Aspecten van behandeling

Contact maken, rust en veiligheid bieden
Risicotaxatie instrument

Behandeling en begeleiding dienen plaats te vinden in de setting die het minst beperkend, maar toch veilig en  effectief is. De voordelen van intensieve klinische opname dienen  afgewogen te worden tegen de nadelen, zoals werkonderbreking, sociaal stigma en verlies aan zelfvertrouwen. Het is van belang om het beleid vast te stellen in samenspraak met betrokken zorgverleners, patiënt zelf en diens naasten.

Bij een reëel of acuut suïciderisico dienen maatregelen ter bescherming van de patiënt overwogen te worden:

  • zorg dat de patiënt zo min mogelijk toegang heeft tot dodelijke wapens en middelen
  • mobiliseer de omgeving van de patiënt, bijvoorbeeld permanent toezicht van familie en/of hulpverleners
  • overweeg plaatsing in een intensieve zorg unit (bedenk dat een opname ook risicoverhogend kan werken)
  • overweeg indien nodig het aanvragen van een juridische maatregel (IBS/RM)
  • structuur bieden (maak duidelijke afspraken, bijv. over volgend contact)
Interventies gericht op de risicofactoren

Interventies gericht op de risico factoren, bijvoorbeeld:

  • het hervinden van levensperspectief
  • psychiatrische symptomen
  • sociaal functioneren (sociale steun, dagbesteding)
  • middelenmisbruik
  • lichamelijke klachten
  • psychologische en cognitieve factoren (coping- en sociale vaardigheden)

Wanneer je in gesprek gaat met de patiënt, stel altijd de vraag of de patiënt op dit moment concrete plannen heeft. Leg uit waarom interventies noodzakelijk zijn.

Wees beschikbaar voor - en in contact met - de  patiënt, ook als deze het contact afhoudt. Maak bespreking van het  lijden/ wanhoop van de patiënt mogelijk, biedt hierin steun. Geef (realistische) hoop, verruim de denkwereld van de patiënt, bespreek alternatieven. Stel de beleving van de patiënt centraal, ook als het moeilijk is je hierin te verplaatsen. Wees bewust van eigen waarden, normen en emoties, toets bij collega’s.

Model van stress, kwetsbaarheid en
entrapment

Maak met de patiënt en (zo mogelijk) naasten een (veiligheids-)plan. Dit wordt ook wel genoemd: preventieplan,  samenwerkingscontract, crisisplan, crisispreventie en actieplan, of signaleringsplan. Dit plan kan de patiënt bij zich dragen en verspreid worden onder anderen die bij de zorg betrokken zijn. Hierop worden vroege symptomen beschreven en stappen die de patiënt en anderen kunnen doorlopen bij (voorstadia van) suïcidale gedachten en gedrag. Het is de  bedoeling deze stappen gezamenlijk te bedenken en regelmatig te evalueren en zo nodig bij te stellen. Het veiligheidsplan kan onderdeel  zijn van een breder behandelplan (ook wel genoemd: behandelovereenkomst) waarin alle afspraken vermeld worden.

Aspecten van behandeling

Aspecten van behandeling
Contact maken, rust en veiligheid bieden
Risicotaxatie instrument

Behandeling en begeleiding dienen plaats te vinden in de setting die het minst beperkend, maar toch veilig en  effectief is. De voordelen van intensieve klinische opname dienen  afgewogen te worden tegen de nadelen, zoals werkonderbreking, sociaal stigma en verlies aan zelfvertrouwen. Het is van belang om het beleid vast te stellen in samenspraak met betrokken zorgverleners, patiënt zelf en diens naasten.

Bij een reëel of acuut suïciderisico dienen maatregelen ter bescherming van de patiënt overwogen te worden:

  • zorg dat de patiënt zo min mogelijk toegang heeft tot dodelijke wapens en middelen
  • mobiliseer de omgeving van de patiënt, bijvoorbeeld permanent toezicht van familie en/of hulpverleners
  • overweeg plaatsing in een intensieve zorg unit (bedenk dat een opname ook risicoverhogend kan werken)
  • overweeg indien nodig het aanvragen van een juridische maatregel (IBS/RM)
  • structuur bieden (maak duidelijke afspraken, bijv. over volgend contact)
Interventies gericht op de risicofactoren

Interventies gericht op de risico factoren, bijvoorbeeld:

  • het hervinden van levensperspectief
  • psychiatrische symptomen
  • sociaal functioneren (sociale steun, dagbesteding)
  • middelenmisbruik
  • lichamelijke klachten
  • psychologische en cognitieve factoren (coping- en sociale vaardigheden)

Wanneer je in gesprek gaat met de patiënt, stel altijd de vraag of de patiënt op dit moment concrete plannen heeft. Leg uit waarom interventies noodzakelijk zijn.

Wees beschikbaar voor - en in contact met - de  patiënt, ook als deze het contact afhoudt. Maak bespreking van het  lijden/ wanhoop van de patiënt mogelijk, biedt hierin steun. Geef (realistische) hoop, verruim de denkwereld van de patiënt, bespreek alternatieven. Stel de beleving van de patiënt centraal, ook als het moeilijk is je hierin te verplaatsen. Wees bewust van eigen waarden, normen en emoties, toets bij collega’s.

Maken gezamelijk
(veiligheids-) plan

Maak met de patiënt en (zo mogelijk) naasten een (veiligheids-)plan. Dit wordt ook wel genoemd: preventieplan,  samenwerkingscontract, crisisplan, crisispreventie en actieplan, of signaleringsplan. Dit plan kan de patiënt bij zich dragen en verspreid worden onder anderen die bij de zorg betrokken zijn. Hierop worden vroege symptomen beschreven en stappen die de patiënt en anderen kunnen doorlopen bij (voorstadia van) suïcidale gedachten en gedrag. Het is de  bedoeling deze stappen gezamenlijk te bedenken en regelmatig te evalueren en zo nodig bij te stellen. Het veiligheidsplan kan onderdeel  zijn van een breder behandelplan (ook wel genoemd: behandelovereenkomst) waarin alle afspraken vermeld worden.