Thuis na de bevalling

Thuis na de bevalling

In deze brochure willen we uitleg geven wat je kunt verwachten na de bevalling. In je kraambed kun je verschillende klachten hebben. Sommige klachten zijn normaal en gaan vanzelf over maar bij  andere klachten heb je toch hulp nodig van een deskundige. 

Wanneer moet je nu iemand om hulp vragen? Wat is normaal?
In de eerste 8 dagen na de bevalling is de kraamverzorgende er voor je voor de dagelijkse zorg, de verloskundige is verantwoordelijk over de totale zorg. Na deze 8 dagen sluiten de verloskundige en de kraamverzorgende de zorg af en dragen de zorg over  aan de huisarts en het consultatiebureau.  

Omdat na deze periode geen dagelijkse hulp meer aanwezig is hebben we geprobeerd een overzicht te maken van de meest voorkomende (normale) klachten en geven we ook aan wanneer je om deskundige hulp moet vragen. Deze deskundige hulp kan de kraamverzorgende zijn, verloskundige of huisarts, consultatiebureau of ons WKZ Geboortecentrum. (tel 088 75 540 10)

Hieronder vind je de meest voorkomende klachten en adviezen tijdens het kraambed. 

Bij klachten na een 'normale' bevalling staan de volgende onderwerpen:

  • Vloeien
  • Naweeën
  • knip/ hechtingen
  • problemen met plassen
  • problemen met ontlasting
  • aambeien
  • duizeligheid
  • zweten
  • pijn in de onderbuik
  • borstvoeding
  • koortslip
  • gemeenschap, zwemmen of in bad
  • vruchtbaarheid/anti conceptie
Klachten die medische hulp
nodig hebben

Koorts moeder
Een normale temperatuur ligt tussen de 36.5°˚C  en 37.5˚°C. Boven de 38˚°C spreken we van koorts. Koorts kan veel betekenen, maar veelal wordt koorts na de bevalling veroorzaakt door een borstontsteking of een ontsteking in de baarmoeder. Zie hieronder voor verdere uitleg.

Borstontsteking
Bij een borstontsteking heb je in één van de borsten een pijnlijke, rode, harde en warme plek. Vaak voel je je ziek en heb je snel stijgende koorts. Het legen van de melkklier is belangrijk, hoe je dit kunt doen, klik hier voor uitleg

De behandeling bij een borstontsteking is het  geven van antibiotica, wat bij hoge koorts ook via het infuus gegeven  wordt. Voor het infuus moet je wel in het ziekenhuis opgenomen worden,  in het WKZ Geboortecentrum mag je kind dan gewoon bij je blijven. 

Bij een vermoeden van een borstontsteking is  het belangrijk dat je contact opneemt met je verloskundige, huisarts of  het WKZ Geboortecentrum (088 75 540 10)

 
Baarmoeder Ontsteking/Endometritis 
Bij een ontsteking van de baarmoeder heb je  snel stijgende koorts en pijn in de onderbuik, bij aanraken van de buik  is deze erg pijnlijk. De behandeling van een baarmoederontsteking is het  geven van antibiotica, wat bij hoge koorts via het infuus gegeven  wordt. Voor het infuus moet je wel in het ziekenhuis opgenomen worden.  In het WKZ Geboortecentrum mag je kind dan gewoon bij je blijven.


Psyche
Stemmingswisselingen in het kraambed zijn normaal, dit kan ontstaan door hormoonveranderingen, slaaptekort, verwerken van de bevalling en de onzekerheid over de verzorging van de baby. Blijven deze klachten lange tijd bestaan en overheerst er een depressieve stemming en ontstaan er ook lichamelijke klachten blijf hier niet mee rondlopen en vraag hulp aan je huisarts.

Overleg bij de volgende klachten met je huisarts; somberheid, neerslachtig, veel huilen of bedroefd zijn en snel geïrriteerd, concentratieverlies, slaapproblemen, geen eetlust en libidoverlies kunnen ontstaan. Deze klachten kunnen na enkele dagen optreden maar ook na enkele weken ontstaan.

Trombosebeen
Na de bevalling heb je een iets verhoogde kans om een trombosebeen te ontwikkelen. Een trombosebeen is een aandoening waarbij in een bloedvat een bloedstolsel wordt gevormd. Meestal vindt  dit plaats in de benen. Een trombosebeen is pijnlijk met vaak een zwelling in je been, het ziet er rood en gespannen uit. Een trombosebeen heeft altijd een medische behandeling nodig, schakel daarom altijd een deskundige in (zie inleiding).
 

Benauwdheid
Na de bevalling kan je meer last hebben van benauwdheid, zeker na inspanning, bijvoorbeeld bij de trap oplopen.  Wanneer deze benauwdheid aanhoudt zonder dat je aan het hyperventileren bent kan er ook gedacht worden aan een longembolie. Een longembolie kan een complicatie zijn van een trombose been. Een longembolie is een indicatie om direct medische hulp in te schakelen. 

Meest voorkomende klachten
na de bevalling

Vloeien
Bloedverlies is normaal na een bevalling, waar de placenta zat zit nu een wond in de baarmoeder en deze moet langzaam genezen. In de aankomende weken (4 tot 6) zal er ook steeds minder bloedverlies optreden. 

Veel bloedverlies, dat wil zeggen binnen 1 uur een kraamverband vol en/of verschillende grote stolsels achter elkaar. Dit kan kort na de bevalling zijn, maar bijvoorbeeld ook in de weken na  je kraambed.

De oorzaak van abnormaal bloedverlies in het kraambed is meestal een achtergebleven restant van de moederkoek (placentarest). Vaak ontstaat de nabloeding binnen de eerste uren of dagen na de bevalling. Is er sprake van een placentarest in de baarmoeder dan wordt een curettage verricht.

De kleur van het bloedverlies zal veranderen zoals bij een wondgenezing hoort. Eerst is het bloedverlies helder rood, dit gaat over in donker rood of bruin en later kan er ook geel vochtverlies optreden. Neem bij toenemend bloedverlies altijd contact op met een deskundige. (zie inleiding)


Naweeën
Na de bevalling moet de opgerekte baarmoeder weer kleiner worden, de eerste dagen na de bevalling gaat dit het snelst. Dit kan gepaard gaan met naweeën, deze functionele krampen laten de baarmoeder krimpen ook het bloedverlies verminderen. Voor naweeën helpt paracetamol op schema (a 6 uur 1 gr= 2 tabletten van 500 mgr) en rust nemen voldoende. Na ongeveer 3-4 dagen is dit voorbij.

Knip/ Episiotomie, Hechtingen
Als je ingescheurd bent of een knip hebt gehad tijdens de bevalling is je vagina pijnlijk. Het kan helpen om de koelen  met een ijskompres. Dit gaat de zwelling tegen waardoor de pijnklachten  vaak afnemen. De verpleegkundige of kraamverzorgende controleert de  hechtingen dagelijks om de vordering van de genezing te controleren. Zodra het bloedverlies verminderd kun je regelmatig met je billen bloot  in bed gaan liggen, zo komt er lucht bij de wond en dat bevordert de genezing. Soms komt het voor dat een wond gaat ontsteken; deze wordt dan  rood, gezwollen en er kan pus uitkomen. Als dat zo is, is overleg met  een deskundige noodzakelijk (zie inleiding).

Als hechtingen veel pijnklachten geven kunnen ze, afhankelijk van de manier van hechten, vanaf de 7e dag verwijderd worden. In principe lossen de hechtingen binnen 2-3 weken (maximaal 6  weken) vanzelf op.
 

Problemen met plassen
Na de bevalling kan de toiletgang problemen geven. Soms voel je weinig aandrang om te plassen, of heb je pijn met plassen. Ook na eventuele pijnstilling zoals een ruggenprik kan problemen met plassen veroorzaken. 

Probeer regelmatig naar het toilet te gaan, bijvoorbeeld elke 3 uur voor een voeding. De pijn kan komen door de hechtingen maar ook een mogelijk blaasontsteking kan problemen geven. Maar ook kan er ongewenst urine verlies zijn met name bij niezen, hoesten, lachen en sporten. De bekkenbodemspieren zijn door de bevalling slap geworden en hebben tijd nodig om te herstellen. De eerste dagen kan het geaccepteerd worden maar aangezien je niet weet wat het probleem is, is het verstandig om hier op tijd hulp bij in te schakelen. Overleg met je verloskundige of huisarts. Een speciale kliniek voor vrouwen met bekkenbodem spieren is; de Bergman Kliniek. Klik hier voor meer informatie. (link naar Bergman Kliniek) 

Problemen met de ontlasting
Tijdens het kraambed kan verstopping (obstipatie) optreden. Dit komt doordat je weinig beweegt en de darmen weer op gang moeten komen. Uit angst voor de (pijnlijke) hechtingen wordt de eerste ontlasting vaak uitgesteld. Daardoor wordt de ontlasting harder. Zorg dat je goed blijft drinken en veel vezels eet. Stel de eerste keer ontlasting niet uit als je voelt dat je moet gaan. Vaak valt het achteraf erg mee. Meestal komt de eerste ontlasting rond de 2e of 3e dag na de bevalling. Als je de 4e dag nog geen ontlasting hebt gehad geef dit dan aan bij de verpleegkundige of kraamverzorgende. 

Maar ook kan het voorkomen dat je ongewenst ontlasting verlies hebt of geen controle over de luchtophoping van je darmen (winden laten). Dit beperkt je ernstig in de dagelijkse bezigheden en hiermee hoef je niet te blijven lopen. Neem als dit langer dan gewenst (max 6 weken na je bevalling) contact op met je huisarts  zodat deze je kan doorsturen naar een speciale kliniek. Een voorbeeld is de Bergman Kliniek. Klik hier voor meer informatie. 


Aambeien
Aambeien kunnen ontstaan tijdens de zwangerschap en het persen. Aambeien die al tijdens de zwangerschap zijn ontstaan kunnen tijdens het persen groter worden. Aambeien geven klachten als jeuk of branderig gevoel rond de anus, bloedverlies en kunnen pijnlijk zijn. Koelen en pijnstillende zalf kan verlichting  geven. Na de bevalling worden aambeien vaak kleiner en kunnen ze zelfs verdwijnen. Blijf je er last van houden dan kan je de verloskundige of huisarts nog om advies vragen.


Duizelig/draaierig bij opstaan
De eerste paar dagen kun je last hebben van duizelig gevoel bij het opstaan, dit kan voorkomen omdat je veel bloed heb verloren, door te weinig slaap of omdat je aan het herstellen bent van de bevalling. Deze duizeligheid duurt een tiental seconden en gaat niet gepaard met andere klachten. Rustig opstaan en voldoende rust nemen is dan het advies. Heb je wel andere klachten naast alleen het duizelig zijn, neem dan contact op met een deskundige (zie inleiding).


Zweten
In de eerste paar weken na je bevalling kun je opvliegers krijgen en last van nachtelijk zweten, dit is een normaal verschijnsel en komt door de hormonen. Twijfel je, dan kan je altijd je temperatuur meten. Geen koorts, dan weet je dat het hormonen zijn. Wel koorts (eventueel in combinatie met pijn) dan altijd contact opnemen met een deskundige (zie inleiding).

Pijn in de onderbuik
Pijn in de onderbuik kunnen naweeën zijn (zie naweeën), blaasontsteking, of een beginnende baarmoederontsteking. Belangrijk is het meten van de temperatuur. Heb je een temperatuur van 38°C of hoger dan kan er een ontsteking (zie hierboven) zijn en is het raadzaam om deskundige hulp in te schakelen (zie inleiding).

Borstvoeding
De start van de borstvoeding in het eerste uur belangrijk. Met een goede start kunnen problemen voorkomen worden maar niet alle problemen. 

Belangrijk is het goed leren aanhappen, daarbij is houding van moeder en baby belangrijk, maar ook hoe doet de  baby het. Hoe drinkt de baby, krijgt de baby genoeg. Is pijn bij voeden normaal. Voor al deze vragen hebben wij een aparte brochure gemaakt. Klik hier voor de brochure borstvoeding.

Belangrijk is dat je niet te lang moet doorlopen met problemen met de borstvoeding, schakel op tijd hulp in. In de eerste 8 dagen is er altijd de kraamverzorgende en daarna kan er altijd hulp gevraagd worden aan het consultatiebureau en een lactatiekundige bij je in de buurt. Kijk wel in je zorgverzekering hoe het zit met de vergoeding voor hulp van een lactatiekundige.


Koortslip
Een pasgeboren baby is erg vatbaar voor infecties. Het herpesvirus, wat de koortslip veroorzaakt, kan je baby erg ziek maken. Wanneer je zelf een koortslip hebt is het belangrijk om goed op je hygiëne te letten. Draag eventueel een mondkapje en was goed  je handen, ter voorkoming van besmetting. Als er bezoek komt met een koortslip, laat deze dan niet zoenen of knuffelen met je baby.
 

Gemeenschap/zwemmen/bad
Zolang er bloedverlies is wordt er aangeraden om niet te zwemmen of in bad te gaan. Dit omdat er nog een wond zit en er eventueel een kans is voor een baarmoederontsteking. Voor gemeenschap geldt dit  ook omdat de kans voor een infectie hoger ligt zolang er nog  een wond in de baarmoeder zit. 

Daarnaast is het herstel van je vagina ook belangrijk. Vaak is er toch een scheurtje of zijn er hechtingen geplaatst, dit moet hersteld zijn en eventuele hechtingen opgelost of  verwijderd. Wacht liever tot je weer op nacontrole bent geweest en alles  is gecheckt.
 

Vruchtbaar/anti conceptie
De eerste eisprong na de bevalling kan plaats vinden twee tot vier weken na de bevalling. Je bent dus al vruchtbaar voordat je menstrueert. Bij borstvoeding geven kan de eerste menstruatie langer uitblijven. Let er wel op dat borstvoeding geven geen betrouwbare manier van anticonceptie is. Overleg met je huisarts, verloskundige of gynaecoloog over welke vorm van anticonceptie het beste bij jou past. 

Klachten na een medische bevalling

Problemen na een keizersnede ofwel “Sectio Caesarea”
Een keizersnede is een buikoperatie waarbij je ook anesthesie heb gehad. Dit is vaak een ruggenprik ofwel spinale anesthesie. 

De buikwond moet de tijd krijgen om te  genezen, het herstel kan 6 weken of soms langer duren waarbij je voelt  dat je steeds meer kan bewegen zonder pijn te hebben. Pijnstilling is in de eerste weken verstandig om te nemen, vaak is paracetamol als je  thuis bent voldoende (Maximaal 4 gram per dag).  

Als de wond pijnlijker wordt of pus gaat  afscheiden of als het bloedverlies toeneemt terwijl je nog steeds voldoende rust neemt en dan eventueel in combinatie met koorts (hoger  dan 38°C) dan moet je altijd hulp inschakelen van een deskundige (zie  inleiding).

Problemen na een ruggenprik zijn er bijna  niet. Pijn in de rug kan voorkomen doordat de prik een blauwe plek  gevoel kan geven. Dit is binnen enkele dagen over, in zeldzame gevallen  duurt dit langer. Hoofdpijn, vooral als deze toeneemt bij het opstaan moet wel doorgegeven worden. Deze kan door de anesthesist behandeld  worden. Neem hiervoor altijd contact op met het WKZ Geboortecentrum  088 75 540 10

Voor meer informatie over de keizersnede: klik hier voor informatie brochure over keizersnede. 

 
Klachten na de pijnstilling tijdens de bevalling.
Heb je pijnstilling gehad tijdens de bevalling (ruggenprik) dan is er na de bevalling een enkele (gelukkig zeldzame) kans op een complicatie. Lachgas en remifentanil zijn kortwerkende pijnstillers en geven geen klachten na de bevalling.  

Er is geen grotere kans op rugpijn op de lange termijn. Rugpijn komt tijdens de zwangerschap veel voor en houdt naderhand vaak aan. Je kan aan de ruggenprik een gevoelige plek in de rug overhouden, waar je in zeer zeldzame gevallen maandenlang last van kunt hebben. 

Na de bevalling kan je moeite hebben met het urineren. Om ervoor te zorgen dat de blaas niet te vol wordt, waardoor deze schade kan oplopen wordt er na de bevalling gecheckt of je kan plassen, lukt het niet dan wordt er eventueel een blaaskatheter ingebracht om de blaas niet te veel op te rekken.

Als je de dagen/weken na het verwijderen van de ruggenprik de volgende klachten krijgt, neem dan direct contact op met de afdeling verloskunde van het WKZ Geboortecentrum 088 75 540 10 omdat er sprake kan zijn van een complicatie:

  • Ernstige hoofdpijn bij overeind komen
  • Toenemende rugpijn, anders dan je gewend bent
  • Zwakte van de benen
  • Verminderd gevoel van de buikhuid of van de benen
  • Koorts met verwardheid en/of hoofdpijn.


Hoofdpijn
Hoofdpijn kan optreden na een ruggeprik (zie hierboven) als dit gebeurt, kan je last krijgen van zware hoofdpijn die zonder behandeling dagen of zelfs weken kan aanhouden. Als je hiervan last hebt dan altijd contact opnemen met het WKZ Geboortecentrum 088 75 540 10. 

Heb je geen ruggenprik gehad tijdens de bevalling dan kan hoofdpijn te maken hebben met slaaptekort of een hoge bloeddruk. (Zie hoge bloeddruk).
 

Hoge bloeddruk/hypertensie
Als je een (ernstige) vorm van  zwangerschapshypertensie hebt gehad kan het vele weken, zo niet maanden  duren voordat je je weer lichamelijk helemaal fit voelt. Ook emotioneel  moet je herstellen van de zwangerschap, de bevalling en alle spanning  daaromheen. De verloskundige, huisarts of de gynaecoloog  kunnen je  hierin begeleiden. Heb je medicijnen voor de hypertensie gebruikt  tijdens de zwangerschap dan worden die in overleg met de huisarts en  eventueel de gynaecoloog aangepast. 

Contact met lotgenoten die iets dergelijks  hebben meegemaakt bieden vaak goede steun. De patiëntenvereniging  Stichting HELLP-syndroom kan hierin bemiddelen. Enige weken na het  ontslag uit het ziekenhuis kom  je terug bij de verloskundige of  gynaecoloog( en soms ook de verpleegkundige) op de polikliniek. De  verloskundige of gynaecoloog controleert de bloeddruk en laat soms nog  aanvullend bloedonderzoek naar de stolling en de stofwisseling doen. 

Klik hier voor meer informatie over de HELLP stichting.

Maar ook na je bevalling kan je last krijgen  van een hoge bloeddruk, zonder daarvoor klachten te hebben gehad. Bij de volgende klachten raden we aan om contact op te nemen met een  deskundige (zie inleiding).

  • Toenemende hoofdpijn en paracetamol helpt niet.
  • Pijn in de bovenbuik, eventueel met misselijkheid en braken.
  • Minder goed kunnen zien ( sterretjes zien, flitsen of dubbel zien).
  • Vocht in de handen en benen. 
  • Tinteling in de vingers

Klik hier voor meer informatie( brochure hoge bloeddruk).

Klachten bij de baby

Huilen
Als je baby huilt geeft het aan dat er iets is. Als eerste kijk je naar de luier, je geeft extra (borst) voeding,  probeer je baby een boertje te laten en je probeert te troosten. Als je  het idee heb dat je baby onvoldoende borstvoeding heeft gehad dan kan je  altijd extra aanleggen. Dit is goed voor de zuigbehoefte van de baby en voor het stimuleren van je productie van de borstvoeding. Bij flesvoeding kan je extra voeding geven. Het extra geven bij flesvoeding  gaat per 10 of 20 ml extra Maar bij flesvoeding kan het ook zuigbehoefte zijn, een speentje kan dan een oplossing zijn (een speentje is niet  nodig bij borstvoeding). Van teveel voeding kan je baby zich ook niet  prettig voelen, het is dan misselijk en kan spugen. Leg je baby dan niet  te plat neer.

Klik hier voor brochure borstvoeding
Klik hier voor brochure flesvoeding

 

Niet groeien
Op het consultatie bureau wordt een kind gemeten en gewogen, als de groei achterblijft krijg je advies wat je moet doen. 

Als je twijfelt over de groei van je baby kan je altijd naar het consultatie bureau voor het extra weeguurtje.

 
Slecht drinken
Als je baby slecht drinkt dan groeit het ook niet goed en kan dan vaker huilen. Huilen is een teken dat je baby niet comfortabel is. Als je twijfelt aan het drinkgedrag van je baby vraag dan hulp van de kraamverzorgende, verloskundige of consultatie bureau. Op de meeste consultatie bureaus hebben ze ook een extra weeguurtje als je twijfelt over de groei van je baby.
 

Spugen
Soms kan je baby ineens spugen en de voeding komt er dan uit. Als dit eenmalig is kan het zijn dat je baby teveel  heeft gedronken. Maar komt dit met enige regelmaat voor controleer dan ook de temperatuur van de baby en hou het gewicht in de gaten (eventueel extra wegen op het consultatiebureau). Je baby kan een infectie hebben maar kan een vernauwing in de overgang naar de maag en dunne darm hebben (duodenumatresie) en dan is hulp van een deskundige noodzakelijk.
 

Afwijkend ontlasting en plas problemen
De eerste ontlasting van je baby is zwart en  stroperig, dit heet meconium. Dit is een normaal verschijnsel en gaat na  een paar dagen in overgangsontslasting, de meconium mengt zich dan met  de “normale” ontlasting. Normale baby ontlasting kan gelig van kleur zijn. Welke voeding de baby krijgt bepaalt de hoeveelheid en welke kleur de ontlasting is. Bij twijfel altijd even navragen bij de  kraamverzorgende of verloskundige. 

In het begin plast je baby 1 of twee keer op  een dag. Dit wordt steeds vaker als je baby meer drinkt. Na een week is het normaal dat bij iedere voeding de luier gevuld is met urine.


Huiduitslag
Huiduitslag bij baby’s kan drie verschillende  oorzaken hebben. Ten eerste kan een infectie de boosdoener zijn: dit kan  komen door een virus, bacterie of schimmel, Het kan ook komen door een  allergische reactie: zoals een contact-, voedsel- of medicatieallergie.  Tot slot kan het liggen aan lichamelijke veranderingen. Denk hierbij aan  een verandering in de hormoonhuishouding of levensstijl. 

Warmte-uitslag
Dit is een uitslag die bestaat uit rode bultjes die voorkomen in de nek en boven aan de rug. 

Smetten
Dit is een huiduitslag op de kin, de wangen  en huidplooien. In het gezicht kan het veroorzaakt wordt doordat de huid  van je baby in contact komt met voeding en zijn of haar eigen  maaginhoud dat soms weer naar boven komt. In de huidplooien door niet  goed te drogen na bijvoorbeeld wassen. Goed drogen is hierbij van  belang.

Luieruitslag
Dit is een veelvoorkomend huidprobleem bij baby’s. De tere huid van de billen raakt geïrriteerd en krijgt een rode  kleur doordat het in aanraking komt met urine en ontlasting. 

Voorkom dat de uitslag erger wordt door regelmatig de luier te verschonen, zeker bij een poepluier. Laat de huid  van je baby tussendoor zoveel mogelijk luchten, bijvoorbeeld door je  baby een tijdje met de billetjes bloot op een handdoek te laten liggen. Maak bij elke luierwisseling goed schoon met lauw water en droog het  goed, smeer de huid daarna in met zinkzalf.

Berg (seborroïsch eczeem)
Bij dit huidprobleem  heeft je baby last van schilfers op het hoofdje tussen de haren als  gevolgd van een versnelde celdeling. Het is niet ernstig en verdwijnt  weer na een tijdje. Je kunt het genezingsproces versnellen door de  hoofdhuid in te smeren met babyolie en te wassen met een milde  babyshampoo.  

Milia
Dit wordt ook wel gerstekorrels genoemd en  zijn witte onschuldige bultjes in het gezichtje van de baby. Na ongeveer  twee maanden openen de poriën zich en verdwijnen de korrels. 

Zuigelingen acne
Babyacne en een vorm van huiduitslag die te vergelijken is met jeugdpuistjes, mogelijk als gevolg van  overgevoeligheid voor bepaalde hormonen in het eigen lichaam. De  pukkeltjes bevinden zich vooral in het gezicht van de baby en verdwijnen  vanzelf. 

Baby eczeem
Baby eczeem is te herkennen aan rode, schilferige plekjes op de huid. Er kunnen ook huidkloofjes en blaasjes  op de huid zitten. De huid is erg droog of juist wat vochtig en jeukt. Eczeem kan door verschillende oorzaken ontstaan, bijvoorbeeld door een gevoelige huid als reactie op een product (bijvoorbeeld zeep) of door  een voedselallergie. Eczeem kan in vlagen weer terugkomen, bijvoorbeeld wanneer de weerstand wat lager is. Je kunt eventueel naar de huisarts om uitsluitsel te krijgen over deze vorm van huiduitslag.

Er zijn nog veel meer huiduitslagen maar dit  zijn de meest voorkomende, twijfel je en heb je advies nodig, ga dan naar de huisarts.
 

Koorts
De normale lichaamstemperatuur van een baby is  36.5°C tot 37.5°C. Baby’s hebben sneller een hogere lichaamstemperatuur  doordat het temperatuurs-centrum in de hersenen nog niet volgroeid is.

Baby’s drogen snel uit! Houd dat goed in de  gaten. Laat je baby genoeg drinken als het koorts heeft. Als je baby  niet wil drinken, geef dan vaker kleine beetjes. Houd er ook rekening  mee dat een baby met koorts het wat warmer heeft. Dek hem dus minder toe  dan je gewend bent.

Wanneer moet je een deskundige inschakelen?
Bel een (medisch) deskundige als je baby:

  • nog geen maand oud is en een lichaamstemperatuur heeft hoger dan 38 graden;
  • tussen de 1 en 3 maanden is en een lichaamstemperatuur heeft hoger dan 38,5 graden;
  • ouder is dan 3 maanden en de lichaamstemperatuur twee of drie dagen lang hoger is dan 38 graden;
  • een beetje suf is;
  • slecht drinkt;
  • snel stijgende koorts heeft die niet wil zakken;
  • ziek is en kreunende geluidjes maakt. Dat is echt een alarmsignaal. Bel je huisarts dan meteen.

Koortsstuip
Als je baby koorts heeft en ineens erg met de  armen en benen begint te trekken, heeft het een koortsstuip. Dat kan een  paar minuten duren. Soms houdt een baby even op met ademen. Daarna is  het vaak een beetje suf. Zo’n koortsstuip ziet er vervelend uit maar het  is niet schadelijk. Het heeft ook niets te maken met epilepsie.
Koortsstuipen komen bijna nooit voor bij baby’s die jonger zijn dan 6 maanden.

Wat doe je als je baby een koortsstuip heeft?

  • Blijf rustig.
  • Leg je baby op de zij.
  • Zorg ervoor dat je baby niet kan vallen en dat het zich niet stoot of bezeert.
  • Bel daarna de huisarts.


Veel slapen/suf
Pasgeboren baby’s slapen het grootste gedeelte  van de dag: gemiddeld zo’n 14 tot 18 uur. Naarmate je baby ouder wordt,  blijft hij steeds langere perioden achter elkaar wakker. Ook ontwikkelt  hij dan een dag-en nachtslaapritme. 

Wordt je baby suffer let dan op de volgende punten:

  • Als je baby ziek is, kun je de lichaamstemperatuur meten om te kijken of het koorts heeft.
  • Let vooral op andere ziekteverschijnselen om in te schatten of je baby erg ziek is.
  • Kijk regelmatig hoe het met je baby gaat. Gedraagt het zich anders dan je gewend bent, bel dan de huisarts. 
Tot slot

Heb je na het lezen van deze brochure nog  vragen, overleg dan met je kraamverzorgende, verloskundige, huisarts, consultatiebureau of met het WKZ Geboortecentrum 088 75 540 10. 

Kosten
Het kan zijn dat er kosten gemaakt worden tijdens de zwangerschap die je niet had voorzien.

Niet alle zorg bij de verloskunde is vrijgesteld van het eigen risico. Kijk op onze website voor meer informatie. 

Klik hier voor meer informatie:  

Thuis na de bevalling

In deze brochure willen we uitleg geven wat je kunt verwachten na de bevalling. In je kraambed kun je verschillende klachten hebben. Sommige klachten zijn normaal en gaan vanzelf over maar bij  andere klachten heb je toch hulp nodig van een deskundige. 

Wanneer moet je nu iemand om hulp vragen? Wat is normaal?
In de eerste 8 dagen na de bevalling is de kraamverzorgende er voor je voor de dagelijkse zorg, de verloskundige is verantwoordelijk over de totale zorg. Na deze 8 dagen sluiten de verloskundige en de kraamverzorgende de zorg af en dragen de zorg over  aan de huisarts en het consultatiebureau.  

Omdat na deze periode geen dagelijkse hulp meer aanwezig is hebben we geprobeerd een overzicht te maken van de meest voorkomende (normale) klachten en geven we ook aan wanneer je om deskundige hulp moet vragen. Deze deskundige hulp kan de kraamverzorgende zijn, verloskundige of huisarts, consultatiebureau of ons WKZ Geboortecentrum. (tel 088 75 540 10)

Hieronder vind je de meest voorkomende klachten en adviezen tijdens het kraambed. 

Bij klachten na een 'normale' bevalling staan de volgende onderwerpen:

  • Vloeien
  • Naweeën
  • knip/ hechtingen
  • problemen met plassen
  • problemen met ontlasting
  • aambeien
  • duizeligheid
  • zweten
  • pijn in de onderbuik
  • borstvoeding
  • koortslip
  • gemeenschap, zwemmen of in bad
  • vruchtbaarheid/anti conceptie
Klachten die medische hulp
nodig hebben

Koorts moeder
Een normale temperatuur ligt tussen de 36.5°˚C  en 37.5˚°C. Boven de 38˚°C spreken we van koorts. Koorts kan veel betekenen, maar veelal wordt koorts na de bevalling veroorzaakt door een borstontsteking of een ontsteking in de baarmoeder. Zie hieronder voor verdere uitleg.

Borstontsteking
Bij een borstontsteking heb je in één van de borsten een pijnlijke, rode, harde en warme plek. Vaak voel je je ziek en heb je snel stijgende koorts. Het legen van de melkklier is belangrijk, hoe je dit kunt doen, klik hier voor uitleg

De behandeling bij een borstontsteking is het  geven van antibiotica, wat bij hoge koorts ook via het infuus gegeven  wordt. Voor het infuus moet je wel in het ziekenhuis opgenomen worden,  in het WKZ Geboortecentrum mag je kind dan gewoon bij je blijven. 

Bij een vermoeden van een borstontsteking is  het belangrijk dat je contact opneemt met je verloskundige, huisarts of  het WKZ Geboortecentrum (088 75 540 10)

 
Baarmoeder Ontsteking/Endometritis 
Bij een ontsteking van de baarmoeder heb je  snel stijgende koorts en pijn in de onderbuik, bij aanraken van de buik  is deze erg pijnlijk. De behandeling van een baarmoederontsteking is het  geven van antibiotica, wat bij hoge koorts via het infuus gegeven  wordt. Voor het infuus moet je wel in het ziekenhuis opgenomen worden.  In het WKZ Geboortecentrum mag je kind dan gewoon bij je blijven.


Psyche
Stemmingswisselingen in het kraambed zijn normaal, dit kan ontstaan door hormoonveranderingen, slaaptekort, verwerken van de bevalling en de onzekerheid over de verzorging van de baby. Blijven deze klachten lange tijd bestaan en overheerst er een depressieve stemming en ontstaan er ook lichamelijke klachten blijf hier niet mee rondlopen en vraag hulp aan je huisarts.

Overleg bij de volgende klachten met je huisarts; somberheid, neerslachtig, veel huilen of bedroefd zijn en snel geïrriteerd, concentratieverlies, slaapproblemen, geen eetlust en libidoverlies kunnen ontstaan. Deze klachten kunnen na enkele dagen optreden maar ook na enkele weken ontstaan.

Trombosebeen
Na de bevalling heb je een iets verhoogde kans om een trombosebeen te ontwikkelen. Een trombosebeen is een aandoening waarbij in een bloedvat een bloedstolsel wordt gevormd. Meestal vindt  dit plaats in de benen. Een trombosebeen is pijnlijk met vaak een zwelling in je been, het ziet er rood en gespannen uit. Een trombosebeen heeft altijd een medische behandeling nodig, schakel daarom altijd een deskundige in (zie inleiding).
 

Benauwdheid
Na de bevalling kan je meer last hebben van benauwdheid, zeker na inspanning, bijvoorbeeld bij de trap oplopen.  Wanneer deze benauwdheid aanhoudt zonder dat je aan het hyperventileren bent kan er ook gedacht worden aan een longembolie. Een longembolie kan een complicatie zijn van een trombose been. Een longembolie is een indicatie om direct medische hulp in te schakelen. 

Meest voorkomende klachten
na de bevalling

Vloeien
Bloedverlies is normaal na een bevalling, waar de placenta zat zit nu een wond in de baarmoeder en deze moet langzaam genezen. In de aankomende weken (4 tot 6) zal er ook steeds minder bloedverlies optreden. 

Veel bloedverlies, dat wil zeggen binnen 1 uur een kraamverband vol en/of verschillende grote stolsels achter elkaar. Dit kan kort na de bevalling zijn, maar bijvoorbeeld ook in de weken na  je kraambed.

De oorzaak van abnormaal bloedverlies in het kraambed is meestal een achtergebleven restant van de moederkoek (placentarest). Vaak ontstaat de nabloeding binnen de eerste uren of dagen na de bevalling. Is er sprake van een placentarest in de baarmoeder dan wordt een curettage verricht.

De kleur van het bloedverlies zal veranderen zoals bij een wondgenezing hoort. Eerst is het bloedverlies helder rood, dit gaat over in donker rood of bruin en later kan er ook geel vochtverlies optreden. Neem bij toenemend bloedverlies altijd contact op met een deskundige. (zie inleiding)


Naweeën
Na de bevalling moet de opgerekte baarmoeder weer kleiner worden, de eerste dagen na de bevalling gaat dit het snelst. Dit kan gepaard gaan met naweeën, deze functionele krampen laten de baarmoeder krimpen ook het bloedverlies verminderen. Voor naweeën helpt paracetamol op schema (a 6 uur 1 gr= 2 tabletten van 500 mgr) en rust nemen voldoende. Na ongeveer 3-4 dagen is dit voorbij.

Knip/ Episiotomie, Hechtingen
Als je ingescheurd bent of een knip hebt gehad tijdens de bevalling is je vagina pijnlijk. Het kan helpen om de koelen  met een ijskompres. Dit gaat de zwelling tegen waardoor de pijnklachten  vaak afnemen. De verpleegkundige of kraamverzorgende controleert de  hechtingen dagelijks om de vordering van de genezing te controleren. Zodra het bloedverlies verminderd kun je regelmatig met je billen bloot  in bed gaan liggen, zo komt er lucht bij de wond en dat bevordert de genezing. Soms komt het voor dat een wond gaat ontsteken; deze wordt dan  rood, gezwollen en er kan pus uitkomen. Als dat zo is, is overleg met  een deskundige noodzakelijk (zie inleiding).

Als hechtingen veel pijnklachten geven kunnen ze, afhankelijk van de manier van hechten, vanaf de 7e dag verwijderd worden. In principe lossen de hechtingen binnen 2-3 weken (maximaal 6  weken) vanzelf op.
 

Problemen met plassen
Na de bevalling kan de toiletgang problemen geven. Soms voel je weinig aandrang om te plassen, of heb je pijn met plassen. Ook na eventuele pijnstilling zoals een ruggenprik kan problemen met plassen veroorzaken. 

Probeer regelmatig naar het toilet te gaan, bijvoorbeeld elke 3 uur voor een voeding. De pijn kan komen door de hechtingen maar ook een mogelijk blaasontsteking kan problemen geven. Maar ook kan er ongewenst urine verlies zijn met name bij niezen, hoesten, lachen en sporten. De bekkenbodemspieren zijn door de bevalling slap geworden en hebben tijd nodig om te herstellen. De eerste dagen kan het geaccepteerd worden maar aangezien je niet weet wat het probleem is, is het verstandig om hier op tijd hulp bij in te schakelen. Overleg met je verloskundige of huisarts. Een speciale kliniek voor vrouwen met bekkenbodem spieren is; de Bergman Kliniek. Klik hier voor meer informatie. (link naar Bergman Kliniek) 

Problemen met de ontlasting
Tijdens het kraambed kan verstopping (obstipatie) optreden. Dit komt doordat je weinig beweegt en de darmen weer op gang moeten komen. Uit angst voor de (pijnlijke) hechtingen wordt de eerste ontlasting vaak uitgesteld. Daardoor wordt de ontlasting harder. Zorg dat je goed blijft drinken en veel vezels eet. Stel de eerste keer ontlasting niet uit als je voelt dat je moet gaan. Vaak valt het achteraf erg mee. Meestal komt de eerste ontlasting rond de 2e of 3e dag na de bevalling. Als je de 4e dag nog geen ontlasting hebt gehad geef dit dan aan bij de verpleegkundige of kraamverzorgende. 

Maar ook kan het voorkomen dat je ongewenst ontlasting verlies hebt of geen controle over de luchtophoping van je darmen (winden laten). Dit beperkt je ernstig in de dagelijkse bezigheden en hiermee hoef je niet te blijven lopen. Neem als dit langer dan gewenst (max 6 weken na je bevalling) contact op met je huisarts  zodat deze je kan doorsturen naar een speciale kliniek. Een voorbeeld is de Bergman Kliniek. Klik hier voor meer informatie. 


Aambeien
Aambeien kunnen ontstaan tijdens de zwangerschap en het persen. Aambeien die al tijdens de zwangerschap zijn ontstaan kunnen tijdens het persen groter worden. Aambeien geven klachten als jeuk of branderig gevoel rond de anus, bloedverlies en kunnen pijnlijk zijn. Koelen en pijnstillende zalf kan verlichting  geven. Na de bevalling worden aambeien vaak kleiner en kunnen ze zelfs verdwijnen. Blijf je er last van houden dan kan je de verloskundige of huisarts nog om advies vragen.


Duizelig/draaierig bij opstaan
De eerste paar dagen kun je last hebben van duizelig gevoel bij het opstaan, dit kan voorkomen omdat je veel bloed heb verloren, door te weinig slaap of omdat je aan het herstellen bent van de bevalling. Deze duizeligheid duurt een tiental seconden en gaat niet gepaard met andere klachten. Rustig opstaan en voldoende rust nemen is dan het advies. Heb je wel andere klachten naast alleen het duizelig zijn, neem dan contact op met een deskundige (zie inleiding).


Zweten
In de eerste paar weken na je bevalling kun je opvliegers krijgen en last van nachtelijk zweten, dit is een normaal verschijnsel en komt door de hormonen. Twijfel je, dan kan je altijd je temperatuur meten. Geen koorts, dan weet je dat het hormonen zijn. Wel koorts (eventueel in combinatie met pijn) dan altijd contact opnemen met een deskundige (zie inleiding).

Pijn in de onderbuik
Pijn in de onderbuik kunnen naweeën zijn (zie naweeën), blaasontsteking, of een beginnende baarmoederontsteking. Belangrijk is het meten van de temperatuur. Heb je een temperatuur van 38°C of hoger dan kan er een ontsteking (zie hierboven) zijn en is het raadzaam om deskundige hulp in te schakelen (zie inleiding).

Borstvoeding
De start van de borstvoeding in het eerste uur belangrijk. Met een goede start kunnen problemen voorkomen worden maar niet alle problemen. 

Belangrijk is het goed leren aanhappen, daarbij is houding van moeder en baby belangrijk, maar ook hoe doet de  baby het. Hoe drinkt de baby, krijgt de baby genoeg. Is pijn bij voeden normaal. Voor al deze vragen hebben wij een aparte brochure gemaakt. Klik hier voor de brochure borstvoeding.

Belangrijk is dat je niet te lang moet doorlopen met problemen met de borstvoeding, schakel op tijd hulp in. In de eerste 8 dagen is er altijd de kraamverzorgende en daarna kan er altijd hulp gevraagd worden aan het consultatiebureau en een lactatiekundige bij je in de buurt. Kijk wel in je zorgverzekering hoe het zit met de vergoeding voor hulp van een lactatiekundige.


Koortslip
Een pasgeboren baby is erg vatbaar voor infecties. Het herpesvirus, wat de koortslip veroorzaakt, kan je baby erg ziek maken. Wanneer je zelf een koortslip hebt is het belangrijk om goed op je hygiëne te letten. Draag eventueel een mondkapje en was goed  je handen, ter voorkoming van besmetting. Als er bezoek komt met een koortslip, laat deze dan niet zoenen of knuffelen met je baby.
 

Gemeenschap/zwemmen/bad
Zolang er bloedverlies is wordt er aangeraden om niet te zwemmen of in bad te gaan. Dit omdat er nog een wond zit en er eventueel een kans is voor een baarmoederontsteking. Voor gemeenschap geldt dit  ook omdat de kans voor een infectie hoger ligt zolang er nog  een wond in de baarmoeder zit. 

Daarnaast is het herstel van je vagina ook belangrijk. Vaak is er toch een scheurtje of zijn er hechtingen geplaatst, dit moet hersteld zijn en eventuele hechtingen opgelost of  verwijderd. Wacht liever tot je weer op nacontrole bent geweest en alles  is gecheckt.
 

Vruchtbaar/anti conceptie
De eerste eisprong na de bevalling kan plaats vinden twee tot vier weken na de bevalling. Je bent dus al vruchtbaar voordat je menstrueert. Bij borstvoeding geven kan de eerste menstruatie langer uitblijven. Let er wel op dat borstvoeding geven geen betrouwbare manier van anticonceptie is. Overleg met je huisarts, verloskundige of gynaecoloog over welke vorm van anticonceptie het beste bij jou past. 

Klachten na een medische bevalling

Problemen na een keizersnede ofwel “Sectio Caesarea”
Een keizersnede is een buikoperatie waarbij je ook anesthesie heb gehad. Dit is vaak een ruggenprik ofwel spinale anesthesie. 

De buikwond moet de tijd krijgen om te  genezen, het herstel kan 6 weken of soms langer duren waarbij je voelt  dat je steeds meer kan bewegen zonder pijn te hebben. Pijnstilling is in de eerste weken verstandig om te nemen, vaak is paracetamol als je  thuis bent voldoende (Maximaal 4 gram per dag).  

Als de wond pijnlijker wordt of pus gaat  afscheiden of als het bloedverlies toeneemt terwijl je nog steeds voldoende rust neemt en dan eventueel in combinatie met koorts (hoger  dan 38°C) dan moet je altijd hulp inschakelen van een deskundige (zie  inleiding).

Problemen na een ruggenprik zijn er bijna  niet. Pijn in de rug kan voorkomen doordat de prik een blauwe plek  gevoel kan geven. Dit is binnen enkele dagen over, in zeldzame gevallen  duurt dit langer. Hoofdpijn, vooral als deze toeneemt bij het opstaan moet wel doorgegeven worden. Deze kan door de anesthesist behandeld  worden. Neem hiervoor altijd contact op met het WKZ Geboortecentrum  088 75 540 10

Voor meer informatie over de keizersnede: klik hier voor informatie brochure over keizersnede. 

 
Klachten na de pijnstilling tijdens de bevalling.
Heb je pijnstilling gehad tijdens de bevalling (ruggenprik) dan is er na de bevalling een enkele (gelukkig zeldzame) kans op een complicatie. Lachgas en remifentanil zijn kortwerkende pijnstillers en geven geen klachten na de bevalling.  

Er is geen grotere kans op rugpijn op de lange termijn. Rugpijn komt tijdens de zwangerschap veel voor en houdt naderhand vaak aan. Je kan aan de ruggenprik een gevoelige plek in de rug overhouden, waar je in zeer zeldzame gevallen maandenlang last van kunt hebben. 

Na de bevalling kan je moeite hebben met het urineren. Om ervoor te zorgen dat de blaas niet te vol wordt, waardoor deze schade kan oplopen wordt er na de bevalling gecheckt of je kan plassen, lukt het niet dan wordt er eventueel een blaaskatheter ingebracht om de blaas niet te veel op te rekken.

Als je de dagen/weken na het verwijderen van de ruggenprik de volgende klachten krijgt, neem dan direct contact op met de afdeling verloskunde van het WKZ Geboortecentrum 088 75 540 10 omdat er sprake kan zijn van een complicatie:

  • Ernstige hoofdpijn bij overeind komen
  • Toenemende rugpijn, anders dan je gewend bent
  • Zwakte van de benen
  • Verminderd gevoel van de buikhuid of van de benen
  • Koorts met verwardheid en/of hoofdpijn.


Hoofdpijn
Hoofdpijn kan optreden na een ruggeprik (zie hierboven) als dit gebeurt, kan je last krijgen van zware hoofdpijn die zonder behandeling dagen of zelfs weken kan aanhouden. Als je hiervan last hebt dan altijd contact opnemen met het WKZ Geboortecentrum 088 75 540 10. 

Heb je geen ruggenprik gehad tijdens de bevalling dan kan hoofdpijn te maken hebben met slaaptekort of een hoge bloeddruk. (Zie hoge bloeddruk).
 

Hoge bloeddruk/hypertensie
Als je een (ernstige) vorm van  zwangerschapshypertensie hebt gehad kan het vele weken, zo niet maanden  duren voordat je je weer lichamelijk helemaal fit voelt. Ook emotioneel  moet je herstellen van de zwangerschap, de bevalling en alle spanning  daaromheen. De verloskundige, huisarts of de gynaecoloog  kunnen je  hierin begeleiden. Heb je medicijnen voor de hypertensie gebruikt  tijdens de zwangerschap dan worden die in overleg met de huisarts en  eventueel de gynaecoloog aangepast. 

Contact met lotgenoten die iets dergelijks  hebben meegemaakt bieden vaak goede steun. De patiëntenvereniging  Stichting HELLP-syndroom kan hierin bemiddelen. Enige weken na het  ontslag uit het ziekenhuis kom  je terug bij de verloskundige of  gynaecoloog( en soms ook de verpleegkundige) op de polikliniek. De  verloskundige of gynaecoloog controleert de bloeddruk en laat soms nog  aanvullend bloedonderzoek naar de stolling en de stofwisseling doen. 

Klik hier voor meer informatie over de HELLP stichting.

Maar ook na je bevalling kan je last krijgen  van een hoge bloeddruk, zonder daarvoor klachten te hebben gehad. Bij de volgende klachten raden we aan om contact op te nemen met een  deskundige (zie inleiding).

  • Toenemende hoofdpijn en paracetamol helpt niet.
  • Pijn in de bovenbuik, eventueel met misselijkheid en braken.
  • Minder goed kunnen zien ( sterretjes zien, flitsen of dubbel zien).
  • Vocht in de handen en benen. 
  • Tinteling in de vingers

Klik hier voor meer informatie( brochure hoge bloeddruk).

Klachten bij de baby

Huilen
Als je baby huilt geeft het aan dat er iets is. Als eerste kijk je naar de luier, je geeft extra (borst) voeding,  probeer je baby een boertje te laten en je probeert te troosten. Als je  het idee heb dat je baby onvoldoende borstvoeding heeft gehad dan kan je  altijd extra aanleggen. Dit is goed voor de zuigbehoefte van de baby en voor het stimuleren van je productie van de borstvoeding. Bij flesvoeding kan je extra voeding geven. Het extra geven bij flesvoeding  gaat per 10 of 20 ml extra Maar bij flesvoeding kan het ook zuigbehoefte zijn, een speentje kan dan een oplossing zijn (een speentje is niet  nodig bij borstvoeding). Van teveel voeding kan je baby zich ook niet  prettig voelen, het is dan misselijk en kan spugen. Leg je baby dan niet  te plat neer.

Klik hier voor brochure borstvoeding
Klik hier voor brochure flesvoeding

 

Niet groeien
Op het consultatie bureau wordt een kind gemeten en gewogen, als de groei achterblijft krijg je advies wat je moet doen. 

Als je twijfelt over de groei van je baby kan je altijd naar het consultatie bureau voor het extra weeguurtje.

 
Slecht drinken
Als je baby slecht drinkt dan groeit het ook niet goed en kan dan vaker huilen. Huilen is een teken dat je baby niet comfortabel is. Als je twijfelt aan het drinkgedrag van je baby vraag dan hulp van de kraamverzorgende, verloskundige of consultatie bureau. Op de meeste consultatie bureaus hebben ze ook een extra weeguurtje als je twijfelt over de groei van je baby.
 

Spugen
Soms kan je baby ineens spugen en de voeding komt er dan uit. Als dit eenmalig is kan het zijn dat je baby teveel  heeft gedronken. Maar komt dit met enige regelmaat voor controleer dan ook de temperatuur van de baby en hou het gewicht in de gaten (eventueel extra wegen op het consultatiebureau). Je baby kan een infectie hebben maar kan een vernauwing in de overgang naar de maag en dunne darm hebben (duodenumatresie) en dan is hulp van een deskundige noodzakelijk.
 

Afwijkend ontlasting en plas problemen
De eerste ontlasting van je baby is zwart en  stroperig, dit heet meconium. Dit is een normaal verschijnsel en gaat na  een paar dagen in overgangsontslasting, de meconium mengt zich dan met  de “normale” ontlasting. Normale baby ontlasting kan gelig van kleur zijn. Welke voeding de baby krijgt bepaalt de hoeveelheid en welke kleur de ontlasting is. Bij twijfel altijd even navragen bij de  kraamverzorgende of verloskundige. 

In het begin plast je baby 1 of twee keer op  een dag. Dit wordt steeds vaker als je baby meer drinkt. Na een week is het normaal dat bij iedere voeding de luier gevuld is met urine.


Huiduitslag
Huiduitslag bij baby’s kan drie verschillende  oorzaken hebben. Ten eerste kan een infectie de boosdoener zijn: dit kan  komen door een virus, bacterie of schimmel, Het kan ook komen door een  allergische reactie: zoals een contact-, voedsel- of medicatieallergie.  Tot slot kan het liggen aan lichamelijke veranderingen. Denk hierbij aan  een verandering in de hormoonhuishouding of levensstijl. 

Warmte-uitslag
Dit is een uitslag die bestaat uit rode bultjes die voorkomen in de nek en boven aan de rug. 

Smetten
Dit is een huiduitslag op de kin, de wangen  en huidplooien. In het gezicht kan het veroorzaakt wordt doordat de huid  van je baby in contact komt met voeding en zijn of haar eigen  maaginhoud dat soms weer naar boven komt. In de huidplooien door niet  goed te drogen na bijvoorbeeld wassen. Goed drogen is hierbij van  belang.

Luieruitslag
Dit is een veelvoorkomend huidprobleem bij baby’s. De tere huid van de billen raakt geïrriteerd en krijgt een rode  kleur doordat het in aanraking komt met urine en ontlasting. 

Voorkom dat de uitslag erger wordt door regelmatig de luier te verschonen, zeker bij een poepluier. Laat de huid  van je baby tussendoor zoveel mogelijk luchten, bijvoorbeeld door je  baby een tijdje met de billetjes bloot op een handdoek te laten liggen. Maak bij elke luierwisseling goed schoon met lauw water en droog het  goed, smeer de huid daarna in met zinkzalf.

Berg (seborroïsch eczeem)
Bij dit huidprobleem  heeft je baby last van schilfers op het hoofdje tussen de haren als  gevolgd van een versnelde celdeling. Het is niet ernstig en verdwijnt  weer na een tijdje. Je kunt het genezingsproces versnellen door de  hoofdhuid in te smeren met babyolie en te wassen met een milde  babyshampoo.  

Milia
Dit wordt ook wel gerstekorrels genoemd en  zijn witte onschuldige bultjes in het gezichtje van de baby. Na ongeveer  twee maanden openen de poriën zich en verdwijnen de korrels. 

Zuigelingen acne
Babyacne en een vorm van huiduitslag die te vergelijken is met jeugdpuistjes, mogelijk als gevolg van  overgevoeligheid voor bepaalde hormonen in het eigen lichaam. De  pukkeltjes bevinden zich vooral in het gezicht van de baby en verdwijnen  vanzelf. 

Baby eczeem
Baby eczeem is te herkennen aan rode, schilferige plekjes op de huid. Er kunnen ook huidkloofjes en blaasjes  op de huid zitten. De huid is erg droog of juist wat vochtig en jeukt. Eczeem kan door verschillende oorzaken ontstaan, bijvoorbeeld door een gevoelige huid als reactie op een product (bijvoorbeeld zeep) of door  een voedselallergie. Eczeem kan in vlagen weer terugkomen, bijvoorbeeld wanneer de weerstand wat lager is. Je kunt eventueel naar de huisarts om uitsluitsel te krijgen over deze vorm van huiduitslag.

Er zijn nog veel meer huiduitslagen maar dit  zijn de meest voorkomende, twijfel je en heb je advies nodig, ga dan naar de huisarts.
 

Koorts
De normale lichaamstemperatuur van een baby is  36.5°C tot 37.5°C. Baby’s hebben sneller een hogere lichaamstemperatuur  doordat het temperatuurs-centrum in de hersenen nog niet volgroeid is.

Baby’s drogen snel uit! Houd dat goed in de  gaten. Laat je baby genoeg drinken als het koorts heeft. Als je baby  niet wil drinken, geef dan vaker kleine beetjes. Houd er ook rekening  mee dat een baby met koorts het wat warmer heeft. Dek hem dus minder toe  dan je gewend bent.

Wanneer moet je een deskundige inschakelen?
Bel een (medisch) deskundige als je baby:

  • nog geen maand oud is en een lichaamstemperatuur heeft hoger dan 38 graden;
  • tussen de 1 en 3 maanden is en een lichaamstemperatuur heeft hoger dan 38,5 graden;
  • ouder is dan 3 maanden en de lichaamstemperatuur twee of drie dagen lang hoger is dan 38 graden;
  • een beetje suf is;
  • slecht drinkt;
  • snel stijgende koorts heeft die niet wil zakken;
  • ziek is en kreunende geluidjes maakt. Dat is echt een alarmsignaal. Bel je huisarts dan meteen.

Koortsstuip
Als je baby koorts heeft en ineens erg met de  armen en benen begint te trekken, heeft het een koortsstuip. Dat kan een  paar minuten duren. Soms houdt een baby even op met ademen. Daarna is  het vaak een beetje suf. Zo’n koortsstuip ziet er vervelend uit maar het  is niet schadelijk. Het heeft ook niets te maken met epilepsie.
Koortsstuipen komen bijna nooit voor bij baby’s die jonger zijn dan 6 maanden.

Wat doe je als je baby een koortsstuip heeft?

  • Blijf rustig.
  • Leg je baby op de zij.
  • Zorg ervoor dat je baby niet kan vallen en dat het zich niet stoot of bezeert.
  • Bel daarna de huisarts.


Veel slapen/suf
Pasgeboren baby’s slapen het grootste gedeelte  van de dag: gemiddeld zo’n 14 tot 18 uur. Naarmate je baby ouder wordt,  blijft hij steeds langere perioden achter elkaar wakker. Ook ontwikkelt  hij dan een dag-en nachtslaapritme. 

Wordt je baby suffer let dan op de volgende punten:

  • Als je baby ziek is, kun je de lichaamstemperatuur meten om te kijken of het koorts heeft.
  • Let vooral op andere ziekteverschijnselen om in te schatten of je baby erg ziek is.
  • Kijk regelmatig hoe het met je baby gaat. Gedraagt het zich anders dan je gewend bent, bel dan de huisarts. 
Tot slot

Heb je na het lezen van deze brochure nog  vragen, overleg dan met je kraamverzorgende, verloskundige, huisarts, consultatiebureau of met het WKZ Geboortecentrum 088 75 540 10. 

Kosten
Het kan zijn dat er kosten gemaakt worden tijdens de zwangerschap die je niet had voorzien.

Niet alle zorg bij de verloskunde is vrijgesteld van het eigen risico. Kijk op onze website voor meer informatie. 

Klik hier voor meer informatie: