De opdrachten aan de spieren komen uit je hersenen en de zenuwen geven die berichten door. Ze brengen ook berichten terug aan de hersenen. Niet alleen over jouw bewegingen, maar ook over allerlei dingen die jij ziet, hoort, voelt of ruikt. Bijvoorbeeld of er iemand zachtjes over je arm kriebelt. Als je dat soort dingen niet goed meer voelt, of als je bewegingen niet meer zo kunt maken als je wilt, is er misschien wat mis met de zenuwen in jouw lichaam.

Hersenen

Je hersenen zitten in je hoofd, goed beschermd achter het bot van je schedel. Met je hersenen kun je nadenken en dingen onthouden, maar hersenen doen nog veel meer. Als je slaapt droom je er mee en of je nu slaapt of wakker bent, je hersenen zorgen ervoor dat alle onderdelen van je lichaam goed met elkaar samenwerken en dat het geen rommeltje wordt. Op elke plek in de hersenen wordt iets anders geregeld. Welk stukje van je hersenen er aan het werk is, kun je met een speciaal apparaat door de schedel heen zien. Want hersenen die druk bezig zijn, maken hele kleine elektrische stroompjes en die kun je meten. De dokter die heel veel verstand heeft van zenuwen, hersenen en spieren heet een neuroloog.

De diagnosedag

Je komt naar het ziekenhuis voor een “diagnosedag” in het Spieren voor Spieren Kindercentrum.

Het Spieren voor Spieren Kindercentrum

In één dag helemaal binnenstebuiten

Iedereen voelt zich wel eens niet zo lekker. Meestal weet je ook waardoor je je niet lekker voelt. Soms heb je een griepje en een andere keer ben je hard gevallen. Om weer beter te worden, moet je soms een poosje in bed blijven. Het kan ook zijn dat het niet zo goed met je gaat, terwijl niemand weet hoe dat eigenlijk precies komt. Je merkt het bijvoorbeeld in de klas of bij het buitenspelen, omdat je bepaalde dingen niet kunt die je vriendjes wel gemakkelijk kunnen. Om erachter te komen waardoor jij je niet zo lekker voelt of waarom je jezelf niet zo goed kunt bewegen, kom je binnenkort een dag naar het ziekenhuis. Daar gaan dokters uitzoeken wat er precies met je aan de hand is. In het ziekenhuis word je heel goed onderzocht. Daar zijn allemaal aparte onderzoeken en apparaten voor. Daarmee kan de dokter je heel precies nakijken. Omdat we je zo snel mogelijk in het ziekenhuis willen houden, worden alle onderzoeken op één dag gedaan. Voor jou is dat een hele drukke en best spannende dag.

In deze folder leggen we uit welke onderzoeken er zijn en waar ze voor dienen. We hebben geprobeerd om alles zo duidelijk mogelijk op te schrijven, maar het kan natuurlijk best zo zijn dat je na het lezen toch nog vragen hebt. Bespreek deze vragen met je ouders. Als zij ook geen antwoord weten, mag je bellen of mailen naar de verpleegkundig specialist van het Spieren voor Spieren Kindercentrum.

In het ziekenhuis kom je veel verschillende mensen tegen. Tijdens de onderzoeksdag zal je vooral met dokters en verpleegkundigen te maken hebben. Het is soms moeilijk te zien of iemand een dokter of een verpleegkundige is. Als je het niet zeker weet, vraag je het gewoon! Je kunt ook op de poster in de gang kijken, daar staan ze allemaal op.

Tijdens je bezoek aan het Spieren voor Spieren Kindercentrum proberen we zoveel mogelijk jou en je ouders centraal te stellen. In plaats van dat jullie naar de specialist toegaan, komen de verschillende specialisten naar jou en je ouders toe in een eigen kamer.

Hoe ziet je lichaam er van binnen uit?

Om de binnenkant van je lichaam te onderzoeken zijn er apparaten waarmee we door je huid heen kunnen kijken. Ook kunnen we heel veel over je binnenkant leren, bijvoorbeeld door goed te kijken hoe je je beweegt, hoe je loopt en hoe je de dingen doet. Om te kunnen begrijpen wat de dokters allemaal onderzoeken is het goed als je zelf ook een beetje weet hoe je lichaam eruit ziet aan de binnenkant.

Botten

De stevigheid van je lichaam komt door je botten. Al je botten samen maken je skelet. Je kunt je botten goed voelen als je in jezelf knijpt. Het zijn een soort harde stokken, bijvoorbeeld binnen in je armen, je benen en je vingers.

Spieren

Spieren zitten overal in je lichaam. Sommige kun je aan de buitenkant zien bijvoorbeeld als je spierballen maakt. Andere zitten binnen in je lichaam bijvoorbeeld in je maag. In het totaal heb je meer dan 600 spieren. Bij alles wat je doet gebruik je meerdere spieren. Je hersenen en je spieren werken 24 uur per dag samen. Er gaan signaaltjes tussen je hersenen en spieren heen en weer om te zorgen dat je lichaam goed werkt. Er zijn twee soorten spieren: willekeurige spieren en onwillekeurige spieren.

Toen jij klein was en leerde fietsen moest je tegelijkertijd trappen, sturen en je evenwicht bewaren, dat was een heel karwei. Nu kun je fietsen zonder er steeds bij na te denken. Maar als jij sneller wilt fietsen, kun je bewust je beenspieren aanspannen om harder te trappen. Een willekeurige spier bestaat uit spiervezels. Vezels lijken net draadjes. Bij een gebraden kippenpootje of runderlapje kun je dat goed zien. Je kunt het vlees (de spier) uit elkaar trekken tot vezels. Een heleboel spiervezels bij elkaar vormen een spierbundel. Daar zit een dun weefsel omheen om de vezels bij elkaar te houden. Dit heet bindweefsel. Veel spierbundels samen zijn de eigenlijke spier. Een spier heeft ook weer een omhulsel van bindweefsel. Dat heet de spierschede. Tussen die spierbundels en spiervezels lopen bloedvaatjes en zenuwen. Door de bloedvaatjes krijgt de spier zijn voeding. Via de zenuwen krijgt hij een signaaltje om samen te trekken. Spieren zitten door middel van pezen vast aan je botten. Als je de spiervezels onder de microscoop bekijkt, zie je een dwarsgestreept patroon. Daarom noemen we deze spieren ook wel dwarsgestreepte spieren.

Willekeurige spieren

Jouw lijf bestaat uit een heleboel botten en botjes, het skelet. Spieren verbinden al deze botten met elkaar en zorgen voor beweging. Als je geen spieren zou hebben, zou je skelet als een kaartenhuis in elkaar storten. Er zijn spieren waarvan je kunt denken: ‘die wil ik gaan bewegen’ bijvoorbeeld als je een knipoog geeft of een grote sprong maakt. Die noemen we willekeurige spieren. Soms moet je goed nadenken over welke spieren nodig zijn.

Onwillekeurige spieren

Dat zijn spieren die werken zonder dat jij het merkt. Het gaat eigenlijk automatisch, je kunt niet denken: ‘ik wil nu mijn maag harder laten werken’. Onwillekeurige spieren komen onder andere voor in de wanden van bloedvaten, in je longen, in je maag en darmen. Met een langzame golfachtige beweging zorgen ze voor het transport van bloed, lucht en voedsel. De onwillekeurige spieren zijn ook anders opgebouwd dan de willekeurige. We noemen ze daarom ook wel gladde spieren. Dan heb je ook nog de hartspier. Die heeft een eigen soort spierweefsel. Doordat je hartspier samenknijpt, pompt hij je bloed door je lichaam. De hartspier lijkt in zijn opbouw meer op de dwarsgestreepte spier dan op de gladde spier. Maar ook de hartspier kun jij niet bewust aanspannen of ontspannen. De hartspier werkt dag en nacht en wordt nooit moe.

Zenuwen

Om te zorgen dat al je spieren samenwerken zoals jij dat wilt, ‘praten’ ze met elkaar via een soort telefoonlijnen: de zenuwen. De opdrachten aan de spieren komen uit je hersenen en de zenuwen geven die berichten door. Ze brengen ook berichten terug aan de hersenen. Niet alleen over jouw bewegingen, maar ook over allerlei dingen die jij ziet, hoort, voelt of ruikt. Bijvoorbeeld of er iemand zachtjes over je arm kriebelt. Als je dat soort dingen niet goed meer voelt, of als je bewegingen niet meer zo kunt maken als je wilt, is er misschien wat mis met de zenuwen in jouw lichaam.

Hersenen

Je hersenen zitten in je hoofd, goed beschermd achter het bot van je schedel. Met je hersenen kun je nadenken en dingen onthouden, maar hersenen doen nog veel meer. Als je slaapt droom je er mee en of je nu slaapt of wakker bent, je hersenen zorgen ervoor dat alle onderdelen van je lichaam goed met elkaar samenwerken en dat het geen rommeltje wordt. Op elke plek in de hersenen wordt iets anders geregeld. Welk stukje van je hersenen er aan het werk is, kun je met een speciaal apparaat door de schedel heen zien. Want hersenen die druk bezig zijn, maken hele kleine elektrische stroompjes en die kun je meten. De dokter die heel veel verstand heeft van zenuwen, hersenen en spieren heet een neuroloog.