Fototherapie

Fototherapie
Geelzucht bij pasgeborenen

Een andere, medische naam voor geelzucht is icterus. 

Bij iedere pasgeborene worden rode  bloedlichaampjes afgebroken. Bij de afbraak daarvan wordt “bilirubine”  gevormd. Normaal wordt bilirubine in de lever aan een andere stof  gebonden en daarna via de urine en ontlasting uitgescheiden. Bij de  pasgeborene en zeker de prematuur geboren pasgeborene is de lever nog  onrijp en niet goed in staat bilirubine om te zetten. Een hoog  bilirubinegehalte zorgt voor een gele kleur van de huid en het oogwit.

Heel veel pasgeborenen worden in de eerste  levensdagen een beetje geel. We noemen dit fysiologische icterus. Deze  geelzucht hoeft niet behandeld te worden. Bij het vermoeden van een te  hoog bilirubinegehalte wordt bloedonderzoek gedaan. 

Hoe hoog de waarde van het bilirubine mag zijn is afhankelijk van de leeftijd van een kind, van het gewicht en of er sprake is geweest van complicaties tijdens of na de geboorte.

Kenmerk van icterus is het geelzien (de huid,  maar ook het oogwit kunnen geel kleuren) en vaak ook het slaperig of suffer worden van een kind.

Risico van geel zien
Indien een pasgeboren baby gedurende langere  tijd een sterk verhoogd bilirubine gehalte heeft kunnen diverse gebieden  in de hersenen beschadigd raken. Om dit te voorkomen wordt fototherapie  toegepast en in uitzonderlijke gevallen een wisseltransfusie  uitgevoerd. 

Mogelijke oorzaken van icterus

Er kunnen redenen zijn waardoor de bilirubine  te hoog is. Bij een te hoog bilirubine spreken we van een pathologische  icterus: geelzucht waar je iets aan moet doen.

Mogelijke oorzaken voor een verhoogd bilirubine zijn:

  • Een grote bloeduitstorting, bijvoorbeeld ten gevolge van een vacuümextractie
  • Een verminderde leverfunctie omdat een kind te vroeg geboren is
  • Een infectie
  • Te weinig vocht/ voeding in de eerste levensdagen
  • Diabetes mellitus bij de moeder
  • Verschil in bloedgroepen van moeder en kind, bijvoorbeeld het Rhesusantagonisme
  • Soms is het nodig om nader onderzoek te doen naar de oorzaak van het te hoge bilirubine. De arts zal dit met u bespreken.
Behandeling

De behandeling van het te hoge  bilirubinegehalte is “fototherapie”. Fototherapie is de behandeling met  speciaal (blauw) licht. Het licht breekt via de huid het bilirubine af  tot een stof die het lichaam zelf kan uitscheiden via de urine en de ontlasting. Het is belangrijk dat er zoveel mogelijk huid onbedekt is onder de  fototherapielamp. Dit betekent dat eventuele kleding en de hulpmiddelen  voor het bieden van comfort verwijderd moet worden. Dit kan meer onrust geven bij een kind.

Er zijn diverse soorten fototherapie lampen.  De keuze die gemaakt zal worden hangt van de conditie van uw kind af,  het gewicht, het type bed waarin het ligt en de hoogte van het  bilirubine gehalte. In alle gevallen is bescherming van  de ogen nodig door middel van een speciaal fototherapie-brilletje. In  sommige situaties is een combinatie van meerdere lampen nodig om het bilirubinegehalte voldoende te laten dalen. 

De duur van de fototherapie is afhankelijk van het verloop van de bilirubinewaardes.
Deze worden regelmatig gemeten en de uitslag bepaalt hoe lang doorgegaan wordt met de fototherapie.  Meestal werkt de fototherapie voldoende en kan de lamp binnen enkele  dagen weer gestopt worden. 

Een enkele keer moet de fototherapie herstart  worden omdat de waarde van het bilirubine weer te hoog is na het stoppen  van de fototherapie.

Wisseltransfusie

Een heel enkele keer is het bilirubine gehalte  dusdanig hoog (en werkt de fototherapie onvoldoende) waardoor er een  wisseltransfusie moet plaatsvinden. Tijdens deze procedure wordt het  bloed van uw kind met het sterk verhoogde bilirubine gehalte vervangen  door donorbloed. Dit gebeurt door zeer geleidelijk aan bloed via een infuus af te nemen en donorbloed toe te dienen. 

Gevolgen fototherapie

De fototherapie heeft de volgende consequenties voor uw kind:

  • Hij/zij kan een verhoogde temperatuur krijgen door warmteafgifte van de fototherapielamp
  • Hij/zij verliest meer vocht door urine en ontlasting. De ontlasting is vaak dun en donkergroen
  • Door het toegenomen vochtverlies heeft het  kind ook meer vocht nodig. Meer vocht betekent meer voeding of (extra)  vocht via een infuus. De combinatie van extra voeding en het slaperig  worden kan betekenen dat er een maagsonde nodig is als uw kind deze nog  niet heeft en onvoldoende zelf drinkt
  • De huid kan geïrriteerd en pukkelig raken
  • De ogen moeten beschermd worden met een “brilletje”
Verzorgen van uw kind

U kunt uw kind verzorgen zoals u dat gewend was om te doen voor de fototherapie.

Er zijn een aantal aandachtspunten die goed zijn om te weten:

  • Vanwege de kans op een verhoogde temperatuur  is het goed om, zeker in het begin van de fototherapie, regelmatig te  temperaturen. Overleg hierover met de verpleegkundige die voor uw kind  zorgt. Het kan zijn dat uw kind een temperatuurmetertje in de luier  heeft of krijgt die de temperatuur continu meet
  • Het is belangrijk om goed te observeren of uw  kind een natte luier en/ of ontlasting heeft. Vaker verschonen kan nodig zijn als  de billen rood zijn vanwege frequentere ontlasting. Om zoveel mogelijk  huid bloot te stellen aan het licht wordt een kleinere luier gebruikt of  wordt de rand van de luier bij de navel omgeslagen
  • Observatie van de huid is belangrijk. Zeep,  zalven, olie, alcohol en vaseline irriteren de huid tijdens de  fototherapie en mogen daarom niet gebruikt worden. Schoonmaken met water  is voldoende
  • De oogjes moeten iedere verzorging worden  schoongemaakt. Ze worden sneller vies omdat ze afgesloten worden van de  buitenlucht door het fototherapiebrilletje
  • Na de verzorging moet het brilletje weer goed  voor de ogen zitten. U kunt dit zelf doen of de verpleegkundige vragen  hierbij te helpen
  • Na de verzorging moet de lamp weer op de goede  hoogte ingesteld worden. Overleg met de verpleegkundige als de hoogte  van de couveuse of open bed veranderd is tijdens de verzorging
  • Er mag nooit een kruik gebruikt worden in combinatie met een fototherapielamp i.v.m. gevaar op verbranding
  • Het is ook tijdens de periode van fototherapie  belangrijk om te buidelen of uw kind te verzorgen en te voeden. Het is  afhankelijk van de hoogte van het bilirubinegehalte en de conditie van  uw kind of en hoe vaak (langere) onderbreking van de fototherapie  mogelijk is. Het streven is meestal om de tijd voor het verzorgen en voeden niet langer dan 30 minuten te laten duren.
Fototherapie
Geelzucht bij pasgeborenen

Een andere, medische naam voor geelzucht is icterus. 

Bij iedere pasgeborene worden rode  bloedlichaampjes afgebroken. Bij de afbraak daarvan wordt “bilirubine”  gevormd. Normaal wordt bilirubine in de lever aan een andere stof  gebonden en daarna via de urine en ontlasting uitgescheiden. Bij de  pasgeborene en zeker de prematuur geboren pasgeborene is de lever nog  onrijp en niet goed in staat bilirubine om te zetten. Een hoog  bilirubinegehalte zorgt voor een gele kleur van de huid en het oogwit.

Heel veel pasgeborenen worden in de eerste  levensdagen een beetje geel. We noemen dit fysiologische icterus. Deze  geelzucht hoeft niet behandeld te worden. Bij het vermoeden van een te  hoog bilirubinegehalte wordt bloedonderzoek gedaan. 

Hoe hoog de waarde van het bilirubine mag zijn is afhankelijk van de leeftijd van een kind, van het gewicht en of er sprake is geweest van complicaties tijdens of na de geboorte.

Kenmerk van icterus is het geelzien (de huid,  maar ook het oogwit kunnen geel kleuren) en vaak ook het slaperig of suffer worden van een kind.

Risico van geel zien
Indien een pasgeboren baby gedurende langere  tijd een sterk verhoogd bilirubine gehalte heeft kunnen diverse gebieden  in de hersenen beschadigd raken. Om dit te voorkomen wordt fototherapie  toegepast en in uitzonderlijke gevallen een wisseltransfusie  uitgevoerd. 

Mogelijke oorzaken
van icterus

Er kunnen redenen zijn waardoor de bilirubine  te hoog is. Bij een te hoog bilirubine spreken we van een pathologische  icterus: geelzucht waar je iets aan moet doen.

Mogelijke oorzaken voor een verhoogd bilirubine zijn:

  • Een grote bloeduitstorting, bijvoorbeeld ten gevolge van een vacuümextractie
  • Een verminderde leverfunctie omdat een kind te vroeg geboren is
  • Een infectie
  • Te weinig vocht/ voeding in de eerste levensdagen
  • Diabetes mellitus bij de moeder
  • Verschil in bloedgroepen van moeder en kind, bijvoorbeeld het Rhesusantagonisme
  • Soms is het nodig om nader onderzoek te doen naar de oorzaak van het te hoge bilirubine. De arts zal dit met u bespreken.
Behandeling

De behandeling van het te hoge  bilirubinegehalte is “fototherapie”. Fototherapie is de behandeling met  speciaal (blauw) licht. Het licht breekt via de huid het bilirubine af  tot een stof die het lichaam zelf kan uitscheiden via de urine en de ontlasting. Het is belangrijk dat er zoveel mogelijk huid onbedekt is onder de  fototherapielamp. Dit betekent dat eventuele kleding en de hulpmiddelen  voor het bieden van comfort verwijderd moet worden. Dit kan meer onrust geven bij een kind.

Er zijn diverse soorten fototherapie lampen.  De keuze die gemaakt zal worden hangt van de conditie van uw kind af,  het gewicht, het type bed waarin het ligt en de hoogte van het  bilirubine gehalte. In alle gevallen is bescherming van  de ogen nodig door middel van een speciaal fototherapie-brilletje. In  sommige situaties is een combinatie van meerdere lampen nodig om het bilirubinegehalte voldoende te laten dalen. 

De duur van de fototherapie is afhankelijk van het verloop van de bilirubinewaardes.
Deze worden regelmatig gemeten en de uitslag bepaalt hoe lang doorgegaan wordt met de fototherapie.  Meestal werkt de fototherapie voldoende en kan de lamp binnen enkele  dagen weer gestopt worden. 

Een enkele keer moet de fototherapie herstart  worden omdat de waarde van het bilirubine weer te hoog is na het stoppen  van de fototherapie.

Wisseltransfusie

Een heel enkele keer is het bilirubine gehalte  dusdanig hoog (en werkt de fototherapie onvoldoende) waardoor er een  wisseltransfusie moet plaatsvinden. Tijdens deze procedure wordt het  bloed van uw kind met het sterk verhoogde bilirubine gehalte vervangen  door donorbloed. Dit gebeurt door zeer geleidelijk aan bloed via een infuus af te nemen en donorbloed toe te dienen. 

Gevolgen fototherapie

De fototherapie heeft de volgende consequenties voor uw kind:

  • Hij/zij kan een verhoogde temperatuur krijgen door warmteafgifte van de fototherapielamp
  • Hij/zij verliest meer vocht door urine en ontlasting. De ontlasting is vaak dun en donkergroen
  • Door het toegenomen vochtverlies heeft het  kind ook meer vocht nodig. Meer vocht betekent meer voeding of (extra)  vocht via een infuus. De combinatie van extra voeding en het slaperig  worden kan betekenen dat er een maagsonde nodig is als uw kind deze nog  niet heeft en onvoldoende zelf drinkt
  • De huid kan geïrriteerd en pukkelig raken
  • De ogen moeten beschermd worden met een “brilletje”
Verzorgen van uw kind

U kunt uw kind verzorgen zoals u dat gewend was om te doen voor de fototherapie.

Er zijn een aantal aandachtspunten die goed zijn om te weten:

  • Vanwege de kans op een verhoogde temperatuur  is het goed om, zeker in het begin van de fototherapie, regelmatig te  temperaturen. Overleg hierover met de verpleegkundige die voor uw kind  zorgt. Het kan zijn dat uw kind een temperatuurmetertje in de luier  heeft of krijgt die de temperatuur continu meet
  • Het is belangrijk om goed te observeren of uw  kind een natte luier en/ of ontlasting heeft. Vaker verschonen kan nodig zijn als  de billen rood zijn vanwege frequentere ontlasting. Om zoveel mogelijk  huid bloot te stellen aan het licht wordt een kleinere luier gebruikt of  wordt de rand van de luier bij de navel omgeslagen
  • Observatie van de huid is belangrijk. Zeep,  zalven, olie, alcohol en vaseline irriteren de huid tijdens de  fototherapie en mogen daarom niet gebruikt worden. Schoonmaken met water  is voldoende
  • De oogjes moeten iedere verzorging worden  schoongemaakt. Ze worden sneller vies omdat ze afgesloten worden van de  buitenlucht door het fototherapiebrilletje
  • Na de verzorging moet het brilletje weer goed  voor de ogen zitten. U kunt dit zelf doen of de verpleegkundige vragen  hierbij te helpen
  • Na de verzorging moet de lamp weer op de goede  hoogte ingesteld worden. Overleg met de verpleegkundige als de hoogte  van de couveuse of open bed veranderd is tijdens de verzorging
  • Er mag nooit een kruik gebruikt worden in combinatie met een fototherapielamp i.v.m. gevaar op verbranding
  • Het is ook tijdens de periode van fototherapie  belangrijk om te buidelen of uw kind te verzorgen en te voeden. Het is  afhankelijk van de hoogte van het bilirubinegehalte en de conditie van  uw kind of en hoe vaak (langere) onderbreking van de fototherapie  mogelijk is. Het streven is meestal om de tijd voor het verzorgen en voeden niet langer dan 30 minuten te laten duren.

Over ons

'De beste zorg voor nu en in de toekomst'



Omdat ieder mens de beste zorg verdient, legt het UMC Utrecht de lat voortdurend hoog. Het resultaat: vernieuwende, toonaangevende behandelingen die beantwoorden aan de zorgbehoeften van nu en de toekomst. De bijzondere kennis die hiervoor nodig is, ontwikkelen we samen met patiënten(organisaties) en diverse partners. In teamverband werken we aan oplossingen voor grote, medische vraagstukken. Per individuele patiënt wordt gekeken welke behandeling bij hem of haar past. Alles wat wij doen, is erop gericht om mensen gezond te maken en te houden. En waar mogelijk ziekte te voorkomen.

Contact

U kunt algemene informatie opvragen over
het UMC Utrecht via:

E-mail info@umcutrecht.nl of via
Telefoonnummer 088 75 555 55
Website www.umcutrecht.nl

of vul het contactformulier hieronder in:
Vul je naam in
Vul een correct e-mailadres in
Vul een opmerking in
Bedankt, je bericht is verzonden.
Er ging iets mis met het verzenden van het formulier. Probeer het opnieuw.

Zoeken

Zoek via een zoekterm naar een pagina binnen deze publicatie.
Vul minimaal 3 karakters in.

UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Over Epilepsiechirurgie
Slaapproblemen
Het UMC Utrecht in 2019
Overview Infection & Immunity 2019
FAG_PAG
Jaaroverzicht Genetica 2019
Zwanger van een (te) kleine baby
Voeding voor uw baby
Telebaby
Borstvoeding
Open ductus Botalli
Neonatale convulsies
Necrotiserende enterocolitis (NEC)
Idiopathic respiratory distress syndrome
Bronchopulmonale dysplasie
Fototherapie
Vaginale kunstverlossing
Zwangerschap & Bevalling
Sterilisatie
SSRI medicatie tijdens en na de zwangerschap
Opname op afdeling verloskunde
Keizersnede
Inleiding van de bevalling
Tweeling-zwangerschap en andere meerlingen
Serotien, zwangerschap van meer dan 40 weken
Flesvoeding
Hoge bloeddruk, pre-eclampsie en HELLP syndroom tijdens en na de zwangerschap
Totaalruptuur
Gebroken vliezen tijdens de zwangerschap
Voeding voor de zwangere
Pijnbestrijding tijdens de bevalling
Wanneer contact opnemen en wat neem je mee voor de bevalling
Testen op HIV
Groep-B streptokok in de zwangerschap
Zwangerschapscholestase
Rechten in de zorg
Het maatschappelijk werk van het WKZ geboortecentrum
Premature weeën en premature geboorte
Stuitligging en versie
Zwanger en diabetes
Schildklierafwijkingen in de zwangerschap
Anesthesie bij een keizersnede
Bloedverlies tijdens een gevorderde zwangerschap
De baby voelen bewegen tijdens de zwangerschap
Bekkenpijn en bekkeninstabiliteit tijdens de zwangerschap
Beleidsplan Psychiatrie 2020
Weer thuis na de bevalling
Myomen (tijdens de zwangerschap)
Bloedgroep, rhesusfactor en irregulaire antistoffen
Kliniek A2 jeugd
Rigiditeit
Kliniek A3: Diagnostiek en psychose
Ruggenprik en toediening medicijnen
Perfectionisme
Duurzaamheid ervaringsverhalen
Jaarbeeld Urologie 2018
Diagnosedag in het Spieren voor Spieren kindercentrum
Samenwerkingen, juli 2019
Zorglijn A2 Acuut en Intensief Volwassenen
Het UMC Utrecht in 2018
Hersenbloeding bij een pasgeborene
Jaarbeeld 2018, Julius Centrum
Zwanger en een hoge body-mass index (BMI)
Research Code
Verpleegkundige kwaliteitsindicatoren
Over epilepsiechirurgie
Autisme
Beleidsplan Psychiatrie 2019
ODD en CD bij kinderen
Zorg en revalidatie na een Hersenbloeding
Vaktherapie
ADHD en Autisme Spectrum Stoornis in het onderwijs
Klinische behandeling bij ontwikkelingsstoornissen
Zorg bij traumatisch hoofd- en of hersenletsel
Medicatie bij ADHD
ADHD
Een hersentumor: onderzoek, opname, operatie en uitslag
Stemmen horen
Zorg en herstel bij een operatie aan de wervelkolom
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan de onderrug
Verpleegafdeling Affectieve en psychotische stoornissen
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan nek
Zorg en revalidatie na een herseninfarct
Polikliniek afdeling Psychiatrie
Dagdiagnostiek polikliniek Neuromusculaire Ziekten
Stemmen horen Jeugd
Elektroconvulsietherapie
Richtlijn Suïcide-preventie
Kwaliteitsstatuut afdeling Psychiatrie
Polikliniek Ontwikkelingsstoornissen
Zorgprogramma Prikkelverwerking
Meedoen aan onderzoek op de afdeling psychiatrie
Eendagsdiagnostiek
Banquetinggids 2020
Jaarbeeld Genetica 2018
Jaarbeeld OR 2017
Jaarbeeld Urologie 2017
Jaarbeeld Hart & Longen 2017
Jaarbeeld Vrouw & Baby 2015-2017
Het UMC Utrecht in 2017
Jaarbeeld Julius Centrum 2017
IT Board 2017
Jaarbeeld Genetica 2017
Jaarbeeld Urologie 2016
Jaarbeeld Cancer Center 2017
Innovatie in uitvoering
2016 in beeld, UMC Utrecht