Opname, onderzoek en behandeling

Opname, onderzoek en
behandeling
Wat is een herseninfarct?

Bij een herseninfarct sluit een bloedstolsel een slagader af. Dit kan gebeuren in de hersenen zelf of in een slagader die bloed naar de hersenen brengt. Door deze blokkade krijgt een deel van de hersenen (tijdelijk) geen zuurstof en voedingsstoffen meer. Een deel van de hersenen raakt hierdoor beschadigd en verliest zijn functie. De hersenen werken daardoor niet goed meer en er kunnen problemen ontstaan met bewegen, praten, slikken of denken. Dit noemen we uitval  van functies.

Bij een herseninfarct sluit een bloedstolsel een slagader af. Dit kan gebeuren in de hersenen zelf of in een slagader die bloed naar de hersenen brengt. Door deze blokkade krijgt een deel van de hersenen (tijdelijk) geen zuurstof en voedingsstoffen meer. Een deel van de hersenen raakt hierdoor beschadigd en verliest zijn functie. De hersenen werken daardoor niet goed meer en er kunnen problemen  ontstaan met bewegen, praten, slikken of denken. Dit noemen we uitval van functies.

Wat zijn de oorzaken?
Slagaderverkalking is een veelvoorkomende oorzaak van een herseninfarct. Vetachtige stoffen (zoals cholesterol) hopen zich op in de vaatwand van de bloedvaten. Deze stoffen verkalken, waardoor de bloedvaten langzaam dichtslibben. De slagaderverkalking beschadigt de vaatwand. Hierdoor kan er een bloedstolsel ontstaan. Als dit stolsel afbreekt, kan het via de bloedstroom worden meegevoerd naar kleinere slagaders. Daar zorgt het stolsel voor afsluiting (infarct).

De tweede oorzaak heeft met hartproblemen te maken. De afsluiting kan namelijk ook het gevolg zijn van een bloedprop die afkomstig is uit het hart. Dit kan voorkomen bij hartritmestoornissen of door afwijkingen van de hartkleppen. Ook zijn er zijn diverse zeldzame oorzaken van een herseninfarct, die vooral bij jonge mensen voorkomen.

Gevolgen van een herseninfarct

De gevolgen van een herseninfarct zijn voor ieder mens verschillend. De aard en de ernst hangen in de eerste plaats af van de duur van de afsluiting van de slagader. Een tweede belangrijke factor is de hoeveelheid hersenweefsel die is beschadigd door de afsluiting.

Verder zijn ook leeftijd, lichamelijke conditie, eerder doorgemaakte problemen met de gezondheid en het tijdstip van binnenkomst na het infarct belangrijk.  

Dit zijn veelvoorkomende tijdelijke of blijvende gevolgen:

Lichamelijk
Mogelijk heeft u zelf waarschijnlijk al enkele lichamelijke gevolgen gemerkt. Iemand kan bijvoorbeeld een arm of been niet meer bewegen (verlamming). Ook kunnen er problemen zijn met het voelen, het evenwicht, het zien, het slikken of het praten.  

Emotioneel (stemming, gedrag)
Er kunnen ook emotionele klachten zijn, zoals snel lachen of juist huilen, gauw boos worden, agressiviteit en stemmingswisselingen. Ook vermoeidheid en depressieve gevoelens komen voor. 

Cognitief (kennis en verstand)
De cognitieve functies (het denken) kunnen problemen opleveren. Hiermee bedoelen we onthouden, waarnemen, handelen, redeneren, plannen  maken, problemen oplossen, taal, rekenen, lezen, schrijven, aandacht en  concentratie, initiatieven nemen en inzicht in de eigen situatie.

Kans op herstel
Onherstelbare hersenbeschadiging treedt op als de bloedvoorziening in en naar de hersenen minder dan 20 procent is van de normale bloedvoorziening. Rond de onherstelbare beschadiging liggen echter cellen die wel zijn uitgevallen, maar die mogelijk niet onherstelbaar zijn beschadigd. Deze cellen kunnen zich na verloop van tijd weer herstellen. Daarom keren bepaalde functies enige dagen tot  weken na het infarct spontaan terug. 

Het verloop van het herstel is niet te  voorspellen en verschilt van mens tot mens. Het allerbelangrijkste voor het herstel is zo snel mogelijk weer in beweging komen en lichaam en geest activeren.

Kans op herhaling
Het is niet te voorspellen hoe groot de kans is op herhaling.

De opname

Uw naaste is binnengebracht op de Spoedeisende Hulp. Daar zijn de eerste onderzoeken en behandelingen direct gestart. Daarna gaat uw naaste naar de Medium Care. Op de Medium Care krijgt hij of zij één tot twee dagen intensieve zorg en behandeling. Deze zorg zetten wij voort op de verpleegafdeling. Deze afdeling is helemaal ingesteld op de zorg en revalidatie van mensen na een herseninfarct. De revalidatie start al tijdens de opname in het ziekenhuis, want het lichaam en de hersenen moeten snel weer worden geactiveerd. Gemiddeld duurt de revalidatiefase een halfjaar. Vooral in de eerste maanden na het infarct is het meeste herstel te verwachten. 

Wat doen wij tijdens de opname?
Om een goed beeld te krijgen van de uitval, voeren verschillende zorgverleners testen uit:

  • Welke bewegingen gaan wel, moeilijk of niet?
  • Hoe staat het met waarnemen, taal, geheugen, concentratie?
  • Hoe is de stemming?
  • Hoe gaat het communiceren?
  • Wat kan uw naaste nog zelf doen bij de dagelijkse handelingen, zoals wassen en aankleden?

Hoe lang duurt de opname?
Een opname na een herseninfarct duurt maximaal  zeven dagen. Natuurlijk zijn daar uitzonderingen op. Als het nodig is,  verlengen wij de behandeling in ons ziekenhuis.

Wie zorgen er voor uw naaste?
Het team van specialisten dat uw naaste helpt bij de revalidatie, bestaat uit:

Neuroloog
Een medisch specialist die zich bezighoudt met de diagnose en de behandeling van aandoeningen aan het zenuwstelsel  (hersenen, ruggenmerg, zenuwen) en spieren.

Zaalarts 
Een arts-assistent die in opleiding is tot neuroloog. Hij of zij komt elke dag langs, checkt hoe het gaat en informeert over onderzoek en behandeling.

Revalidatiearts
Coördineert de revalidatiezorg en maakt de  behandelplannen die nodig zijn voor het herstel van functies, zoals lopen, het opnieuw aanleren van vaardigheden.

Verpleegkundige
De verpleegkundige oefent met dagelijks terugkerende handelingen, zoals rechtop zitten, uit bed op de stoel zitten, zelf wassen en tandenpoetsen. Deze dagelijkse zorg en het contact hierover met uw naaste, horen ook bij het revalideren. 

Fysiotherapeut
Beoordeelt of er problemen zijn die het zelfstandig bewegen belemmeren en probeert u zo snel mogelijk weer te laten bewegen. Oefent functies en activiteiten zoals zitten, staan en lopen. Schept voorwaarden zodat u ook buiten de therapie gestimuleerd wordt om te bewegen. De behandeling kan bestaan uit zowel groeps- als  individuele therapie. 

Logopedist
Helpt bij problemen met taal, spraak, slikken, het gebruik van de ademhaling, de stem en het gehoor. 

Ergotherapeut
Helpt en traint om handelingen in het dagelijks leven weer zelfstandig te doen, zoals wassen, aankleden, huishoudelijk werk en boodschappen doen. Speciale aandacht krijgen de minder zichtbare gevolgen van een herseninfarct, zoals vertraagde informatieverwerking en problemen met geheugen en concentratie.

Diëtist
Specialist op het gebied van voeding en dieet. Kijkt of de voeding alle belangrijke voedingsstoffen bevat. Dit om tekorten, uitdroging en ongewenst gewichtsverlies te voorkomen. De diëtist helpt ook bij slik- en kauwproblemen en adviseert over aangepast eten en drinken.

Onderzoeken

De diagnose herseninfarct wordt gesteld na een  neurologisch onderzoek gevolgd door een CT-scan of MRI-scan van de hersenen. Na het stellen van de diagnose ‘herseninfarct’ bepaalt de  neuroloog of er verder onderzoek nodig is. Mogelijke onderzoeken zijn.

Bloedafname
We nemen bloed af en meten onder meer de suiker- en vetstofwisseling en de nierfunctie. 

CT- of MRI-onderzoek
We brengen de hersenen in beeld met  röntgenstraling (CT-scan) of via een magnetisch veld en radiogolven  (MRI). Hiermee willen we de precieze oorzaak en plaats van het  herseninfarct achterhalen.

Duplex-onderzoek
We controleren de beide halsslagaders van de  hals op vernauwingen. Dit doen we op twee manieren (vandaar de naam  duplex = dubbel). Met echografie (geluidsgolven) brengen we de aders in  beeld. Daarnaast meten we met een doppler hoe snel het bloed stroomt.

Hartfilmpje (ECG)
Met een hartfilmpje kijken we of een hartritmestoornis de oorzaak is van het herseninfarct. Bij een  hartritmestoornis komen er soms bloedstolsels vrij. Deze stolsels kunnen  een bloedvat naar of in de hersenen afsluiten. 

Behandelingen

Elke patiënt is anders. De neuroloog bepaalt in overleg met het team welke behandeling het beste  is voor uw naaste. De behandeling bij een herseninfarct heeft vier doelen: 

  • Beperken van de hersenschade.
  • Voorkomen van een nieuw herseninfarct. 
  • Herstellen en/of opnieuw aanleren van beschadigde functies (revalideren). Op de pagina Revalideren na een herseninfarct leest u meer.
  • Verbeteren van de kwaliteit van leven.


Mogelijke behandelingen

Trombolyse
Als uw naaste binnen vier uur na het  herseninfarct bij ons is gebracht, kunnen wij het bloedstolsel soms  oplossen met medicijnen: trombolyse. Deze medicatie brengen wij via een  infuus in de bloedbaan.

Medicijnen
Bij een herseninfarct zetten we vaak tijdelijk  of voor langere periode een aantal specifieke medicijnen in. Hiermee  verkleinen we het risico op een nieuw infarct. Dit zijn:

  • Bloedverdunners om de vorming van bloedstolsels tegen te gaan.
  • Medicijnen om een te hoge bloeddruk te verlagen.
  • Medicijnen om het cholesterolgehalte in het bloed te verlagen.  

Dotter/stent-behandeling
De arts kiest voor een  dotter/stent-behandeling als de oorzaak van het herseninfarct een vernauwde halsslagader is. Onder lokale verdoving plaatst de arts vanuit de liesslagader een slangetje (katheter) in de vernauwing (=dotteren). Aan de katheter zit een ballonnetje. Door het ballonnetje op te blazen, rekt de vaatwand op. De arts plaats vaak ook een stent; dit is een buisje dat het bloedvat blijvend openhoudt.

Opname, onderzoek en
behandeling
Wat is een herseninfarct?

Bij een herseninfarct sluit een bloedstolsel een slagader af. Dit kan gebeuren in de hersenen zelf of in een slagader die bloed naar de hersenen brengt. Door deze blokkade krijgt een deel van de hersenen (tijdelijk) geen zuurstof en voedingsstoffen meer. Een deel van de hersenen raakt hierdoor beschadigd en verliest zijn functie. De hersenen werken daardoor niet goed meer en er kunnen problemen ontstaan met bewegen, praten, slikken of denken. Dit noemen we uitval  van functies.

Gevolgen van een herseninfarct

De gevolgen van een herseninfarct zijn voor ieder mens verschillend. De aard en de ernst hangen in de eerste plaats af van de duur van de afsluiting van de slagader. Een tweede belangrijke factor is de hoeveelheid hersenweefsel die is beschadigd door de afsluiting.

Verder zijn ook leeftijd, lichamelijke conditie, eerder doorgemaakte problemen met de gezondheid en het tijdstip van binnenkomst na het infarct belangrijk.  

Dit zijn veelvoorkomende tijdelijke of blijvende gevolgen:

Lichamelijk
Mogelijk heeft u zelf waarschijnlijk al enkele lichamelijke gevolgen gemerkt. Iemand kan bijvoorbeeld een arm of been niet meer bewegen (verlamming). Ook kunnen er problemen zijn met het voelen, het evenwicht, het zien, het slikken of het praten.  

Emotioneel (stemming, gedrag)
Er kunnen ook emotionele klachten zijn, zoals snel lachen of juist huilen, gauw boos worden, agressiviteit en stemmingswisselingen. Ook vermoeidheid en depressieve gevoelens komen voor. 

Cognitief (kennis en verstand)
De cognitieve functies (het denken) kunnen problemen opleveren. Hiermee bedoelen we onthouden, waarnemen, handelen, redeneren, plannen  maken, problemen oplossen, taal, rekenen, lezen, schrijven, aandacht en  concentratie, initiatieven nemen en inzicht in de eigen situatie.

Kans op herstel
Onherstelbare hersenbeschadiging treedt op als de bloedvoorziening in en naar de hersenen minder dan 20 procent is van de normale bloedvoorziening. Rond de onherstelbare beschadiging liggen echter cellen die wel zijn uitgevallen, maar die mogelijk niet onherstelbaar zijn beschadigd. Deze cellen kunnen zich na verloop van tijd weer herstellen. Daarom keren bepaalde functies enige dagen tot  weken na het infarct spontaan terug. 

Het verloop van het herstel is niet te  voorspellen en verschilt van mens tot mens. Het allerbelangrijkste voor het herstel is zo snel mogelijk weer in beweging komen en lichaam en geest activeren.

Kans op herhaling
Het is niet te voorspellen hoe groot de kans is op herhaling.

De opname

Uw naaste is binnengebracht op de Spoedeisende Hulp. Daar zijn de eerste onderzoeken en behandelingen direct gestart. Daarna gaat uw naaste naar de Medium Care. Op de Medium Care krijgt hij of zij één tot twee dagen intensieve zorg en behandeling. Deze zorg zetten wij voort op de verpleegafdeling. Deze afdeling is helemaal ingesteld op de zorg en revalidatie van mensen na een herseninfarct. De revalidatie start al tijdens de opname in het ziekenhuis, want het lichaam en de hersenen moeten snel weer worden geactiveerd. Gemiddeld duurt de revalidatiefase een halfjaar. Vooral in de eerste maanden na het infarct is het meeste herstel te verwachten. 

Wat doen wij tijdens de opname?
Om een goed beeld te krijgen van de uitval, voeren verschillende zorgverleners testen uit:

  • Welke bewegingen gaan wel, moeilijk of niet?
  • Hoe staat het met waarnemen, taal, geheugen, concentratie?
  • Hoe is de stemming?
  • Hoe gaat het communiceren?
  • Wat kan uw naaste nog zelf doen bij de dagelijkse handelingen, zoals wassen en aankleden?

Hoe lang duurt de opname?
Een opname na een herseninfarct duurt maximaal  zeven dagen. Natuurlijk zijn daar uitzonderingen op. Als het nodig is,  verlengen wij de behandeling in ons ziekenhuis.

Wie zorgen er voor uw naaste?
Het team van specialisten dat uw naaste helpt bij de revalidatie, bestaat uit:

Neuroloog
Een medisch specialist die zich bezighoudt met de diagnose en de behandeling van aandoeningen aan het zenuwstelsel  (hersenen, ruggenmerg, zenuwen) en spieren.

Zaalarts 
Een arts-assistent die in opleiding is tot neuroloog. Hij of zij komt elke dag langs, checkt hoe het gaat en informeert over onderzoek en behandeling.

Revalidatiearts
Coördineert de revalidatiezorg en maakt de  behandelplannen die nodig zijn voor het herstel van functies, zoals lopen, het opnieuw aanleren van vaardigheden.

Verpleegkundige
De verpleegkundige oefent met dagelijks terugkerende handelingen, zoals rechtop zitten, uit bed op de stoel zitten, zelf wassen en tandenpoetsen. Deze dagelijkse zorg en het contact hierover met uw naaste, horen ook bij het revalideren. 

Fysiotherapeut
Beoordeelt of er problemen zijn die het zelfstandig bewegen belemmeren en probeert u zo snel mogelijk weer te laten bewegen. Oefent functies en activiteiten zoals zitten, staan en lopen. Schept voorwaarden zodat u ook buiten de therapie gestimuleerd wordt om te bewegen. De behandeling kan bestaan uit zowel groeps- als  individuele therapie. 

Logopedist
Helpt bij problemen met taal, spraak, slikken, het gebruik van de ademhaling, de stem en het gehoor. 

Ergotherapeut
Helpt en traint om handelingen in het dagelijks leven weer zelfstandig te doen, zoals wassen, aankleden, huishoudelijk werk en boodschappen doen. Speciale aandacht krijgen de minder zichtbare gevolgen van een herseninfarct, zoals vertraagde informatieverwerking en problemen met geheugen en concentratie.

Diëtist
Specialist op het gebied van voeding en dieet. Kijkt of de voeding alle belangrijke voedingsstoffen bevat. Dit om tekorten, uitdroging en ongewenst gewichtsverlies te voorkomen. De diëtist helpt ook bij slik- en kauwproblemen en adviseert over aangepast eten en drinken.

Onderzoeken

De diagnose herseninfarct wordt gesteld na een  neurologisch onderzoek gevolgd door een CT-scan of MRI-scan van de hersenen. Na het stellen van de diagnose ‘herseninfarct’ bepaalt de  neuroloog of er verder onderzoek nodig is. Mogelijke onderzoeken zijn.

Bloedafname
We nemen bloed af en meten onder meer de suiker- en vetstofwisseling en de nierfunctie. 

CT- of MRI-onderzoek
We brengen de hersenen in beeld met  röntgenstraling (CT-scan) of via een magnetisch veld en radiogolven  (MRI). Hiermee willen we de precieze oorzaak en plaats van het  herseninfarct achterhalen.

Duplex-onderzoek
We controleren de beide halsslagaders van de  hals op vernauwingen. Dit doen we op twee manieren (vandaar de naam  duplex = dubbel). Met echografie (geluidsgolven) brengen we de aders in  beeld. Daarnaast meten we met een doppler hoe snel het bloed stroomt.

Hartfilmpje (ECG)
Met een hartfilmpje kijken we of een hartritmestoornis de oorzaak is van het herseninfarct. Bij een  hartritmestoornis komen er soms bloedstolsels vrij. Deze stolsels kunnen  een bloedvat naar of in de hersenen afsluiten. 

Behandelingen

Elke patiënt is anders. De neuroloog bepaalt in overleg met het team welke behandeling het beste  is voor uw naaste. De behandeling bij een herseninfarct heeft vier doelen: 

  • Beperken van de hersenschade.
  • Voorkomen van een nieuw herseninfarct. 
  • Herstellen en/of opnieuw aanleren van beschadigde functies (revalideren). Op de pagina Revalideren na een herseninfarct leest u meer.
  • Verbeteren van de kwaliteit van leven.


Mogelijke behandelingen

Trombolyse
Als uw naaste binnen vier uur na het  herseninfarct bij ons is gebracht, kunnen wij het bloedstolsel soms  oplossen met medicijnen: trombolyse. Deze medicatie brengen wij via een  infuus in de bloedbaan.

Medicijnen
Bij een herseninfarct zetten we vaak tijdelijk  of voor langere periode een aantal specifieke medicijnen in. Hiermee  verkleinen we het risico op een nieuw infarct. Dit zijn:

  • Bloedverdunners om de vorming van bloedstolsels tegen te gaan.
  • Medicijnen om een te hoge bloeddruk te verlagen.
  • Medicijnen om het cholesterolgehalte in het bloed te verlagen.  

Dotter/stent-behandeling
De arts kiest voor een  dotter/stent-behandeling als de oorzaak van het herseninfarct een vernauwde halsslagader is. Onder lokale verdoving plaatst de arts vanuit de liesslagader een slangetje (katheter) in de vernauwing (=dotteren). Aan de katheter zit een ballonnetje. Door het ballonnetje op te blazen, rekt de vaatwand op. De arts plaats vaak ook een stent; dit is een buisje dat het bloedvat blijvend openhoudt.

Bij een herseninfarct sluit een bloedstolsel een slagader af. Dit kan gebeuren in de hersenen zelf of in een slagader die bloed naar de hersenen brengt. Door deze blokkade krijgt een deel van de hersenen (tijdelijk) geen zuurstof en voedingsstoffen meer. Een deel van de hersenen raakt hierdoor beschadigd en verliest zijn functie. De hersenen werken daardoor niet goed meer en er kunnen problemen  ontstaan met bewegen, praten, slikken of denken. Dit noemen we uitval van functies.

Wat zijn de oorzaken?
Slagaderverkalking is een veelvoorkomende oorzaak van een herseninfarct. Vetachtige stoffen (zoals cholesterol) hopen zich op in de vaatwand van de bloedvaten. Deze stoffen verkalken, waardoor de bloedvaten langzaam dichtslibben. De slagaderverkalking beschadigt de vaatwand. Hierdoor kan er een bloedstolsel ontstaan. Als dit stolsel afbreekt, kan het via de bloedstroom worden meegevoerd naar kleinere slagaders. Daar zorgt het stolsel voor afsluiting (infarct).

De tweede oorzaak heeft met hartproblemen te maken. De afsluiting kan namelijk ook het gevolg zijn van een bloedprop die afkomstig is uit het hart. Dit kan voorkomen bij hartritmestoornissen of door afwijkingen van de hartkleppen. Ook zijn er zijn diverse zeldzame oorzaken van een herseninfarct, die vooral bij jonge mensen voorkomen.