Het geven van borstvoeding I

Het geven van
borstvoeding I
Direct na de geboorte

Het eerste uur na de bevalling krijgt u, als de situatie het toelaat, de baby bloot bij u. U wordt beiden warm toegedekt. Bloot huid op huid contact bevordert de moeder-kindbinding.

Meestal geeft een baby binnen een uur aan dat hij gevoed wil worden. Hier op ingaan, draagt bij aan het slagen van de borstvoeding.

De hap- en zuigreflex is dan het sterkst. Een  gezonde pasgeboren baby is in staat om de borst te zoeken: als hij op  zijn buik tegen moeder aanligt, weet hij meestal na verloop van tijd de tepel zelf te vinden. Het zoeken gaat geleidelijk over in een poging om te happen. Bij het voelen van de tepel, zal hij op een gegeven moment de  mond wijd open doen en de borst aanhappen.

Aanleggen

De verpleegkundige die u de eerste keren begeleidt bij het geven van borstvoeding leert u op welke manier u kunt aanleggen.

Aandachtspunten daarbij zijn:

  • Let op de hongersignalen van uw baby.
  • Leg uw baby goed neer.
  • Zorg dat uw baby kan happen.
  • Zo drinkt een baby.
  • Soms laat u baby niet van zelf los.

Let op de hongersignalen van uw baby:

  • In een lichte slaap verkeren.
  • Sabbelen op de handjes.
  • Smakken, likken, tong uitsteken.
  • Zoek bewegingen maken.
  • Huilen is een laatste signaal van honger en door het huilen is het lastiger om uw baby aan te leggen.

Leg uw baby goed neer

  • Leg de baby zo bij de borst dat hij goed bij de tepel kan.
  • Uw baby ligt helemaal naar u toe, dus met de buik tegen u aan.
  • Zijn hoofdje, nek en rug vormen een rechte lijn.
  • Hij ligt met het neusje tegenover de tepel.
  • Zijn hoofdje heeft de ruimte om naar achter te bewegen.

Zorg dat uw baby kan happen

  • Met uw tepel streelt u de lipjes, waarna het mondje meestal open gaat.
  • Wacht tot het mondje ver genoeg open is (denk aan geeuwen).
  • De tong ligt onder in zijn mond.
  • Is zijn mond goed open? Dan brengt u hem snel naar de borst.
  • Leg uw hand op zijn rug ter hoogte van de schouders dus niet tegen het hoofdje, want dan gaat hij terug duwen en dat maakt het moeilijker.

Zo drinkt een baby

  • De baby heeft een groot deel van de tepelhof in de mond, vooral aan de onderkant van de tepel.
  • Met de tong en onderkaak drinkt hij.
  • De lippen zijn naar buiten gekruld.
  • De kin en neus liggen tegen de borst aan.
  • De baby ademt via de neus. Als de neus iets teveel in de borst komt trekt u de billen naar u toe.

Soms laat u baby niet van zelf los
Heeft u baby genoeg gedronken? Dan laat hij meestal van zelf los. Soms moet u hem zelf van de borst halen, door uw  pink in het mondhoekje te stoppen en het vacuüm te verbreken.

De baby laat zelf weten wanneer hij genoeg heeft gehad. Bij gevoelige tepels kunt de borsten vaker afwisselen.

Verschillende houdingen

Er zijn verschillende goede houdingen voor het geven van borstvoeding.  Het is zeker de moeite om ze allemaal te proberen, om te zien wat het  best werkt voor u en uw baby.

Aanleggen in de madonnahouding

  1. Bij het zittend voeden neemt u de baby op de onderarm, dus linkerarm bij linkerborst en rechterarm bij rechterborst.
  2. Vorm met de andere hand de borst.
  3. Strijk met uw tepel langs de lippen van de baby en moedig de baby aan om het hoofd iets te draaien om naar de tepel te happen. Hierbij zal hij zijn mond verder openen.
  4. Als de mond goed open is breng dan de baby naar de borst toe. Het neusje en de kin raken de borst.

Aanleggen in de rugbyhouding (of bakerhouding)

  1. Rugbyhouding (om aan te leggen aan de linker borst).
  2. Ondersteun de baby met uw rechterarm. Houd de billetjes van uw baby vast onder uw bovenarm. Gebruik uw rechterarm om de baby onderaan het hoofd te onder-steunen. Vorm met uw linkerhand uw linkerborst.
  3. Strijk met uw tepel langs de lippen van de  baby en moedig de baby aan om het hoofd iets te draaien om naar de tepel te happen. Hierbij zal hij zijn mond verder openen.
  4. Gebruik uw linker duim om uw tepel naar het gehemelte van de baby te brengen zodra hij hapt. Houd de schouder en heupen van de baby dicht tegen u aan.
  5. Nadat hij is aangelegd, drukt de kin van de baby tegen de borst en ligt zijn neusje vrij.

Aanleggen in de doorgeschoven houding (Cross-Cradle Position) 

  1. Leg de billetjes van de baby tegen de rug  van de stoel of een kussen (indien zijn beentjes en voeten recht liggen, zal hij zich wegduwen en niet meer ontspannen liggen).
  2. Draai het lichaam van de baby naar u toe.
  3. Licht de borst op en ga met de tepel langs de lippen van de baby tot hij naar achter kijkt en naar de tepel hapt.
  4. Houd de baby dicht tegen u aan, met lichte druk op de nek en de schouders.
  5. Trek de baby naar u toe tot de kin de borst raakt. Hierdoor kan de baby zijn hoofd iets naar achter laten zakken waardoor het neusje vrij is.

Moeder en baby moeten in elkaars ogen kunnen kijken.

Aanleggen in zijligging

  1. Ga comfortabel op uw zij liggen (leg zonodig enkele kussens in uw rug).
  2. Leg baby’s onderste schouder dicht bij uw ribben (dicht onder de borst).
  3. Rol de baby naar u toe.
  4. De baby moet lager liggen dan uw borst de tepel ligt ter hoogte van de neus.
  5. De baby zal de tepel voelen en zicht een  beetje strikken om er naar te happen (hierdoor is het neusje vrij en  kunnen moeder en baby elkaar in de ogen kijken).
    De kin van de baby ligt dicht tegen de borst
  6. Voor sommige baby’s is het nodig dat de moeder haar borst vormt zodat de baby beter kan aanhappen in het bijzonder bij grote of zeer volle borsten of bij vlakke tepels.

Het komt vrij vaak voor dat de tepels van de moeder na de geboorte enkele dagen gevoeliger zijn.

  • Als u enkele seconden na het aanleggen pijn voelt, neemt u de baby van de borst en probeert het opnieuw. Zorg dat de mond van de baby wijd open is, alsof hij gaapt, en breng de baby  vervolgens naar de borst. Bij een juist aangelegde baby krult de onderste lip naar buiten.
  • Kijk altijd naar de vorm van de tepel  wanneer de baby de borst loslaat. Een samengeknepen tepel is een teken dat de onderkaak van de baby eerder rond de tepel sluit dan rond de borst.
  • Raadpleeg bij aanhoudende pijn of tepelkloven een deskundige, bijvoorbeeld een professionele lactatiekundige.
Voeding: hoe lang en hoe vaak

U kunt u baby voeden zo lang hij effectief  drinkt, dit is regelmatig drinken met lange teugen. Als een baby gaat sabbelen haalt u hem van de borst en biedt de andere borst aan. Een baby heeft minimaal 7 voedingen nodig, als de baby na drie uur slapen nog niet gedronken heeft maakt u hem wakker. 

Lukt dat niet, dan wacht u het nog een half uurtje tot uurtje af.

Gemiddeld drinkt een baby acht tot tien keer per 24 uur aan de borst. 

Als de voeding opgang is, zal er meer regelmaat in het voedingsritme komen. Dat hoeft u ook de klok niet meer in de gaten te houden en kunt u echt op vraag voeden.

Video: Hoe vaak aanleggen?

Stuwing

Het op gang komen van de productie gaat samen met een grotere doorbloeding van de borsten. De borsten voelen na drie tot vier dagen daardoor warmer en gevulder aan. Dit wordt stuwing  genoemd. Om ernstige stuwing te voorkomen helpt het om de baby regelmatig te laten drinken en in ieder geval één borst zoveel mogelijk leeg te laten drinken.

De tweede borst wordt meestal niet helemaal  leeggedronken. Daarom begint u bij de volgende voeding met de borst waar u mee geëindigd bent. Indien de baby veel zuigbehoefte heeft, is het geen probleem om vaker aan te leggen (mits de tepels het toelaten, u het  prettig vindt en de baby goed aangelegd wordt).

De gunstige gevolgen van het vaak aanleggen zijn:

  • Dat de voeding sneller op gang komt.
  • Afvalstoffen snel uit het lichaam van het kind verdwenen zijn
  • Er daardoor minder kans is op geel zien
  • Moeder en kind raken snel aan elkaar gewend,  wat het zelfvertrouwen van de moeder bevordert. Een goed moment om uw kind aan te leggen is als hij/zij zuigbewegingen begint te maken en gaat sabbelen op zijn handjes. Huilen is een laat teken dat uw kind gevoed wil worden.
Het geven van
borstvoeding I
Direct na de geboorte

Het eerste uur na de bevalling krijgt u, als de situatie het toelaat, de baby bloot bij u. U wordt beiden warm toegedekt. Bloot huid op huid contact bevordert de moeder-kindbinding.

Meestal geeft een baby binnen een uur aan dat hij gevoed wil worden. Hier op ingaan, draagt bij aan het slagen van de borstvoeding.

De hap- en zuigreflex is dan het sterkst. Een  gezonde pasgeboren baby is in staat om de borst te zoeken: als hij op  zijn buik tegen moeder aanligt, weet hij meestal na verloop van tijd de tepel zelf te vinden. Het zoeken gaat geleidelijk over in een poging om te happen. Bij het voelen van de tepel, zal hij op een gegeven moment de  mond wijd open doen en de borst aanhappen.

Aanleggen

De verpleegkundige die u de eerste keren begeleidt bij het geven van borstvoeding leert u op welke manier u kunt aanleggen.

Aandachtspunten daarbij zijn:

  • Let op de hongersignalen van uw baby.
  • Leg uw baby goed neer.
  • Zorg dat uw baby kan happen.
  • Zo drinkt een baby.
  • Soms laat u baby niet van zelf los.

Let op de hongersignalen van uw baby:

  • In een lichte slaap verkeren.
  • Sabbelen op de handjes.
  • Smakken, likken, tong uitsteken.
  • Zoek bewegingen maken.
  • Huilen is een laatste signaal van honger en door het huilen is het lastiger om uw baby aan te leggen.

Leg uw baby goed neer

  • Leg de baby zo bij de borst dat hij goed bij de tepel kan.
  • Uw baby ligt helemaal naar u toe, dus met de buik tegen u aan.
  • Zijn hoofdje, nek en rug vormen een rechte lijn.
  • Hij ligt met het neusje tegenover de tepel.
  • Zijn hoofdje heeft de ruimte om naar achter te bewegen.

Zorg dat uw baby kan happen

  • Met uw tepel streelt u de lipjes, waarna het mondje meestal open gaat.
  • Wacht tot het mondje ver genoeg open is (denk aan geeuwen).
  • De tong ligt onder in zijn mond.
  • Is zijn mond goed open? Dan brengt u hem snel naar de borst.
  • Leg uw hand op zijn rug ter hoogte van de schouders dus niet tegen het hoofdje, want dan gaat hij terug duwen en dat maakt het moeilijker.

Zo drinkt een baby

  • De baby heeft een groot deel van de tepelhof in de mond, vooral aan de onderkant van de tepel.
  • Met de tong en onderkaak drinkt hij.
  • De lippen zijn naar buiten gekruld.
  • De kin en neus liggen tegen de borst aan.
  • De baby ademt via de neus. Als de neus iets teveel in de borst komt trekt u de billen naar u toe.

Soms laat u baby niet van zelf los
Heeft u baby genoeg gedronken? Dan laat hij meestal van zelf los. Soms moet u hem zelf van de borst halen, door uw  pink in het mondhoekje te stoppen en het vacuüm te verbreken.

De baby laat zelf weten wanneer hij genoeg heeft gehad. Bij gevoelige tepels kunt de borsten vaker afwisselen.

Verschillende houdingen

Er zijn verschillende goede houdingen voor het geven van borstvoeding.  Het is zeker de moeite om ze allemaal te proberen, om te zien wat het  best werkt voor u en uw baby.

Aanleggen in de madonnahouding

  1. Bij het zittend voeden neemt u de baby op de onderarm, dus linkerarm bij linkerborst en rechterarm bij rechterborst.
  2. Vorm met de andere hand de borst.
  3. Strijk met uw tepel langs de lippen van de baby en moedig de baby aan om het hoofd iets te draaien om naar de tepel te happen. Hierbij zal hij zijn mond verder openen.
  4. Als de mond goed open is breng dan de baby naar de borst toe. Het neusje en de kin raken de borst.

Aanleggen in de rugbyhouding (of bakerhouding)

  1. Rugbyhouding (om aan te leggen aan de linker borst).
  2. Ondersteun de baby met uw rechterarm. Houd de billetjes van uw baby vast onder uw bovenarm. Gebruik uw rechterarm om de baby onderaan het hoofd te onder-steunen. Vorm met uw linkerhand uw linkerborst.
  3. Strijk met uw tepel langs de lippen van de  baby en moedig de baby aan om het hoofd iets te draaien om naar de tepel te happen. Hierbij zal hij zijn mond verder openen.
  4. Gebruik uw linker duim om uw tepel naar het gehemelte van de baby te brengen zodra hij hapt. Houd de schouder en heupen van de baby dicht tegen u aan.
  5. Nadat hij is aangelegd, drukt de kin van de baby tegen de borst en ligt zijn neusje vrij.
Pijn bij het voeden

Het komt vrij vaak voor dat de tepels van de moeder na de geboorte enkele dagen gevoeliger zijn.

  • Als u enkele seconden na het aanleggen pijn voelt, neemt u de baby van de borst en probeert het opnieuw. Zorg dat de mond van de baby wijd open is, alsof hij gaapt, en breng de baby  vervolgens naar de borst. Bij een juist aangelegde baby krult de onderste lip naar buiten.
  • Kijk altijd naar de vorm van de tepel  wanneer de baby de borst loslaat. Een samengeknepen tepel is een teken dat de onderkaak van de baby eerder rond de tepel sluit dan rond de borst.
  • Raadpleeg bij aanhoudende pijn of tepelkloven een deskundige, bijvoorbeeld een professionele lactatiekundige.
Voeding: hoe lang en hoe vaak

U kunt u baby voeden zo lang hij effectief  drinkt, dit is regelmatig drinken met lange teugen. Als een baby gaat sabbelen haalt u hem van de borst en biedt de andere borst aan. Een baby heeft minimaal 7 voedingen nodig, als de baby na drie uur slapen nog niet gedronken heeft maakt u hem wakker. 

Lukt dat niet, dan wacht u het nog een half uurtje tot uurtje af.

Gemiddeld drinkt een baby acht tot tien keer per 24 uur aan de borst. 

Als de voeding opgang is, zal er meer regelmaat in het voedingsritme komen. Dat hoeft u ook de klok niet meer in de gaten te houden en kunt u echt op vraag voeden.

Video: Hoe vaak aanleggen?

Stuwing

Het op gang komen van de productie gaat samen met een grotere doorbloeding van de borsten. De borsten voelen na drie tot vier dagen daardoor warmer en gevulder aan. Dit wordt stuwing  genoemd. Om ernstige stuwing te voorkomen helpt het om de baby regelmatig te laten drinken en in ieder geval één borst zoveel mogelijk leeg te laten drinken.

De tweede borst wordt meestal niet helemaal  leeggedronken. Daarom begint u bij de volgende voeding met de borst waar u mee geëindigd bent. Indien de baby veel zuigbehoefte heeft, is het geen probleem om vaker aan te leggen (mits de tepels het toelaten, u het  prettig vindt en de baby goed aangelegd wordt).

De gunstige gevolgen van het vaak aanleggen zijn:

  • Dat de voeding sneller op gang komt.
  • Afvalstoffen snel uit het lichaam van het kind verdwenen zijn
  • Er daardoor minder kans is op geel zien
  • Moeder en kind raken snel aan elkaar gewend,  wat het zelfvertrouwen van de moeder bevordert. Een goed moment om uw kind aan te leggen is als hij/zij zuigbewegingen begint te maken en gaat sabbelen op zijn handjes. Huilen is een laat teken dat uw kind gevoed wil worden.

Aanleggen in de doorgeschoven houding (Cross-Cradle Position) 

  1. Leg de billetjes van de baby tegen de rug  van de stoel of een kussen (indien zijn beentjes en voeten recht liggen, zal hij zich wegduwen en niet meer ontspannen liggen).
  2. Draai het lichaam van de baby naar u toe.
  3. Licht de borst op en ga met de tepel langs de lippen van de baby tot hij naar achter kijkt en naar de tepel hapt.
  4. Houd de baby dicht tegen u aan, met lichte druk op de nek en de schouders.
  5. Trek de baby naar u toe tot de kin de borst raakt. Hierdoor kan de baby zijn hoofd iets naar achter laten zakken waardoor het neusje vrij is.

Moeder en baby moeten in elkaars ogen kunnen kijken.

Aanleggen in zijligging

  1. Ga comfortabel op uw zij liggen (leg zonodig enkele kussens in uw rug).
  2. Leg baby’s onderste schouder dicht bij uw ribben (dicht onder de borst).
  3. Rol de baby naar u toe.
  4. De baby moet lager liggen dan uw borst de tepel ligt ter hoogte van de neus.
  5. De baby zal de tepel voelen en zicht een  beetje strikken om er naar te happen (hierdoor is het neusje vrij en  kunnen moeder en baby elkaar in de ogen kijken).
    De kin van de baby ligt dicht tegen de borst
  6. Voor sommige baby’s is het nodig dat de moeder haar borst vormt zodat de baby beter kan aanhappen in het bijzonder bij grote of zeer volle borsten of bij vlakke tepels.

Over ons

'De beste zorg voor nu en in de toekomst'



Omdat ieder mens de beste zorg verdient, legt het UMC Utrecht de lat voortdurend hoog. Het resultaat: vernieuwende, toonaangevende behandelingen die beantwoorden aan de zorgbehoeften van nu en de toekomst. De bijzondere kennis die hiervoor nodig is, ontwikkelen we samen met patiënten(organisaties) en diverse partners. In teamverband werken we aan oplossingen voor grote, medische vraagstukken. Per individuele patiënt wordt gekeken welke behandeling bij hem of haar past. Alles wat wij doen, is erop gericht om mensen gezond te maken en te houden. En waar mogelijk ziekte te voorkomen.

Contact

U kunt algemene informatie opvragen over
het UMC Utrecht via:

E-mail info@umcutrecht.nl of via
Telefoonnummer 088 75 555 55
Website www.umcutrecht.nl

of vul het contactformulier hieronder in:
Vul je naam in
Vul een correct e-mailadres in
Vul een opmerking in
Bedankt, je bericht is verzonden.
Er ging iets mis met het verzenden van het formulier. Probeer het opnieuw.

Zoeken

Zoek via een zoekterm naar een pagina binnen deze publicatie.
Vul minimaal 3 karakters in.

UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Over Epilepsiechirurgie
Slaapproblemen
Het UMC Utrecht in 2019
Overview Infection & Immunity 2019
FAG_PAG
Jaaroverzicht Genetica 2019
Zwanger van een (te) kleine baby
Voeding voor uw baby
Telebaby
Borstvoeding
Open ductus Botalli
Neonatale convulsies
Necrotiserende enterocolitis (NEC)
Idiopathic respiratory distress syndrome
Bronchopulmonale dysplasie
Fototherapie
Vaginale kunstverlossing
Zwangerschap & Bevalling
Sterilisatie
SSRI medicatie tijdens en na de zwangerschap
Opname op afdeling verloskunde
Keizersnede
Inleiding van de bevalling
Tweeling-zwangerschap en andere meerlingen
Serotien, zwangerschap van meer dan 40 weken
Flesvoeding
Hoge bloeddruk, pre-eclampsie en HELLP syndroom tijdens en na de zwangerschap
Totaalruptuur
Gebroken vliezen tijdens de zwangerschap
Voeding voor de zwangere
Pijnbestrijding tijdens de bevalling
Wanneer contact opnemen en wat neem je mee voor de bevalling
Testen op HIV
Groep-B streptokok in de zwangerschap
Zwangerschapscholestase
Rechten in de zorg
Het maatschappelijk werk van het WKZ geboortecentrum
Premature weeën en premature geboorte
Stuitligging en versie
Zwanger en diabetes
Schildklierafwijkingen in de zwangerschap
Anesthesie bij een keizersnede
Bloedverlies tijdens een gevorderde zwangerschap
De baby voelen bewegen tijdens de zwangerschap
Bekkenpijn en bekkeninstabiliteit tijdens de zwangerschap
Beleidsplan Psychiatrie 2020
Weer thuis na de bevalling
Myomen (tijdens de zwangerschap)
Bloedgroep, rhesusfactor en irregulaire antistoffen
Kliniek A2 jeugd
Rigiditeit
Kliniek A3: Diagnostiek en psychose
Ruggenprik en toediening medicijnen
Perfectionisme
Duurzaamheid ervaringsverhalen
Jaarbeeld Urologie 2018
Diagnosedag in het Spieren voor Spieren kindercentrum
Samenwerkingen, juli 2019
Zorglijn A2 Acuut en Intensief Volwassenen
Het UMC Utrecht in 2018
Hersenbloeding bij een pasgeborene
Jaarbeeld 2018, Julius Centrum
Zwanger en een hoge body-mass index (BMI)
Research Code
Verpleegkundige kwaliteitsindicatoren
Over epilepsiechirurgie
Autisme
Beleidsplan Psychiatrie 2019
ODD en CD bij kinderen
Zorg en revalidatie na een Hersenbloeding
Vaktherapie
ADHD en Autisme Spectrum Stoornis in het onderwijs
Klinische behandeling bij ontwikkelingsstoornissen
Zorg bij traumatisch hoofd- en of hersenletsel
Medicatie bij ADHD
ADHD
Een hersentumor: onderzoek, opname, operatie en uitslag
Stemmen horen
Zorg en herstel bij een operatie aan de wervelkolom
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan de onderrug
Verpleegafdeling Affectieve en psychotische stoornissen
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan nek
Zorg en revalidatie na een herseninfarct
Polikliniek afdeling Psychiatrie
Dagdiagnostiek polikliniek Neuromusculaire Ziekten
Stemmen horen Jeugd
Elektroconvulsietherapie
Richtlijn Suïcide-preventie
Kwaliteitsstatuut afdeling Psychiatrie
Polikliniek Ontwikkelingsstoornissen
Zorgprogramma Prikkelverwerking
Meedoen aan onderzoek op de afdeling psychiatrie
Eendagsdiagnostiek
Banquetinggids 2020
Jaarbeeld Genetica 2018
Jaarbeeld OR 2017
Jaarbeeld Urologie 2017
Jaarbeeld Hart & Longen 2017
Jaarbeeld Vrouw & Baby 2015-2017
Het UMC Utrecht in 2017
Jaarbeeld Julius Centrum 2017
IT Board 2017
Jaarbeeld Genetica 2017
Jaarbeeld Urologie 2016
Jaarbeeld Cancer Center 2017
Innovatie in uitvoering
2016 in beeld, UMC Utrecht