Vaginale kunstverlossing

Vaginale
kunstverlossing
Wat is een vaginale kunstverlossing?

Deze brochure geeft informatie over de  gebruikelijke gang van zaken bij een vaginale kunstverlossing. Dit is  een bevalling via de vagina, waarbij de gynaecoloog met een verlostang  of een vacuümcup helpt bij de geboorte van uw kind.

Bij een eerste bevalling is deze hulp vaker  nodig dan bij een volgende. Naar schatting krijgt ongeveer 5 % vrouwen  die voor het eerst bevalt, te maken met een vaginale kunstverlossing.

Het kan zijn dat u van huis naar het  ziekenhuis moet komen, of dat u al in het ziekenhuis bent omdat u  poliklinisch bevalt. In beide gevallen draagt de verloskundige die u  begeleidt, de zorg aan de gynaecoloog over. Afhankelijk van de  omstandigheden blijft de verloskundige bij de bevalling aanwezig om u te  ondersteunen. Ook is het mogelijk dat u al in het ziekenhuis bevalt  omdat de gynaecoloog om een andere reden uw bevalling begeleidt.

Een tangverlossing wordt ook wel forcipale extractie genoemd. De medische term voor een vacuümverlossing is  vacuümextractie. Wij beschrijven hieronder de instrumenten en de gang  van zaken bij deze bevallingen.

Hoe ziet een verlostang eruit?
Een verlostang bestaat uit twee metalen  ‘lepels’. Elke lepel bevat een gebogen blad dat precies om de zijkant  van het kinderhoofd past. Op de overgang van de bladen met de steel zit  een verbindingsstuk met een handvat. Als de beide bladen om het hoofd  van het kind zijn geplaatst, houdt het verbindingsstuk de lepels op hun  plaats. Inclusief de steel zijn de lepels 35 tot 40 cm lang.

Tijdens een aantal weeën (terwijl u zelf mee  blijft persen) trekt de gynaecoloog aan het handvat van de verlostang om  te helpen bij de uitdrijving. Bij de geboorte van het hoofd worden de lepels verwijderd. Daarna volgt snel de geboorte van het lichaam.

Hoe ziet een vacuümapparaat eruit?
Een vacuümcup is een ronde zuignap van metaal  of plastic, met een doorsnede van ongeveer 5 cm. Aan de buitenkant van  de cup is een rubber of plastic slang aangesloten. Nadat de cup tegen de  schedel van het kind is geplaatst, wordt via deze slang lucht uit de  cup gezogen. Zo ontstaat een vacuüm (luchtledigheid) in de cup; de  binnenkant van de cup wordt hierdoor stevig tegen de schedel aan  gezogen. Aan de bolle kant van de cup zit ook een ketting vast. Nadat de  cup is vastgezogen trekt de gynaecoloog tijdens een aantal weeën  (terwijl u zelf blijft meepersen) aan de ketting om de uitdrijving te  bespoedigen. Zodra het hoofd geboren is, stopt men met het vacuümzuigen:  de cup laat dan los van het hoofd. Daarna volgt snel de geboorte van  het lichaam.

In welk stadium van de bevalling wordt
een tang- of vacuümverlossing toegepast?

Een bevalling kent drie verschillende stadia (perioden): de ontsluiting, de uitdrijving, en de periode na de geboorte.

Tijdens de ontsluitingsfase gaat de  baarmoedermond open als gevolg van steeds krachtiger wordende weeën. De  verloskundige of arts bepaalt de mate van ontsluiting door middel van  inwendig onderzoek. Bij volkomen ontsluiting is de baarmoedermond  helemaal open. Het hoofd daalt dan verder in; tijdens de weeën krijgt u  meestal in toenemende mate het gevoel mee te moeten persen. Zo begint de  uitdrijvingsfase, die eindigt met de geboorte van uw kind. Een tang of  vacuümverlossing vindt plaats tijdens deze tweede fase, de  uitdrijvingsfase. Het is daarbij noodzakelijk dat het hoofd diep genoeg  in het bekken is ingedaald.

Redenen om een tang- of vacuümverlossing te verrichten
De belangrijkste redenen voor een tang- of een  vacuümverlossing zijn het niet vorderen van de uitdrijving en/of  dreigend zuurstoftekort bij het kind. Een enkele keer mag een zwangere  niet of slechts kort persen, bijvoorbeeld wegens gezondheidsproblemen  van hart of longen.

Het niet vorderen van de uitdrijving
Zeker bij een eerste bevalling komt het  regelmatig voor dat een kind ondanks krachtig persen niet spontaan  geboren wordt. Soms is het kind aan de forse kant of is de stand van het  hoofd zodanig dat het bekken niet gemakkelijk gepasseerd kan worden. In  andere gevallen zijn de weeën niet sterk genoeg of zwakken ze tijdens  de bevalling af. Moeheid en gebrek aan kracht kunnen ook een rol spelen.  Vaak is er een combinatie van factoren. Bovendien neemt naarmate het  persen langer duurt de kans toe dat de conditie van het kind  achteruitgaat. Degene die uw bevalling begeleidt, adviseert dan hulp om  uw kind geboren te laten worden. De ervaring leert dat de meeste vrouwen  tegen die tijd hulp als een opluchting ervaren.

Mogelijk zuurstoftekort bij het kind
Tijdens het persen worden de harttonen van de  baby gecontroleerd. Bij een ongestoorde zwangerschap gebeurt dit meestal  met een ‘doptone’ (een klein instrument dat regelmatig met behulp van  geluidsgolven via de buikwand de harttonen registreert), bij een  bevalling op medische indicatie past men vaak een CTG-registratie toe  (een doorlopende harttonenregistratie via de buikwand of de schede). De  harttonen geven aan hoe de conditie van het kind is. Langdurig of  ernstig afwijkende harttonen kunnen een teken zijn van dreigend  zuurstoftekort. Soms wordt een beetje bloed van de hoofdhuid van het  kind afgenomen (microbloedonderzoek) om te bepalen of het kind voldoende  zuurstof krijgt.

Na een ongestoorde zwangerschap is de kans op  mogelijk zuurstoftekort heel klein. Als er bijzonderheden zijn tijdens  de zwangerschap, zoals groeiachterstand van het kind, hoge bloeddruk of  ruim over tijd zijn, neemt de kans op afwijkende harttonen toe, en  daarmee de kans dat een vacuüm of tangverlossing noodzakelijk is.

Hoe verloopt een tang- of
vacuümverlossing?

Bijna altijd maakt men een dwarsbed: het  onderste gedeelte van het verlosbed wordt weggehaald en u plaatst uw  benen in beensteunen (net als bij inwendig onderzoek op een gynaecologische stoel). De gynaecoloog kan zo tussen uw benen in staan  om te helpen het kind geboren te laten worden.

Voor de ingreep wordt de blaas soms met een  dunne slang (katheter) geleegd. De gynaecoloog doet een inwendig  onderzoek om de stand van het hoofd van het kind en de mate van indaling  te bepalen. Dit is nodig om de verlostang of de vacuümcup goed op het  hoofd te kunnen plaatsen.

Bij een tangverlossing worden de lepels één  voor één om het hoofd gelegd. Bij een vacuümextractie plaatst de  gynaecoloog de cup op de bovenkant van het hoofd. Daarna wordt er vacuüm  gezogen, zodat de cup zich binnen enkele minuten aan de schedel van het  kind vastzuigt.

Zowel het plaatsen van de lepels van de  verlostang als het inbrengen van de vacuümcup is vaak onplezierig en  pijnlijk. Het is niet altijd mogelijk door verdoving deze pijn te voorkomen. U ervaart over het algemeen minder pijn als het u lukt te  ontspannen, bijvoorbeeld door het wegzuchten van de pijn.

Nadat de lepels zijn geplaatst of de vacuümcup  zich heeft vastgezogen trekt de gynaecoloog bij iedere volgende wee mee  terwijl u perst. Het is belangrijk dat u zo krachtig mogelijk blijft meepersen. Soms drukt de verpleegkundige of verloskundige op uw buik om  de kracht van de wee te versterken. Tussen de weeën door zorgt de  gynaecoloog dat het hoofd niet terugglijdt. Over het algemeen wordt uw  kind na enkele weeën geboren; soms is meetrekken gedurende meer weeën noodzakelijk.

Of een tangverlossing of een vacuümverlossing  de voorkeur heeft hangt onder andere af van de ligging van het kind en  de indaling van het hoofd. De ervaring en de voorkeur van de gynaecoloog  bepalen meestal de keuze.

Moet er worden ingeknipt bij een tang- of vacuümbevalling?
Nogal eens, maar zeker niet altijd  wordt bij  een tang- of vacuümbevalling ingeknipt. Dit hangt onder andere af van de  harttonen (en daarmee van de snelheid waarmee de baby geboren moet  worden), de stevigheid van de bekkenbodemspieren, de dikte van het weefsel tussen de schede en de anus, en de ingeschatte kans op ernstig  inscheuren.

Bij inknippen geeft de arts vaak van te voren  plaatselijke verdoving. Daardoor merkt u van het inknippen zelf niet  veel, maar de eerste dagen van het kraambed zijn er wel vaak pijnklachten.

Het kind na de geboorte

Een tang- of vacuümverlossing wordt niet  zonder reden verricht. Meestal is er sprake van een langdurige  uitdrijving en/of dreigend zuurstoftekort bij het kind. Afhankelijk van  de reden van de kunstverlossing wordt uw kind na de geboorte door een  kinderarts onderzocht. Als uw kind rond de uitgerekende datum in goede  conditie wordt geboren, is couveuse-opname vaak niet noodzakelijk. Als  extra zorg of observatie nodig is, is zo’n opname wel gewenst.

Na een vacuümverlossing ziet en voelt u nog  enkele dagen de afdruk van de vacuümcup op het hoofd van uw kind als een  blauwrode verdikking. Dit komt omdat zich vocht onder de huid heeft  opgehoopt.

De zwelling is binnen een dag bijna helemaal  weg, de verkleuring verdwijnt na enkele dagen. Ook na een tangverlossing  kan er enkele dagen een afdruk op de zijkant van het hoofd van uw kind  zichtbaar zijn.

Het kind kan na een tang- of een vacuümverlossing hoofdpijn hebben en soms wat misselijk zijn. Soms adviseert men dan 24 uur wiegenrust: u mag het kind dan alleen oppakken voor noodzakelijke handelingen als verschonen en het geven van voeding. Ook schrijft de kinderarts soms een  pijnstiller voor.

Complicaties van een kunstverlossing

De kans op complicaties van een tang- of vacuümverlossing is klein.

Afschieten van de vacuümcup
Een enkele keer schiet de vacuümcup van het  hoofd terwijl de gynaecoloog trekt. Dit is niet altijd te voorkomen.  Soms is het hoofd al zo diep gekomen dat verdere hulp niet nodig is.  Maar ook kan de gynaecoloog de cup opnieuw aanbrengen, alsnog besluiten  een verlostang te gebruiken, of beslissen om een keizersnede te doen.

Bloeduitstorting op het hoofd van het kind
Een bloeduitstorting op het hoofd van het kind  wordt een enkele keer na een vaginale kunstverlossing gezien, maar komt  ook wel voor na een spontane (vaak langdurige) bevalling. Zo’n  bloeduitstorting is meestal dan ook meer het gevolg van een langdurige  bevalling dan van de kunstverlossing. Deze complicatie wordt wat vaker  gezien bij een vacuüm- dan bij een tangbevalling. De bloeduitstorting  verdwijnt vanzelf, maar kan wel tot gevolg hebben dat het kind langer  geel blijft zien.

Totaalruptuur bij de vrouw
Een totaalruptuur is het doorscheuren van de  huid en het weefsel tussen de vagina en de anus. Ook de kringspier rond  de anus scheurt dan geheel of gedeeltelijk in. Evenals bij een gewone  bevalling kan ook bij een kunstverlossing een totaalruptuur ontstaan,  maar deze complicatie komt wat vaker voor bij een tang- of  vacuümbevalling. Een knip kan een totaalruptuur niet altijd voorkomen.  Zorgvuldig hechten van een totaalruptuur is noodzakelijk om latere  problemen met het ophouden van ontlasting te voorkomen. Vaak maar niet altijd gebeurt het hechten op de operatiekamer.

Emoties rond een tang- of
vacuümverlossing

De beleving van een kunstverlossing wisselt  sterk. Niet zelden betekent deze hulp een grote opluchting, zeker als  vrouwen het gevoel hebben ondanks alle inspanningen geen millimeter op  te schieten. Andere vrouwen vinden het moeilijk te verwerken dat de  bevalling niet spontaan is verlopen.

Zij hebben soms het gevoel te hebben gefaald,  omdat zij niet in staat waren hun kind op de ‘normale’ manier ter wereld  te brengen, en soms hebben zij het idee dat een normale bevalling van  hen is afgenomen.

Spelen dergelijke gevoelens bij u, praat  erover met uw partner, vrienden en familieleden. Bespreek tijdens de  nacontrole uw emoties en vragen, zoals waarom de kunstverlossing nodig  was. Dit kan u ook helpen bij het verwerken van emoties. Schrijf uw  vragen van te voren op zodat u niets vergeet.

Ook na langere tijd of voorafgaand aan een  volgende zwangerschap kunt u met de gynaecoloog, de verloskundige of de  huisarts nog eens de hele gang van zaken bespreken als u daar behoefte  aan hebt.

De vader
Voor de vader is de tang- of vacuümverlossing  soms ook moeilijk te verwerken. Meer nog dan bij een spontane bevalling  kan hij zich machteloos voelen. Als de bevalling thuis was begonnen,  moet ook hij de teleurstelling van de onverwachte complicatie verwerken.  Sommige mannen voelen zich nutteloos omdat zij het gevoel hebben  nauwelijks iets te kunnen doen. Ook zijn zij vaak bang dat er iets  misgaat.

De handelingen bij een tang- of  vacuümverlossing ervaren zij nogal eens als bedreigend voor moeder en  kind. Achteraf bekent menig partner dat hij de hoop op een goede afloop  eigenlijk al had opgegeven. Belangrijk is dat u probeert alle gevoelens  en teleurstellingen met elkaar te bespreken.

Ook voor uw partner is het goed om vaak over deze ervaring na te praten.

Een volgende bevalling
Bij het allergrootste deel (meer dan 90%) van  de vrouwen die tijdens een eerste bevalling een vacuüm- of een  tangverlossing heeft ondergaan, verloopt een volgende bevalling zonder  problemen.

Over het algemeen is een vaginale  kunstverlossing dan ook geen reden voor een medische indicatie  (bevalling onder leiding van de gynaecoloog) bij een volgende  zwangerschap. Controle van de zwangerschap kan dan ook gewoon door de  verloskundige of huisarts plaatsvinden. In uitzonderingsgevallen,  bijvoorbeeld als de kunstverlossing erg moeilijk was, of bij andere  complicaties, kan de gynaecoloog een medische indicatie adviseren.

Borstvoeding
Na een tang- of vacuümverlossing kunt u over het algemeen zonder problemen borstvoeding geven.

De eerste uren na de bevalling is het kind  soms misselijk waardoor het minder zin in drinken heeft. De  verpleegkundige en eventueel de kinderarts adviseren u wanneer en hoe u  het beste met de voeding kunt beginnen.

Ontslag uit het ziekenhuis
Hoe lang u in het ziekenhuis blijft na een  vaginale kunstverlossing, hangt af van de reden van de kunstverlossing,  hoe gemakkelijk of moeilijk deze verliep, de conditie van uw kind bij de  geboorte, en de gebruikelijke gang van zaken in het ziekenhuis. Vaak  blijft u na een vaginale kunstverlossing 24 uur nog in het ziekenhuis.

Nog vragen?
Uw gynaecoloog of verloskundige of verpleegkundige is altijd bereid ze te beantwoorden.

Vaginale
kunstverlossing
Wat is een vaginale kunstverlossing?

Deze brochure geeft informatie over de  gebruikelijke gang van zaken bij een vaginale kunstverlossing. Dit is  een bevalling via de vagina, waarbij de gynaecoloog met een verlostang  of een vacuümcup helpt bij de geboorte van uw kind.

Bij een eerste bevalling is deze hulp vaker  nodig dan bij een volgende. Naar schatting krijgt ongeveer 5 % vrouwen  die voor het eerst bevalt, te maken met een vaginale kunstverlossing.

Het kan zijn dat u van huis naar het  ziekenhuis moet komen, of dat u al in het ziekenhuis bent omdat u  poliklinisch bevalt. In beide gevallen draagt de verloskundige die u  begeleidt, de zorg aan de gynaecoloog over. Afhankelijk van de  omstandigheden blijft de verloskundige bij de bevalling aanwezig om u te  ondersteunen. Ook is het mogelijk dat u al in het ziekenhuis bevalt  omdat de gynaecoloog om een andere reden uw bevalling begeleidt.

Een tangverlossing wordt ook wel forcipale extractie genoemd. De medische term voor een vacuümverlossing is  vacuümextractie. Wij beschrijven hieronder de instrumenten en de gang  van zaken bij deze bevallingen.

Hoe ziet een verlostang eruit?
Een verlostang bestaat uit twee metalen  ‘lepels’. Elke lepel bevat een gebogen blad dat precies om de zijkant  van het kinderhoofd past. Op de overgang van de bladen met de steel zit  een verbindingsstuk met een handvat. Als de beide bladen om het hoofd  van het kind zijn geplaatst, houdt het verbindingsstuk de lepels op hun  plaats. Inclusief de steel zijn de lepels 35 tot 40 cm lang.

Tijdens een aantal weeën (terwijl u zelf mee  blijft persen) trekt de gynaecoloog aan het handvat van de verlostang om  te helpen bij de uitdrijving. Bij de geboorte van het hoofd worden de lepels verwijderd. Daarna volgt snel de geboorte van het lichaam.

Hoe ziet een vacuümapparaat eruit?
Een vacuümcup is een ronde zuignap van metaal  of plastic, met een doorsnede van ongeveer 5 cm. Aan de buitenkant van  de cup is een rubber of plastic slang aangesloten. Nadat de cup tegen de  schedel van het kind is geplaatst, wordt via deze slang lucht uit de  cup gezogen. Zo ontstaat een vacuüm (luchtledigheid) in de cup; de  binnenkant van de cup wordt hierdoor stevig tegen de schedel aan  gezogen. Aan de bolle kant van de cup zit ook een ketting vast. Nadat de  cup is vastgezogen trekt de gynaecoloog tijdens een aantal weeën  (terwijl u zelf blijft meepersen) aan de ketting om de uitdrijving te  bespoedigen. Zodra het hoofd geboren is, stopt men met het vacuümzuigen:  de cup laat dan los van het hoofd. Daarna volgt snel de geboorte van  het lichaam.

In welk stadium van de bevalling wordt een tang- of vacuümverlossing toegepast?

Een bevalling kent drie verschillende stadia (perioden): de ontsluiting, de uitdrijving, en de periode na de geboorte.

Tijdens de ontsluitingsfase gaat de  baarmoedermond open als gevolg van steeds krachtiger wordende weeën. De  verloskundige of arts bepaalt de mate van ontsluiting door middel van  inwendig onderzoek. Bij volkomen ontsluiting is de baarmoedermond  helemaal open. Het hoofd daalt dan verder in; tijdens de weeën krijgt u  meestal in toenemende mate het gevoel mee te moeten persen. Zo begint de  uitdrijvingsfase, die eindigt met de geboorte van uw kind. Een tang of  vacuümverlossing vindt plaats tijdens deze tweede fase, de  uitdrijvingsfase. Het is daarbij noodzakelijk dat het hoofd diep genoeg  in het bekken is ingedaald.

Redenen om een tang- of vacuümverlossing te verrichten
De belangrijkste redenen voor een tang- of een  vacuümverlossing zijn het niet vorderen van de uitdrijving en/of  dreigend zuurstoftekort bij het kind. Een enkele keer mag een zwangere  niet of slechts kort persen, bijvoorbeeld wegens gezondheidsproblemen  van hart of longen.

Het niet vorderen van de uitdrijving
Zeker bij een eerste bevalling komt het  regelmatig voor dat een kind ondanks krachtig persen niet spontaan  geboren wordt. Soms is het kind aan de forse kant of is de stand van het  hoofd zodanig dat het bekken niet gemakkelijk gepasseerd kan worden. In  andere gevallen zijn de weeën niet sterk genoeg of zwakken ze tijdens  de bevalling af. Moeheid en gebrek aan kracht kunnen ook een rol spelen.  Vaak is er een combinatie van factoren. Bovendien neemt naarmate het  persen langer duurt de kans toe dat de conditie van het kind  achteruitgaat. Degene die uw bevalling begeleidt, adviseert dan hulp om  uw kind geboren te laten worden. De ervaring leert dat de meeste vrouwen  tegen die tijd hulp als een opluchting ervaren.

Mogelijk zuurstoftekort bij het kind
Tijdens het persen worden de harttonen van de  baby gecontroleerd. Bij een ongestoorde zwangerschap gebeurt dit meestal  met een ‘doptone’ (een klein instrument dat regelmatig met behulp van  geluidsgolven via de buikwand de harttonen registreert), bij een  bevalling op medische indicatie past men vaak een CTG-registratie toe  (een doorlopende harttonenregistratie via de buikwand of de schede). De  harttonen geven aan hoe de conditie van het kind is. Langdurig of  ernstig afwijkende harttonen kunnen een teken zijn van dreigend  zuurstoftekort. Soms wordt een beetje bloed van de hoofdhuid van het  kind afgenomen (microbloedonderzoek) om te bepalen of het kind voldoende  zuurstof krijgt.

Na een ongestoorde zwangerschap is de kans op  mogelijk zuurstoftekort heel klein. Als er bijzonderheden zijn tijdens  de zwangerschap, zoals groeiachterstand van het kind, hoge bloeddruk of  ruim over tijd zijn, neemt de kans op afwijkende harttonen toe, en  daarmee de kans dat een vacuüm of tangverlossing noodzakelijk is.

Hoe verloopt een tang- of
vacuümverlossing?

Bijna altijd maakt men een dwarsbed: het  onderste gedeelte van het verlosbed wordt weggehaald en u plaatst uw  benen in beensteunen (net als bij inwendig onderzoek op een gynaecologische stoel). De gynaecoloog kan zo tussen uw benen in staan  om te helpen het kind geboren te laten worden.

Voor de ingreep wordt de blaas soms met een  dunne slang (katheter) geleegd. De gynaecoloog doet een inwendig  onderzoek om de stand van het hoofd van het kind en de mate van indaling  te bepalen. Dit is nodig om de verlostang of de vacuümcup goed op het  hoofd te kunnen plaatsen.

Bij een tangverlossing worden de lepels één  voor één om het hoofd gelegd. Bij een vacuümextractie plaatst de  gynaecoloog de cup op de bovenkant van het hoofd. Daarna wordt er vacuüm  gezogen, zodat de cup zich binnen enkele minuten aan de schedel van het  kind vastzuigt.

Zowel het plaatsen van de lepels van de  verlostang als het inbrengen van de vacuümcup is vaak onplezierig en  pijnlijk. Het is niet altijd mogelijk door verdoving deze pijn te voorkomen. U ervaart over het algemeen minder pijn als het u lukt te  ontspannen, bijvoorbeeld door het wegzuchten van de pijn.

Nadat de lepels zijn geplaatst of de vacuümcup  zich heeft vastgezogen trekt de gynaecoloog bij iedere volgende wee mee  terwijl u perst. Het is belangrijk dat u zo krachtig mogelijk blijft meepersen. Soms drukt de verpleegkundige of verloskundige op uw buik om  de kracht van de wee te versterken. Tussen de weeën door zorgt de  gynaecoloog dat het hoofd niet terugglijdt. Over het algemeen wordt uw  kind na enkele weeën geboren; soms is meetrekken gedurende meer weeën noodzakelijk.

Of een tangverlossing of een vacuümverlossing  de voorkeur heeft hangt onder andere af van de ligging van het kind en  de indaling van het hoofd. De ervaring en de voorkeur van de gynaecoloog  bepalen meestal de keuze.

Moet er worden ingeknipt bij een tang- of vacuümbevalling?
Nogal eens, maar zeker niet altijd  wordt bij  een tang- of vacuümbevalling ingeknipt. Dit hangt onder andere af van de  harttonen (en daarmee van de snelheid waarmee de baby geboren moet  worden), de stevigheid van de bekkenbodemspieren, de dikte van het weefsel tussen de schede en de anus, en de ingeschatte kans op ernstig  inscheuren.

Bij inknippen geeft de arts vaak van te voren  plaatselijke verdoving. Daardoor merkt u van het inknippen zelf niet  veel, maar de eerste dagen van het kraambed zijn er wel vaak pijnklachten.

Het kind na de geboorte

Een tang- of vacuümverlossing wordt niet  zonder reden verricht. Meestal is er sprake van een langdurige  uitdrijving en/of dreigend zuurstoftekort bij het kind. Afhankelijk van  de reden van de kunstverlossing wordt uw kind na de geboorte door een  kinderarts onderzocht. Als uw kind rond de uitgerekende datum in goede  conditie wordt geboren, is couveuse-opname vaak niet noodzakelijk. Als  extra zorg of observatie nodig is, is zo’n opname wel gewenst.

Na een vacuümverlossing ziet en voelt u nog  enkele dagen de afdruk van de vacuümcup op het hoofd van uw kind als een  blauwrode verdikking. Dit komt omdat zich vocht onder de huid heeft  opgehoopt.

De zwelling is binnen een dag bijna helemaal  weg, de verkleuring verdwijnt na enkele dagen. Ook na een tangverlossing  kan er enkele dagen een afdruk op de zijkant van het hoofd van uw kind  zichtbaar zijn.

Het kind kan na een tang- of een vacuümverlossing hoofdpijn hebben en soms wat misselijk zijn. Soms adviseert men dan 24 uur wiegenrust: u mag het kind dan alleen oppakken voor noodzakelijke handelingen als verschonen en het geven van voeding. Ook schrijft de kinderarts soms een  pijnstiller voor.

Complicaties van een kunstverlossing

De kans op complicaties van een tang- of vacuümverlossing is klein.

Afschieten van de vacuümcup
Een enkele keer schiet de vacuümcup van het  hoofd terwijl de gynaecoloog trekt. Dit is niet altijd te voorkomen.  Soms is het hoofd al zo diep gekomen dat verdere hulp niet nodig is.  Maar ook kan de gynaecoloog de cup opnieuw aanbrengen, alsnog besluiten  een verlostang te gebruiken, of beslissen om een keizersnede te doen.

Bloeduitstorting op het hoofd van het kind
Een bloeduitstorting op het hoofd van het kind  wordt een enkele keer na een vaginale kunstverlossing gezien, maar komt  ook wel voor na een spontane (vaak langdurige) bevalling. Zo’n  bloeduitstorting is meestal dan ook meer het gevolg van een langdurige  bevalling dan van de kunstverlossing. Deze complicatie wordt wat vaker  gezien bij een vacuüm- dan bij een tangbevalling. De bloeduitstorting  verdwijnt vanzelf, maar kan wel tot gevolg hebben dat het kind langer  geel blijft zien.

Totaalruptuur bij de vrouw
Een totaalruptuur is het doorscheuren van de  huid en het weefsel tussen de vagina en de anus. Ook de kringspier rond  de anus scheurt dan geheel of gedeeltelijk in. Evenals bij een gewone  bevalling kan ook bij een kunstverlossing een totaalruptuur ontstaan,  maar deze complicatie komt wat vaker voor bij een tang- of  vacuümbevalling. Een knip kan een totaalruptuur niet altijd voorkomen.  Zorgvuldig hechten van een totaalruptuur is noodzakelijk om latere  problemen met het ophouden van ontlasting te voorkomen. Vaak maar niet altijd gebeurt het hechten op de operatiekamer.

Emoties rond een tang- of
vacuümverlossing

De beleving van een kunstverlossing wisselt  sterk. Niet zelden betekent deze hulp een grote opluchting, zeker als  vrouwen het gevoel hebben ondanks alle inspanningen geen millimeter op  te schieten. Andere vrouwen vinden het moeilijk te verwerken dat de  bevalling niet spontaan is verlopen.

Zij hebben soms het gevoel te hebben gefaald,  omdat zij niet in staat waren hun kind op de ‘normale’ manier ter wereld  te brengen, en soms hebben zij het idee dat een normale bevalling van  hen is afgenomen.

Spelen dergelijke gevoelens bij u, praat  erover met uw partner, vrienden en familieleden. Bespreek tijdens de  nacontrole uw emoties en vragen, zoals waarom de kunstverlossing nodig  was. Dit kan u ook helpen bij het verwerken van emoties. Schrijf uw  vragen van te voren op zodat u niets vergeet.

Ook na langere tijd of voorafgaand aan een  volgende zwangerschap kunt u met de gynaecoloog, de verloskundige of de  huisarts nog eens de hele gang van zaken bespreken als u daar behoefte  aan hebt.

De vader
Voor de vader is de tang- of vacuümverlossing  soms ook moeilijk te verwerken. Meer nog dan bij een spontane bevalling  kan hij zich machteloos voelen. Als de bevalling thuis was begonnen,  moet ook hij de teleurstelling van de onverwachte complicatie verwerken.  Sommige mannen voelen zich nutteloos omdat zij het gevoel hebben  nauwelijks iets te kunnen doen. Ook zijn zij vaak bang dat er iets  misgaat.

De handelingen bij een tang- of  vacuümverlossing ervaren zij nogal eens als bedreigend voor moeder en  kind. Achteraf bekent menig partner dat hij de hoop op een goede afloop  eigenlijk al had opgegeven. Belangrijk is dat u probeert alle gevoelens  en teleurstellingen met elkaar te bespreken.

Ook voor uw partner is het goed om vaak over deze ervaring na te praten.

Een volgende bevalling
Bij het allergrootste deel (meer dan 90%) van  de vrouwen die tijdens een eerste bevalling een vacuüm- of een  tangverlossing heeft ondergaan, verloopt een volgende bevalling zonder  problemen.

Over het algemeen is een vaginale  kunstverlossing dan ook geen reden voor een medische indicatie  (bevalling onder leiding van de gynaecoloog) bij een volgende  zwangerschap. Controle van de zwangerschap kan dan ook gewoon door de  verloskundige of huisarts plaatsvinden. In uitzonderingsgevallen,  bijvoorbeeld als de kunstverlossing erg moeilijk was, of bij andere  complicaties, kan de gynaecoloog een medische indicatie adviseren.

Borstvoeding
Na een tang- of vacuümverlossing kunt u over het algemeen zonder problemen borstvoeding geven.

De eerste uren na de bevalling is het kind  soms misselijk waardoor het minder zin in drinken heeft. De  verpleegkundige en eventueel de kinderarts adviseren u wanneer en hoe u  het beste met de voeding kunt beginnen.

Ontslag uit het ziekenhuis
Hoe lang u in het ziekenhuis blijft na een  vaginale kunstverlossing, hangt af van de reden van de kunstverlossing,  hoe gemakkelijk of moeilijk deze verliep, de conditie van uw kind bij de  geboorte, en de gebruikelijke gang van zaken in het ziekenhuis. Vaak  blijft u na een vaginale kunstverlossing 24 uur nog in het ziekenhuis.

Nog vragen?
Uw gynaecoloog of verloskundige of verpleegkundige is altijd bereid ze te beantwoorden.