Keizersnede

Keizersnede
Wat is een keizersnede?

Hier vindt u informatie over de gebruikelijke gang van zaken rond een keizersnede. De medische term hiervoor is een sectio caesarea.

Een keizersnede is een operatie waarbij het kind via de buikwand ter wereld komt. De operatie duurt ongeveer 45 minuten, soms langer, soms korter. De baby wordt meestal binnen een kwartier na het begin van de operatie geboren. Daarna maakt de gynaecoloog de baarmoeder en de verschillende lagen van de buikwand met hechtingen dicht.

Redenen voor een keizersnede
De gynaecoloog adviseert een keizersnede alleen als een bevalling via de vagina (schede) niet mogelijk is of te grote risico’s met zich meebrengt voor u, uw kind of voor u beiden. Omdat bij een keizersnede complicaties kunnen optreden, wordt de operatie alleen uitgevoerd als er een goede reden voor is.

Soms is al vóór de zwangerschap duidelijk dat te zijner tijd een keizersnede noodzakelijk zal zijn. In andere gevallen blijkt tijdens de zwangerschap dat een keizersnede nodig is, bijvoorbeeld als de placenta (moederkoek) voor de baarmoedermond ligt, als een vleesboom de indaling van het kind verhindert of als er complicaties zijn zoals een placenta die onvoldoende functioneert. In deze gevallen spreekt men van een geplande of primaire keizersnede.

Een keizersnede tijdens de bevalling
Vaak wordt pas tijdens de bevalling duidelijk dat een keizersnede nodig is. Dit noemt men een secundaire keizersnede. De meest voorkomende redenen daarvoor zijn het niet vorderen van de bevalling en/of dreigend zuurstofgebrek van het kind.

Het is mogelijk dat de bevalling onvoldoende vordert tijdens de ontsluiting of de uitdrijving. Als de ontsluiting onvoldoende vordert neemt het aantal centimeters ontsluiting niet (voldoende) toe. Bij onvoldoende vordering van de uitdrijving is er te weinig indaling van het hoofdje of de billen in het bekken.

De verloskundige of arts kan denken aan dreigend zuurstofgebrek wanneer de harttonenregistratie op een cardiotocogram (CTG) langdurig of ernstig afwijkt.

Ook kan er dan een onderzoek plaatsvinden waarbij een beetje bloed van de hoofdhuid van het kind wordt afgenomen (dit heet een microbloedonderzoek) om te bepalen of het kind voldoende zuurstof krijgt.

Opname en verblijf op de kraamafdeling

Voorbereiding op een keizersnede
Zoals bij elke operatie vindt bij een geplande keizersnede vooraf onderzoek plaats naar uw gezondheidstoestand door de anaesthesist. Men stelt vragen over uw gezondheid en vaak wordt een lichamelijk onderzoek gedaan, zoals het luisteren naar hart en longen. Verder wordt er bloedonderzoek uitgevoerd en bespreekt de gynaecoloog of anesthesist met u de keuze tussen een algehele anesthesie (narcose) en een ruggenprik.

De verpleegkundige op de poli vertelt u wat u op de dag van de keizersnede en de dagen erna kunt verwachten. Zij voert het opnamegesprek.

Op de dag van de operatie moet u nuchter zijn. Op de afdeling krijgt u een operatiehemd aan. Kort voor de operatie wordt u naar de operatieafdeling gebracht. U mag dan geen sieraden, piercings, haarspelden, make-up en nagellak en kunstnagels op hebben; contact lenzen of een kunstgebit moet u uitdoen.

Vóór de operatie moet uw blaas leeg zijn daarom brengt de verpleegkundige een blaaskatheter in, zodat de urine kan wegstromen. De urine wordt in een zak opgevangen.

Bij een keizersnede tijdens de bevalling gebeuren deze voorbereidingen vaak in een sneller tempo. Omdat u dan vaak niet nuchter bent, krijgt u soms een vloeistof te drinken om het maagzuur te neutraliseren.

Wat gebeurt er op de operatie kamer?

De soorten verdoving
Bij een keizersnede zijn twee soorten verdovingen mogelijk: narcose en een ruggenprik. Welke van de twee methoden geadviseerd wordt, is onder andere afhankelijk van de reden voor de keizersnede of de mate van spoed. Mocht u zelf een uitgesproken voorkeur hebben, dan kunt u dit laten weten.

Narcose
Bij narcose slaapt u tijdens de keizersnede. De narcose wordt zo gegeven dat het kind zo weinig mogelijk medicijnen zoals inslaapmiddelen en pijnstillers via de placenta krijgt. De medicijnen voor de narcose worden via een infuus ingespoten. Soms krijgt u van tevoren wat zuurstof via een kapje of slangetje voor of in uw neus. Terwijl u slaapt krijgt u een buisje in uw luchtpijp voor de beademing. U voelt geen pijn en wordt wakker als de operatie klaar is en de baby en de placenta geboren zijn.

Een ruggenprik
Bij een ruggenprik spuit de anesthesist verdovende vloeistof tussen de ruggenwervels. De huid rond deze plaats wordt eerst plaatselijk verdoofd. Vaak voelt u dan de ruggenprik zelf nauwelijks meer. Al snel worden uw onderlichaam en benen gevoelloos. Soms bent u kortdurend wat misselijk als gevolg van een bloeddrukdaling. Bij een ruggenprik maakt u de geboorte van uw kind bewust mee, en al tijdens de operatie kunt u uw kind zien, horen en aanraken. U hebt tijdens de operatie geen pijn; wel voelt u soms dat er getrokken wordt of op de buik geduwd. Een enkele keer reikt de verdoving iets hoger dan alleen uw onderlichaam. Het lijkt dan of ademhalen moeilijk gaat. Dit is vervelend, maar het kan geen kwaad.

De operatie zelf
Bijna altijd maakt de gynaecoloog een ‘bikinisnede’, een horizontale (dwarse)snede van 10-15 cm vlak boven het schaambeen, ongeveer rond de haargrens.

Bij uitzondering wordt soms een snede van de navel naar beneden gemaakt. Na de snede in de huid worden het vet onder de huid en een laag verstevigend bindweefsel boven de buikspieren doorgesneden. De lange buikspieren die van de ribbenboog naar beneden lopen worden opzij geschoven, vervolgens opent de gynaecoloog de buikholte. De blaas, die voor een deel over de baarmoeder heen ligt, wordt losgemaakt van de baarmoeder en naar beneden geschoven. Daarna haalt de gynaecoloog meestal via een dwarse snede in de baarmoeder uw kind naar buiten. Als uw kind geboren is wordt de navelstreng doorgeknipt. Omdat alles steriel moet blijven mag de vader dit niet zelf doen zoals bij een ‘normale’ bevalling. Na het doorknippen van de navelstreng krijgt u via het infuus doorgaans een antibioticum en een medicijn om de baarmoeder te laten samentrekken. Als de placenta geboren is hecht de gynaecoloog de baarmoeder en de verschillende lagen van de buikwand.

Wie mag er bij een keizersnede aanwezig zijn?

Uw partner ( of iemand anders, totaal 1 persoon) mag bij de keizersnede aanwezig zijn. De verpleegkundige van de afdeling die met u mee gaat naar de operatiekamer kan foto’s met uw toestel maken.

Het kind na de geboorte
De kinderarts onderzoekt uw kind direct na de geboorte. Afhankelijk van de conditie van uw baby en het termijn van de zwangerschap blijft uw baby gedurende de rest van de keizersnede bij u. Als de kinderarts een opname voor de baby noodzakelijk acht zal de baby gedurende de resterende tijd van de keizersnede niet op de operatiekamer aanwezig zijn.

Recovery
Na de operatie komen moeder en kind op de uitslaapkamer of wel de recovery, partner is hier ook bij aanwezig. Hier wordt de conditie van moeder door middel van apperatuur in de gaten gehouden. Ook wordt het bloedverlies gecontroleerd. Tevens kan hier gestart worden met de eerste voeding voor de baby.

Gezinsgerichte keizersnede
In het WKZ geboortecentrum willen wij dat ouders en kind zoveel mogelijk bij elkaar zijn. Als een geplande keizersnede overdag plaats vindt zijn ouders en kind gedurende de gehele operatie bij elkaar zijn mits de conditie van de baby dit toelaat. Dit noemen wij een gezinsgerichte keizersnede.

Ontslag

Ontslag
In principe gaat u na 3 nachten, 4 dagen na de keizersnede weer naar huis. U mag om 10 uur opgehaald worden.

Weer thuis
Thuis zult u geleidelijk verder moeten  herstellen. De tijd die nodig is voor het herstel is na een keizersnede  vaak langer dan na een bevalling via de vagina. U bent niet alleen (opnieuw) moeder, maar daarnaast ook genezende van een operatie. Een  veel gehoorde klacht na een keizersnede is moeheid. U kunt daar het  beste aan toegeven: probeer zoveel mogelijk rust te nemen. Aanvaard ook  hulp die familie en kennissen u aanbieden. Naarmate u meer hulp hebt als  u thuiskomt, is de overgang gemakkelijker en went u sneller aan uw nieuwe levenssituatie. Na de eerste weken merkt u dat u geleidelijk weer  meer kunt doen.

Zwaar tillen (vuilniszakken, zware  boodschappentassen) wordt de eerste zes weken nog ontraden, maar  gaandeweg kunt u wel uw activiteiten uitbreiden (licht huishoudelijk  werk, kleinere boodschappen).  Het gewicht van uw baby is in de eerste  zes weken voldoende. Heeft u pijn aan de wond tijdens of na het tillen,  til dan minder zwaar.

Al snel na de operatie kunt u onder de douche.  Een bad wordt afgeraden zolang er nog bloederige afscheiding is  (gemiddeld 2-4 weken). Het bloedverlies kan, doordat u weer meer gaat  doen, meer worden. Dit is normaal, mits het bloedverlies niet veel meer  wordt dan bij een gewone menstruatie. Het bloedverlies stopt meestal na  twee à zes weken. Indien u borstvoeding geeft kan de eerst volgende  menstruatie lang uitblijven. Vaak komt deze pas na het stoppen van de  borstvoeding. Ongeveer 10-20% van de borstvoedende vrouwen menstrueert  wel tijdens de borstvoedingsperiode. Indien u geen borstvoeding geeft  kan u gaan menstrueren binnen 4-8 weken na de keizersnede. De eerste  menstruatie kan heftiger zijn dan u normaal gewend bent. 

Mocht er nog wat vocht of een beetje bloed uit  de wond naar buiten komen, dan kunt u de wond met de douche  schoonspoelen, voorzichtig drogen, en een droog gaas eroverheen doen om  uw kleding te beschermen.

In de eerste maanden kunt u hinder ondervinden  van uw buikspieren, bijvoorbeeld bij het autorijden en fietsen. Tijdens  de keizersnede zijn de buikspieren opgerekt en daarna hebben ze tijd  nodig om weer op kracht te komen. Onverwachte bewegingen kunnen zeker in  de eerste weken nog behoorlijk pijnlijk zijn. Autorijden is toegestaan  vanuit medisch oogpunt. U gebruikt uw buikspieren tijdens het besturen  van een auto.  Realiseert u zich dat u tijdens het autorijden in acute  situaties terecht kan komen. Pijn kan een adequate/plotselinge reactie  belemmeren. Deze onverwachte bewegingen kunnen pijnlijk zijn aan de  wond. Bedenkt voordat u de auto instapt of u zichzelf in staat acht tot  deelname aan het verkeer. Zo ja, dan kunt u gerust autorijden.  Controleer uw verzekeringspolis of u wel verzekerd bent om weer in de  auto te rijden (wanneer u weer mag rijden kan per verzekeraar  verschillen).

Met buikspieroefeningen kunt u zes weken na de  operatie weer beginnen. De verschillende lagen van de buikwand zijn dan  goed genezen.  Aan de zijkant van het litteken hebt u de eerste tijd  soms een trekkend gevoel van inwendige hechtingen. Dit kan geen kwaad.

Het gebruik van voorbehoedsmiddelen (anticonceptie) is niet anders dan na een ‘normale’ bevalling.  Ook al hebt u nog niet gemenstrueerd, u bent wel alweer vruchtbaar en kan opnieuw zwanger worden.  Vraag zo nodig de verloskundige, huisarts of  gynaecoloog om advies. Wacht in ieder geval met gemeenschap tot de  bloederige afscheiding voorbij is. Voor veel vrouwen duurt het langere  tijd voordat zij weer zin hebben in seksueel contact. Aangeraden wordt  om niet zwanger te worden binnen een half jaar na de keizersnede. De  baarmoeder heeft een litteken en is hierdoor erg kwetsbaar.

Omdat bij een bikinisnede zenuwen in de  buikhuid zijn doorgesneden, houdt u vrij lange tijd een doof gevoel rond  het litteken. Dit heeft te maken met het littekenweefsel en het  zenuwweefsel.  Boven dit gebied met een doof gevoel is er dikwijls  halverwege de navel een gebied dat juist extra gevoelig is. Vaak is pas  na 6 tot12 maanden het gevoel in de buikwand weer normaal. U kunt de  wond en de huid na enige tijd met olie masseren om zo het weefselherstel  te ondersteunen.

Uw lichaam geeft zelf het beste aan wat goed  is voor u. Herstel kan in snelheid en duur per kraamvrouw verschillend  zijn. Luistert u daarom goed, naar wat u eigen lichaam aan geeft.

Na 5 weken komt u terug op de polikliniek van het ziekenhuis waar u bent bevallen voor nacontrole.

Complicaties
Iedere operatie brengt risico’s met zich mee,  ook een keizersnede. Ernstige complicaties zijn gelukkig zeldzaam, zeker  als u gezond bent. Wij noemen hieronder de meest voorkomende complicaties.

Bloedarmoede
Bij elke keizersnede is er bloedverlies. Bij ruim bloedverlies ontstaat er bloedarmoede.

Niet zelden is na afloop een bloedtransfusie  of het gebruik van ijzertabletten noodzakelijk. Bij een voorliggende  moederkoek (placenta praevia) is de kans op fors bloedverlies en een bloedtransfusie groot.

Nabloeding in de buik
Een nabloeding is een zeldzame complicatie van  een keizersnede. Bij een ernstige hoge bloeddruk waarbij het bloed  minder goed stolt, komt een nabloeding vaker voor. Een enkele keer is  een tweede operatie noodzakelijk.

Bloeduitstorting in de wond
Een onderhuidse bloeduitstorting in de wond  ontstaat doordat een bloedvaatje in het vet onder de huid blijft  nabloeden. De kans hierop is groter als de bloedstolling bij een  keizersnede afwijkend is, bijvoorbeeld bij weinig bloedplaatjes als  gevolg van een ernstig verhoogde bloeddruk.

Infectie
Een infectie van de wond komt een enkele keer  voor. De kans hierop is wat groter bij een keizersnede na een langdurige  bevalling. Om een infectie te voorkomen, krijgt u vaak tijdens de operatie een antibioticum toegediend.

Een beschadiging van de blaas
Een beschadiging van de blaas is een zeldzame  complicatie. De kans hierop is wat groter als u al verschillende malen  een keizersnede hebt ondergaan.

Er kunnen dan verklevingen rond de blaas zijn.  Het is goed mogelijk een blaasbeschadiging te hechten. Wel hebt u vaak  langer een katheter nodig. Darmen die niet goed op gang komen (ileus) Na  een keizersnede moeten de darmen weer op gang komen. In zeldzame  gevallen gebeurt dit niet of te traag. Er verzamelt zich dan vocht in  maag en darmen, wat leidt tot misselijkheid en braken. Een maagsonde kan  dan nodig zijn om dit vocht af te voeren. Pas daarna komen de darmen op  gang.

Na de operatie

Na een keizersnede worden de bloeddruk, de  polsslag, het bloedverlies en de hoeveelheid urine regelmatig  gecontroleerd. Via het infuus krijgt u vocht toegediend. Bij een  ruggenprik hebt u de eerste uren na de operatie nog geen controle over  uw benen. Geleidelijk krijgt u het gevoel en de kracht in uw benen  terug. De blaaskatheter die de urine afvoert geeft soms een onaangenaam  gevoel 24 uur na de operatie kan deze verwijderd worden.

Om trombose te voorkomen krijgt u eenmaal per dag een injectie onder de huid van uw bovenbeen met een anti-stollings middel.

Na de keizersnede kunt u geleidelijk beginnen  met eten. De voorkeur gaat vaak uit naar licht eten en dit uit te  breiden naar normale voeding.

Kort na de keizersnede kunt u pijn aan de wond  krijgen en soms pijnlijke naweeën. Hiervoor krijgt u pijnstillers zoals  morfine via het infuus, paracetemol en diclofenac tabletten.

De eerste dagen bent u vaak nog slap en wat  duizelig bij het opstaan, dit wordt geleidelijk minder. Na één of twee  dagen beginnen de darmen weer te werken. De buik is dan vaak opgezet en u  kunt pijnlijke krampen hebben.

De buikwand is vaak pijnlijk, niet alleen ter  hoogte van het litteken maar ook hoger, tot aan de navel. Dit komt omdat  onder de huid de snede in de buikwand verticaal loopt, van de navel tot  het schaambeen. Bij het hechten van de huid wordt doorgaans materiaal  gebruikt dat uit zichzelf oplost en niet hoeft te worden weggehaald.  Andere hechtingen of nietjes verwijdert men meestal na ongeveer een  week.

Borstvoeding

Na een keizersnede kunt u borstvoeding geven.  Het maakt niet uit of de keizersnede gepland was of niet, of u algehele  narcose of een ruggenprik hebt gekregen. Wel speelt de conditie van uw  kind een rol. Als uw kind in de couveuse ligt kunt u afkolven. De afgekolfde  melk wordt door de verpleegkundige aan uw kind gegeven. Als de conditie  van u en uw kind het toelaat dan wordt uw kind binnen een uur na de  keizersnede bloot bij u op de borst gelegd en wordt u geholpen bij het aanleggen.

Het meten van pijn
U leest hier informatie over pijnmeting op de  afdeling Verloskunde. De pijnmetingen worden tijdens uw opname in het  ziekenhuis uitgevoerd door verpleegkundigen/ kraamverzorgenden.

Pijn Tijdens uw ziekenhuisverblijf heeft u  mogelijk pijn door ziekte, operatie of behandeling. Ook kunt u  bijvoorbeeld pijn hebben in uw rug, door langdurig liggen op bed. Voor  een spoedig herstel en een comfortabel gevoel is het belangrijk om uw  pijn zo goed mogelijk te bestrijden.

Pijnmeting
Een thermometer is een instrument om vast te  stellen of u koorts heeft. Een dergelijk instrument voor pijn bestaat  niet. U bent de enige die kan vertellen of u pijn heeft en hoe erg die  pijn is. Het geven van een cijfer kan helpen om meer inzicht te krijgen  in de mate van pijn die u ervaart.

Pijncijfer
De verpleegkundige/kraamverzorgende vraagt u  een aantal keer per dag of u pijn heeft. Als u pijn heeft vraagt de  verpleegkundige/kraamverzorgende om uw pijn een cijfer te geven.
1-4 u heeft weinig pijn en uw eventuele pijnstilling is voldoende
5-7 u heeft behoorlijke pijn en u wilt pijnstilling of aanvullende pijnstilling
8-10 u heeft ernstige/ondraaglijke pijn en u wilt pijnstilling of aanvullende pijnstilling

Pijnbeleving
Het is belangrijk dat u aangeeft wanneer u te  veel pijn heeft, zodat wij uw pijn goed kunnen behandelen. Een goede  pijnbehandeling voorkomt complicaties. Uw herstel zal sneller verlopen  en u zult sneller genezen. Als u borstvoeding geeft zal dit beter gaan  als uw pijn draaglijk is.

Voor meer informatie over de pijnscore en behandeling, raden wij u de volgende film aan: 

Is de volgende bevalling weer een
keizersnede?

Mocht u snel opnieuw zwanger willen worden,  dan is daar geen bezwaar tegen, tenzij de gynaecoloog u adviseert er nog  mee te wachten. Of bij een volgende bevalling weer een keizersnede  nodig is, hangt van de reden van deze keizersnede af. Bespreek daarom  bij de nacontrole hoe groot de kans is dat u een volgende keer een  ‘normale’ bevalling tegemoet kunt zien.  De volgende bevalling is een  medische indicatie om in het ziekenhuis te bevallen.

Emotionele aspecten rondom een keizersnede
De beleving van een keizersnede wisselt sterk.  Sommige vrouwen hebben er emotionele problemen mee. Ze zijn  teleurgesteld dat de bevalling niet langs de normale weg kon  plaatsvinden en hebben het gevoel dat een normale bevalling van hen is  ‘afgenomen’. Soms vinden ze dat ze gefaald hebben.

Bij een narcose maken vrouwen de geboorte van  hun kind niet bewust mee, waardoor ze soms moeite hebben om aan hun kind  te wennen. Spelen dergelijke gevoelens bij u, praat erover met uw  partner, vrienden en familieleden.

Bespreek tijdens de nacontrole uw emoties en  vragen, zoals waarom de keizersnede nodig was. Dit kan u ook helpen bij  het verwerken van emoties.

Schrijf uw vragen van tevoren op zodat u niets vergeet.

Ook na langere tijd of voorafgaand aan een  volgende zwangerschap kunt u met de gynaecoloog, de verloskundige of de  huisarts nog eens de hele gang van zaken bespreken als u daar behoefte  aan hebt.

Het omgekeerde is ook mogelijk: als een  keizersnede gedaan werd nadat u lange tijd zeer pijnlijke weeën hebt  gehad, betekent de operatie vaak juist een opluchting. Voor de vader is  een keizersnede soms ook moeilijk te verwerken. Hij ziet u negen maanden  met de baby rondlopen en dan moet u (na eventuele weeën) ook nog een  operatie ondergaan om het kind geboren te laten worden. 

Soms voelt een partner zich nutteloos omdat  hij het gevoel heeft nauwelijks iets voor u te hebben kunnen doen. Ook  kan hij bang zijn geweest dat er iets mis zou gaan. Als dergelijke gevoelens spelen, probeer ze dan met elkaar te bespreken.

Nog vragen?
Uw gynaecoloog, verloskundige is te allen tijde bereid ze te beantwoorden.

Deze informatie is overgenomen vanuit de website DeGynaecoloog met aanpassingen die gelden voor het geboortecentrum van het Wilhelmina Kinderziekenhuis.

Deze website met patiënteninformatie is een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Obstretrie en Gynaecologie (NVOG).

Keizersnede
Wat is een keizersnede?

Hier vindt u informatie over de gebruikelijke gang van zaken rond een keizersnede. De medische term hiervoor is een sectio caesarea.

Een keizersnede is een operatie waarbij het kind via de buikwand ter wereld komt. De operatie duurt ongeveer 45 minuten, soms langer, soms korter. De baby wordt meestal binnen een kwartier na het begin van de operatie geboren. Daarna maakt de gynaecoloog de baarmoeder en de verschillende lagen van de buikwand met hechtingen dicht.

Redenen voor een keizersnede
De gynaecoloog adviseert een keizersnede alleen als een bevalling via de vagina (schede) niet mogelijk is of te grote risico’s met zich meebrengt voor u, uw kind of voor u beiden. Omdat bij een keizersnede complicaties kunnen optreden, wordt de operatie alleen uitgevoerd als er een goede reden voor is.

Soms is al vóór de zwangerschap duidelijk dat te zijner tijd een keizersnede noodzakelijk zal zijn. In andere gevallen blijkt tijdens de zwangerschap dat een keizersnede nodig is, bijvoorbeeld als de placenta (moederkoek) voor de baarmoedermond ligt, als een vleesboom de indaling van het kind verhindert of als er complicaties zijn zoals een placenta die onvoldoende functioneert. In deze gevallen spreekt men van een geplande of primaire keizersnede.

Een keizersnede tijdens de bevalling
Vaak wordt pas tijdens de bevalling duidelijk dat een keizersnede nodig is. Dit noemt men een secundaire keizersnede. De meest voorkomende redenen daarvoor zijn het niet vorderen van de bevalling en/of dreigend zuurstofgebrek van het kind.

Het is mogelijk dat de bevalling onvoldoende vordert tijdens de ontsluiting of de uitdrijving. Als de ontsluiting onvoldoende vordert neemt het aantal centimeters ontsluiting niet (voldoende) toe. Bij onvoldoende vordering van de uitdrijving is er te weinig indaling van het hoofdje of de billen in het bekken.

De verloskundige of arts kan denken aan dreigend zuurstofgebrek wanneer de harttonenregistratie op een cardiotocogram (CTG) langdurig of ernstig afwijkt.

Ook kan er dan een onderzoek plaatsvinden waarbij een beetje bloed van de hoofdhuid van het kind wordt afgenomen (dit heet een microbloedonderzoek) om te bepalen of het kind voldoende zuurstof krijgt.

Opname en verblijf
op de kraamafdeling

Voorbereiding op een keizersnede
Zoals bij elke operatie vindt bij een geplande keizersnede vooraf onderzoek plaats naar uw gezondheidstoestand door de anaesthesist. Men stelt vragen over uw gezondheid en vaak wordt een lichamelijk onderzoek gedaan, zoals het luisteren naar hart en longen. Verder wordt er bloedonderzoek uitgevoerd en bespreekt de gynaecoloog of anesthesist met u de keuze tussen een algehele anesthesie (narcose) en een ruggenprik.

De verpleegkundige op de poli vertelt u wat u op de dag van de keizersnede en de dagen erna kunt verwachten. Zij voert het opnamegesprek.

Op de dag van de operatie moet u nuchter zijn. Op de afdeling krijgt u een operatiehemd aan. Kort voor de operatie wordt u naar de operatieafdeling gebracht. U mag dan geen sieraden, piercings, haarspelden, make-up en nagellak en kunstnagels op hebben; contact lenzen of een kunstgebit moet u uitdoen.

Vóór de operatie moet uw blaas leeg zijn daarom brengt de verpleegkundige een blaaskatheter in, zodat de urine kan wegstromen. De urine wordt in een zak opgevangen.

Bij een keizersnede tijdens de bevalling gebeuren deze voorbereidingen vaak in een sneller tempo. Omdat u dan vaak niet nuchter bent, krijgt u soms een vloeistof te drinken om het maagzuur te neutraliseren.

Wat gebeurt er op de operatie kamer?

De soorten verdoving
Bij een keizersnede zijn twee soorten verdovingen mogelijk: narcose en een ruggenprik. Welke van de twee methoden geadviseerd wordt, is onder andere afhankelijk van de reden voor de keizersnede of de mate van spoed. Mocht u zelf een uitgesproken voorkeur hebben, dan kunt u dit laten weten.

Narcose
Bij narcose slaapt u tijdens de keizersnede. De narcose wordt zo gegeven dat het kind zo weinig mogelijk medicijnen zoals inslaapmiddelen en pijnstillers via de placenta krijgt. De medicijnen voor de narcose worden via een infuus ingespoten. Soms krijgt u van tevoren wat zuurstof via een kapje of slangetje voor of in uw neus. Terwijl u slaapt krijgt u een buisje in uw luchtpijp voor de beademing. U voelt geen pijn en wordt wakker als de operatie klaar is en de baby en de placenta geboren zijn.

Een ruggenprik
Bij een ruggenprik spuit de anesthesist verdovende vloeistof tussen de ruggenwervels. De huid rond deze plaats wordt eerst plaatselijk verdoofd. Vaak voelt u dan de ruggenprik zelf nauwelijks meer. Al snel worden uw onderlichaam en benen gevoelloos. Soms bent u kortdurend wat misselijk als gevolg van een bloeddrukdaling. Bij een ruggenprik maakt u de geboorte van uw kind bewust mee, en al tijdens de operatie kunt u uw kind zien, horen en aanraken. U hebt tijdens de operatie geen pijn; wel voelt u soms dat er getrokken wordt of op de buik geduwd. Een enkele keer reikt de verdoving iets hoger dan alleen uw onderlichaam. Het lijkt dan of ademhalen moeilijk gaat. Dit is vervelend, maar het kan geen kwaad.

De operatie zelf
Bijna altijd maakt de gynaecoloog een ‘bikinisnede’, een horizontale (dwarse)snede van 10-15 cm vlak boven het schaambeen, ongeveer rond de haargrens.

Bij uitzondering wordt soms een snede van de navel naar beneden gemaakt. Na de snede in de huid worden het vet onder de huid en een laag verstevigend bindweefsel boven de buikspieren doorgesneden. De lange buikspieren die van de ribbenboog naar beneden lopen worden opzij geschoven, vervolgens opent de gynaecoloog de buikholte. De blaas, die voor een deel over de baarmoeder heen ligt, wordt losgemaakt van de baarmoeder en naar beneden geschoven. Daarna haalt de gynaecoloog meestal via een dwarse snede in de baarmoeder uw kind naar buiten. Als uw kind geboren is wordt de navelstreng doorgeknipt. Omdat alles steriel moet blijven mag de vader dit niet zelf doen zoals bij een ‘normale’ bevalling. Na het doorknippen van de navelstreng krijgt u via het infuus doorgaans een antibioticum en een medicijn om de baarmoeder te laten samentrekken. Als de placenta geboren is hecht de gynaecoloog de baarmoeder en de verschillende lagen van de buikwand.

Wie mag er bij een keizersnede aanwezig zijn?

Uw partner ( of iemand anders, totaal 1 persoon) mag bij de keizersnede aanwezig zijn. De verpleegkundige van de afdeling die met u mee gaat naar de operatiekamer kan foto’s met uw toestel maken.

Het kind na de geboorte
De kinderarts onderzoekt uw kind direct na de geboorte. Afhankelijk van de conditie van uw baby en het termijn van de zwangerschap blijft uw baby gedurende de rest van de keizersnede bij u. Als de kinderarts een opname voor de baby noodzakelijk acht zal de baby gedurende de resterende tijd van de keizersnede niet op de operatiekamer aanwezig zijn.

Recovery
Na de operatie komen moeder en kind op de uitslaapkamer of wel de recovery, partner is hier ook bij aanwezig. Hier wordt de conditie van moeder door middel van apperatuur in de gaten gehouden. Ook wordt het bloedverlies gecontroleerd. Tevens kan hier gestart worden met de eerste voeding voor de baby.

Gezinsgerichte keizersnede
In het WKZ geboortecentrum willen wij dat ouders en kind zoveel mogelijk bij elkaar zijn. Als een geplande keizersnede overdag plaats vindt zijn ouders en kind gedurende de gehele operatie bij elkaar zijn mits de conditie van de baby dit toelaat. Dit noemen wij een gezinsgerichte keizersnede.

Na de operatie

Na een keizersnede worden de bloeddruk, de  polsslag, het bloedverlies en de hoeveelheid urine regelmatig  gecontroleerd. Via het infuus krijgt u vocht toegediend. Bij een  ruggenprik hebt u de eerste uren na de operatie nog geen controle over  uw benen. Geleidelijk krijgt u het gevoel en de kracht in uw benen  terug. De blaaskatheter die de urine afvoert geeft soms een onaangenaam  gevoel 24 uur na de operatie kan deze verwijderd worden.

Om trombose te voorkomen krijgt u eenmaal per dag een injectie onder de huid van uw bovenbeen met een anti-stollings middel.

Na de keizersnede kunt u geleidelijk beginnen  met eten. De voorkeur gaat vaak uit naar licht eten en dit uit te  breiden naar normale voeding.

Kort na de keizersnede kunt u pijn aan de wond  krijgen en soms pijnlijke naweeën. Hiervoor krijgt u pijnstillers zoals  morfine via het infuus, paracetemol en diclofenac tabletten.

De eerste dagen bent u vaak nog slap en wat  duizelig bij het opstaan, dit wordt geleidelijk minder. Na één of twee  dagen beginnen de darmen weer te werken. De buik is dan vaak opgezet en u  kunt pijnlijke krampen hebben.

De buikwand is vaak pijnlijk, niet alleen ter  hoogte van het litteken maar ook hoger, tot aan de navel. Dit komt omdat  onder de huid de snede in de buikwand verticaal loopt, van de navel tot  het schaambeen. Bij het hechten van de huid wordt doorgaans materiaal  gebruikt dat uit zichzelf oplost en niet hoeft te worden weggehaald.  Andere hechtingen of nietjes verwijdert men meestal na ongeveer een  week.

Borstvoeding

Na een keizersnede kunt u borstvoeding geven.  Het maakt niet uit of de keizersnede gepland was of niet, of u algehele  narcose of een ruggenprik hebt gekregen. Wel speelt de conditie van uw  kind een rol. Als uw kind in de couveuse ligt kunt u afkolven. De afgekolfde  melk wordt door de verpleegkundige aan uw kind gegeven. Als de conditie  van u en uw kind het toelaat dan wordt uw kind binnen een uur na de  keizersnede bloot bij u op de borst gelegd en wordt u geholpen bij het aanleggen.

Het meten van pijn
U leest hier informatie over pijnmeting op de  afdeling Verloskunde. De pijnmetingen worden tijdens uw opname in het  ziekenhuis uitgevoerd door verpleegkundigen/ kraamverzorgenden.

Pijn Tijdens uw ziekenhuisverblijf heeft u  mogelijk pijn door ziekte, operatie of behandeling. Ook kunt u  bijvoorbeeld pijn hebben in uw rug, door langdurig liggen op bed. Voor  een spoedig herstel en een comfortabel gevoel is het belangrijk om uw  pijn zo goed mogelijk te bestrijden.

Pijnmeting
Een thermometer is een instrument om vast te  stellen of u koorts heeft. Een dergelijk instrument voor pijn bestaat  niet. U bent de enige die kan vertellen of u pijn heeft en hoe erg die  pijn is. Het geven van een cijfer kan helpen om meer inzicht te krijgen  in de mate van pijn die u ervaart.

Pijncijfer
De verpleegkundige/kraamverzorgende vraagt u  een aantal keer per dag of u pijn heeft. Als u pijn heeft vraagt de  verpleegkundige/kraamverzorgende om uw pijn een cijfer te geven.
1-4 u heeft weinig pijn en uw eventuele pijnstilling is voldoende
5-7 u heeft behoorlijke pijn en u wilt pijnstilling of aanvullende pijnstilling
8-10 u heeft ernstige/ondraaglijke pijn en u wilt pijnstilling of aanvullende pijnstilling

Pijnbeleving
Het is belangrijk dat u aangeeft wanneer u te  veel pijn heeft, zodat wij uw pijn goed kunnen behandelen. Een goede  pijnbehandeling voorkomt complicaties. Uw herstel zal sneller verlopen  en u zult sneller genezen. Als u borstvoeding geeft zal dit beter gaan  als uw pijn draaglijk is.

Voor meer informatie over de pijnscore en behandeling, raden wij u de volgende film aan: 

Ontslag

Ontslag
In principe gaat u na 3 nachten, 4 dagen na de keizersnede weer naar huis. U mag om 10 uur opgehaald worden.

Weer thuis
Thuis zult u geleidelijk verder moeten  herstellen. De tijd die nodig is voor het herstel is na een keizersnede  vaak langer dan na een bevalling via de vagina. U bent niet alleen (opnieuw) moeder, maar daarnaast ook genezende van een operatie. Een  veel gehoorde klacht na een keizersnede is moeheid. U kunt daar het  beste aan toegeven: probeer zoveel mogelijk rust te nemen. Aanvaard ook  hulp die familie en kennissen u aanbieden. Naarmate u meer hulp hebt als  u thuiskomt, is de overgang gemakkelijker en went u sneller aan uw nieuwe levenssituatie. Na de eerste weken merkt u dat u geleidelijk weer  meer kunt doen.

Zwaar tillen (vuilniszakken, zware  boodschappentassen) wordt de eerste zes weken nog ontraden, maar  gaandeweg kunt u wel uw activiteiten uitbreiden (licht huishoudelijk  werk, kleinere boodschappen).  Het gewicht van uw baby is in de eerste  zes weken voldoende. Heeft u pijn aan de wond tijdens of na het tillen,  til dan minder zwaar.

Al snel na de operatie kunt u onder de douche.  Een bad wordt afgeraden zolang er nog bloederige afscheiding is  (gemiddeld 2-4 weken). Het bloedverlies kan, doordat u weer meer gaat  doen, meer worden. Dit is normaal, mits het bloedverlies niet veel meer  wordt dan bij een gewone menstruatie. Het bloedverlies stopt meestal na  twee à zes weken. Indien u borstvoeding geeft kan de eerst volgende  menstruatie lang uitblijven. Vaak komt deze pas na het stoppen van de  borstvoeding. Ongeveer 10-20% van de borstvoedende vrouwen menstrueert  wel tijdens de borstvoedingsperiode. Indien u geen borstvoeding geeft  kan u gaan menstrueren binnen 4-8 weken na de keizersnede. De eerste  menstruatie kan heftiger zijn dan u normaal gewend bent. 

Mocht er nog wat vocht of een beetje bloed uit  de wond naar buiten komen, dan kunt u de wond met de douche  schoonspoelen, voorzichtig drogen, en een droog gaas eroverheen doen om  uw kleding te beschermen.

In de eerste maanden kunt u hinder ondervinden  van uw buikspieren, bijvoorbeeld bij het autorijden en fietsen. Tijdens  de keizersnede zijn de buikspieren opgerekt en daarna hebben ze tijd  nodig om weer op kracht te komen. Onverwachte bewegingen kunnen zeker in  de eerste weken nog behoorlijk pijnlijk zijn. Autorijden is toegestaan  vanuit medisch oogpunt. U gebruikt uw buikspieren tijdens het besturen  van een auto.  Realiseert u zich dat u tijdens het autorijden in acute  situaties terecht kan komen. Pijn kan een adequate/plotselinge reactie  belemmeren. Deze onverwachte bewegingen kunnen pijnlijk zijn aan de  wond. Bedenkt voordat u de auto instapt of u zichzelf in staat acht tot  deelname aan het verkeer. Zo ja, dan kunt u gerust autorijden.  Controleer uw verzekeringspolis of u wel verzekerd bent om weer in de  auto te rijden (wanneer u weer mag rijden kan per verzekeraar  verschillen).

Met buikspieroefeningen kunt u zes weken na de  operatie weer beginnen. De verschillende lagen van de buikwand zijn dan  goed genezen.  Aan de zijkant van het litteken hebt u de eerste tijd  soms een trekkend gevoel van inwendige hechtingen. Dit kan geen kwaad.

Het gebruik van voorbehoedsmiddelen (anticonceptie) is niet anders dan na een ‘normale’ bevalling.  Ook al hebt u nog niet gemenstrueerd, u bent wel alweer vruchtbaar en kan opnieuw zwanger worden.  Vraag zo nodig de verloskundige, huisarts of  gynaecoloog om advies. Wacht in ieder geval met gemeenschap tot de  bloederige afscheiding voorbij is. Voor veel vrouwen duurt het langere  tijd voordat zij weer zin hebben in seksueel contact. Aangeraden wordt  om niet zwanger te worden binnen een half jaar na de keizersnede. De  baarmoeder heeft een litteken en is hierdoor erg kwetsbaar.

Omdat bij een bikinisnede zenuwen in de  buikhuid zijn doorgesneden, houdt u vrij lange tijd een doof gevoel rond  het litteken. Dit heeft te maken met het littekenweefsel en het  zenuwweefsel.  Boven dit gebied met een doof gevoel is er dikwijls  halverwege de navel een gebied dat juist extra gevoelig is. Vaak is pas  na 6 tot12 maanden het gevoel in de buikwand weer normaal. U kunt de  wond en de huid na enige tijd met olie masseren om zo het weefselherstel  te ondersteunen.

Uw lichaam geeft zelf het beste aan wat goed  is voor u. Herstel kan in snelheid en duur per kraamvrouw verschillend  zijn. Luistert u daarom goed, naar wat u eigen lichaam aan geeft.

Na 5 weken komt u terug op de polikliniek van het ziekenhuis waar u bent bevallen voor nacontrole.

Complicaties
Iedere operatie brengt risico’s met zich mee,  ook een keizersnede. Ernstige complicaties zijn gelukkig zeldzaam, zeker  als u gezond bent. Wij noemen hieronder de meest voorkomende complicaties.

Bloedarmoede
Bij elke keizersnede is er bloedverlies. Bij ruim bloedverlies ontstaat er bloedarmoede.

Niet zelden is na afloop een bloedtransfusie  of het gebruik van ijzertabletten noodzakelijk. Bij een voorliggende  moederkoek (placenta praevia) is de kans op fors bloedverlies en een bloedtransfusie groot.

Nabloeding in de buik
Een nabloeding is een zeldzame complicatie van  een keizersnede. Bij een ernstige hoge bloeddruk waarbij het bloed  minder goed stolt, komt een nabloeding vaker voor. Een enkele keer is  een tweede operatie noodzakelijk.

Bloeduitstorting in de wond
Een onderhuidse bloeduitstorting in de wond  ontstaat doordat een bloedvaatje in het vet onder de huid blijft  nabloeden. De kans hierop is groter als de bloedstolling bij een  keizersnede afwijkend is, bijvoorbeeld bij weinig bloedplaatjes als  gevolg van een ernstig verhoogde bloeddruk.

Infectie
Een infectie van de wond komt een enkele keer  voor. De kans hierop is wat groter bij een keizersnede na een langdurige  bevalling. Om een infectie te voorkomen, krijgt u vaak tijdens de operatie een antibioticum toegediend.

Een beschadiging van de blaas
Een beschadiging van de blaas is een zeldzame  complicatie. De kans hierop is wat groter als u al verschillende malen  een keizersnede hebt ondergaan.

Er kunnen dan verklevingen rond de blaas zijn.  Het is goed mogelijk een blaasbeschadiging te hechten. Wel hebt u vaak  langer een katheter nodig. Darmen die niet goed op gang komen (ileus) Na  een keizersnede moeten de darmen weer op gang komen. In zeldzame  gevallen gebeurt dit niet of te traag. Er verzamelt zich dan vocht in  maag en darmen, wat leidt tot misselijkheid en braken. Een maagsonde kan  dan nodig zijn om dit vocht af te voeren. Pas daarna komen de darmen op  gang.

Is de volgende bevalling weer een
keizersnede?

Mocht u snel opnieuw zwanger willen worden,  dan is daar geen bezwaar tegen, tenzij de gynaecoloog u adviseert er nog  mee te wachten. Of bij een volgende bevalling weer een keizersnede  nodig is, hangt van de reden van deze keizersnede af. Bespreek daarom  bij de nacontrole hoe groot de kans is dat u een volgende keer een  ‘normale’ bevalling tegemoet kunt zien.  De volgende bevalling is een  medische indicatie om in het ziekenhuis te bevallen.

Emotionele aspecten rondom een keizersnede
De beleving van een keizersnede wisselt sterk.  Sommige vrouwen hebben er emotionele problemen mee. Ze zijn  teleurgesteld dat de bevalling niet langs de normale weg kon  plaatsvinden en hebben het gevoel dat een normale bevalling van hen is  ‘afgenomen’. Soms vinden ze dat ze gefaald hebben.

Bij een narcose maken vrouwen de geboorte van  hun kind niet bewust mee, waardoor ze soms moeite hebben om aan hun kind  te wennen. Spelen dergelijke gevoelens bij u, praat erover met uw  partner, vrienden en familieleden.

Bespreek tijdens de nacontrole uw emoties en  vragen, zoals waarom de keizersnede nodig was. Dit kan u ook helpen bij  het verwerken van emoties.

Schrijf uw vragen van tevoren op zodat u niets vergeet.

Ook na langere tijd of voorafgaand aan een  volgende zwangerschap kunt u met de gynaecoloog, de verloskundige of de  huisarts nog eens de hele gang van zaken bespreken als u daar behoefte  aan hebt.

Het omgekeerde is ook mogelijk: als een  keizersnede gedaan werd nadat u lange tijd zeer pijnlijke weeën hebt  gehad, betekent de operatie vaak juist een opluchting. Voor de vader is  een keizersnede soms ook moeilijk te verwerken. Hij ziet u negen maanden  met de baby rondlopen en dan moet u (na eventuele weeën) ook nog een  operatie ondergaan om het kind geboren te laten worden. 

Soms voelt een partner zich nutteloos omdat  hij het gevoel heeft nauwelijks iets voor u te hebben kunnen doen. Ook  kan hij bang zijn geweest dat er iets mis zou gaan. Als dergelijke gevoelens spelen, probeer ze dan met elkaar te bespreken.

Nog vragen?
Uw gynaecoloog, verloskundige is te allen tijde bereid ze te beantwoorden.

Deze informatie is overgenomen vanuit de website DeGynaecoloog met aanpassingen die gelden voor het geboortecentrum van het Wilhelmina Kinderziekenhuis.

Deze website met patiënteninformatie is een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Obstretrie en Gynaecologie (NVOG).

Over ons

'De beste zorg voor nu en in de toekomst'



Omdat ieder mens de beste zorg verdient, legt het UMC Utrecht de lat voortdurend hoog. Het resultaat: vernieuwende, toonaangevende behandelingen die beantwoorden aan de zorgbehoeften van nu en de toekomst. De bijzondere kennis die hiervoor nodig is, ontwikkelen we samen met patiënten(organisaties) en diverse partners. In teamverband werken we aan oplossingen voor grote, medische vraagstukken. Per individuele patiënt wordt gekeken welke behandeling bij hem of haar past. Alles wat wij doen, is erop gericht om mensen gezond te maken en te houden. En waar mogelijk ziekte te voorkomen.

Contact

U kunt algemene informatie opvragen over
het UMC Utrecht via:

E-mail info@umcutrecht.nl of via
Telefoonnummer 088 75 555 55
Website www.umcutrecht.nl

of vul het contactformulier hieronder in:
Vul je naam in
Vul een correct e-mailadres in
Vul een opmerking in
Bedankt, je bericht is verzonden.
Er ging iets mis met het verzenden van het formulier. Probeer het opnieuw.

Zoeken

Zoek via een zoekterm naar een pagina binnen deze publicatie.
Vul minimaal 3 karakters in.

UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Over Epilepsiechirurgie
Slaapproblemen
Het UMC Utrecht in 2019
Overview Infection & Immunity 2019
FAG_PAG
Jaaroverzicht Genetica 2019
Zwanger van een (te) kleine baby
Voeding voor uw baby
Telebaby
Borstvoeding
Open ductus Botalli
Neonatale convulsies
Necrotiserende enterocolitis (NEC)
Idiopathic respiratory distress syndrome
Bronchopulmonale dysplasie
Fototherapie
Vaginale kunstverlossing
Zwangerschap & Bevalling
Sterilisatie
SSRI medicatie tijdens en na de zwangerschap
Opname op afdeling verloskunde
Keizersnede
Inleiding van de bevalling
Tweeling-zwangerschap en andere meerlingen
Serotien, zwangerschap van meer dan 40 weken
Flesvoeding
Hoge bloeddruk, pre-eclampsie en HELLP syndroom tijdens en na de zwangerschap
Totaalruptuur
Gebroken vliezen tijdens de zwangerschap
Voeding voor de zwangere
Pijnbestrijding tijdens de bevalling
Wanneer contact opnemen en wat neem je mee voor de bevalling
Testen op HIV
Groep-B streptokok in de zwangerschap
Zwangerschapscholestase
Rechten in de zorg
Het maatschappelijk werk van het WKZ geboortecentrum
Premature weeën en premature geboorte
Stuitligging en versie
Zwanger en diabetes
Schildklierafwijkingen in de zwangerschap
Anesthesie bij een keizersnede
Bloedverlies tijdens een gevorderde zwangerschap
De baby voelen bewegen tijdens de zwangerschap
Bekkenpijn en bekkeninstabiliteit tijdens de zwangerschap
Beleidsplan Psychiatrie 2020
Weer thuis na de bevalling
Myomen (tijdens de zwangerschap)
Bloedgroep, rhesusfactor en irregulaire antistoffen
Kliniek A2 jeugd
Rigiditeit
Kliniek A3: Diagnostiek en psychose
Ruggenprik en toediening medicijnen
Perfectionisme
Duurzaamheid ervaringsverhalen
Jaarbeeld Urologie 2018
Diagnosedag in het Spieren voor Spieren kindercentrum
Samenwerkingen, juli 2019
Zorglijn A2 Acuut en Intensief Volwassenen
Het UMC Utrecht in 2018
Hersenbloeding bij een pasgeborene
Jaarbeeld 2018, Julius Centrum
Zwanger en een hoge body-mass index (BMI)
Research Code
Verpleegkundige kwaliteitsindicatoren
Over epilepsiechirurgie
Autisme
Beleidsplan Psychiatrie 2019
ODD en CD bij kinderen
Zorg en revalidatie na een Hersenbloeding
Vaktherapie
ADHD en Autisme Spectrum Stoornis in het onderwijs
Klinische behandeling bij ontwikkelingsstoornissen
Zorg bij traumatisch hoofd- en of hersenletsel
Medicatie bij ADHD
ADHD
Een hersentumor: onderzoek, opname, operatie en uitslag
Stemmen horen
Zorg en herstel bij een operatie aan de wervelkolom
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan de onderrug
Verpleegafdeling Affectieve en psychotische stoornissen
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan nek
Zorg en revalidatie na een herseninfarct
Polikliniek afdeling Psychiatrie
Dagdiagnostiek polikliniek Neuromusculaire Ziekten
Stemmen horen Jeugd
Elektroconvulsietherapie
Richtlijn Suïcide-preventie
Kwaliteitsstatuut afdeling Psychiatrie
Polikliniek Ontwikkelingsstoornissen
Zorgprogramma Prikkelverwerking
Meedoen aan onderzoek op de afdeling psychiatrie
Eendagsdiagnostiek
Banquetinggids 2020
Jaarbeeld Genetica 2018
Jaarbeeld OR 2017
Jaarbeeld Urologie 2017
Jaarbeeld Hart & Longen 2017
Jaarbeeld Vrouw & Baby 2015-2017
Het UMC Utrecht in 2017
Jaarbeeld Julius Centrum 2017
IT Board 2017
Jaarbeeld Genetica 2017
Jaarbeeld Urologie 2016
Jaarbeeld Cancer Center 2017
Innovatie in uitvoering
2016 in beeld, UMC Utrecht