ADHD en onderwijs:
tips in de klas

De tips op deze pagina zijn enkele richtlijnen die u kunt toepassen, afhankelijk van de leeftijd en behoefte van het kind in de klas.

  • Geef vaak een positieve reactie. Benoem alle  mini-stappen die goed gaan. Zelfs het voornemen om te beginnen kan  positief benoemd worden. “Ik zie dat je je potlood al wilt pakken.  Geweldig. Ik zie dat je het gaat proberen”.
  • Negeer niet al te storend negatief gedrag en benoem het positief gewenste gedrag.
  • Probeer niet elke keer de naam van de leerling te noemen als hij of zij niet werkt.
  • Kijk goed naar het kind. Zie waar het fout gaat. Bedenk dat het een kwestie is van niet-kunnen in plaats van niet-willen.
  • Bespreek samen het doel, geef aan dat jij de  leerling kan helpen. Maak het kind hiermee zelf verantwoordelijk voor de  kleine stappen. De leerkracht kan ondersteunen en begeleiden.
  • Belangrijk is om met de leerling te praten in plaats van het over de leerling te hebben met anderen.
  • Stel een contract op met het kind, waarbij het  beloningen kan verdienen als positief gedrag vertoond wordt.  Bijvoorbeeld als het lukt je om op je plaats te blijven ziten. (Kids  Skills)
  • Benoem concreet gewenst gedrag.
  • Wees duidelijk en consequent. Stel duidelijke  grenzen en spreek een kind aan op zijn verantwoordelijkheid als het niet  lukt. (hoe ga je het goedmaken ?) Geef sancties aan bij ernstig  negatief gedrag en pas deze consequent toe. Bijvoorbeeld agressief  gedrag naar een ander kind betekent excuus maken, bewijzen dat je anders  kunt en eventueel uitsluiting van deelname tot die tijd. 

Bovenstaande tips zijn enkele richtlijnen die u  zou kunnen toepassen afhankelijk van de leeftijd en behoefte van het  kind in de klas.

Tips over de omgang

Tips over de werkhouding

  • Geef korte overzichtelijke taken. Bekijk vooraf of de leerling de hele oefening moet maken, of dat het maken van  een deel van de taak voldoende is voor de beheersing van dit onderdeel. Zeg dit vooraf.
  • Geef na een korte taak een korte bevestiging en biedt de volgende taak aan (een klein sterretje* tot waar de leerling werkt kan al een goede afbakening zijn)
  • Overzicht en haalbaarheid zal het competentiegevoel van de leerling vergroten.
  • Biedt taken waarbij concentratie belangrijk is  op de ochtend aan en aan het begin van de middag. De concentratie is  dan over het algemeen beter dan aan het eind van de dag.
  • Probeer tegemoet te komen aan de bewegingsdrang van de leerling. Creëer hiertoe bijvoorbeeld bepaalde momenten. Laat hem of haar iets ophalen of vragen in een andere klas. Toestaan dat er op afgebakende momenten gelopen mag worden is ook  mogelijk.
  • Creëer een rustige werkplek. Geen overbodige materialen op tafel. Denk ook aan het blikveld van de leerling, zorg dat er niet teveel afleidende materialen (of kinderen) in zijn/haar blikveld staan. Je kunt denken aan een werkplek waarbij de tafel tegen een blinde muur staat, of een scheidingswandje (kastenwand) dat het zicht ontneemt tot andere kinderen.
  • Biedt de leerling handvatten voor het aanpakken van complexere taken, bijvoorbeeld via het zelfinstructiemodel  van Meichenbaum of een ander stappenplan (Stippe-Stappe).
  • Help het kind op weg. Zeg de naam van de leerling bij aanvang van het werkmoment. Schrijf wat hij of zij moet doen als het niet tot werken komt,  bijvoorbeeld: “Pak je potlood. Maak oefening 1 en kom het daarna laten zien. Wat is het eerste antwoord? Goed, schrijf dat maar op die regel”. Ook zou een kaartje op de tafel van de leerling kunnen helpen, waar je naar verwijst:            
    1. Pak je potlood            
    2. Lees de vraag            
    3. Schrijf het antwoord op

Tips over de organisatie

  • Geef de leerling een plaats in de klas dicht bij de leerkracht. Zo kunt u vaker herinneringen en bevestiging geven.
  • Zorg voor heldere regels, afspraken en consequente omgang. dit voorkomt veel onduidelijkheid.

Waar moet u op letten als u leerlingen met  AD(H)D begeleidt? Hieronder vindt u diverse adviezen. Vooropgesteld  staat dat de volgende basisvoorwaarden aanwezig zijn:

  • pedagogisch klimaat
  • goed klassemanagement
  • een basishouding die uitgaat van onmacht bij de leerling met AD(H)D.


Basisvoorwaarden

Op advies van de behandelaar vindt er na  onderzoek ondersteuning van de school plaats in de vorm van een  schoolconsult vanuit de Ambulante Begeleidingsdienst van de Redlschool   in samenwerking met het UMC Utrecht Hersencentrum.

Zij kunnen u eventueel ook ondersteunen bij  aanvraag van leerling gebonden financiering en kunnen de Ambulante  Begeleiding na toekenning uitvoeren in samenwerking met behandelaren van  het UMC Utrecht Hersencentrum.

Verder kunnen zij de school passende  zorgarrangementen bieden rond het begeleiden van gedrag. Zij stemmen dan  met uw school af welke vorm de begeleiding kan krijgen, afgestemd op de  schoolsituatie en de eventuele  behandeling in het UMC Utrecht.

Voor meer info: www.redl.nl of a.klooster@redl.nl (06-50802596).

Schoolbegeleiding

ADHD en onderwijs:
tips in de klas

De tips op deze pagina zijn enkele richtlijnen die u kunt toepassen, afhankelijk van de leeftijd en behoefte van het kind in de klas.

Op advies van de behandelaar vindt er na  onderzoek ondersteuning van de school plaats in de vorm van een  schoolconsult vanuit de Ambulante Begeleidingsdienst van de Redlschool   in samenwerking met het UMC Utrecht Hersencentrum.

Zij kunnen u eventueel ook ondersteunen bij  aanvraag van leerling gebonden financiering en kunnen de Ambulante  Begeleiding na toekenning uitvoeren in samenwerking met behandelaren van  het UMC Utrecht Hersencentrum.

Verder kunnen zij de school passende  zorgarrangementen bieden rond het begeleiden van gedrag. Zij stemmen dan  met uw school af welke vorm de begeleiding kan krijgen, afgestemd op de  schoolsituatie en de eventuele  behandeling in het UMC Utrecht.

Voor meer info: www.redl.nl of a.klooster@redl.nl (06-50802596).

Schoolbegeleiding

Waar moet u op letten als u leerlingen met  AD(H)D begeleidt? Hieronder vindt u diverse adviezen. Vooropgesteld  staat dat de volgende basisvoorwaarden aanwezig zijn:

  • pedagogisch klimaat
  • goed klassemanagement
  • een basishouding die uitgaat van onmacht bij de leerling met AD(H)D.


Basisvoorwaarden

  • Geef de leerling een plaats in de klas dicht bij de leerkracht. Zo kunt u vaker herinneringen en bevestiging geven.
  • Zorg voor heldere regels, afspraken en consequente omgang. dit voorkomt veel onduidelijkheid.

Tips over de organisatie

  • Geef korte overzichtelijke taken. Bekijk vooraf of de leerling de hele oefening moet maken, of dat het maken van  een deel van de taak voldoende is voor de beheersing van dit onderdeel. Zeg dit vooraf.
  • Geef na een korte taak een korte bevestiging en biedt de volgende taak aan (een klein sterretje* tot waar de leerling werkt kan al een goede afbakening zijn)
  • Overzicht en haalbaarheid zal het competentiegevoel van de leerling vergroten.
  • Biedt taken waarbij concentratie belangrijk is  op de ochtend aan en aan het begin van de middag. De concentratie is  dan over het algemeen beter dan aan het eind van de dag.
  • Probeer tegemoet te komen aan de bewegingsdrang van de leerling. Creëer hiertoe bijvoorbeeld bepaalde momenten. Laat hem of haar iets ophalen of vragen in een andere klas. Toestaan dat er op afgebakende momenten gelopen mag worden is ook  mogelijk.
  • Creëer een rustige werkplek. Geen overbodige materialen op tafel. Denk ook aan het blikveld van de leerling, zorg dat er niet teveel afleidende materialen (of kinderen) in zijn/haar blikveld staan. Je kunt denken aan een werkplek waarbij de tafel tegen een blinde muur staat, of een scheidingswandje (kastenwand) dat het zicht ontneemt tot andere kinderen.
  • Biedt de leerling handvatten voor het aanpakken van complexere taken, bijvoorbeeld via het zelfinstructiemodel  van Meichenbaum of een ander stappenplan (Stippe-Stappe).
  • Help het kind op weg. Zeg de naam van de leerling bij aanvang van het werkmoment. Schrijf wat hij of zij moet doen als het niet tot werken komt,  bijvoorbeeld: “Pak je potlood. Maak oefening 1 en kom het daarna laten zien. Wat is het eerste antwoord? Goed, schrijf dat maar op die regel”. Ook zou een kaartje op de tafel van de leerling kunnen helpen, waar je naar verwijst:            
    1. Pak je potlood            
    2. Lees de vraag            
    3. Schrijf het antwoord op

Tips over de werkhouding

  • Geef vaak een positieve reactie. Benoem alle  mini-stappen die goed gaan. Zelfs het voornemen om te beginnen kan  positief benoemd worden. “Ik zie dat je je potlood al wilt pakken.  Geweldig. Ik zie dat je het gaat proberen”.
  • Negeer niet al te storend negatief gedrag en benoem het positief gewenste gedrag.
  • Probeer niet elke keer de naam van de leerling te noemen als hij of zij niet werkt.
  • Kijk goed naar het kind. Zie waar het fout gaat. Bedenk dat het een kwestie is van niet-kunnen in plaats van niet-willen.
  • Bespreek samen het doel, geef aan dat jij de  leerling kan helpen. Maak het kind hiermee zelf verantwoordelijk voor de  kleine stappen. De leerkracht kan ondersteunen en begeleiden.
  • Belangrijk is om met de leerling te praten in plaats van het over de leerling te hebben met anderen.
  • Stel een contract op met het kind, waarbij het  beloningen kan verdienen als positief gedrag vertoond wordt.  Bijvoorbeeld als het lukt je om op je plaats te blijven ziten. (Kids  Skills)
  • Benoem concreet gewenst gedrag.
  • Wees duidelijk en consequent. Stel duidelijke  grenzen en spreek een kind aan op zijn verantwoordelijkheid als het niet  lukt. (hoe ga je het goedmaken ?) Geef sancties aan bij ernstig  negatief gedrag en pas deze consequent toe. Bijvoorbeeld agressief  gedrag naar een ander kind betekent excuus maken, bewijzen dat je anders  kunt en eventueel uitsluiting van deelname tot die tijd. 

Bovenstaande tips zijn enkele richtlijnen die u  zou kunnen toepassen afhankelijk van de leeftijd en behoefte van het  kind in de klas.

Tips over de omgang

ADHD en onderwijs:
tips in de klas