Adviezen voor familie en naasten

Na een hersenbloeding is uw naaste vaak niet  meer dezelfde. De gevolgen kunnen ingrijpend zijn, soms blijvend. Het  contact met uw naaste verandert daardoor. Hoe kunt u nu het beste omgaan  met uw naaste?

Spraakstoornissen

Uw naaste kan ook moeilijk te verstaan zijn  door een spraakstoornis (dysartrie). De oorzaak is lichamelijk: de spieren die nodig zijn voor de ademhaling, de stem, de uitspraak en het eten en drinken werken onvoldoende. Dit leidt tot onduidelijke spraak, een te zachte en/of hese stem en eentonig of door de neus spreken.

Advies bij spraakstoornissen
Vaak is er sprake van een verlamming aan één  kant van het gezicht: kauwen en slikken gaat dan moeilijker. Ook kan speekselverlies optreden en gaat het eten en drinken moeilijk.

  • Zorg voor een rustige geluidsarme omgeving. Zet de televisie tijdens het spreken uit en ga dicht bij uw familielid of naaste zitten.
  • Wees eerlijk: vraag uw familielid of naaste te herhalen wanneer u de boodschap niet heeft verstaan.
  • Bevestiging: zeg uw naaste wat u denkt te hebben verstaan bijvoorbeeld ‘ik denk dat je bedoelt’).
  • Geef uw familielid of naaste voldoende tijd om te antwoorden   op uw vraag.
  • Onderbreek uw familielid of naaste niet.
  • Ga niet luider of op een kinderachtige manier spreken: hij of zij kan u goed verstaan!
  • Zorg voor oogcontact, maar kijk ook naar de bewegingen van de mond. Dit helpt u te begrijpen wat uw naaste zegt.
  • Bij slikstoornissen mag u uw naaste alleen iets te eten of te drinken geven in overleg met een verpleegkundige.

Sommige mensen krijgen als gevolg van het  hersenbloeding een taalstoornis. Uw naaste kan problemen krijgen met het  begrijpen en het uiten van taal. Dit wordt afasie genoemd. U wilt  elkaar begrijpen en dat gaat moeizaam of lukt niet.

Iemand met een afasie begrijpt soms niet wat u  tegen hem of haar zegt. Of vangt alleen bepaalde woorden op en legt  vervolgens zelf het verband ertussen. Soms zegt uw naaste een ander woord dan hij of zij bedoelt. Ook kan uw naaste moeite hebben met het  vinden van woorden en het maken van zinnen.

Advies bij taalstoornissen

  • Geef uw partner of naaste de tijd om op woorden te komen.
  • Toon geduld: praat niet te snel voor uw beurt.
  • Spreek in korte, duidelijke zinnen.
  • Geef niet te veel informatie tegelijk.
  • Begrijpt uw familielid of naaste een zin niet? Probeer het op een andere manier, met andere woorden.
  • Als uw familielid of naaste niet kan spreken of  de taal niet begrijpt, gebruik dan gebaren, tekeningen,  gezichtsuitdrukkingen en geluiden.
  • Neem uw familielid of naaste niet alles uit handen, ook al gaat het langzaam en onhandig.
  • Leg hardop of u hem of haar begrijpt, ook als u hem wél   begrepen heeft. 
  • Spreek over onderwerpen waarmee iemand vertrouwd is.
  • Zorg voor een positieve sfeer. Geef complimenten en aanmoedigingen.
  • Schrijf uw vragen aan de logopedist op en bespreek deze met haar.

Taalstoornissen

Zorg ook voor uzelf

  • Zorg voor voldoende rust en ontspanning voor uzelf.
  • Praat met vrienden, de huisarts en zorgverleners over uw gevoelens.
  • Bespreek uw problemen met de zaalarts of de verpleegkundige.

Tijdens uw bezoek
Uw naaste is snel vermoeid en heeft veel te  verwerken. Daarom ervaart hij of zij bezoek al snel als druk. Vandaar  dat we adviseren met niet meer dan twee personen tegelijk te komen. Als u  met twee personen komt: een gesprek met twee personen tegelijk is zeer  vermoeiend. Houd het gesprek daarom altijd één op één en neem aan één  kant van het bed plaats; dat is veel rustiger. Blijf maximaal een half  uur.  

In gesprek

  • Leg uw naaste rustig uit wat er met hem/haar gebeurt, ook al denkt u dat hij of zij u niet begrijpt.
  • Vertel hem of haar ook over thuis, hoe het daar gaat en betrek hem of haar bij beslissingen.

Tijdsbesef
Door de hersenbeschadiging weet iemand soms niet  meer welke dag het is, hoe laat het is, hoelang iets duurt of hoelang  hij of zij al in het ziekenhuis is. Help uw naaste met het bewustworden van tijd. Een kalender en een grote klok of wekker zijn handige hulpmiddelen. 

Geheugen

  • Geef uw familielid of naaste concrete informatie, ook al moet u dit herhalen. Ga niet vragen en controleren wat hij of zij nog weet.
  • Het onthouden van namen en woorden is voor sommige mensen moeilijk. U kunt helpen door de namen van bezoekers en familie te geven. Verwacht niet dat uw familielid of naaste alles kan onthouden.

Algemene adviezen

Adviezen voor familie
en naasten

Na een hersenbloeding is uw naaste vaak niet  meer dezelfde. De gevolgen kunnen ingrijpend zijn, soms blijvend. Het  contact met uw naaste verandert daardoor. Hoe kunt u nu het beste omgaan  met uw naaste?

Zorg ook voor uzelf

  • Zorg voor voldoende rust en ontspanning voor uzelf.
  • Praat met vrienden, de huisarts en zorgverleners over uw gevoelens.
  • Bespreek uw problemen met de zaalarts of de verpleegkundige.

Tijdens uw bezoek
Uw naaste is snel vermoeid en heeft veel te  verwerken. Daarom ervaart hij of zij bezoek al snel als druk. Vandaar  dat we adviseren met niet meer dan twee personen tegelijk te komen. Als u  met twee personen komt: een gesprek met twee personen tegelijk is zeer  vermoeiend. Houd het gesprek daarom altijd één op één en neem aan één  kant van het bed plaats; dat is veel rustiger. Blijf maximaal een half  uur.  

In gesprek

  • Leg uw naaste rustig uit wat er met hem/haar gebeurt, ook al denkt u dat hij of zij u niet begrijpt.
  • Vertel hem of haar ook over thuis, hoe het daar gaat en betrek hem of haar bij beslissingen.

Tijdsbesef
Door de hersenbeschadiging weet iemand soms niet  meer welke dag het is, hoe laat het is, hoelang iets duurt of hoelang  hij of zij al in het ziekenhuis is. Help uw naaste met het bewustworden van tijd. Een kalender en een grote klok of wekker zijn handige hulpmiddelen. 

Geheugen

  • Geef uw familielid of naaste concrete informatie, ook al moet u dit herhalen. Ga niet vragen en controleren wat hij of zij nog weet.
  • Het onthouden van namen en woorden is voor sommige mensen moeilijk. U kunt helpen door de namen van bezoekers en familie te geven. Verwacht niet dat uw familielid of naaste alles kan onthouden.

Algemene adviezen

Sommige mensen krijgen als gevolg van het  hersenbloeding een taalstoornis. Uw naaste kan problemen krijgen met het  begrijpen en het uiten van taal. Dit wordt afasie genoemd. U wilt  elkaar begrijpen en dat gaat moeizaam of lukt niet.

Iemand met een afasie begrijpt soms niet wat u  tegen hem of haar zegt. Of vangt alleen bepaalde woorden op en legt  vervolgens zelf het verband ertussen. Soms zegt uw naaste een ander woord dan hij of zij bedoelt. Ook kan uw naaste moeite hebben met het  vinden van woorden en het maken van zinnen.

Advies bij taalstoornissen

  • Geef uw partner of naaste de tijd om op woorden te komen.
  • Toon geduld: praat niet te snel voor uw beurt.
  • Spreek in korte, duidelijke zinnen.
  • Geef niet te veel informatie tegelijk.
  • Begrijpt uw familielid of naaste een zin niet? Probeer het op een andere manier, met andere woorden.
  • Als uw familielid of naaste niet kan spreken of  de taal niet begrijpt, gebruik dan gebaren, tekeningen,  gezichtsuitdrukkingen en geluiden.
  • Neem uw familielid of naaste niet alles uit handen, ook al gaat het langzaam en onhandig.
  • Leg hardop of u hem of haar begrijpt, ook als u hem wél   begrepen heeft. 
  • Spreek over onderwerpen waarmee iemand vertrouwd is.
  • Zorg voor een positieve sfeer. Geef complimenten en aanmoedigingen.
  • Schrijf uw vragen aan de logopedist op en bespreek deze met haar.

Taalstoornissen

Uw naaste kan ook moeilijk te verstaan zijn  door een spraakstoornis (dysartrie). De oorzaak is lichamelijk: de spieren die nodig zijn voor de ademhaling, de stem, de uitspraak en het eten en drinken werken onvoldoende. Dit leidt tot onduidelijke spraak, een te zachte en/of hese stem en eentonig of door de neus spreken.

Advies bij spraakstoornissen
Vaak is er sprake van een verlamming aan één  kant van het gezicht: kauwen en slikken gaat dan moeilijker. Ook kan speekselverlies optreden en gaat het eten en drinken moeilijk.

  • Zorg voor een rustige geluidsarme omgeving. Zet de televisie tijdens het spreken uit en ga dicht bij uw familielid of naaste zitten.
  • Wees eerlijk: vraag uw familielid of naaste te herhalen wanneer u de boodschap niet heeft verstaan.
  • Bevestiging: zeg uw naaste wat u denkt te hebben verstaan bijvoorbeeld ‘ik denk dat je bedoelt’).
  • Geef uw familielid of naaste voldoende tijd om te antwoorden   op uw vraag.
  • Onderbreek uw familielid of naaste niet.
  • Ga niet luider of op een kinderachtige manier spreken: hij of zij kan u goed verstaan!
  • Zorg voor oogcontact, maar kijk ook naar de bewegingen van de mond. Dit helpt u te begrijpen wat uw naaste zegt.
  • Bij slikstoornissen mag u uw naaste alleen iets te eten of te drinken geven in overleg met een verpleegkundige.

Spraakstoornissen

Adviezen voor familie
en naasten