Anesthesie bij een keizersnede

Anesthesie bij een
keizersnede
Inleiding

Ongeveer één op de vijf baby’s komt via een keizersnede ter wereld. Twee derde van deze keizersneden zijn onvoorzien. Het is daarom nuttig dit boekje te lezen, ook wanneer je niet verwacht dat jouw baby met een keizersnede zal worden geboren.

Een kindje krijgen is een onvergetelijke ervaring
Een keizersnedebevalling kan net zo veel voldoening geven als een normale bevalling. Indien blijkt dat een  keizersnede noodzakelijk is, mag dat niet aanvoelen als een teleurstelling voor jezelf of voor anderen. De veiligheid van jou en jouw baby staat voorop. Een keizersnede is de beste optie om veiligheid  te garanderen.

Er zijn verschillende vormen van verdoving  voor een keizersnede. In deze brochure worden deze vormen en wat er tijdens de verdoving gebeurt, beschreven. Je kunt de verschillende vormen van verdoving met jouw anesthesist bespreken. 

Het is mogelijk dat de keizersnede vooraf wordt gepland. Dit wordt een electieve keizersnede genoemd. De gynaecoloog kan een keizersnede aanbevelen wanneer het vermoeden bestaat dat er bij een normale bevalling problemen kunnen optreden, bijvoorbeeld wanneer jouw baby in een latere fase van de zwangerschap in  een afwijkende positie ligt.

In sommige gevallen blijkt pas op het allerlaatste moment dat de gynaecoloog tot een keizersnede moet beslissen, vaak wanneer de weeën al zijn begonnen. Dit wordt een spoedkeizersnede genoemd. Een spoedkeizersnede kan noodzakelijk zijn wanneer de bevalling te traag verloopt, wanneer de toestand van de baby verslechtert of bij een combinatie van deze twee omstandigheden.

Jouw gynaecoloog zal met jou bespreken waarom een keizersnede de voorkeur heeft en zal je vóór de operatie om toestemming vragen.

Soorten anesthesie

Er bestaan twee hoofdcategorieën anesthesie: je blijft wakker (een plaatselijke verdoving) of je slaapt (een algehele of volledige narcose). 

Bij een keizersnede wordt normaal gesproken een plaatselijke verdoving gebruikt. Daarbij blijft je volledig bij  kennis terwijl het onderste gedeelte van jouw lichaam gevoelloos is. Dit  is meestal veiliger voor jou en voor jouw baby en bovendien stelt het  jou en jouw partner in staat de geboorte samen te beleven. Er zijn drie vormen van plaatselijke verdoving:

1. Spinale anesthesia
Dit is de meest gebruikte methode. Spinale anesthesie kan worden toegepast bij zowel een geplande keizersnede als een spoedkeizersnede. De zenuwen die prikkels (en dus ook het gevoel) doorgeven van het onderlichaam naar de hersenen zitten in een soort zakje met vloeistof in de wervelkolom. Via een heel dunne naald injecteert de anesthesist de plaatselijke verdoving in dit zakje met vloeistof. Deze methode werkt snel en er is maar een kleine dosis nodig.

2. Epidurale anesthesie
Hierbij wordt er een katheter (dun, kunststof slangetje) geplaatst, waarlangs het verdovingsmiddel bij de zenuwen in de wervelkolom wordt gebracht. Via de katheter kunnen medicijnen al naar gelang de behoefte worden toegediend. Een epidurale verdoving wordt vaak gebruikt voor pijnbestrijding tijdens de bevalling door middel van een lichte, lokaal verdovende oplossing. Als jouw baby via de keizersnede ter wereld komt, kan de anesthesist via de epidurale katheter een sterkere lokaal verdovende oplossing toedienen. Bij epidurale anesthesie is een hogere dosis plaatselijke verdoving nodig dan bij spinale anesthesie en bovendien duurt het ook langer voordat deze begint te werken.
 

3. Spinale/epidurale anesthesie
Een combinatie van beide bovengenoemde varianten. Bij deze ruggenprikmethode treedt de gevoelloosheid snel in, waarna de keizersnede kan worden uitgevoerd. De epidurale katheter kan worden gebruikt om indien noodzakelijk meer verdoving toe te dienen en om na de operatie pijnstillende middelen toe te dienen. Deze methode wordt zelden toegepast. 

 
Plaatselijke verdoving en keizersnede
Bij een plaatselijke verdoving mag je partner tijdens het prikken in de operatiekamer bij je zijn. Daarna wordt je partner gevraagd naast jou achter de steriele doeken te zitten en bepaalde delen van de operatiekamer niet te betreden, om besmetting van steriele operatie-instrumenten te voorkomen. Bij een algehele narcose wordt je partner gevraagd tijdens het in slaap maken in een andere ruimte te wachten. Daarna mag je partner naast je komen zitten om de geboorte mee te maken.

Voor de verdoving wordt je verzocht om te zitten of met een gekromde rug of op de zij te gaan liggen. De anesthesist brengt een ontsmettingsmiddel op je rug aan dat koud aanvoelt. De anesthesist zoekt vervolgens een geschikt punt in het midden van de onderrug en geeft je soms een kleine lokale injectie om de huid gevoelloos te maken. Dit kan heel even een stekend gevoel veroorzaken.

Vervolgens wordt bij de spinale anesthesie een heel dunne naald in je rug geplaatst. Mogelijk voel je een lichte tinteling in een van je benen wanneer de naald naar binnen gaat, alsof  je een elektrisch schokje krijgt.

Vertel altijd de anesthesist wanneer dit gebeurt. Het is echter belangrijk dat je stil blijft zitten of liggen terwijl de anesthesist de ruggenprik toedient. Als de naald op de juiste plaats zit, injecteert de anesthesist een lokale verdoving en een pijnstillend middel, waarna de naald wordt verwijderd. Dit hele proces duurt meestal enkele minuten, maar als de juiste plek voor de injectie niet meteen kan worden gevonden, duurt het langer.

Bij een epidurale ruggenprik (of gecombineerde  spinale/epidurale verdoving) gebruikt de anesthesist een dikkere naald met daarin een dunner naaldje. Via de epidurale katheter (een buisje) wordt het verdovende middel tussen twee wervels door langs de zenuwen in de wervelkolom gebracht. Net als bij de spinale ruggenprik geeft dit soms een tintelend gevoel of klein elektrisch schokje in uw been. Het is belangrijk dat je niet beweegt terwijl de anesthesist de katheter aanbrengt, maar wanneer die eenmaal op zijn plek zit wordt de naald verwijderd en hoef je niet meer stil te blijven liggen.

Je merkt zelf wanneer de ruggenprik begint te werken, want je benen gaan dan heel zwaar en warm aanvoelen. Ze kunnen ook gaan tintelen. Geleidelijk verspreidt de gevoelloosheid zich door het lichaam. De anesthesist controleert of de gevoelloosheid zich tot het midden van je borstkas heeft uitgebreid voordat de operatie begint. Het is soms noodzakelijk van houding te veranderen om ervoor te zorgen  dat de verdoving goed werkt. Het team neemt regelmatig de bloeddruk op. Soms komt de verdoving zo hoog dat het lijkt of ademhalen moeilijk gaat. Dit is vervelend, maar kan geen kwaad.

Voor de operatie wordt je op je rug gelegd en naar links gedraaid. Wanneer je op welk moment dan ook misselijk voelt,  moet je dit tegen de anesthesist zeggen. Een gevoel van misselijkheid wordt vaak veroorzaakt door een daling van de bloeddruk. De anesthesist zorgt dan dat de bloeddruk weer op peil wordt gebracht.

Tot de baby geboren is, kan je eventueel zuurstof toegediend krijgen via een doorzichtig kunststof masker. Dit  zorgt ervoor dat de baby vóór de geboorte voldoende zuurstof heeft.


Algehele narcose
Bij een algehele of volledige narcose slaapt u terwijl de gynaecoloog de keizersnede uitvoert. Algehele narcose wordt tegenwoordig minder vaak toegepast en is bijvoorbeeld noodzakelijk in noodgevallen of wanneer een plaatselijke verdoving voor jou niet geschikt is. 

Er zijn verschillende redenen waarom volledige narcose zou moeten toegepast:

  • Als je een bepaalde aandoening hebt waarbij het bloed niet goed kan stollen, heeft een algehele narcose de voorkeur. 
  • Als er plotseling tot een keizersnede wordt  besloten, is er wellicht onvoldoende tijd om te wachten tot de  plaatselijke verdoving begint te werken.
  • Door afwijkingen in je rug kan het moeilijk of onmogelijk zijn om een plaatselijke verdoving toe te dienen.
  • Soms kan een ruggenprik niet op de juiste plaats worden toegediend of werkt deze niet goed.

De meeste voorbereidingen komen overeen met die voor een plaatselijke verdoving. De anesthesist laat je enkele minuten via een masker zuurstof inademen. Wanneer de gynaecoloog en het  hele team voor de operatie gereed zijn, doet de anesthesist de verdoving  in het infuus om jou in slaap te brengen. Net voordat je in slaap valt, kan het zijn dat de assistent van de anesthesist licht op uw hals duwt. Dit is om te voorkomen dat vloeistof uit je maag in je longen terechtkomt. De verdoving begin snel te werken.

Wanneer je slaapt, plaatst de anesthesist een buisje in je luchtpijp en wordt je via een apparaat beademd. De anesthesist houdt de narcose in stand, zodat je blijft slapen terwijl de gynaecoloog je baby veilig geboren laat worden. Daar merkt daar op dat moment echter niets van. Als je wakker wordt, is het mogelijk dat je keel vanwege het inmiddels verwijderde buisje onprettig aanvoelt en kun je pijn hebben als gevolg van de operatie. Wellicht voel je je ook slaperig en misschien ook een tijdje wat misselijk, maar spoedig zal je weer de oude zijn. Je wordt naar de uitslaapkamer gebracht waar je met baby en partner wordt herenigd.

Electieve (geplande) keizersnede

Beoordeling
Normaal gesproken bezoekt je het ziekenhuis voordat je wordt geopereerd. Je krijgt uitleg over wat je kunt verwachten op de dag van de operatie. Er zal bloed bij jou worden afgenomen dat voorafgaande aan de operatie zal worden onderzocht. 


Bezoek aan het pre-operatieve anesthesie spreekuur
Voordat de keizersnede plaatsvindt, heb je contact met de anesthesist. Tijdens dit gesprek worden jouw medische voorgeschiedenis en eventuele narcoses die je in het verleden hebt ondergaan, besproken. Mogelijk moet je nader worden onderzocht of tests ondergaan. De anesthesist bespreekt ook de verschillende soorten verdoving die voor jou van toepassing zijn en beantwoordt al je vragen.

De dag zelf
Op de dag van de operatie word je om 6.30 uur  op de afdeling verwacht. Je mag die ochtend niet ontbijten. Wel mag je  nog thee, koffie (zonder melk),water of appelsap drinken tot 6 uur en  daarna nog slokjes water. Bij opname wordt nog een keer bloed afgenomen  om te kunnen kruisen met bloed op het laboratorium, voor het geval bloed  tijdens of na de operatie toegediend moet worden. Dit gebeurt zelden.

Je krijgt een naambandje om je pols. Sieraden en make-up moeten verwijderd worden. Op de afdeling krijgt je een infuus. Meestal wordt een blaaskatheter op de afdeling geplaatst. In sommige gevallen zal deze op de operatiekamer geplaatst worden nadat de  verdoving gegeven is. Het infuus en de blaaskatheter blijven tot de volgende ochtend zitten. Soms wordt een drankje gegeven om de inhoud van de maag minder zuur te maken. Dit is nodig bij zwangeren met een hoge BMI (hoog gewicht bij een bepaalde lengte) en als een algehele narcose gepland is. Je krijgt operatiekamerkleding om aan te trekken. Je partner (of de persoon die je tijdens de bevalling bij je wilt hebben) mag met jou en de verpleegkundige naar de operatiekamer. Ook deze partner krijgt speciale operatiekamerkleding die hij/zij in de operatiekamer moet  dragen.

Op de holding van het operatiekamer complex zal nogmaals gecheckt worden of je de juiste persoon voor de juiste ingreep bent. 

In de operatiekamer zijn veel mensen aan het werk: 

  • De verpleegkundige zorgt voor u en je baby. 
  • De anesthesist heeft een assistent. 
  • De gynaecoloog heeft een assistent en een OK-verpleegkundige. 
  • Een andere OK-verpleegkundige is  verantwoordelijk voor het halen en aangeven van extra materialen. Er  zijn dus minstens zeven medewerkers in de operatiekamer.  

In de operatiekamer wordt apparatuur op je aangesloten om je bloeddruk, hartslag en de hoeveelheid zuurstof in je bloed te meten. Dat doet geen pijn. Vervolgens begint de anesthesist met de verdoving.

Tijdens de operatie

Bij een plaatselijke verdoving mag je partner tijdens het prikken in de operatiekamer bij jou zijn. Daarna wordt je partner gevraagd naast jou achter de steriele doeken te zitten en bepaalde delen van de operatiekamer niet te betreden, om besmetting van steriele operatie-instrumenten te voorkomen. Bij een algehele narcose  wordt je partner gevraagd tijdens het in slaap maken in een andere  ruimte te wachten. Daarna mag je partner naast je komen zitten om de  geboorte mee te maken.

Voor de verdoving wordt je verzocht om te zitten of met een gekromde rug of op je zij te gaan liggen. De anesthesist brengt een ontsmettingsmiddel op je rug aan dat koud aanvoelt. De anesthesist zoekt vervolgens een geschikt punt in het midden van de onderrug en geeft soms een kleine lokale injectie om de  huid gevoelloos te maken. Dit kan heel even een stekend gevoel  veroorzaken.

Vervolgens wordt bij de spinale anesthesie een heel dunne naald in de rug geplaatst. Mogelijk voel je een lichte tinteling in een van uw benen wanneer de naald naar binnen gaat, alsof u een elektrisch schokje krijgt. Vertel de anesthesist wanneer dit gebeurt. Het is echter belangrijk dat je stil blijft zitten of liggen terwijl de anesthesist de ruggenprik toedient. Als de naald op de juiste  plaats zit, injecteert de anesthesist een lokale verdoving en een  pijnstillend middel, waarna de naald wordt verwijderd. Dit hele proces duurt meestal enkele minuten, maar als de juiste plek voor de injectie  niet meteen kan worden gevonden, duurt het langer.

Bij een epidurale ruggenprik (of gecombineerde spinale/epidurale verdoving) gebruikt de anesthesist een dikkere naald met daarin een dunner naaldje. Via de epidurale katheter (een buisje) wordt het verdovende middel tussen twee wervels door langs de zenuwen in de wervelkolom gebracht. Net als bij de spinale ruggenprik geeft dit soms een tintelend gevoel of klein elektrisch schokje in je been. Het is belangrijk dat je niet beweegt terwijl de anesthesist de katheter aanbrengt, maar wanneer die eenmaal op zijn plek zit wordt de naald verwijderd en hoeft je niet meer stil te blijven liggen.

Je merkt zelf wel wanneer de ruggenprik begint  te werken, want je benen gaan dan heel zwaar en warm aanvoelen. Ze  kunnen ook gaan tintelen. Geleidelijk verspreidt de gevoelloosheid zich door je lichaam. De anesthesist controleert of de gevoelloosheid zich tot het midden van uw borstkas heeft uitgebreid voordat de operatie begint. Het is soms noodzakelijk van houding te veranderen om ervoor te zorgen dat de verdoving goed werkt. Het team neemt regelmatig uw bloeddruk op. Soms komt de verdoving zo hoog dat het lijkt of ademhalen moeilijk gaat. Dit is vervelend, maar kan geen kwaad.

Voor de operatie wordt je op je rug gelegd en naar links gedraaid. Als je je op welk moment dan ook misselijk voelt, moet je dit tegen de anesthesist zeggen. Een gevoel van misselijkheid wordt vaak veroorzaakt door een daling van de bloeddruk. De anesthesist zorgt dan dat de bloeddruk weer op peil wordt gebracht.

Tot de baby geboren is, kan je zuurstof toegediend krijgen via een doorzichtig kunststof masker. Dit zorgt er ook voor dat de baby vóór de geboorte voldoende zuurstof heeft.

Spoedkeizersnede
Een spoedkeizersnede is een keizersnede die  tot een dag of twee vóór de operatie niet gepland is. De mate van  urgentie kan sterk variëren. Een minder urgente spoedkeizersnede kan op  vrijwel dezelfde wijze worden uitgevoerd als een geplande keizersnede.  Er zijn echter ook operaties die heel snel moeten worden uitgevoerd,  bijvoorbeeld binnen een uur na het besluit daartoe of, maar dat gebeurt zelden, zo spoedig mogelijk. De meest voorkomende reden voor een  spoedkeizersnede is een plotseling probleem dat zich bij de baby voordoet (soms ‘foetale nood’ genoemd).

In het geval van een zeer urgente keizersnede  is het mogelijk dat de voorbereidingen die normaal gesproken worden  getroffen, gewijzigd worden of zelfs achterwege worden gelaten. Er wordt  in een bloedvat van je hand of arm een infuus aangebracht, als dat nog  niet is gedaan. Wellicht krijg je zuurstof toegediend via een  nauwsluitend zuurstofmasker. Als je al een ruggenprik hebt gekregen  tegen de pijn tijdens de bevalling en deze goed werkt, kan de  anesthesist proberen via de katheter voldoende verdoving toe te dienen  voor een spoedkeizersnede. Je krijgt dan een grote dosis sterke  plaatselijke verdoving, zodat de pijnblokkade sterk genoeg is voor de  operatie. De anesthesist moet beslissen of er genoeg tijd is om  verdoving via een katheter toe te voegen of u alsnog een ruggenprik te  geven als je geen katheter hebt of als de pijnbestrijding via de  katheter onvoldoende is. Als er geen tijd is voor een plaatselijke  verdoving, wordt er gekozen voor volledige narcose. 

Soms, als grote haast geboden is, heeft het  team geen tijd om aan jou en je partner volledig uit te leggen wat er gaande is. Het is dan ook mogelijk dat je partner in de babyopvangruimte moet wachten terwijl jij wordt geopereerd. Dit kan voor jullie verontrustend of onprettig zijn, maar de medewerkers zullen na afloop precies uitleggen wat er is gebeurd en waarom.

Na de operatie

Na de operatie ga je naar de uitslaapkamer, waar onder andere de bloeddruk voortdurend in de gaten wordt gehouden. 

Wanneer het medisch verantwoord is, zullen je partner en baby je daar gezelschap blijven houden. De baby is  ondertussen getemperatuurd, gewogen, heeft vitamine K gekregen en een naambandje om gekregen. De baby heeft een luier aan en een mutsje op en ligt in warme doeken bij je partner of in een wiegje. Wanneer de baby bij jou ligt, kan je borstvoeding geven als je dat wilt. 

In de uitslaapkamer raakt de verdoving langzaam uitgewerkt. Je krijgt dan wellicht een tintelend en jeukend gevoel. Binnen enkele uren kan je je benen weer bewegen.

's Avonds en ‘s nachts kan het zijn dat je na de operatie op de operatie kamer zelf nog enige tijd in de gaten wordt gehouden. Het is dan niet mogelijk om op de uitslaapkamer toezicht te houden.

De pijnstillers die via de ruggenprik zijn toegediend, blijven nog enkele uren doorwerken. Op de uitslaapkamer krijg je een pomp met morfine die jezelf kunt bedienen. Het is beter  regelmatig iets tegen de pijn te nemen dan te wachten tot de pijn te  heftig is. De middelen die u krijgt, hebben geen gevolgen voor je baby wanneer je borstvoeding geeft.

Pijnbestrijding na de operatie

Er zijn verschillende manieren om na een keizersnede de pijn te bestrijden:

  • Je kunt een langdurig werkende pijnstiller krijgen via een spinale ruggenprik of katheter.
  • Soms blijft de epidurale katheter zitten om deze te gebruiken voor de toediening van pijnstilling na de operatie.
  • Je krijgt tijdens de operatie paracetamol via het infuus toegediend.
  • Je krijgt via het infuus een PCA  (patient-controlled analgesia) pomp met morfine aangesloten. Hier zit  een drukknop aan bevestigt zodat jezelf de hoeveelheid kunt regelen (als  je niet drukt, krijg je geen morfine). Je mag alleen zelf op de knop drukken. De PCA-pomp bevat een lock-out systeem, wat inhoudt dat na een  keer drukken de bolusfunctie gedurende 5-10 minuten is uitgeschakeld  (vanwege veiligheidsredenen). Heb je pijn, dan drukt je op de knop,  waarna het maximale effect na ongeveer 15 minuten bereikt is. Indien het  resultaat onvoldoende is, drukt dan meer frequent op de knop.
  • Daarnaast krijg je op de afdeling tabletten, zoals diclofenac, paracetamol.

Voordelen van plaatselijke verdoving ten opzichte van algehele narcose:

  • Een ruggenprik is meestal veiliger voor jou en je baby.
  • De ruggenprik maakt het mogelijk dat jullie de geboorte samen met je partner kunt beleven.
  • Je bent na afloop niet slaperig.
  • Je kunt je baby zo spoedig mogelijk in je armen nemen.
  • Na afloop krijgt je doeltreffende pijnbestrijding.
  • Je baby is alerter wanneer hij/zij geboren wordt. 

Nadelen van plaatselijke verdoving ten opzichte van algehele narcose

  •  Door een ruggenprik kan je bloeddruk dalen. Dit kan echter gemakkelijk worden gecorrigeerd.
  • Het duurt over het algemeen iets langer  voordat de verdoving gaat werken, waardoor het ook langer duurt om je  voor de operatie gereed te maken dan bij volledige narcose.
  • In sommige gevallen voel je je door de plaatselijke verdoving wat zwak.
  • Soms komt het voor dat de verdoving niet goed  genoeg werkt, zodat het team alsnog moet besluiten om tot volledige  narcose over te gaan.
  • Bij ongeveer vier op de tien vrouwen met  epidurale anesthesie en twee op de tien vrouwen met spinale anesthesie  wordt de plek op de rug waar de naald naar binnen gaat gevoelig. Deze  plek kan enkele weken of zelfs maanden gevoelig blijven.

Een baby via een keizersnede ter wereld brengen is een veilige methode en kan bijzonder veel voldoening geven. Veel vrouwen kiezen ervoor om tijdens de operatie wakker te blijven. Voor anderen kan het om de hierboven genoemde redenen noodzakelijk zijn om tijdens de operatie te slapen. We hopen dat dit boekje zal helpen de  keuze te maken die voor jou het beste is wanneer bij jou tot een keizersnede wordt besloten.

De risico’s van een plaatselijke verdoving worden in de onderstaande vermeld. De informatie is afkomstig uit de hieronder genoemde publicaties. De gegevens in de tabel betreffen schattingen en kunnen per ziekenhuis verschillen.

De risico’s van een plaatselijke verdoving worden in de onderstaande vermeld. De informatie is afkomstig uit de hieronder genoemde publicaties. De gegevens in de tabel betreffen schattingen en kunnen per ziekenhuis verschillen.

  • Holdcroft A, Gibberd FB, Hargrove RL, Hawkins  DF, Dellaportas CI. ‘Neurological complications associated with  pregnancy.’ British Journal of Anaesthesia 1995, hoofdstuk 75, pag.  522-526.
  • Jenkins K, Baker AB. ‘Consent and anaesthetic risk.’ Anaesthesia 2003, hoofdstuk 58, pag. 962-984.
  • Jenkins JG, Khan MM. ‘Anaesthesia for  Caesarean section: a survey in a UK region from 1992 to 2002.’  Anaesthesia 2003, hoofdstuk 58, pag. 1114-1118.
  • Jenkins JG. ‘Some immediate serious  complications of obstetric epidural analgesia and anaesthesia: a  prospective study of 145,550 epidurals.’ International Journal of Obstetric Anesthesia 2005, hoofdstuk 14, pag. 37-42.
  • Reynolds F. ‘Infection a complication of  neuraxial blockade.’ International Journal of Obstetric Anesthesia 2005,  hoofdstuk 14, pag. 183-188. 


Risico’s van epidurale of spinale anesthesie voor pijnbestrijding tijdens de bevalling

  • Aanzienlijke daling van de bloeddruk.
    1 op de 5 vrouwen (spinale anesthesie) is algemeen.
    1 op de 50 vrouwen (epidurale anesthesie) komt af en toe voor.
  • Verlicht de pijn bij de keizersnede onvoldoende, zodat andere vormen van pijnbestrijding noodzakelijk zij.
    1 op de 20 vrouwen (epidurale anesthesie) soms.
    1 op de 100 vrouwen (spinale anesthesie)komt af en toe voor.
  • Zware hoofdpijn.
    1 op de 100 vrouwen (epidurale anesthesie).
    1 op de 500 vrouwen (spinale anesthesie) is beide ongebruikelijk.
  • Zenuwbeschadiging. (gevoelloze plek op been of voet of een slap gevoel in een been);
    Gevolgen houden langer dan zes maanden aan.
    Tijdelijk: 1 op de 1000 vrouwen, is zeldzaam.
    Permanent: 1 op de 13.000 vrouwen, is zeldzaam.
  • Epiduraal abces (infectie).
    1 op de 50.000 vrouwen, is zeer zeldzaam.
  • Meningitis (hersenvliesontsteking).
    1 op de 100.000 vrouwen is zeer zeldzaam.
  •  Epiduraal hematoom (bloedstolsel).
    1 op de 170.000 vrouwen is zeer zeldzaam.
  •  Onvoorziene bewusteloosheid.
    1 op de 5.000 vrouwen is zeldzaam.
  •  Ernstig letsel, waaronder verlamming.
    1 op de 250.000 vrouwen is extreem zeldzaam.

De informatie uit de publicaties bevat geen nauwkeurige cijfers met betrekking tot alle hierboven vermelde risico’s. De genoemde cijfers zijn slechts schattingen en kunnen per ziekenhuis verschillen.

  • Ruppen W, Derry S, McQuay H, Moore RA.  ‘Incidence of epidural hematoma, infection, and neurologic injury in  obstetric patients with epidural analgesia/ anesthesia.’ Anaesthesia  2006, hoofdstuk 105, pag. 394-399.

Uit een landelijk onderzoek blijkt dat het  risico van blijvend letsel bij plaatselijke verdoving bij zwangere  vrouwen lager is dan bij andere groepen patiënten [Cook TM, Counsell D,  Wildsmith JAW. ‘Major complications of central neuraxial block: report  on the third National Audit Project of the Royal College of  Anaesthetists.’ British Journal of Anaesthesia 2009; hoofdstuk 102, pag.  179-190].


Risico’s van algehele narcose

  • Zere keel.
    1 op de 5 vrouwen is algemeen.
  • Misselijkheid.
    1 op de 10 vrouwen is algemeen.
  • Problemen met de luchtwegen met als gevolg een laag zuurstofgehalte van het bloed.
    1 op de 300 vrouwen is ongebruikelijk.
  • Vloeistof die vanuit de maag in de longen komt; ernstige longontsteking.
    1 op de 300 vrouwen is ongebruikelijk.
  • Hoornvliesbeschadiging (krasje op het oog).
    1 op de 600 vrouwen is ongebruikelijk.
  • Tandbeschadiging.
    1 op de 4.500 vrouwen is zeldzaam.
  • Bewustzijn (wakker zijn gedurende een deel van de narcose).
    1 op de 250 tot 1000 vrouwen is zeldzaam.
  • Anafylaxie (een ernstige allergische reactie).
    1 op de 10.000 tot 20.000 vrouwen is zeer zeldzaam.
  • Overlijden of hersenbeschadiging.
    Overlijden: minder dan 1 op de 100.000 vrouwen.
    Zeer zeldzaam (1 of 2 gevallen per jaar in het Verenigd Koninkrijk).
    hersenbeschadeging, zeer zeldzaam (geen exacte cijfers bekend).

Deze brochure is samengesteld door de  subcommissie Informatie voor Moeders van de Obstetric Anaesthetists’  Association. In Nederland is deze vertaald door de sectie obstetrische  anesthesie van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA) en is nadien aangepast aan de werkwijzen in het  Wilhelmina Kinderziekenhuis van het UMC Utrecht.

Anesthesie
bij een
keizersnede
Inleiding

Ongeveer één op de vijf baby’s komt via een keizersnede ter wereld. Twee derde van deze keizersneden zijn onvoorzien. Het is daarom nuttig dit boekje te lezen, ook wanneer je niet verwacht dat jouw baby met een keizersnede zal worden geboren.

Een kindje krijgen is een onvergetelijke ervaring
Een keizersnedebevalling kan net zo veel voldoening geven als een normale bevalling. Indien blijkt dat een  keizersnede noodzakelijk is, mag dat niet aanvoelen als een teleurstelling voor jezelf of voor anderen. De veiligheid van jou en jouw baby staat voorop. Een keizersnede is de beste optie om veiligheid  te garanderen.

Er zijn verschillende vormen van verdoving  voor een keizersnede. In deze brochure worden deze vormen en wat er tijdens de verdoving gebeurt, beschreven. Je kunt de verschillende vormen van verdoving met jouw anesthesist bespreken. 

Het is mogelijk dat de keizersnede vooraf wordt gepland. Dit wordt een electieve keizersnede genoemd. De gynaecoloog kan een keizersnede aanbevelen wanneer het vermoeden bestaat dat er bij een normale bevalling problemen kunnen optreden, bijvoorbeeld wanneer jouw baby in een latere fase van de zwangerschap in  een afwijkende positie ligt.

In sommige gevallen blijkt pas op het allerlaatste moment dat de gynaecoloog tot een keizersnede moet beslissen, vaak wanneer de weeën al zijn begonnen. Dit wordt een spoedkeizersnede genoemd. Een spoedkeizersnede kan noodzakelijk zijn wanneer de bevalling te traag verloopt, wanneer de toestand van de baby verslechtert of bij een combinatie van deze twee omstandigheden.

Jouw gynaecoloog zal met jou bespreken waarom een keizersnede de voorkeur heeft en zal je vóór de operatie om toestemming vragen.

Soorten anesthesie

Er bestaan twee hoofdcategorieën anesthesie: je blijft wakker (een plaatselijke verdoving) of je slaapt (een algehele of volledige narcose). 

Bij een keizersnede wordt normaal gesproken een plaatselijke verdoving gebruikt. Daarbij blijft je volledig bij  kennis terwijl het onderste gedeelte van jouw lichaam gevoelloos is. Dit  is meestal veiliger voor jou en voor jouw baby en bovendien stelt het  jou en jouw partner in staat de geboorte samen te beleven. Er zijn drie vormen van plaatselijke verdoving:

1. Spinale anesthesia
Dit is de meest gebruikte methode. Spinale anesthesie kan worden toegepast bij zowel een geplande keizersnede als een spoedkeizersnede. De zenuwen die prikkels (en dus ook het gevoel) doorgeven van het onderlichaam naar de hersenen zitten in een soort zakje met vloeistof in de wervelkolom. Via een heel dunne naald injecteert de anesthesist de plaatselijke verdoving in dit zakje met vloeistof. Deze methode werkt snel en er is maar een kleine dosis nodig.

2. Epidurale anesthesie
Hierbij wordt er een katheter (dun, kunststof slangetje) geplaatst, waarlangs het verdovingsmiddel bij de zenuwen in de wervelkolom wordt gebracht. Via de katheter kunnen medicijnen al naar gelang de behoefte worden toegediend. Een epidurale verdoving wordt vaak gebruikt voor pijnbestrijding tijdens de bevalling door middel van een lichte, lokaal verdovende oplossing. Als jouw baby via de keizersnede ter wereld komt, kan de anesthesist via de epidurale katheter een sterkere lokaal verdovende oplossing toedienen. Bij epidurale anesthesie is een hogere dosis plaatselijke verdoving nodig dan bij spinale anesthesie en bovendien duurt het ook langer voordat deze begint te werken.
 

3. Spinale/epidurale anesthesie
Een combinatie van beide bovengenoemde varianten. Bij deze ruggenprikmethode treedt de gevoelloosheid snel in, waarna de keizersnede kan worden uitgevoerd. De epidurale katheter kan worden gebruikt om indien noodzakelijk meer verdoving toe te dienen en om na de operatie pijnstillende middelen toe te dienen. Deze methode wordt zelden toegepast. 

 
Plaatselijke verdoving en keizersnede
Bij een plaatselijke verdoving mag je partner tijdens het prikken in de operatiekamer bij je zijn. Daarna wordt je partner gevraagd naast jou achter de steriele doeken te zitten en bepaalde delen van de operatiekamer niet te betreden, om besmetting van steriele operatie-instrumenten te voorkomen. Bij een algehele narcose wordt je partner gevraagd tijdens het in slaap maken in een andere ruimte te wachten. Daarna mag je partner naast je komen zitten om de geboorte mee te maken.

Voor de verdoving wordt je verzocht om te zitten of met een gekromde rug of op de zij te gaan liggen. De anesthesist brengt een ontsmettingsmiddel op je rug aan dat koud aanvoelt. De anesthesist zoekt vervolgens een geschikt punt in het midden van de onderrug en geeft je soms een kleine lokale injectie om de huid gevoelloos te maken. Dit kan heel even een stekend gevoel veroorzaken.

Vervolgens wordt bij de spinale anesthesie een heel dunne naald in je rug geplaatst. Mogelijk voel je een lichte tinteling in een van je benen wanneer de naald naar binnen gaat, alsof  je een elektrisch schokje krijgt.

Vertel altijd de anesthesist wanneer dit gebeurt. Het is echter belangrijk dat je stil blijft zitten of liggen terwijl de anesthesist de ruggenprik toedient. Als de naald op de juiste plaats zit, injecteert de anesthesist een lokale verdoving en een pijnstillend middel, waarna de naald wordt verwijderd. Dit hele proces duurt meestal enkele minuten, maar als de juiste plek voor de injectie niet meteen kan worden gevonden, duurt het langer.

Bij een epidurale ruggenprik (of gecombineerde  spinale/epidurale verdoving) gebruikt de anesthesist een dikkere naald met daarin een dunner naaldje. Via de epidurale katheter (een buisje) wordt het verdovende middel tussen twee wervels door langs de zenuwen in de wervelkolom gebracht. Net als bij de spinale ruggenprik geeft dit soms een tintelend gevoel of klein elektrisch schokje in uw been. Het is belangrijk dat je niet beweegt terwijl de anesthesist de katheter aanbrengt, maar wanneer die eenmaal op zijn plek zit wordt de naald verwijderd en hoef je niet meer stil te blijven liggen.

Je merkt zelf wanneer de ruggenprik begint te werken, want je benen gaan dan heel zwaar en warm aanvoelen. Ze kunnen ook gaan tintelen. Geleidelijk verspreidt de gevoelloosheid zich door het lichaam. De anesthesist controleert of de gevoelloosheid zich tot het midden van je borstkas heeft uitgebreid voordat de operatie begint. Het is soms noodzakelijk van houding te veranderen om ervoor te zorgen  dat de verdoving goed werkt. Het team neemt regelmatig de bloeddruk op. Soms komt de verdoving zo hoog dat het lijkt of ademhalen moeilijk gaat. Dit is vervelend, maar kan geen kwaad.

Voor de operatie wordt je op je rug gelegd en naar links gedraaid. Wanneer je op welk moment dan ook misselijk voelt,  moet je dit tegen de anesthesist zeggen. Een gevoel van misselijkheid wordt vaak veroorzaakt door een daling van de bloeddruk. De anesthesist zorgt dan dat de bloeddruk weer op peil wordt gebracht.

Tot de baby geboren is, kan je eventueel zuurstof toegediend krijgen via een doorzichtig kunststof masker. Dit  zorgt ervoor dat de baby vóór de geboorte voldoende zuurstof heeft.


Algehele narcose
Bij een algehele of volledige narcose slaapt u terwijl de gynaecoloog de keizersnede uitvoert. Algehele narcose wordt tegenwoordig minder vaak toegepast en is bijvoorbeeld noodzakelijk in noodgevallen of wanneer een plaatselijke verdoving voor jou niet geschikt is. 

Er zijn verschillende redenen waarom volledige narcose zou moeten toegepast:

  • Als je een bepaalde aandoening hebt waarbij het bloed niet goed kan stollen, heeft een algehele narcose de voorkeur. 
  • Als er plotseling tot een keizersnede wordt  besloten, is er wellicht onvoldoende tijd om te wachten tot de  plaatselijke verdoving begint te werken.
  • Door afwijkingen in je rug kan het moeilijk of onmogelijk zijn om een plaatselijke verdoving toe te dienen.
  • Soms kan een ruggenprik niet op de juiste plaats worden toegediend of werkt deze niet goed.

De meeste voorbereidingen komen overeen met die voor een plaatselijke verdoving. De anesthesist laat je enkele minuten via een masker zuurstof inademen. Wanneer de gynaecoloog en het  hele team voor de operatie gereed zijn, doet de anesthesist de verdoving  in het infuus om jou in slaap te brengen. Net voordat je in slaap valt, kan het zijn dat de assistent van de anesthesist licht op uw hals duwt. Dit is om te voorkomen dat vloeistof uit je maag in je longen terechtkomt. De verdoving begin snel te werken.

Wanneer je slaapt, plaatst de anesthesist een buisje in je luchtpijp en wordt je via een apparaat beademd. De anesthesist houdt de narcose in stand, zodat je blijft slapen terwijl de gynaecoloog je baby veilig geboren laat worden. Daar merkt daar op dat moment echter niets van. Als je wakker wordt, is het mogelijk dat je keel vanwege het inmiddels verwijderde buisje onprettig aanvoelt en kun je pijn hebben als gevolg van de operatie. Wellicht voel je je ook slaperig en misschien ook een tijdje wat misselijk, maar spoedig zal je weer de oude zijn. Je wordt naar de uitslaapkamer gebracht waar je met baby en partner wordt herenigd.

Electieve (geplande) keizersnede

Beoordeling
Normaal gesproken bezoekt je het ziekenhuis voordat je wordt geopereerd. Je krijgt uitleg over wat je kunt verwachten op de dag van de operatie. Er zal bloed bij jou worden afgenomen dat voorafgaande aan de operatie zal worden onderzocht. 


Bezoek aan het pre-operatieve anesthesie spreekuur
Voordat de keizersnede plaatsvindt, heb je contact met de anesthesist. Tijdens dit gesprek worden jouw medische voorgeschiedenis en eventuele narcoses die je in het verleden hebt ondergaan, besproken. Mogelijk moet je nader worden onderzocht of tests ondergaan. De anesthesist bespreekt ook de verschillende soorten verdoving die voor jou van toepassing zijn en beantwoordt al je vragen.

De dag zelf
Op de dag van de operatie word je om 6.30 uur  op de afdeling verwacht. Je mag die ochtend niet ontbijten. Wel mag je  nog thee, koffie (zonder melk),water of appelsap drinken tot 6 uur en  daarna nog slokjes water. Bij opname wordt nog een keer bloed afgenomen  om te kunnen kruisen met bloed op het laboratorium, voor het geval bloed  tijdens of na de operatie toegediend moet worden. Dit gebeurt zelden.

Je krijgt een naambandje om je pols. Sieraden en make-up moeten verwijderd worden. Op de afdeling krijgt je een infuus. Meestal wordt een blaaskatheter op de afdeling geplaatst. In sommige gevallen zal deze op de operatiekamer geplaatst worden nadat de  verdoving gegeven is. Het infuus en de blaaskatheter blijven tot de volgende ochtend zitten. Soms wordt een drankje gegeven om de inhoud van de maag minder zuur te maken. Dit is nodig bij zwangeren met een hoge BMI (hoog gewicht bij een bepaalde lengte) en als een algehele narcose gepland is. Je krijgt operatiekamerkleding om aan te trekken. Je partner (of de persoon die je tijdens de bevalling bij je wilt hebben) mag met jou en de verpleegkundige naar de operatiekamer. Ook deze partner krijgt speciale operatiekamerkleding die hij/zij in de operatiekamer moet  dragen.

Op de holding van het operatiekamer complex zal nogmaals gecheckt worden of je de juiste persoon voor de juiste ingreep bent. 

In de operatiekamer zijn veel mensen aan het werk: 

  • De verpleegkundige zorgt voor u en je baby. 
  • De anesthesist heeft een assistent. 
  • De gynaecoloog heeft een assistent en een OK-verpleegkundige. 
  • Een andere OK-verpleegkundige is  verantwoordelijk voor het halen en aangeven van extra materialen. Er  zijn dus minstens zeven medewerkers in de operatiekamer.  

In de operatiekamer wordt apparatuur op je aangesloten om je bloeddruk, hartslag en de hoeveelheid zuurstof in je bloed te meten. Dat doet geen pijn. Vervolgens begint de anesthesist met de verdoving.

Tijdens de operatie

Bij een plaatselijke verdoving mag je partner tijdens het prikken in de operatiekamer bij jou zijn. Daarna wordt je partner gevraagd naast jou achter de steriele doeken te zitten en bepaalde delen van de operatiekamer niet te betreden, om besmetting van steriele operatie-instrumenten te voorkomen. Bij een algehele narcose  wordt je partner gevraagd tijdens het in slaap maken in een andere  ruimte te wachten. Daarna mag je partner naast je komen zitten om de  geboorte mee te maken.

Voor de verdoving wordt je verzocht om te zitten of met een gekromde rug of op je zij te gaan liggen. De anesthesist brengt een ontsmettingsmiddel op je rug aan dat koud aanvoelt. De anesthesist zoekt vervolgens een geschikt punt in het midden van de onderrug en geeft soms een kleine lokale injectie om de  huid gevoelloos te maken. Dit kan heel even een stekend gevoel  veroorzaken.

Vervolgens wordt bij de spinale anesthesie een heel dunne naald in de rug geplaatst. Mogelijk voel je een lichte tinteling in een van uw benen wanneer de naald naar binnen gaat, alsof u een elektrisch schokje krijgt. Vertel de anesthesist wanneer dit gebeurt. Het is echter belangrijk dat je stil blijft zitten of liggen terwijl de anesthesist de ruggenprik toedient. Als de naald op de juiste  plaats zit, injecteert de anesthesist een lokale verdoving en een  pijnstillend middel, waarna de naald wordt verwijderd. Dit hele proces duurt meestal enkele minuten, maar als de juiste plek voor de injectie  niet meteen kan worden gevonden, duurt het langer.

Bij een epidurale ruggenprik (of gecombineerde spinale/epidurale verdoving) gebruikt de anesthesist een dikkere naald met daarin een dunner naaldje. Via de epidurale katheter (een buisje) wordt het verdovende middel tussen twee wervels door langs de zenuwen in de wervelkolom gebracht. Net als bij de spinale ruggenprik geeft dit soms een tintelend gevoel of klein elektrisch schokje in je been. Het is belangrijk dat je niet beweegt terwijl de anesthesist de katheter aanbrengt, maar wanneer die eenmaal op zijn plek zit wordt de naald verwijderd en hoeft je niet meer stil te blijven liggen.

Je merkt zelf wel wanneer de ruggenprik begint  te werken, want je benen gaan dan heel zwaar en warm aanvoelen. Ze  kunnen ook gaan tintelen. Geleidelijk verspreidt de gevoelloosheid zich door je lichaam. De anesthesist controleert of de gevoelloosheid zich tot het midden van uw borstkas heeft uitgebreid voordat de operatie begint. Het is soms noodzakelijk van houding te veranderen om ervoor te zorgen dat de verdoving goed werkt. Het team neemt regelmatig uw bloeddruk op. Soms komt de verdoving zo hoog dat het lijkt of ademhalen moeilijk gaat. Dit is vervelend, maar kan geen kwaad.

Voor de operatie wordt je op je rug gelegd en naar links gedraaid. Als je je op welk moment dan ook misselijk voelt, moet je dit tegen de anesthesist zeggen. Een gevoel van misselijkheid wordt vaak veroorzaakt door een daling van de bloeddruk. De anesthesist zorgt dan dat de bloeddruk weer op peil wordt gebracht.

Tot de baby geboren is, kan je zuurstof toegediend krijgen via een doorzichtig kunststof masker. Dit zorgt er ook voor dat de baby vóór de geboorte voldoende zuurstof heeft.

Spoedkeizersnede
Een spoedkeizersnede is een keizersnede die  tot een dag of twee vóór de operatie niet gepland is. De mate van  urgentie kan sterk variëren. Een minder urgente spoedkeizersnede kan op  vrijwel dezelfde wijze worden uitgevoerd als een geplande keizersnede.  Er zijn echter ook operaties die heel snel moeten worden uitgevoerd,  bijvoorbeeld binnen een uur na het besluit daartoe of, maar dat gebeurt zelden, zo spoedig mogelijk. De meest voorkomende reden voor een  spoedkeizersnede is een plotseling probleem dat zich bij de baby voordoet (soms ‘foetale nood’ genoemd).

In het geval van een zeer urgente keizersnede  is het mogelijk dat de voorbereidingen die normaal gesproken worden  getroffen, gewijzigd worden of zelfs achterwege worden gelaten. Er wordt  in een bloedvat van je hand of arm een infuus aangebracht, als dat nog  niet is gedaan. Wellicht krijg je zuurstof toegediend via een  nauwsluitend zuurstofmasker. Als je al een ruggenprik hebt gekregen  tegen de pijn tijdens de bevalling en deze goed werkt, kan de  anesthesist proberen via de katheter voldoende verdoving toe te dienen  voor een spoedkeizersnede. Je krijgt dan een grote dosis sterke  plaatselijke verdoving, zodat de pijnblokkade sterk genoeg is voor de  operatie. De anesthesist moet beslissen of er genoeg tijd is om  verdoving via een katheter toe te voegen of u alsnog een ruggenprik te  geven als je geen katheter hebt of als de pijnbestrijding via de  katheter onvoldoende is. Als er geen tijd is voor een plaatselijke  verdoving, wordt er gekozen voor volledige narcose. 

Soms, als grote haast geboden is, heeft het  team geen tijd om aan jou en je partner volledig uit te leggen wat er gaande is. Het is dan ook mogelijk dat je partner in de babyopvangruimte moet wachten terwijl jij wordt geopereerd. Dit kan voor jullie verontrustend of onprettig zijn, maar de medewerkers zullen na afloop precies uitleggen wat er is gebeurd en waarom.

Na de operatie

Na de operatie ga je naar de uitslaapkamer, waar onder andere de bloeddruk voortdurend in de gaten wordt gehouden. 

Wanneer het medisch verantwoord is, zullen je partner en baby je daar gezelschap blijven houden. De baby is  ondertussen getemperatuurd, gewogen, heeft vitamine K gekregen en een naambandje om gekregen. De baby heeft een luier aan en een mutsje op en ligt in warme doeken bij je partner of in een wiegje. Wanneer de baby bij jou ligt, kan je borstvoeding geven als je dat wilt. 

In de uitslaapkamer raakt de verdoving langzaam uitgewerkt. Je krijgt dan wellicht een tintelend en jeukend gevoel. Binnen enkele uren kan je je benen weer bewegen.

's Avonds en ‘s nachts kan het zijn dat je na de operatie op de operatie kamer zelf nog enige tijd in de gaten wordt gehouden. Het is dan niet mogelijk om op de uitslaapkamer toezicht te houden.

De pijnstillers die via de ruggenprik zijn toegediend, blijven nog enkele uren doorwerken. Op de uitslaapkamer krijg je een pomp met morfine die jezelf kunt bedienen. Het is beter  regelmatig iets tegen de pijn te nemen dan te wachten tot de pijn te  heftig is. De middelen die u krijgt, hebben geen gevolgen voor je baby wanneer je borstvoeding geeft.

Pijnbestrijding na de operatie

Er zijn verschillende manieren om na een keizersnede de pijn te bestrijden:

  • Je kunt een langdurig werkende pijnstiller krijgen via een spinale ruggenprik of katheter.
  • Soms blijft de epidurale katheter zitten om deze te gebruiken voor de toediening van pijnstilling na de operatie.
  • Je krijgt tijdens de operatie paracetamol via het infuus toegediend.
  • Je krijgt via het infuus een PCA  (patient-controlled analgesia) pomp met morfine aangesloten. Hier zit  een drukknop aan bevestigt zodat jezelf de hoeveelheid kunt regelen (als  je niet drukt, krijg je geen morfine). Je mag alleen zelf op de knop drukken. De PCA-pomp bevat een lock-out systeem, wat inhoudt dat na een  keer drukken de bolusfunctie gedurende 5-10 minuten is uitgeschakeld  (vanwege veiligheidsredenen). Heb je pijn, dan drukt je op de knop,  waarna het maximale effect na ongeveer 15 minuten bereikt is. Indien het  resultaat onvoldoende is, drukt dan meer frequent op de knop.
  • Daarnaast krijg je op de afdeling tabletten, zoals diclofenac, paracetamol.

Voordelen van plaatselijke verdoving ten opzichte van algehele narcose:

  • Een ruggenprik is meestal veiliger voor jou en je baby.
  • De ruggenprik maakt het mogelijk dat jullie de geboorte samen met je partner kunt beleven.
  • Je bent na afloop niet slaperig.
  • Je kunt je baby zo spoedig mogelijk in je armen nemen.
  • Na afloop krijgt je doeltreffende pijnbestrijding.
  • Je baby is alerter wanneer hij/zij geboren wordt. 

Nadelen van plaatselijke verdoving ten opzichte van algehele narcose

  •  Door een ruggenprik kan je bloeddruk dalen. Dit kan echter gemakkelijk worden gecorrigeerd.
  • Het duurt over het algemeen iets langer  voordat de verdoving gaat werken, waardoor het ook langer duurt om je  voor de operatie gereed te maken dan bij volledige narcose.
  • In sommige gevallen voel je je door de plaatselijke verdoving wat zwak.
  • Soms komt het voor dat de verdoving niet goed  genoeg werkt, zodat het team alsnog moet besluiten om tot volledige  narcose over te gaan.
  • Bij ongeveer vier op de tien vrouwen met  epidurale anesthesie en twee op de tien vrouwen met spinale anesthesie  wordt de plek op de rug waar de naald naar binnen gaat gevoelig. Deze  plek kan enkele weken of zelfs maanden gevoelig blijven.

Een baby via een keizersnede ter wereld brengen is een veilige methode en kan bijzonder veel voldoening geven. Veel vrouwen kiezen ervoor om tijdens de operatie wakker te blijven. Voor anderen kan het om de hierboven genoemde redenen noodzakelijk zijn om tijdens de operatie te slapen. We hopen dat dit boekje zal helpen de  keuze te maken die voor jou het beste is wanneer bij jou tot een keizersnede wordt besloten.

De risico’s van een plaatselijke verdoving worden in de onderstaande vermeld. De informatie is afkomstig uit de hieronder genoemde publicaties. De gegevens in de tabel betreffen schattingen en kunnen per ziekenhuis verschillen.

De risico’s van een plaatselijke verdoving worden in de onderstaande vermeld. De informatie is afkomstig uit de hieronder genoemde publicaties. De gegevens in de tabel betreffen schattingen en kunnen per ziekenhuis verschillen.

  • Holdcroft A, Gibberd FB, Hargrove RL, Hawkins  DF, Dellaportas CI. ‘Neurological complications associated with  pregnancy.’ British Journal of Anaesthesia 1995, hoofdstuk 75, pag.  522-526.
  • Jenkins K, Baker AB. ‘Consent and anaesthetic risk.’ Anaesthesia 2003, hoofdstuk 58, pag. 962-984.
  • Jenkins JG, Khan MM. ‘Anaesthesia for  Caesarean section: a survey in a UK region from 1992 to 2002.’  Anaesthesia 2003, hoofdstuk 58, pag. 1114-1118.
  • Jenkins JG. ‘Some immediate serious  complications of obstetric epidural analgesia and anaesthesia: a  prospective study of 145,550 epidurals.’ International Journal of Obstetric Anesthesia 2005, hoofdstuk 14, pag. 37-42.
  • Reynolds F. ‘Infection a complication of  neuraxial blockade.’ International Journal of Obstetric Anesthesia 2005,  hoofdstuk 14, pag. 183-188. 


Risico’s van epidurale of spinale anesthesie voor pijnbestrijding tijdens de bevalling

  • Aanzienlijke daling van de bloeddruk.
    1 op de 5 vrouwen (spinale anesthesie) is algemeen.
    1 op de 50 vrouwen (epidurale anesthesie) komt af en toe voor.
  • Verlicht de pijn bij de keizersnede onvoldoende, zodat andere vormen van pijnbestrijding noodzakelijk zij.
    1 op de 20 vrouwen (epidurale anesthesie) soms.
    1 op de 100 vrouwen (spinale anesthesie)komt af en toe voor.
  • Zware hoofdpijn.
    1 op de 100 vrouwen (epidurale anesthesie).
    1 op de 500 vrouwen (spinale anesthesie) is beide ongebruikelijk.
  • Zenuwbeschadiging. (gevoelloze plek op been of voet of een slap gevoel in een been);
    Gevolgen houden langer dan zes maanden aan.
    Tijdelijk: 1 op de 1000 vrouwen, is zeldzaam.
    Permanent: 1 op de 13.000 vrouwen, is zeldzaam.
  • Epiduraal abces (infectie).
    1 op de 50.000 vrouwen, is zeer zeldzaam.
  • Meningitis (hersenvliesontsteking).
    1 op de 100.000 vrouwen is zeer zeldzaam.
  •  Epiduraal hematoom (bloedstolsel).
    1 op de 170.000 vrouwen is zeer zeldzaam.
  •  Onvoorziene bewusteloosheid.
    1 op de 5.000 vrouwen is zeldzaam.
  •  Ernstig letsel, waaronder verlamming.
    1 op de 250.000 vrouwen is extreem zeldzaam.

De informatie uit de publicaties bevat geen nauwkeurige cijfers met betrekking tot alle hierboven vermelde risico’s. De genoemde cijfers zijn slechts schattingen en kunnen per ziekenhuis verschillen.

  • Ruppen W, Derry S, McQuay H, Moore RA.  ‘Incidence of epidural hematoma, infection, and neurologic injury in  obstetric patients with epidural analgesia/ anesthesia.’ Anaesthesia  2006, hoofdstuk 105, pag. 394-399.

Uit een landelijk onderzoek blijkt dat het  risico van blijvend letsel bij plaatselijke verdoving bij zwangere  vrouwen lager is dan bij andere groepen patiënten [Cook TM, Counsell D,  Wildsmith JAW. ‘Major complications of central neuraxial block: report  on the third National Audit Project of the Royal College of  Anaesthetists.’ British Journal of Anaesthesia 2009; hoofdstuk 102, pag.  179-190].


Risico’s van algehele narcose

  • Zere keel.
    1 op de 5 vrouwen is algemeen.
  • Misselijkheid.
    1 op de 10 vrouwen is algemeen.
  • Problemen met de luchtwegen met als gevolg een laag zuurstofgehalte van het bloed.
    1 op de 300 vrouwen is ongebruikelijk.
  • Vloeistof die vanuit de maag in de longen komt; ernstige longontsteking.
    1 op de 300 vrouwen is ongebruikelijk.
  • Hoornvliesbeschadiging (krasje op het oog).
    1 op de 600 vrouwen is ongebruikelijk.
  • Tandbeschadiging.
    1 op de 4.500 vrouwen is zeldzaam.
  • Bewustzijn (wakker zijn gedurende een deel van de narcose).
    1 op de 250 tot 1000 vrouwen is zeldzaam.
  • Anafylaxie (een ernstige allergische reactie).
    1 op de 10.000 tot 20.000 vrouwen is zeer zeldzaam.
  • Overlijden of hersenbeschadiging.
    Overlijden: minder dan 1 op de 100.000 vrouwen.
    Zeer zeldzaam (1 of 2 gevallen per jaar in het Verenigd Koninkrijk).
    hersenbeschadeging, zeer zeldzaam (geen exacte cijfers bekend).

Deze brochure is samengesteld door de  subcommissie Informatie voor Moeders van de Obstetric Anaesthetists’  Association. In Nederland is deze vertaald door de sectie obstetrische  anesthesie van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA) en is nadien aangepast aan de werkwijzen in het  Wilhelmina Kinderziekenhuis van het UMC Utrecht.

Over ons

'De beste zorg voor nu en in de toekomst'



Omdat ieder mens de beste zorg verdient, legt het UMC Utrecht de lat voortdurend hoog. Het resultaat: vernieuwende, toonaangevende behandelingen die beantwoorden aan de zorgbehoeften van nu en de toekomst. De bijzondere kennis die hiervoor nodig is, ontwikkelen we samen met patiënten(organisaties) en diverse partners. In teamverband werken we aan oplossingen voor grote, medische vraagstukken. Per individuele patiënt wordt gekeken welke behandeling bij hem of haar past. Alles wat wij doen, is erop gericht om mensen gezond te maken en te houden. En waar mogelijk ziekte te voorkomen.

Contact

U kunt algemene informatie opvragen over
het UMC Utrecht via:

E-mail info@umcutrecht.nl of via
Telefoonnummer 088 75 555 55
Website www.umcutrecht.nl

of vul het contactformulier hieronder in:
Vul je naam in
Vul een correct e-mailadres in
Vul een opmerking in
Bedankt, je bericht is verzonden.
Er ging iets mis met het verzenden van het formulier. Probeer het opnieuw.

Zoeken

Zoek via een zoekterm naar een pagina binnen deze publicatie.
Vul minimaal 3 karakters in.

UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Over Epilepsiechirurgie
Slaapproblemen
Het UMC Utrecht in 2019
Overview Infection & Immunity 2019
FAG_PAG
Jaaroverzicht Genetica 2019
Zwanger van een (te) kleine baby
Voeding voor uw baby
Telebaby
Borstvoeding
Open ductus Botalli
Neonatale convulsies
Necrotiserende enterocolitis (NEC)
Idiopathic respiratory distress syndrome
Bronchopulmonale dysplasie
Fototherapie
Vaginale kunstverlossing
Zwangerschap & Bevalling
Sterilisatie
SSRI medicatie tijdens en na de zwangerschap
Opname op afdeling verloskunde
Keizersnede
Inleiding van de bevalling
Tweeling-zwangerschap en andere meerlingen
Serotien, zwangerschap van meer dan 40 weken
Flesvoeding
Hoge bloeddruk, pre-eclampsie en HELLP syndroom tijdens en na de zwangerschap
Totaalruptuur
Gebroken vliezen tijdens de zwangerschap
Voeding voor de zwangere
Pijnbestrijding tijdens de bevalling
Wanneer contact opnemen en wat neem je mee voor de bevalling
Testen op HIV
Groep-B streptokok in de zwangerschap
Zwangerschapscholestase
Rechten in de zorg
Het maatschappelijk werk van het WKZ geboortecentrum
Premature weeën en premature geboorte
Stuitligging en versie
Zwanger en diabetes
Schildklierafwijkingen in de zwangerschap
Anesthesie bij een keizersnede
Bloedverlies tijdens een gevorderde zwangerschap
De baby voelen bewegen tijdens de zwangerschap
Bekkenpijn en bekkeninstabiliteit tijdens de zwangerschap
Beleidsplan Psychiatrie 2020
Weer thuis na de bevalling
Myomen (tijdens de zwangerschap)
Bloedgroep, rhesusfactor en irregulaire antistoffen
Kliniek A2 jeugd
Rigiditeit
Kliniek A3: Diagnostiek en psychose
Ruggenprik en toediening medicijnen
Perfectionisme
Duurzaamheid ervaringsverhalen
Jaarbeeld Urologie 2018
Diagnosedag in het Spieren voor Spieren kindercentrum
Samenwerkingen, juli 2019
Zorglijn A2 Acuut en Intensief Volwassenen
Het UMC Utrecht in 2018
Hersenbloeding bij een pasgeborene
Jaarbeeld 2018, Julius Centrum
Zwanger en een hoge body-mass index (BMI)
Research Code
Verpleegkundige kwaliteitsindicatoren
Over epilepsiechirurgie
Autisme
Beleidsplan Psychiatrie 2019
ODD en CD bij kinderen
Zorg en revalidatie na een Hersenbloeding
Vaktherapie
ADHD en Autisme Spectrum Stoornis in het onderwijs
Klinische behandeling bij ontwikkelingsstoornissen
Zorg bij traumatisch hoofd- en of hersenletsel
Medicatie bij ADHD
ADHD
Een hersentumor: onderzoek, opname, operatie en uitslag
Stemmen horen
Zorg en herstel bij een operatie aan de wervelkolom
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan de onderrug
Verpleegafdeling Affectieve en psychotische stoornissen
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan nek
Zorg en revalidatie na een herseninfarct
Polikliniek afdeling Psychiatrie
Dagdiagnostiek polikliniek Neuromusculaire Ziekten
Stemmen horen Jeugd
Elektroconvulsietherapie
Richtlijn Suïcide-preventie
Kwaliteitsstatuut afdeling Psychiatrie
Polikliniek Ontwikkelingsstoornissen
Zorgprogramma Prikkelverwerking
Meedoen aan onderzoek op de afdeling psychiatrie
Eendagsdiagnostiek
Banquetinggids 2020
Jaarbeeld Genetica 2018
Jaarbeeld OR 2017
Jaarbeeld Urologie 2017
Jaarbeeld Hart & Longen 2017
Jaarbeeld Vrouw & Baby 2015-2017
Het UMC Utrecht in 2017
Jaarbeeld Julius Centrum 2017
IT Board 2017
Jaarbeeld Genetica 2017
Jaarbeeld Urologie 2016
Jaarbeeld Cancer Center 2017
Innovatie in uitvoering
2016 in beeld, UMC Utrecht