De hersenoperatie

De neurochirurg heeft u al geïnformeerd over de inhoud, de omvang en de duur van de operatie, de risico's en het herstel.

Op deze pagina kunt u de informatie over de operatie, de narcose en eventuele risico's en complicaties rustig nalezen.

Mocht u nog vragen hebben, dan is het handig die op te schrijven en met de neurochirurg of zaalarts te bespreken.

Bij elke operatie en narcose kunnen problemen ontstaan. Dit noemen we complicaties. De kans op complicaties hangt af  van het soort operatie en uw gezondheid.   

Mogelijke complicaties

  • Trombose: dit is een verstopping van een ader door een bloedstolsel, bijv. in een been. Trombose kan tot een embolie leiden. 
  • Embolie: een embolie treedt op als een bloedstolsel losraakt, meegevoerd wordt door de bloedbaan en komt vast te zitten in een kleiner bloedvat.  U krijgt medicijnen in de vorm van een  injectie om trombose en embolie te voorkomen. De neurochirurg bepaalt de tijdsduur van de medicatie. 
  • Infarct: door een embolie kan het weefsel afsterven dat achter dit kleinere bloedvat zit. Dit is een infarct en een infarct kan ontstaan in de longen, de hersenen of het hart. 
  • Wondontsteking: een wondontsteking in het operatiegebied is meestal  oppervlakkig. Heel soms wordt het een diepere ontsteking van het bot, het hersenvlies of van de hersenen zelf. 
  • Liquorlekkage: er kan hersenvocht (liquor) uit de operatiewond lekken. U heeft dan een kleine kans op een ontsteking. 
  • Nabloeding: in het operatiegebied kan een bloedophoping ontstaan. Soms moeten we dit verwijderen met een tweede operatie.

Tijdelijke of blijvende complicaties

  • Uitval hersenzenuw:  dit kan een stoornis zijn in het functioneren van horen, zien, gezichtsspieren, mond, tong en keel. 
  • Bewegingsstoornissen. 
  • Gevoelsstoornissen. 
  • Evenwichtsstoornissen. 
  • Stoornissen in het begrijpen of spreken. 
  • Stoornissen in het geestelijk functioneren, zoals gedragsverandering. 

Klachten die we behandelen met medicijnen 

  • Hersenoedeem: dit is zwelling van het  hersenweefsel. Hierdoor wordt de druk binnen uw schedel groter. De  zwelling ontstaat langzaam en vermindert na de vierde dag vanzelf.  Klachten die hierbij voorkomen zijn: hoofdpijn, epilepsie en soms uitval  van functies. Vrijwel alle patiënten krijgen na de operatie medicijnen om hersenoedeem tegen te gaan. Dit zijn zogenoemde corticosteroïden of  bijnierschorshormonen (dexamethason). 
  • Epilepsie: sommige patiënten krijgen na een  hersenoperatie epileptische aanvallen. Als dit bij u gebeurt, krijgt u  hiervoor medicijnen. Meestal zijn deze aanvallen tijdelijk. Als u vóór  de operatie al epileptische aanvallen heeft gehad, is de kans groot dat u  deze ook nog heeft na de hersenoperatie. 

Risico's en mogelijke complicaties

Een biopsie doen we altijd onder narcose. In sommige situaties voeren wij een craniotomie wakker uit. Dit laatste noemen we wakkere chirurgie. De neurochirurg bespreekt met u welke mogelijkheid bij u van toepassing is.

Bij een wakkere operatie bent u tijdens het verwijderen van het tumorweefsel wakker, zodat wij testen kunnen afnemen. Wakkere chirurgie gebruiken we als de hersentumor in de buurt van belangrijke hersenfuncties ligt, zoals bij het spraakcentrum of het centrum dat de bewegingen aanstuurt. Het doel is zoveel mogelijk tumorweefsel te verwijderen, zonder daarbij belangrijke functies te beschadigen.

Onder narcose of een wakkere operatie?

Meer over een craniotomie

Bij een craniotomie (cranio is schedel) maakt de neurochirurg een luikje in uw schedel. Vervolgens neemt hij een stukje weefsel weg. Vaak neemt de neurochirurg meteen zoveel mogelijk tumorweefsel weg. Een deel van het tumorweefsel wordt daarna onder een microscoop geanalyseerd. Na de ingreep zet de neurochirurg het luikje weer in de schedel en maakt het stevig vast. Binnen ongeveer tien weken zal dit deel van de schedel weer vastgegroeid zijn.

Om de craniotomie zo hygiënisch mogelijk uit te voeren wordt een klein deel van uw hoofdhaar op de operatiekamer geschoren.

Na een craniotomie kunt u meestal na vijf dagen weer naar huis.

Meer over een biopsie

Bij een biopsie wordt onder algehele narcose een kleine opening in uw schedel gemaakt. Daarna neemt de neurochirurg met een holle naald wat weefsel weg. Een biopsie is feitelijk geen behandeling, maar een onderzoek.

Om de biopsie zo hygiënisch mogelijk uit te voeren wordt een klein stukje hoofdhaar van ongeveer drie bij drie centimeter op de operatiekamer weggeschoren. Dit doen we als u onder narcose bent gebracht.

Na een biopsie kunt u na een of twee dagen weer naar huis.

Meestal kunnen we de definitieve diagnose pas stellen nadat we weefsel van de tumor hebben onderzocht. Dit weefsel kunnen we uitsluitend krijgen via een hersenoperatie. Er zijn twee  typen operaties die we hiervoor kunnen uitvoeren, namelijk: 

  • een biopsie
  • een craniotomie  

Voor welke methode we kiezen, is afhankelijk van  de plaats van de aandoening. Uw neurochirurg bespreekt met u en uw  familie de keuze.

Als wordt gekozen voor een biopsie streven wij er  naar om patiënten binnen één tot twee weken te opereren. Weefselonderzoek via een craniotomie vindt in de regel plaats binnen twee tot drie weken. 

Type operatie: biopsie of craniotomie?

Bij de hersenoperatie (zowel voor een biopsie als een craniotomie) gebruikt de neurochirurg meestal een geavanceerd neuronavigatiesysteem. Met deze techniek laat de computer de neurochirurg zien waar hij in de hersenen aan het opereren is. (Zie tabblad hiervoor: De opname dag)

Gebruik van neuronavigatie

De hersenoperatie

De neurochirurg heeft u al geïnformeerd over de inhoud, de omvang en de duur van de operatie, de risico's en het herstel.

Op deze pagina kunt u de informatie over de operatie, de narcose en eventuele risico's en complicaties rustig nalezen.

Mocht u nog vragen hebben, dan is het handig die op te schrijven en met de neurochirurg of zaalarts te bespreken.

Bij de hersenoperatie (zowel voor een biopsie als een craniotomie) gebruikt de neurochirurg meestal een geavanceerd neuronavigatiesysteem. Met deze techniek laat de computer de neurochirurg zien waar hij in de hersenen aan het opereren is. (Zie tabblad hiervoor: De opname dag)

Gebruik van neuronavigatie

Meestal kunnen we de definitieve diagnose pas stellen nadat we weefsel van de tumor hebben onderzocht. Dit weefsel kunnen we uitsluitend krijgen via een hersenoperatie. Er zijn twee  typen operaties die we hiervoor kunnen uitvoeren, namelijk: 

  • een biopsie
  • een craniotomie  

Voor welke methode we kiezen, is afhankelijk van  de plaats van de aandoening. Uw neurochirurg bespreekt met u en uw  familie de keuze.

Als wordt gekozen voor een biopsie streven wij er  naar om patiënten binnen één tot twee weken te opereren. Weefselonderzoek via een craniotomie vindt in de regel plaats binnen twee tot drie weken. 

Type operatie: biopsie of craniotomie?

Bij een biopsie wordt onder algehele narcose een kleine opening in uw schedel gemaakt. Daarna neemt de neurochirurg met een holle naald wat weefsel weg. Een biopsie is feitelijk geen behandeling, maar een onderzoek.

Om de biopsie zo hygiënisch mogelijk uit te voeren wordt een klein stukje hoofdhaar van ongeveer drie bij drie centimeter op de operatiekamer weggeschoren. Dit doen we als u onder narcose bent gebracht.

Na een biopsie kunt u na een of twee dagen weer naar huis.

Meer over een biopsie

Bij een craniotomie (cranio is schedel) maakt de neurochirurg een luikje in uw schedel. Vervolgens neemt hij een stukje weefsel weg. Vaak neemt de neurochirurg meteen zoveel mogelijk tumorweefsel weg. Een deel van het tumorweefsel wordt daarna onder een microscoop geanalyseerd. Na de ingreep zet de neurochirurg het luikje weer in de schedel en maakt het stevig vast. Binnen ongeveer tien weken zal dit deel van de schedel weer vastgegroeid zijn.

Om de craniotomie zo hygiënisch mogelijk uit te voeren wordt een klein deel van uw hoofdhaar op de operatiekamer geschoren.

Na een craniotomie kunt u meestal na vijf dagen weer naar huis.

Meer over een craniotomie

Een biopsie doen we altijd onder narcose. In sommige situaties voeren wij een craniotomie wakker uit. Dit laatste noemen we wakkere chirurgie. De neurochirurg bespreekt met u welke mogelijkheid bij u van toepassing is.

Bij een wakkere operatie bent u tijdens het verwijderen van het tumorweefsel wakker, zodat wij testen kunnen afnemen. Wakkere chirurgie gebruiken we als de hersentumor in de buurt van belangrijke hersenfuncties ligt, zoals bij het spraakcentrum of het centrum dat de bewegingen aanstuurt. Het doel is zoveel mogelijk tumorweefsel te verwijderen, zonder daarbij belangrijke functies te beschadigen.

Onder narcose of een wakkere operatie?

Risico's en mogelijke complicaties

Bij elke operatie en narcose kunnen problemen ontstaan. Dit noemen we complicaties. De kans op complicaties hangt af  van het soort operatie en uw gezondheid.   

Mogelijke complicaties

  • Trombose: dit is een verstopping van een ader door een bloedstolsel, bijv. in een been. Trombose kan tot een embolie leiden. 
  • Embolie: een embolie treedt op als een bloedstolsel losraakt, meegevoerd wordt door de bloedbaan en komt vast te zitten in een kleiner bloedvat.  U krijgt medicijnen in de vorm van een  injectie om trombose en embolie te voorkomen. De neurochirurg bepaalt de tijdsduur van de medicatie. 
  • Infarct: door een embolie kan het weefsel afsterven dat achter dit kleinere bloedvat zit. Dit is een infarct en een infarct kan ontstaan in de longen, de hersenen of het hart. 
  • Wondontsteking: een wondontsteking in het operatiegebied is meestal  oppervlakkig. Heel soms wordt het een diepere ontsteking van het bot, het hersenvlies of van de hersenen zelf. 
  • Liquorlekkage: er kan hersenvocht (liquor) uit de operatiewond lekken. U heeft dan een kleine kans op een ontsteking. 
  • Nabloeding: in het operatiegebied kan een bloedophoping ontstaan. Soms moeten we dit verwijderen met een tweede operatie.

Tijdelijke of blijvende complicaties

  • Uitval hersenzenuw:  dit kan een stoornis zijn in het functioneren van horen, zien, gezichtsspieren, mond, tong en keel. 
  • Bewegingsstoornissen. 
  • Gevoelsstoornissen. 
  • Evenwichtsstoornissen. 
  • Stoornissen in het begrijpen of spreken. 
  • Stoornissen in het geestelijk functioneren, zoals gedragsverandering. 

Klachten die we behandelen met medicijnen 

  • Hersenoedeem: dit is zwelling van het  hersenweefsel. Hierdoor wordt de druk binnen uw schedel groter. De  zwelling ontstaat langzaam en vermindert na de vierde dag vanzelf.  Klachten die hierbij voorkomen zijn: hoofdpijn, epilepsie en soms uitval  van functies. Vrijwel alle patiënten krijgen na de operatie medicijnen om hersenoedeem tegen te gaan. Dit zijn zogenoemde corticosteroïden of  bijnierschorshormonen (dexamethason). 
  • Epilepsie: sommige patiënten krijgen na een  hersenoperatie epileptische aanvallen. Als dit bij u gebeurt, krijgt u  hiervoor medicijnen. Meestal zijn deze aanvallen tijdelijk. Als u vóór  de operatie al epileptische aanvallen heeft gehad, is de kans groot dat u  deze ook nog heeft na de hersenoperatie. 
De hersenoperatie

Over ons

'De beste zorg voor nu en in de toekomst'



Omdat ieder mens de beste zorg verdient, legt het UMC Utrecht de lat voortdurend hoog. Het resultaat: vernieuwende, toonaangevende behandelingen die beantwoorden aan de zorgbehoeften van nu en de toekomst. De bijzondere kennis die hiervoor nodig is, ontwikkelen we samen met patiënten(organisaties) en diverse partners. In teamverband werken we aan oplossingen voor grote, medische vraagstukken. Per individuele patiënt wordt gekeken welke behandeling bij hem of haar past. Alles wat wij doen, is erop gericht om mensen gezond te maken en te houden. En waar mogelijk ziekte te voorkomen.

Contact

U kunt algemene informatie opvragen over
het UMC Utrecht via:

E-mail info@umcutrecht.nl of via
Telefoonnummer 088 75 555 55
Website www.umcutrecht.nl

of vul het contactformulier hieronder in:
Vul je naam in
Vul een correct e-mailadres in
Vul een opmerking in
Bedankt, je bericht is verzonden.
Er ging iets mis met het verzenden van het formulier. Probeer het opnieuw.

Zoeken

Zoek via een zoekterm naar een pagina binnen deze publicatie.
Vul minimaal 3 karakters in.

UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Over Epilepsiechirurgie
Slaapproblemen
Het UMC Utrecht in 2019
Overview Infection & Immunity 2019
FAG_PAG
Jaaroverzicht Genetica 2019
Zwanger van een (te) kleine baby
Voeding voor uw baby
Telebaby
Borstvoeding
Open ductus Botalli
Neonatale convulsies
Necrotiserende enterocolitis (NEC)
Idiopathic respiratory distress syndrome
Bronchopulmonale dysplasie
Fototherapie
Vaginale kunstverlossing
Zwangerschap & Bevalling
Sterilisatie
SSRI medicatie tijdens en na de zwangerschap
Opname op afdeling verloskunde
Keizersnede
Inleiding van de bevalling
Tweeling-zwangerschap en andere meerlingen
Serotien, zwangerschap van meer dan 40 weken
Flesvoeding
Hoge bloeddruk, pre-eclampsie en HELLP syndroom tijdens en na de zwangerschap
Totaalruptuur
Gebroken vliezen tijdens de zwangerschap
Voeding voor de zwangere
Pijnbestrijding tijdens de bevalling
Wanneer contact opnemen en wat neem je mee voor de bevalling
Testen op HIV
Groep-B streptokok in de zwangerschap
Zwangerschapscholestase
Rechten in de zorg
Het maatschappelijk werk van het WKZ geboortecentrum
Premature weeën en premature geboorte
Stuitligging en versie
Zwanger en diabetes
Schildklierafwijkingen in de zwangerschap
Anesthesie bij een keizersnede
Bloedverlies tijdens een gevorderde zwangerschap
De baby voelen bewegen tijdens de zwangerschap
Bekkenpijn en bekkeninstabiliteit tijdens de zwangerschap
Beleidsplan Psychiatrie 2020
Weer thuis na de bevalling
Myomen (tijdens de zwangerschap)
Bloedgroep, rhesusfactor en irregulaire antistoffen
Kliniek A2 jeugd
Rigiditeit
Kliniek A3: Diagnostiek en psychose
Ruggenprik en toediening medicijnen
Perfectionisme
Duurzaamheid ervaringsverhalen
Jaarbeeld Urologie 2018
Diagnosedag in het Spieren voor Spieren kindercentrum
Samenwerkingen, juli 2019
Zorglijn A2 Acuut en Intensief Volwassenen
Het UMC Utrecht in 2018
Hersenbloeding bij een pasgeborene
Jaarbeeld 2018, Julius Centrum
Zwanger en een hoge body-mass index (BMI)
Research Code
Verpleegkundige kwaliteitsindicatoren
Over epilepsiechirurgie
Autisme
Beleidsplan Psychiatrie 2019
ODD en CD bij kinderen
Zorg en revalidatie na een Hersenbloeding
Vaktherapie
ADHD en Autisme Spectrum Stoornis in het onderwijs
Klinische behandeling bij ontwikkelingsstoornissen
Zorg bij traumatisch hoofd- en of hersenletsel
Medicatie bij ADHD
ADHD
Een hersentumor: onderzoek, opname, operatie en uitslag
Stemmen horen
Zorg en herstel bij een operatie aan de wervelkolom
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan de onderrug
Verpleegafdeling Affectieve en psychotische stoornissen
Fysiotherapeutische adviezen bij een operatie aan nek
Zorg en revalidatie na een herseninfarct
Polikliniek afdeling Psychiatrie
Dagdiagnostiek polikliniek Neuromusculaire Ziekten
Stemmen horen Jeugd
Elektroconvulsietherapie
Richtlijn Suïcide-preventie
Kwaliteitsstatuut afdeling Psychiatrie
Polikliniek Ontwikkelingsstoornissen
Zorgprogramma Prikkelverwerking
Meedoen aan onderzoek op de afdeling psychiatrie
Eendagsdiagnostiek
Banquetinggids 2020
Jaarbeeld Genetica 2018
Jaarbeeld OR 2017
Jaarbeeld Urologie 2017
Jaarbeeld Hart & Longen 2017
Jaarbeeld Vrouw & Baby 2015-2017
Het UMC Utrecht in 2017
Jaarbeeld Julius Centrum 2017
IT Board 2017
Jaarbeeld Genetica 2017
Jaarbeeld Urologie 2016
Jaarbeeld Cancer Center 2017
Innovatie in uitvoering
2016 in beeld, UMC Utrecht