Hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap

Hoge bloeddruk tijdens
de zwangerschap
Inleiding

Een hoge bloeddruk die het gevolg is van de zwangerschap, wordt zwangerschaps-hypertensie genoemd. Vroeger sprak men wel van zwangerschapsvergiftiging, maar deze term raakt in onbruik. Er is sprake van zwangerschapshypertensie als bij een vrouw die tevoren een normale bloeddruk had in de tweede helft van de zwangerschap hypertensie optreedt.

De oorzaak van zwangerschapshypertensie is onbekend. Waarschijnlijk spelen de aanleg en de ontwikkeling van de placenta in de eerste helft van de zwangerschap een rol.

Doorgaans wordt bij iedere zwangerschapscontrole jouw bloeddruk gemeten. Je krijgt een band om uw bovenarm. Omdat deze wordt opgeblazen, ontstaat even een knellend gevoel. De band is via een slangetje verbonden met de bloeddrukmeter. Terwijl de lucht de band uitloopt, luistert de verloskundige of arts met de stethoscoop in de elleboogplooi: daar zijn kloppende tonen van de slagader hoorbaar. Op de bloeddrukmeter wordt bij de eerste hoorbare toon de bovendruk afgelezen en bij de laatste hoorbare toon de onderdruk.

Bij automatische bloeddrukmeters is luisteren met de stethoscoop niet nodig. Deze apparaten vinden zelf de boven- en onderdruk. De bloeddruk kan wisselen: bij angst of inspanning kan zij stijgen. Bij sommige vrouwen stijgt de bloeddruk tijdens het spreekuur, soms ook door de bloeddrukmeting zelf. Het is normaal dat de waarden van de bloeddruk wisselen. Bij de ene meting kunnen andere waarden gevonden worden dan bij de andere.

Welke zwangeren hebben een verhoogd
risico voor een hoge bloeddruk?

Zwangerschapshypertensie treedt vooral op tijdens de eerste zwangerschap. Bij lichte vormen verloopt een volgende zwangerschap doorgaans normaal. Bij een ernstige vorm van zwangerschapshypertensie bestaat in een volgende zwangerschap wel een grotere kans op het opnieuw optreden van zwangerschapshypertensie, al is het verloop vaak minder ernstig.

Bij de meeste vrouwen is niet duidelijk waardoor zwangerschapshypertensie optreedt. Bij een aantal ziekten is de kans op zwangerschapshypertensie verhoogd. Voorbeelden zijn suikerziekte (diabetes mellitus), vaat- en nierziekten, sommige auto-immuunziekten of al eerder bestaande hoge bloeddruk. Ook bij een meerlingzwangerschap is de kans op zwangerschaps-hypertensie toegenomen.

Vermoedelijk spelen ook erfelijke factoren een rol. Vrouwen die een moeder of zus hebben die een ernstige vorm van zwangerschapshypertensie doormaakten, lopen zelf ongeveer vijfmaal zoveel kans ook een hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap te krijgen.

Onderzoek naar een hoge bloeddruk

Als jouw bloeddruk in de tweede helft van de  zwangerschap verhoogd is, wordt hij vaak na korte tijd opnieuw  gecontroleerd. Soms blijkt hij dan toch normaal te zijn. Maar als de  onderdruk bij herhaling verhoogd is, of als er eiwit in de urine  aanwezig is, kan er sprake zijn van zwangerschapshypertensie. Bij een  verhoogde bloeddruk wordt doorgaans de urine gecontroleerd op de  aanwezigheid van eiwit. De kans dat er bij een onderdruk van 90 mmHg  eiwit in de urine zit, is heel klein. Bij een hogere waarde ziet men  vaker eiwit in de urine. Wat afscheiding of een blaasontsteking geeft  soms ook wat eiwit in de urine. Dit is dus niet altijd een teken van  zwangerschapshypertensie.

Bij een bloeddruk die bij herhaling 95 mmHg of  hoger is, bij eiwit in de urine en/of bij klachten verwijst de  verloskundige of de huisarts je meestal naar de gynaecoloog. Eventuele  complicaties van de hypertensie bij jou en de baby kunnen zo op tijd  herkend worden. Meestal vindt bloedonderzoek plaats op het aantal  bloedplaatjes en het functioneren van lever en nieren. Eiwit in de urine  vertelt ook iets over het functioneren van de nieren en de ernst van de  hypertensie.

Bij ernstige hypertensie kan de kniepeesreflex  gecontroleerd worden. Met een soort hamertje geeft de gynaecoloog dan  een tikje op de kniepees. Zo wordt gezien of het zenuwstelsel extra  prikkelbaar is. Als dat het geval is, is opname in het ziekenhuis  verstandig. 

Je gewicht kan worden gecontroleerd om te beoordelen of je veel vocht vasthoudt.

Meestal verzamelt vocht (oedeem) zich in de  onderbenen. Je kunt dan putjes in de benen drukken die maar langzaam  verdwijnen. Soms zwellen ook het gezicht en de handen op als gevolg van  oedeem. Voor de beoordeling van de conditie van de baby wordt de grootte  van de baarmoeder nagegaan. De gynaecoloog schat of de baby groot  genoeg is voor de duur van de zwangerschap. Echoscopisch onderzoek kan  ook informatie over de grootte van de baby geven. De hoeveelheid  vruchtwater wordt daarbij bekeken.

Bij ernstiger vormen van hypertensie wordt  soms tijdens het echoscopisch onderzoek de doorstroming van de  bloedvaten in de navelstreng gemeten (Doppler-onderzoek). Meer  informatie vind je in de folder Echoscopie tijdens de zwangerschap. Vaak  wordt een hartfilmpje van de baby gemaakt (een CTG: cardiotocogram).

Deze onderzoeken vinden poliklinisch plaats.  Afhankelijk van de situatie krijg je een vervolgafspraak op korte  termijn of bespreekt de gynaecoloog alle uitslagen al tijdens het eerste  bezoek met jou. In dat geval duurt het nogal eens enige uren voordat  alle gegevens bekend zijn. Bij ernstige hypertensie word je soms meteen  opgenomen.

Poliklinische en klinische zorg

Onderzoek
Hoe je zwangerschap verder begeleid wordt,  hangt af van de uitslagen van het onderzoek. Als de bevindingen  meevallen kan de gynaecoloog je terugverwijzen naar de verloskundige of  de huisarts. In andere gevallen neemt de gynaecoloog als regel de  begeleiding over. Poliklinische controles zijn voldoende als je geen  klachten hebt, jouw bloeddruk slechts matig verhoogd is onderdruk onder  100 mmHg), er geen eiwit in de urine wordt gevonden, jouw bloeduitslagen  normaal zijn, en de baby normaal van grootte lijkt en goed beweegt.  

De kans op complicaties voor jou en de baby is dan klein. Wel moet je geregeld terugkomen voor controle.

Als de hypertensie hoger  wordt kan er met  medicatie gestart worden en als dit niet voldoende helpt kan alsnog een  ziekenhuisopname geadviseerd worden. Doorgaans herhaalt de gynaecoloog  bij elke controle de verschillende onderzoeken. Als je tussen de  controles door meer of nieuwe klachten krijgt of minder leven voelt, is  het verstandig contact op te nemen met het ziekenhuis.

Opname in het ziekenhuis
Opname wordt meestal geadviseerd bij klachten,  ernstige zwangerschapshypertensie (onderdruk hoger dan 100 mmHg), eiwit  in de urine, afwijkende bloeduitslagen, een duidelijke groeiachterstand  van de baby, of andere complicaties. Het doel van de ziekenhuisopname  is bewaking van jouw gezondheid en die van de baby. Als je in het  ziekenhuis ligt wordt dan ook regelmatig gevraagd of je klachten hebt.  De bloeddruk wordt vaak meerdere malen per dag gemeten, en bloed- en  urineonderzoek vindt regelmatig plaats. Ook de conditie van de baby  wordt in de gaten gehouden. Leven voelen is een belangrijk teken. Vaak  maakt de verpleegkundige dagelijks een CTG, en wordt echoscopisch  onderzoek herhaald. Soms blijkt na enkele dagen dat de ernst van de  zwangerschapshypertensie meevalt, zodat je weer naar huis kunt. In  ernstiger gevallen blijft je langer opgenomen, vaak tot na de bevalling.  Over het algemeen wordt in het ziekenhuis bedrust geadviseerd. Meestal  mag je wel uit bed om naar de wc te gaan of te douchen. Ernstige  zwangerschapshypertensie kan echter niet genezen door bedrust. 

Veel vrouwen met zwangerschapshypertensie  voelen zich niet ziek. Eventuele medicijnen kunnen bijwerkingen geven,  maar worden doorgaans goed verdragen. Toch is een opname vaak een  moeilijke tijd van wachten, spanning, onzekerheid en ongerustheid. Het  is daarom belangrijk dat je aan artsen en verpleegkundigen uitleg vraagt  over jouw toestand en de verwachtingen. 

Toch kunnen ook zij niet altijd precies  voorspellen wat er zal gebeuren: dat is afhankelijk van de ontwikkeling  van de hypertensie, jouw klachten en de conditie van jouw baby.

Hypertensie tijdens de bevalling

De bevalling bij lichte vormen van zwangerschapshypertensie
De gynaecoloog probeert over het algemeen de  baby zolang mogelijk in de baarmoeder te laten. Dat kan bij een goede  conditie van jou en de baby betekenen dat men wacht tot de bevalling  spontaan begint. In andere gevallen - bijvoorbeeld als de bloeddruk  hoger wordt, als bloeduitslagen afwijkend zijn, als er meer eiwit via de  urine verloren wordt of als de conditie van de baby achteruit lijkt te  gaan - kan de gynaecoloog adviseren de bevalling in te leiden. Daarvoor  is het meestal nodig dat de baarmoedermond al een beetje openstaat en  week geworden is. Meer informatie vindt je in de brochure; Inleiden van  de bevalling.

Het is bekend dat zwangerschapshypertensie  spontaan geneest na de bevalling. In de eerste twee dagen na de  bevalling is vaak nog extra waakzaamheid geboden. De bloeddruk kan dan  nog hoger worden. Daarna wordt hij als regel uit zichzelf lager.  Eventuele afwijkende bloeduitslagen verbeteren dan ook spontaan.

De enige manier om de oorzaak van  zwangerschapshypertensie te behandelen is dus het beëindigen van de  zwangerschap. Alle andere behandelingen bestrijden alleen symptomen en  proberen complicaties te voorkomen.

Na de bevalling 
Bij lichte vormen van hypertensie krijg je na  de bevalling soms het advies nog een of twee dagen in het ziekenhuis te  blijven voor controle van de bloeddruk. Hierbij speelt een rol of je al  voor de bevalling opgenomen was, of er laboratoriumafwijkingen gevonden  waren, en natuurlijk ook hoe hoog de bloeddruk tijdens en na de  bevalling was. Je krijgt u nog een afspraak voor nacontrole bij de  verloskundige, huisarts of gynaecoloog na vijf weken. Voor controle van  een eventuele volgende zwangerschap na een lichte hypertensie kun je  gerust weer naar de verloskundige of huisarts gaan, omdat de kans op  zwangerschapshypertensie in een volgende zwangerschap heel klein is.

Hoge bloeddruk
tijdens de
zwangerschap
Inleiding

Een hoge bloeddruk die het gevolg is van de zwangerschap, wordt zwangerschaps-hypertensie genoemd. Vroeger sprak men wel van zwangerschapsvergiftiging, maar deze term raakt in onbruik. Er is sprake van zwangerschapshypertensie als bij een vrouw die tevoren een normale bloeddruk had in de tweede helft van de zwangerschap hypertensie optreedt.

De oorzaak van zwangerschapshypertensie is onbekend. Waarschijnlijk spelen de aanleg en de ontwikkeling van de placenta in de eerste helft van de zwangerschap een rol.

Doorgaans wordt bij iedere zwangerschapscontrole jouw bloeddruk gemeten. Je krijgt een band om uw bovenarm. Omdat deze wordt opgeblazen, ontstaat even een knellend gevoel. De band is via een slangetje verbonden met de bloeddrukmeter. Terwijl de lucht de band uitloopt, luistert de verloskundige of arts met de stethoscoop in de elleboogplooi: daar zijn kloppende tonen van de slagader hoorbaar. Op de bloeddrukmeter wordt bij de eerste hoorbare toon de bovendruk afgelezen en bij de laatste hoorbare toon de onderdruk.

Bij automatische bloeddrukmeters is luisteren met de stethoscoop niet nodig. Deze apparaten vinden zelf de boven- en onderdruk. De bloeddruk kan wisselen: bij angst of inspanning kan zij stijgen. Bij sommige vrouwen stijgt de bloeddruk tijdens het spreekuur, soms ook door de bloeddrukmeting zelf. Het is normaal dat de waarden van de bloeddruk wisselen. Bij de ene meting kunnen andere waarden gevonden worden dan bij de andere.

Welke zwangeren hebben een verhoogd
risico voor een hoge bloeddruk?

Zwangerschapshypertensie treedt vooral op tijdens de eerste zwangerschap. Bij lichte vormen verloopt een volgende zwangerschap doorgaans normaal. Bij een ernstige vorm van zwangerschapshypertensie bestaat in een volgende zwangerschap wel een grotere kans op het opnieuw optreden van zwangerschapshypertensie, al is het verloop vaak minder ernstig.

Bij de meeste vrouwen is niet duidelijk waardoor zwangerschapshypertensie optreedt. Bij een aantal ziekten is de kans op zwangerschapshypertensie verhoogd. Voorbeelden zijn suikerziekte (diabetes mellitus), vaat- en nierziekten, sommige auto-immuunziekten of al eerder bestaande hoge bloeddruk. Ook bij een meerlingzwangerschap is de kans op zwangerschaps-hypertensie toegenomen.

Vermoedelijk spelen ook erfelijke factoren een rol. Vrouwen die een moeder of zus hebben die een ernstige vorm van zwangerschapshypertensie doormaakten, lopen zelf ongeveer vijfmaal zoveel kans ook een hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap te krijgen.

Onderzoek naar een hoge bloeddruk

Als jouw bloeddruk in de tweede helft van de  zwangerschap verhoogd is, wordt hij vaak na korte tijd opnieuw  gecontroleerd. Soms blijkt hij dan toch normaal te zijn. Maar als de  onderdruk bij herhaling verhoogd is, of als er eiwit in de urine  aanwezig is, kan er sprake zijn van zwangerschapshypertensie. Bij een  verhoogde bloeddruk wordt doorgaans de urine gecontroleerd op de  aanwezigheid van eiwit. De kans dat er bij een onderdruk van 90 mmHg  eiwit in de urine zit, is heel klein. Bij een hogere waarde ziet men  vaker eiwit in de urine. Wat afscheiding of een blaasontsteking geeft  soms ook wat eiwit in de urine. Dit is dus niet altijd een teken van  zwangerschapshypertensie.

Bij een bloeddruk die bij herhaling 95 mmHg of  hoger is, bij eiwit in de urine en/of bij klachten verwijst de  verloskundige of de huisarts je meestal naar de gynaecoloog. Eventuele  complicaties van de hypertensie bij jou en de baby kunnen zo op tijd  herkend worden. Meestal vindt bloedonderzoek plaats op het aantal  bloedplaatjes en het functioneren van lever en nieren. Eiwit in de urine  vertelt ook iets over het functioneren van de nieren en de ernst van de  hypertensie.

Bij ernstige hypertensie kan de kniepeesreflex  gecontroleerd worden. Met een soort hamertje geeft de gynaecoloog dan  een tikje op de kniepees. Zo wordt gezien of het zenuwstelsel extra  prikkelbaar is. Als dat het geval is, is opname in het ziekenhuis  verstandig. 

Je gewicht kan worden gecontroleerd om te beoordelen of je veel vocht vasthoudt.

Meestal verzamelt vocht (oedeem) zich in de  onderbenen. Je kunt dan putjes in de benen drukken die maar langzaam  verdwijnen. Soms zwellen ook het gezicht en de handen op als gevolg van  oedeem. Voor de beoordeling van de conditie van de baby wordt de grootte  van de baarmoeder nagegaan. De gynaecoloog schat of de baby groot  genoeg is voor de duur van de zwangerschap. Echoscopisch onderzoek kan  ook informatie over de grootte van de baby geven. De hoeveelheid  vruchtwater wordt daarbij bekeken.

Bij ernstiger vormen van hypertensie wordt  soms tijdens het echoscopisch onderzoek de doorstroming van de  bloedvaten in de navelstreng gemeten (Doppler-onderzoek). Meer  informatie vind je in de folder Echoscopie tijdens de zwangerschap. Vaak  wordt een hartfilmpje van de baby gemaakt (een CTG: cardiotocogram).

Deze onderzoeken vinden poliklinisch plaats.  Afhankelijk van de situatie krijg je een vervolgafspraak op korte  termijn of bespreekt de gynaecoloog alle uitslagen al tijdens het eerste  bezoek met jou. In dat geval duurt het nogal eens enige uren voordat  alle gegevens bekend zijn. Bij ernstige hypertensie word je soms meteen  opgenomen.

Poliklinische en klinische zorg

Onderzoek
Hoe je zwangerschap verder begeleid wordt,  hangt af van de uitslagen van het onderzoek. Als de bevindingen  meevallen kan de gynaecoloog je terugverwijzen naar de verloskundige of  de huisarts. In andere gevallen neemt de gynaecoloog als regel de  begeleiding over. Poliklinische controles zijn voldoende als je geen  klachten hebt, jouw bloeddruk slechts matig verhoogd is onderdruk onder  100 mmHg), er geen eiwit in de urine wordt gevonden, jouw bloeduitslagen  normaal zijn, en de baby normaal van grootte lijkt en goed beweegt.  

De kans op complicaties voor jou en de baby is dan klein. Wel moet je geregeld terugkomen voor controle.

Als de hypertensie hoger  wordt kan er met  medicatie gestart worden en als dit niet voldoende helpt kan alsnog een  ziekenhuisopname geadviseerd worden. Doorgaans herhaalt de gynaecoloog  bij elke controle de verschillende onderzoeken. Als je tussen de  controles door meer of nieuwe klachten krijgt of minder leven voelt, is  het verstandig contact op te nemen met het ziekenhuis.

Opname in het ziekenhuis
Opname wordt meestal geadviseerd bij klachten,  ernstige zwangerschapshypertensie (onderdruk hoger dan 100 mmHg), eiwit  in de urine, afwijkende bloeduitslagen, een duidelijke groeiachterstand  van de baby, of andere complicaties. Het doel van de ziekenhuisopname  is bewaking van jouw gezondheid en die van de baby. Als je in het  ziekenhuis ligt wordt dan ook regelmatig gevraagd of je klachten hebt.  De bloeddruk wordt vaak meerdere malen per dag gemeten, en bloed- en  urineonderzoek vindt regelmatig plaats. Ook de conditie van de baby  wordt in de gaten gehouden. Leven voelen is een belangrijk teken. Vaak  maakt de verpleegkundige dagelijks een CTG, en wordt echoscopisch  onderzoek herhaald. Soms blijkt na enkele dagen dat de ernst van de  zwangerschapshypertensie meevalt, zodat je weer naar huis kunt. In  ernstiger gevallen blijft je langer opgenomen, vaak tot na de bevalling.  Over het algemeen wordt in het ziekenhuis bedrust geadviseerd. Meestal  mag je wel uit bed om naar de wc te gaan of te douchen. Ernstige  zwangerschapshypertensie kan echter niet genezen door bedrust. 

Veel vrouwen met zwangerschapshypertensie  voelen zich niet ziek. Eventuele medicijnen kunnen bijwerkingen geven,  maar worden doorgaans goed verdragen. Toch is een opname vaak een  moeilijke tijd van wachten, spanning, onzekerheid en ongerustheid. Het  is daarom belangrijk dat je aan artsen en verpleegkundigen uitleg vraagt  over jouw toestand en de verwachtingen. 

Toch kunnen ook zij niet altijd precies  voorspellen wat er zal gebeuren: dat is afhankelijk van de ontwikkeling  van de hypertensie, jouw klachten en de conditie van jouw baby.

Hypertensie tijdens de bevalling

De bevalling bij lichte vormen van zwangerschapshypertensie
De gynaecoloog probeert over het algemeen de  baby zolang mogelijk in de baarmoeder te laten. Dat kan bij een goede  conditie van jou en de baby betekenen dat men wacht tot de bevalling  spontaan begint. In andere gevallen - bijvoorbeeld als de bloeddruk  hoger wordt, als bloeduitslagen afwijkend zijn, als er meer eiwit via de  urine verloren wordt of als de conditie van de baby achteruit lijkt te  gaan - kan de gynaecoloog adviseren de bevalling in te leiden. Daarvoor  is het meestal nodig dat de baarmoedermond al een beetje openstaat en  week geworden is. Meer informatie vindt je in de brochure; Inleiden van  de bevalling.

Het is bekend dat zwangerschapshypertensie  spontaan geneest na de bevalling. In de eerste twee dagen na de  bevalling is vaak nog extra waakzaamheid geboden. De bloeddruk kan dan  nog hoger worden. Daarna wordt hij als regel uit zichzelf lager.  Eventuele afwijkende bloeduitslagen verbeteren dan ook spontaan.

De enige manier om de oorzaak van  zwangerschapshypertensie te behandelen is dus het beëindigen van de  zwangerschap. Alle andere behandelingen bestrijden alleen symptomen en  proberen complicaties te voorkomen.

Na de bevalling 
Bij lichte vormen van hypertensie krijg je na  de bevalling soms het advies nog een of twee dagen in het ziekenhuis te  blijven voor controle van de bloeddruk. Hierbij speelt een rol of je al  voor de bevalling opgenomen was, of er laboratoriumafwijkingen gevonden  waren, en natuurlijk ook hoe hoog de bloeddruk tijdens en na de  bevalling was. Je krijgt u nog een afspraak voor nacontrole bij de  verloskundige, huisarts of gynaecoloog na vijf weken. Voor controle van  een eventuele volgende zwangerschap na een lichte hypertensie kun je  gerust weer naar de verloskundige of huisarts gaan, omdat de kans op  zwangerschapshypertensie in een volgende zwangerschap heel klein is.

Over ons

'De beste zorg voor nu en in de toekomst'



Omdat ieder mens de beste zorg verdient, legt het UMC Utrecht de lat voortdurend hoog. Het resultaat: vernieuwende, toonaangevende behandelingen die beantwoorden aan de zorgbehoeften van nu en de toekomst. De bijzondere kennis die hiervoor nodig is, ontwikkelen we samen met patiënten(organisaties) en diverse partners. In teamverband werken we aan oplossingen voor grote, medische vraagstukken. Per individuele patiënt wordt gekeken welke behandeling bij hem of haar past. Alles wat wij doen, is erop gericht om mensen gezond te maken en te houden. En waar mogelijk ziekte te voorkomen.

Contact

U kunt algemene informatie opvragen over
het UMC Utrecht via:

E-mail info@umcutrecht.nl of via
Telefoonnummer 088 75 555 55
Website www.umcutrecht.nl

of vul het contactformulier hieronder in:
Vul je naam in
Vul een correct e-mailadres in
Vul een opmerking in
Bedankt, je bericht is verzonden.
Er ging iets mis met het verzenden van het formulier. Probeer het opnieuw.

Zoeken

Zoek via een zoekterm naar een pagina binnen deze publicatie.
Vul minimaal 3 karakters in.

UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Over Epilepsiechirurgie
Slaapproblemen
Het UMC Utrecht in 2019
Overview Infection & Immunity 2019
FAG_PAG
Jaaroverzicht Genetica 2019
Zwanger van een (te) kleine baby
Voeding voor uw baby
Telebaby
Borstvoeding
Open ductus Botalli
Neonatale convulsies
Necrotiserende enterocolitis (NEC)
Idiopathic respiratory distress syndrome
Bronchopulmonale dysplasie
Fototherapie
Vaginale kunstverlossing
Zwangerschap & Bevalling
Sterilisatie
SSRI medicatie tijdens en na de zwangerschap
Opname op afdeling verloskunde
Keizersnede
Inleiding van de bevalling
Tweeling-zwangerschap en andere meerlingen
Serotien, zwangerschap van meer dan 40 weken
Flesvoeding
Hoge bloeddruk, pre-eclampsie en HELLP syndroom tijdens en na de zwangerschap
Totaalruptuur
Gebroken vliezen tijdens de zwangerschap
Voeding voor de zwangere
Pijnbestrijding tijdens de bevalling
Wanneer contact opnemen en wat neem je mee voor de bevalling
Testen op HIV
Groep-B streptokok in de zwangerschap
Zwangerschapscholestase
Rechten in de zorg
Het maatschappelijk werk van het WKZ geboortecentrum
Premature weeën en premature geboorte
Stuitligging en versie
Zwanger en diabetes
Schildklierafwijkingen in de zwangerschap
Anesthesie bij een keizersnede
Bloedverlies tijdens een gevorderde zwangerschap
De baby voelen bewegen tijdens de zwangerschap
Bekkenpijn en bekkeninstabiliteit tijdens de zwangerschap
Beleidsplan Psychiatrie 2020
Weer thuis na de bevalling
Myomen (tijdens de zwangerschap)
Bloedgroep, rhesusfactor en irregulaire antistoffen
Kliniek A2 jeugd
Rigiditeit
Kliniek A3: Diagnostiek en psychose
Ruggenprik en toediening medicijnen
Perfectionisme
Duurzaamheid ervaringsverhalen
Jaarbeeld Urologie 2018
Diagnosedag in het Spieren voor Spieren kindercentrum
Samenwerkingen, juli 2019
Zorglijn A2 Acuut en Intensief Volwassenen
Het UMC Utrecht in 2018
Hersenbloeding bij een pasgeborene
Jaarbeeld 2018, Julius Centrum
Zwanger en een hoge body-mass index (BMI)
Research Code
Verpleegkundige kwaliteitsindicatoren
Over epilepsiechirurgie
Autisme
Beleidsplan Psychiatrie 2019
ODD en CD bij kinderen
Zorg en revalidatie na een Hersenbloeding
Vaktherapie
ADHD en Autisme Spectrum Stoornis in het onderwijs
Klinische behandeling bij ontwikkelingsstoornissen
Zorg bij traumatisch hoofd- en of hersenletsel
Medicatie bij ADHD
ADHD
Een hersentumor: onderzoek, opname, operatie en uitslag
Stemmen horen
Zorg en herstel bij een operatie aan de wervelkolom
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan de onderrug
Verpleegafdeling Affectieve en psychotische stoornissen
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan nek
Zorg en revalidatie na een herseninfarct
Polikliniek afdeling Psychiatrie
Dagdiagnostiek polikliniek Neuromusculaire Ziekten
Stemmen horen Jeugd
Elektroconvulsietherapie
Richtlijn Suïcide-preventie
Kwaliteitsstatuut afdeling Psychiatrie
Polikliniek Ontwikkelingsstoornissen
Zorgprogramma Prikkelverwerking
Meedoen aan onderzoek op de afdeling psychiatrie
Eendagsdiagnostiek
Banquetinggids 2020
Jaarbeeld Genetica 2018
Jaarbeeld OR 2017
Jaarbeeld Urologie 2017
Jaarbeeld Hart & Longen 2017
Jaarbeeld Vrouw & Baby 2015-2017
Het UMC Utrecht in 2017
Jaarbeeld Julius Centrum 2017
IT Board 2017
Jaarbeeld Genetica 2017
Jaarbeeld Urologie 2016
Jaarbeeld Cancer Center 2017
Innovatie in uitvoering
2016 in beeld, UMC Utrecht